Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 20 pages
Summary

Samenvatting Hoorcollege Vloeiendheid: Therapie | Stotteren | Thomas More | 2025/26

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 20 pages

Hoorcollege-aantekeningen voor het vak Vloeiendheid: therapie in de opleiding Logopedie en Audiologie aan Thomas More Hogeschool. De aantekeningen behandelen spraakvloeiendheid volgens ASHA en Starkweather, onderscheid tussen normale onvloeiendheden en stottermomenten, kerngedragingen (herhaling, verlenging, blokkade), en secundair gedrag bij stotteren. Essentieel voor het examen met duidelijke definities, percentages, differentiaaldiagnose en praktische voorbeelden van stutteringlike versus other disfluencies.

Content preview

Vloeiendheid
Hc1:

ASHA: Vloeiende sprekers zijn diegenen die zonder merkbare inspanning
lange reeksen van syllaben kunnen produceren, door een adequate
combinatie van snelheid en continuiteit

Starkweather (1984): Vloeiende spraak
1. Het praten verloopt met een zekere snelheid (=rate)
2. De klanken volgen elkaar vloeiend op (=continuity)
3. Er is een normaal ritme in de spraak (=rhythm)
4. De spreker ervaart relatief weinig inspanning, niet veel moeite kost
(=effort)



Spraakvloeiendheid: vloeiende motorische spraakproductie

Taalvloeiendheid: m.b.t. woordvinding en zinsformulering

• Semantische vloeiendheid: vlotheid waarmee men woorden kan
oproepen uit een pool van lexicale items

• Syntactische vloeiendheid: vlotheid waarmee sprekers complexe
zinnen opbouwen die linguïstisch complexe structuren bevatten

• Pragmatische vloeiendheid: vlotheid waarmee men kent en kan
uitvoeren wat men wil zeggen in reactie op een gamma van
situatieve elementen

• Fonologische vloeiendheid: het gemak waarmee men binnen
betekenisvolle en complexe taalunits lange en complexe klankketens
kan produceren



Kern van stotteren zit niet in taal , iemand die stottert kan juist
talig vloeiend zijn

(dia 6-7-8-9)

-Ied kan last hebben van onvloeiendheden  Vanaf 3% v/d syllabe wijst
het i/h richting van stotteren

-Stotteren gebeurt niet met opzet, niet gepland, totaal ongewenst je
weet perfect wat je wilt zeggen maar het komt er niet uit zoals je had
gewild

,Indeling die we nu gebruiken:




KDNS op peuter-kleuterleeftijd gemiddeld 6-8 onvloeiendheden (alle
types)/100 syllaben. Volwassenen: gemiddeld 5%.
KDS op peuter-kleuterleeftijd: gem. 17 onvloeiendheden/100 syllaben

Hogere percentages (19-20%) werden gevonden dichter bij de aanvang
(“onset”) van het stotteren

Met stijgende leeftijd treedt er een afname op v/h aantal
woordherhalingen, stille pauzes en zinsrevisies en een toename v/h aantal
opgevulde pauzes (tussenvoegsels)  kind zit al snel in dat het best
leegtes opvult zodat men hun niet onderbreekt

• Ongeacht hun leeftijd: KDS meer SLD dan KDNS

• Als groep produceren jonge KDS min. 3 à 4 SLD /100 syllaben, terwijl
KDNS minder dan 3% (altijd meer dan 2)

• Proportioneel tgo. het totale aantal onvloeiendheden is het % SLD bij
KDNS steeds <50% en meestal rond 35% (Yairi, 1997)

• Bij KDS maken de SLD gemiddeld voor 65% deel uit van het totale
aantal onvloeiendheden; dus bijna het dubbel van de KDNS
(Ambrose & Yairi, 1999)
 geldt vooral bij 1 talige kindjes

• Ten minste 3 SLD/100 syllaben = KDS of “at risk” voor stotteren!

, • Hoe hoger de proportie SLD tegenover het totale aantal
spraakonvloeiendheden, hoe groter de kans dat luisteraars het kind
zullen beoordelen als stotterend.




STOTTEREN (zie dia 16!)

-ontwikkelingsstotteren  misleidende term : lijkt alsof het bij de
norm ontw hoort

-vaker bij jongens dan meisjes

-tussen de 2-7j veel onvloeiendheden bij kinderen  belangrijk om
dus goed in het oog te houden of dit zich verder ontwikkeld nr een
stoornis

-meestal ontwikkeld het zich al voor de leeftijd van 6j



ICF: Stotteren = aangeboren stoornis, genetisch

-stotteren hoort niet bij normale ontw

-Stottermomenten treden in de woorden op  niet intentioneel,
geen nuttige functie

Bij andere ertussen  nuttige functie: vb om tijd te winnen,
aandacht niet te verliezen van luisteraar

verschillen tussen normale onvloeiendheden en stottermomenten?


Stutteringlike : meer spanning, controleverlies

Other disfluencies; je behoudt de volledige controle, geen controle
kwijtraken over je spraak

Zichtbare verschijnselen (overte):

A)Kerngedrag van stotteren

• Klank-en syllabeherhalingen: Ongewilde herhalingen v/d klank of
syllabe v/e woord. Vaak nogal snel en/of onregelmatig. Doorgaans
met extra spierspanning. Soms gebeurt hetzelfde met
eenlettergrepige woorden. Bv. “Wa-wa-wacht nu maar”, “en en en
en…”

Document information

Study
Uploaded on
July 30, 2026
Number of pages
20
Written in
2025/2026
Type
Summary
$8.28

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
7
Last sold
-


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions