De verspreiding van het christendom in geheel Europa
Leerdoelen
• Je kent de tijdsbepaling.
• Je kunt uitleggen hoe het christendom zich over Europa verspreidde.
Tijdsbepaling
Vroege Middeleeuwen: ca. 500–1000 n.Chr.
Verspreiding van het christendom
Na de val van het West-Romeinse Rijk verspreidde het christendom zich
verder over Europa. Missionarissen trokken naar gebieden waar nog veel
mensen het heidendom aanhingen. Zij probeerden deze volkeren te
bekeren tot het christendom. Dit proces heet kerstening.
De Frankische koningen werkten nauw samen met de paus en de kerk
in Rome. Deze samenwerking was voordelig voor beide partijen:
• De Frankische vorsten kregen meer aanzien en konden hun rijk beter
besturen.
• De kerk kreeg bescherming en meer mogelijkheden om het christendom
te verspreiden.
• Bisschoppen hielpen de vorsten bij het bestuur van hun rijk.
De verspreiding van het christendom werd ook gemakkelijker doordat
sommige heidense tradities werden opgenomen in het christendom.
Hierdoor konden mensen zich makkelijker aanpassen aan het nieuwe
geloof. Toch bleven oude volksgebruiken nog lange tijd naast het
christendom bestaan.
De rol van kloosters
Kloosters speelden een belangrijke rol in de middeleeuwse samenleving.
Belangrijke functies van kloosters:
• centra van kennis en onderwijs;
• het overschrijven en bewaren van belangrijke boeken en manuscripten;
• verzorging van armen, zieken en reizigers;
• beheer van grote landgoederen als landheer.
Dankzij de kloosters bleef veel kennis uit de oudheid bewaard en kon het
christendom zich verder verspreiden over Europa.
, Het ontstaan en de verspreiding van de islam
Leerdoelen
• Je weet hoe de islam is ontstaan.
• Je kunt uitleggen hoe het islamitische rijk zich verspreidde over Azië,
Afrika en Europa.
• Je kent het verschil tussen het soennisme en het sjiisme.
• Je kunt kenmerken van het islamitische rijk benoemen en herkennen.
Ontstaan van de islam
De islam ontstond in de 7e eeuw op het Arabisch Schiereiland (het
huidige Saoedi-Arabië). Volgens de islam ontving Mohammed
openbaringen van Allah. Deze openbaringen werden later opgeschreven
in de Koran, het heilige boek van de islam.
In 622 n.Chr. trok Mohammed van Mekka naar Medina. Deze
gebeurtenis heet de Hidjra en vormt het begin van de islamitische
jaartelling.
De verspreiding van de islam
Na de dood van Mohammed in 632 n.Chr. werd hij opgevolgd door
kaliefen. Zij waren zowel politieke als religieuze leiders en breidden het
islamitische rijk snel uit.
De islam bracht eenheid onder de eerder verdeelde Arabische stammen.
Hierdoor konden grote gebieden worden veroverd in:
• het Midden-Oosten;
• Noord-Afrika;
• delen van Azië;
• het Iberisch Schiereiland (Spanje en Portugal).
De uitbreiding van het islamitische rijk naar West-Europa werd afgeremd
tijdens de Slag bij Poitiers (732). Daar versloegen de Franken onder
leiding van Karel Martel een islamitisch leger.
Soennieten en sjiieten
Na de dood van Mohammed ontstond een meningsverschil over zijn
opvolging.
Soennieten
• Vonden dat Mohammed geen opvolger had aangewezen.
• De nieuwe leider hoefde geen familielid van Mohammed te zijn.
• Steunden Aboe Bakr als eerste kalief.
• Vormen tegenwoordig de grootste stroming binnen de islam.