HANDELS – EN FINANCIËLE
VERRICHTINGEN
ZIE ALTIJD DE PPT VOOR OEFENVRAGEN EN HET OEFENEXAMEN OP UFORA
MODULE 1-
HANDELSVERRICHTINGEN
H1 – WAAROM HANDEL?
H1 | 1.1 WELVAARTSVOORDELEN
Handelsverrichtingen = ‘verrichtingen’ van een onderneming die (buitenlandse)
handel voert
verrichtingen zijn elke uitgave en elke ontvangst die in de boekhouding wordt
ingeschreven
Financiële verrichtingen = ‘verrichtingen’ van een onderneming om zich te financieren
Elke maatschappij kent de tegenstelling tussen de oneindigheid aan behoeften
(voedsel, kledij, woning, auto, computers, medicijnen, …) en de eindigheid van
beschikbare middelen (arbeidskrachten, machines, grondstoffen, …)
De beschikbare middelen produceren de behoeften. Je gaat kiezen waarvoor je de
beperkte middelen gaat voor inzetten voor de behoeften te bekomen. Kiezen = kost van
iets anders te ontlopen. Je gaat wel kiezen met als doel maximale hoeveelheid goederen.
Je gaat maximale hoeveelheid goederen produceren door
1. Meer productiemiddelen (bv. door immigratie meer arbeidskrachten halen uit
nieuw volk in u land)
2. Technologische vooruitgang (betere machines om meer te produceren)
3. Arbeidsorganisatie wijzigen (‘arbeidsverdeling & specialisatie’)
H1 | 1.1.1 ARBEIDSVERDELING & SPECIALISATIE
= iedereen bekommert zich om 1 welbepaalde taak (bv. bakkers bakken alleen maar
brood, autoproducenten produceren alleen maar auto’s, …)
Arbeidsverdeling & specialisatie ↔ autarkie
Autarkie = iedereen doet alles. (Iedereen bakt zijn eigen brood, maakt zijn eigen
stoelen, maakt zijn eigen auto, …)
Arbeidsverdeling en specialisatie vormt een eerste antwoord op de vraag hoe we gaan
produceren.
Arbeidsverdeling leidt tot productie van meer goederen omdat iedereen zich specialiseert
in iets en het sneller gaat. Dit tonen we aan a.d.h.v. 2 voorbeelden:
1
,H1 | 1.1.1.1 ARBEIDSVERDELING & SPECIALISATIE VOORBEELD 1 (TUSSEN
PERSONEN)
Stel:
Koen & Karen bakken een halve dag brood en de andere helft maken ze stoelen. Koen
maakt op 1 dag 4 broden en 2 stoelen, Karen 8 broden en 1 stoel. In totaal maken ze 12
broden en 3 stoelen per dag. Hierbij is autarkie.
Moesten Karen en Koen zich specialiseren in de taak waarin zij het best zijn (koen:
stoelen en karen: brood) en ze dus de volledige dag die taak doen. Zou Koen 4 stoelen
kunnen maken (2*2) en Karen 16 broden (8*2). In totaal zou dit komen op 16 broden en 4
stoelen wat meer is dan bij autarkie.
Conclusie: Autarkie is niet ideaal, beter is specialiseren (arbeidsverdeling) o.b.v. talenten.
Specialiseren loont
Nadeel: Koen heeft enkel stoelen, Karen heeft enkel brood.
Oplossing: HANDEL: Karen gaat X aantal broden geven aan Koen in ruil voor X aantal
stoelen. (Bv. 4 broden voor 1 stoel). Daarbij hebben beide partijen voordeel (want
Karen heeft uiteindelijk nog 12 broden over (is meer dan bij autarkie) en ze heeft nog een
stoel) (want Koen heeft uiteindelijk nog 3 stoelen over (is meer dan bij autarkie) en hij
heeft nog 4 broden)
beide partijen gaan erop vooruit dus handel loont
H1 | 1.1.1.2 ARBEIDSVERDELING & SPECIALISATIE VOORBEELD 2 (TUSSEN
LANDEN)
Stel:
België heeft 10 000 000 inwonende werkenden en produceert per inwoner per jaar 60
kledingstukken en 15kg graan. Congo heeft 80 000 000 inwonende werkenden en
produceert per inwoner per jaar 5 kledingstukken en 10kg graan.
Merk op: België is zowel voor kledij als graan beter dan Congo, toch is er een manier
waarop beide landen voordeel kunnen halen door aan handel te doen.
De relatieve kost voor België voor graan is 4 en voor kledij 0.25. (4: 60/15 | 0.25: 15/60)
voor Congo voor graan is 0.5 en voor kledij 2. (0.5: 5/10 | 2: 10/5)
Relatieve kost is de kost van een product in termen van ander product
‘De tijd dat je nodig hebt om … te produceren kan je … produceren’: vb. in de tijd om 1
kledingstuk te maken in België (0,25 * 4) kan je 16 graan produceren (4 * 4)
Hoe lager de relatieve kost, hoe meer je moet specialiseren
‘Helft van inwoners produceert kleding, andere
helft produceert graan’ dus 300 000 000 komt van
5 000 000 (helft van de 10 000 000 die boven
België staat) * 60
2
, Vanaf nu: alle Belgen produceren kleding en alle
Congolezen produceren graan omdat hoe lager de
relatieve kost, hoe meer je moet specialiseren
België levert bv. 250mln kledingstukken aan
Congo in ruil voor 250mln kg graan.
Waardoor de totalen bij elk land stijgen door
gebruik te maken van handel.
H1 | 1.2 WERELDHANDELSORGANISATIE
(WHO)
WHO = WTO (world trade organization) is een intergouvernementele organisatie die
specifiek werd opgericht met als doel de bevordering van de internationale handel. Ze zal
toezien als de landen de afspraken nakomen.
WHO komt voort uit de GATT (general agreement on tariffs and trade).
WHO heeft 2 opdrachten:
1) Bevorderen van internationale handel door elimineren van handelsbarrières
2) Beslechting van handelsconflicten tussen landen
H3 – HANDELSDOCUMENTEN
H3 | 1.1 COGNOSSEMENT OF CONNOSSEMENT
= document dat gebruikt wordt bij vervoer van goederen over zee
Het connossement heeft 3 belangrijke functies:
Het connossement is een ontvangstbewijs. Door uitgifte ervan verklaart de
scheepsvaartmaatschappij dat zij de goederen aan boord hebben met specifieke
omschrijving
Het connossement is een vervoerovereenkomst. Door uitgifte ervan verklaart
de scheepsvaarmaatschappij dat zij de goederen correct te vervoeren naar een
bepaalde haven
Het connossement is een waardepapier. De bezitter ervan heeft recht op de
vermelde goederen. De bezitter van het connossement is niet altijd de eigenaar
van de goederen, soms stelt een koper een vervoerbedrijf aan om de goederen op
te halen en te laten leveren bij hem vanuit de haven. Dan heeft het vervoerbedrijf
het connossement bij.
H4 – BETALINGSTECHNIEKEN
= technieken inzake betaling bij handel. Nodig omwille van tijdsverloop tussen
verzending en aankomst goederen
Doelstelling verkoper (snelle en correcte betaling) VS doelstelling koper (levering conform
aan bestelling). De verkoper prefereert voorafbetalingen (voor de levering van goederen,
nadeel koper) de koper prefereert achterafbetalingen (na ontvangst levering van
goederen, nadeel verkoper)
3
, Komt door niet voldoende vertrouwen t.o.v. elkaar. Oplossing is virtuele levering via
documenten (bv. connossement) zodat de koper voldoende vertrouwen heeft dat de
goederen komen en hij betaalt
Connossement = document ondertekend door kapitein (v/h schip) waarin deze verklaart
de in het
document beschreven goederen te hebben ontvangen (op het schip) en zich verbindt
om de goederen te vervoeren naar een overeengekomen haven. Dit geeft koper de
zekerheid dat vermelde goederen onderweg zijn.
H4 | 4.1.1 DOCUMENTAIR INCASSO
1) Exporteur en importeur ondertekenen een contract
(importeur koopt iets bij exporteur)
2) Exporteur levert goederen naar de haven en zet ze
op het schip
3) De kapitein levert een connossement af aan de
exporteur
4) De exporteur overhandigd de documenten
(waaronder het connossement) aan ZIJN bank
5) De bank van de exporteur overhandigd levert het document aan de bank van de
importeur
6) De bank levert de documenten aan hun klant (importeur)
7) De importeur bekijkt die documenten, oordeelt dat ze oké zijn en gaat het betalen
8) Bank geeft geld aan andere bank
9) De andere bank geeft het geld aan de exporteur
10) De documenten worden bekeken en de kapitein stelt vast welke goederen hij
moet afgeven aan de importeur
11) De goederen worden aan de importeur afgestaan
Bij 11. 7. en 6. is er sprake van een voordeel voor de verkoper. Want die krijgt eerst het
geld en dan pas de goederen. MAAR ook voordeel koper want eerst document en dan pas
betaal je, dus je hebt vertrouwen.
Bij 2. en 7. is er een nadeel voor de verkoper want de koper kan de betaling weigeren/
niet laten doorgaan door faillissement en dan zijn de goederen wel al onderweg. De
kapitein wil dat de exporteur dan geld betaald want hij heeft wel ondertussen gevaren
richting de importeur.
De oplossing voor dit nadeel is het documentair krediet
4
VERRICHTINGEN
ZIE ALTIJD DE PPT VOOR OEFENVRAGEN EN HET OEFENEXAMEN OP UFORA
MODULE 1-
HANDELSVERRICHTINGEN
H1 – WAAROM HANDEL?
H1 | 1.1 WELVAARTSVOORDELEN
Handelsverrichtingen = ‘verrichtingen’ van een onderneming die (buitenlandse)
handel voert
verrichtingen zijn elke uitgave en elke ontvangst die in de boekhouding wordt
ingeschreven
Financiële verrichtingen = ‘verrichtingen’ van een onderneming om zich te financieren
Elke maatschappij kent de tegenstelling tussen de oneindigheid aan behoeften
(voedsel, kledij, woning, auto, computers, medicijnen, …) en de eindigheid van
beschikbare middelen (arbeidskrachten, machines, grondstoffen, …)
De beschikbare middelen produceren de behoeften. Je gaat kiezen waarvoor je de
beperkte middelen gaat voor inzetten voor de behoeften te bekomen. Kiezen = kost van
iets anders te ontlopen. Je gaat wel kiezen met als doel maximale hoeveelheid goederen.
Je gaat maximale hoeveelheid goederen produceren door
1. Meer productiemiddelen (bv. door immigratie meer arbeidskrachten halen uit
nieuw volk in u land)
2. Technologische vooruitgang (betere machines om meer te produceren)
3. Arbeidsorganisatie wijzigen (‘arbeidsverdeling & specialisatie’)
H1 | 1.1.1 ARBEIDSVERDELING & SPECIALISATIE
= iedereen bekommert zich om 1 welbepaalde taak (bv. bakkers bakken alleen maar
brood, autoproducenten produceren alleen maar auto’s, …)
Arbeidsverdeling & specialisatie ↔ autarkie
Autarkie = iedereen doet alles. (Iedereen bakt zijn eigen brood, maakt zijn eigen
stoelen, maakt zijn eigen auto, …)
Arbeidsverdeling en specialisatie vormt een eerste antwoord op de vraag hoe we gaan
produceren.
Arbeidsverdeling leidt tot productie van meer goederen omdat iedereen zich specialiseert
in iets en het sneller gaat. Dit tonen we aan a.d.h.v. 2 voorbeelden:
1
,H1 | 1.1.1.1 ARBEIDSVERDELING & SPECIALISATIE VOORBEELD 1 (TUSSEN
PERSONEN)
Stel:
Koen & Karen bakken een halve dag brood en de andere helft maken ze stoelen. Koen
maakt op 1 dag 4 broden en 2 stoelen, Karen 8 broden en 1 stoel. In totaal maken ze 12
broden en 3 stoelen per dag. Hierbij is autarkie.
Moesten Karen en Koen zich specialiseren in de taak waarin zij het best zijn (koen:
stoelen en karen: brood) en ze dus de volledige dag die taak doen. Zou Koen 4 stoelen
kunnen maken (2*2) en Karen 16 broden (8*2). In totaal zou dit komen op 16 broden en 4
stoelen wat meer is dan bij autarkie.
Conclusie: Autarkie is niet ideaal, beter is specialiseren (arbeidsverdeling) o.b.v. talenten.
Specialiseren loont
Nadeel: Koen heeft enkel stoelen, Karen heeft enkel brood.
Oplossing: HANDEL: Karen gaat X aantal broden geven aan Koen in ruil voor X aantal
stoelen. (Bv. 4 broden voor 1 stoel). Daarbij hebben beide partijen voordeel (want
Karen heeft uiteindelijk nog 12 broden over (is meer dan bij autarkie) en ze heeft nog een
stoel) (want Koen heeft uiteindelijk nog 3 stoelen over (is meer dan bij autarkie) en hij
heeft nog 4 broden)
beide partijen gaan erop vooruit dus handel loont
H1 | 1.1.1.2 ARBEIDSVERDELING & SPECIALISATIE VOORBEELD 2 (TUSSEN
LANDEN)
Stel:
België heeft 10 000 000 inwonende werkenden en produceert per inwoner per jaar 60
kledingstukken en 15kg graan. Congo heeft 80 000 000 inwonende werkenden en
produceert per inwoner per jaar 5 kledingstukken en 10kg graan.
Merk op: België is zowel voor kledij als graan beter dan Congo, toch is er een manier
waarop beide landen voordeel kunnen halen door aan handel te doen.
De relatieve kost voor België voor graan is 4 en voor kledij 0.25. (4: 60/15 | 0.25: 15/60)
voor Congo voor graan is 0.5 en voor kledij 2. (0.5: 5/10 | 2: 10/5)
Relatieve kost is de kost van een product in termen van ander product
‘De tijd dat je nodig hebt om … te produceren kan je … produceren’: vb. in de tijd om 1
kledingstuk te maken in België (0,25 * 4) kan je 16 graan produceren (4 * 4)
Hoe lager de relatieve kost, hoe meer je moet specialiseren
‘Helft van inwoners produceert kleding, andere
helft produceert graan’ dus 300 000 000 komt van
5 000 000 (helft van de 10 000 000 die boven
België staat) * 60
2
, Vanaf nu: alle Belgen produceren kleding en alle
Congolezen produceren graan omdat hoe lager de
relatieve kost, hoe meer je moet specialiseren
België levert bv. 250mln kledingstukken aan
Congo in ruil voor 250mln kg graan.
Waardoor de totalen bij elk land stijgen door
gebruik te maken van handel.
H1 | 1.2 WERELDHANDELSORGANISATIE
(WHO)
WHO = WTO (world trade organization) is een intergouvernementele organisatie die
specifiek werd opgericht met als doel de bevordering van de internationale handel. Ze zal
toezien als de landen de afspraken nakomen.
WHO komt voort uit de GATT (general agreement on tariffs and trade).
WHO heeft 2 opdrachten:
1) Bevorderen van internationale handel door elimineren van handelsbarrières
2) Beslechting van handelsconflicten tussen landen
H3 – HANDELSDOCUMENTEN
H3 | 1.1 COGNOSSEMENT OF CONNOSSEMENT
= document dat gebruikt wordt bij vervoer van goederen over zee
Het connossement heeft 3 belangrijke functies:
Het connossement is een ontvangstbewijs. Door uitgifte ervan verklaart de
scheepsvaartmaatschappij dat zij de goederen aan boord hebben met specifieke
omschrijving
Het connossement is een vervoerovereenkomst. Door uitgifte ervan verklaart
de scheepsvaarmaatschappij dat zij de goederen correct te vervoeren naar een
bepaalde haven
Het connossement is een waardepapier. De bezitter ervan heeft recht op de
vermelde goederen. De bezitter van het connossement is niet altijd de eigenaar
van de goederen, soms stelt een koper een vervoerbedrijf aan om de goederen op
te halen en te laten leveren bij hem vanuit de haven. Dan heeft het vervoerbedrijf
het connossement bij.
H4 – BETALINGSTECHNIEKEN
= technieken inzake betaling bij handel. Nodig omwille van tijdsverloop tussen
verzending en aankomst goederen
Doelstelling verkoper (snelle en correcte betaling) VS doelstelling koper (levering conform
aan bestelling). De verkoper prefereert voorafbetalingen (voor de levering van goederen,
nadeel koper) de koper prefereert achterafbetalingen (na ontvangst levering van
goederen, nadeel verkoper)
3
, Komt door niet voldoende vertrouwen t.o.v. elkaar. Oplossing is virtuele levering via
documenten (bv. connossement) zodat de koper voldoende vertrouwen heeft dat de
goederen komen en hij betaalt
Connossement = document ondertekend door kapitein (v/h schip) waarin deze verklaart
de in het
document beschreven goederen te hebben ontvangen (op het schip) en zich verbindt
om de goederen te vervoeren naar een overeengekomen haven. Dit geeft koper de
zekerheid dat vermelde goederen onderweg zijn.
H4 | 4.1.1 DOCUMENTAIR INCASSO
1) Exporteur en importeur ondertekenen een contract
(importeur koopt iets bij exporteur)
2) Exporteur levert goederen naar de haven en zet ze
op het schip
3) De kapitein levert een connossement af aan de
exporteur
4) De exporteur overhandigd de documenten
(waaronder het connossement) aan ZIJN bank
5) De bank van de exporteur overhandigd levert het document aan de bank van de
importeur
6) De bank levert de documenten aan hun klant (importeur)
7) De importeur bekijkt die documenten, oordeelt dat ze oké zijn en gaat het betalen
8) Bank geeft geld aan andere bank
9) De andere bank geeft het geld aan de exporteur
10) De documenten worden bekeken en de kapitein stelt vast welke goederen hij
moet afgeven aan de importeur
11) De goederen worden aan de importeur afgestaan
Bij 11. 7. en 6. is er sprake van een voordeel voor de verkoper. Want die krijgt eerst het
geld en dan pas de goederen. MAAR ook voordeel koper want eerst document en dan pas
betaal je, dus je hebt vertrouwen.
Bij 2. en 7. is er een nadeel voor de verkoper want de koper kan de betaling weigeren/
niet laten doorgaan door faillissement en dan zijn de goederen wel al onderweg. De
kapitein wil dat de exporteur dan geld betaald want hij heeft wel ondertussen gevaren
richting de importeur.
De oplossing voor dit nadeel is het documentair krediet
4