Van prikkel → hersenen → beweging (het grote idee)
In de vorige hoofdstukken ging het over:
Prikkels van buitenaf (licht, geluid, tast…)
Hoe die worden omgezet in zenuwimpulsen
En hoe de hersenen daar een beeld van de wereld van maken
Nu komt de volgende stap: Hoe zetten de hersenen die informatie om in
beweging?
Kort gezegd:
1. Je neemt iets waar (sensorische input)
2. Die info gaat naar het centrale zenuwstelsel (CZS)
3. De hersenen verwerken dat
4. Er wordt een motorisch signaal gestuurd
5. Spieren trekken samen → beweging
De eenvoudigste vorm: reflexen
Wat is een reflex?
Een reflex is een snelle, automatische reactie op een prikkel, zonder dat je erover
moet nadenken.
Bijvoorbeeld:
Knie schiet naar voren bij een tik → kniepeesreflex
Ogen knipperen bij iets dat nadert
Hand terugtrekken van iets heet
De reflexboog
Een reflex verloopt via een reflexboog:
1. Prikkel: bv. tik op kniepees
2. Sensorische receptor: spierspoeltjes merken dat de spier wordt uitgerekt
3. Sensorisch neuron: brengt info via de dorsale wortel naar het ruggenmerg
4. Schakeling in het ruggenmerg: directe verbinding (of via interneuron)
5. Motorisch neuron: vertrekt via de ventrale wortel
6. Spierreactie: spier trekt samen
Dit gebeurt zonder tussenkomst van de hersenen (maar hersenen kunnen het wel
beïnvloeden)
1
, Voorbeeld: kniepeesreflex
Wat gebeurt er precies?
Tik op pees → spier wordt uitgerekt
Sensoren (spierspoeltjes) detecteren dat
Signaal naar ruggenmerg
Motorneuron stuurt meteen signaal terug
Quadriceps trekt samen → been schiet naar
voren
Tegelijk gebeurt er nog iets belangrijks:
De tegenwerkende spier (antagonist) wordt
geremd
Dit gebeurt via een inhiberend interneuron
Resultaat:
Maximale, efficiënte beweging
Geen “tegenwerking” van andere spieren
Waarom reflexen belangrijk zijn
Reflexen zijn:
Snel (milliseconden)
Automatisch
Beschermend
Stabiliserend
Ze zorgen voor:
Houding bewaren (niet omvallen)
Evenwicht
Bescherming (oogreflex, terugtrekreflex)
Correctie van ongewilde bewegingen
Daarom noemt men ze soms “conservatief”: ze werken veranderingen tegen en
houden het lichaam stabiel
Reflex als model voor gedrag
Wetenschappers (zoals Charles Scott Sherrington) gebruikten reflexen om gedrag
te begrijpen.
Hij ontdekte o.a.:
Neuronen communiceren via synapsen
Beweging = samenwerking van spieren
Belangrijk principe: als ene spier actief is → wordt de andere geremd
2
, Dit heet: wet van Sherrington (reciproke inhibitie)
Van eenvoudige naar complexe bewegingen
Reflexen zijn simpel, maar de meeste bewegingen zijn dat niet.
Soorten bewegingen:
1. Reflexen
Snel, automatisch
Weinig verwerking
Ruggenmerg/hersenstam
2. Automatische bewegingen
Lijken “ingebakken” (aangeboren of aangeleerd)
Voorbeelden: stappen, slikken, ademen
Worden gestuurd door centrale patroongeneratoren (CPG’s)
= netwerken in ruggenmerg/hersenstam
Ze kunnen zelf ritmische bewegingen maken (zoals stappen)
3. Complexe, bewuste bewegingen
Bijvoorbeeld:
Een kop koffie nemen
Schrijven
Sporten
Kenmerken:
Bestaan uit meerdere stappen
(sequenties)
Vereisen planning + bijsturing
Vaak eerst moeilijk → later automatisch (leren!)
De motorische hersengebieden
De belangrijkste speler:
Primaire motorische cortex
Ligt voor de groeve van Rolando
In de frontale kwab
Functie: start en stuurt bewegingen
3