De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het
denken over burgerschap en politiek in de Griekse
stadstaat
Leerdoelen
• Je kent de tijdsbepaling.
• Je weet wat een Griekse stadstaat is.
• Je kunt uitleggen hoe er werd gedacht over burgerschap en politiek in de
Griekse stadstaat.
• Je kunt uitleggen hoe het wetenschappelijk denken zich ontwikkelde.
• Je weet wat het hellenisme is.
Tijdsbepaling
Oudheid: ca. 3000 v.Chr. – 500 n.Chr.
Denken over burgerschap en politiek
Vanaf de 8e eeuw v.Chr. ontstonden in Griekenland stadstaten. Een
stadstaat was een stad met het omliggende landelijke gebied die zichzelf
bestuurde als een klein zelfstandig land. In het Grieks heet een stadstaat
een polis (meervoud: poleis).
De Griekse stadstaten vormden geen politiek geheel: elke polis had een
eigen bestuur, wetten en leger. Wel was er sprake van een culturele
eenheid. De Grieken spraken grotendeels dezelfde taal, geloofden in
dezelfde goden en namen deel aan gezamenlijke feesten en de
Olympische Spelen. Niet-Grieken werden door de Grieken vaak als
barbaren beschouwd.
Athene
Athene was de grootste en invloedrijkste polis. De stad was het
economische, culturele en wetenschappelijke centrum van Griekenland.
Vanaf de 5e eeuw v.Chr. ontwikkelde Athene zich tot een directe
democratie.
Kenmerken van de Atheense democratie:
• Belangrijke besluiten werden genomen in de volksvergadering.
• Alleen vrije Atheense mannen van 18 jaar en ouder met
burgerrechten mochten deelnemen aan de politiek.
• Vrouwen, slaven en vreemdelingen hadden geen politieke rechten.
, • Er werden maatregelen genomen om te voorkomen dat één persoon te
veel macht kreeg en een alleenheerser werd.
Ontwikkeling van het wetenschappelijk denken
Griekse filosofen probeerden de wereld te verklaren met logisch
nadenken en onderzoek in plaats van met verhalen over de goden.
Hiermee legden zij de basis voor het wetenschappelijk denken.
Natuurfilosofen
De eerste natuurfilosofen, zoals Thales en Pythagoras, zochten logische
verklaringen voor natuurverschijnselen. Zij probeerden algemene regels te
ontdekken waarmee de natuur kon worden verklaard.
Hippocrates
Hippocrates wordt gezien als de grondlegger van de wetenschappelijke
geneeskunde. Hij zocht natuurlijke oorzaken voor ziektes en geloofde dat
ziekten niet werden veroorzaakt door de goden. Hierdoor werd
geneeskunde steeds meer gebaseerd op waarnemingen en onderzoek.
Socrates
Socrates hield zich bezig met ethiek. Hij stelde veel vragen om mensen
na te laten denken over goed en kwaad, rechtvaardigheid en hoe je een
goed leven kunt leiden.
Plato en Aristoteles
Plato en Aristoteles bouwden voort op de ideeën van Socrates. Zij
schreven over politiek, wetenschap en filosofie. Beiden hadden kritiek op
de democratie, omdat zij vonden dat burgers zich konden laten misleiden
en daardoor verkeerde beslissingen konden nemen.
Hellenisme
Het hellenisme is de verspreiding van de Griekse cultuur tijdens en na de
veroveringen van Alexander de Grote.
Alexander was de zoon van Philippus II van Macedonië. Philippus
veroverde vrijwel heel Griekenland. Omdat de Griekse poleis onderling
verdeeld waren, boden zij weinig weerstand.
In 336 v.Chr. volgde Alexander zijn vader op als koning. Vervolgens
veroverde hij:
• het Perzische Rijk;