Tijdlijn van de hersenontwikkeling
De hersenen beginnen zich te ontwikkelen vanaf de conceptie (bevruchting) en
blijven zich ons hele leven veranderen.
Belangrijk idee: hersenen blijven plastisch
De hersenen zijn plastisch. Dat betekent dat ze zich kunnen aanpassen,
veranderen en nieuwe informatie opslaan.
Daardoor kunnen we leren en herinneringen maken.
Als hersenen niet plastisch waren, konden we niets nieuws meer leren
(zoals bij sommige vormen van Dementie).
De grootste veranderingen gebeuren voor en vlak na de geboorte, maar
ontwikkeling gaat door tot op hoge leeftijd.
Belangrijkste stappen in de vroege hersenontwikkeling
1. Neurulatie (begin van het zenuwstelsel)
Dit gebeurt in het embryo.
Eerst is er een klompje identieke cellen (stamcellen).
Deze cellen zijn nog niet gespecialiseerd.
Daarna beginnen ze zich te differentieren:
Sommige worden zenuwcellen (neuronen)
Andere worden steuncellen (glia)
Tijdens neurulatie vormt zich ook de neurale buis. Dit is de structuur waaruit later
hersenen en ruggenmerg ontstaan.
2. Neurogenese (maken van zenuwcellen)
Dit is het proces waarbij nieuwe neuronen worden aangemaakt.
Vooral in de eerste weken van de ontwikkeling.
Op het hoogtepunt worden er honderdduizenden nieuwe cellen per minuut
gemaakt.
Later stopt dit grotendeels.
Bij volwassenen gebeurt het nog maar op enkele plaatsen in de hersenen,
grotendeels voltooid.
1
, 3. Synaptogenese (verbindingen maken)
Wanneer neuronen bestaan, moeten ze contact maken met elkaar.
Dit gebeurt via synapsen.
In het begin worden heel veel verbindingen gemaakt.
Daarna worden de minder nuttige verbindingen verwijderd.
Dit proces heet synaptische pruning (selectie van de beste verbindingen).
Omgeving is hierbij belangrijk:
Kinderen hebben stimulatie nodig (spelen, praten, leren).
In een arme omgeving kan de hersenontwikkeling minder optimaal
verlopen.
4. Dendritische en axonale arborisatie (vertakkingen maken)
Neuronen hebben uitlopers:
Dendrieten
Axonen
Deze uitlopers vertakken zich steeds verder zodat neuronen meer verbindingen
kunnen maken.
Dit proces:
Helpt bij leren
Gaat waarschijnlijk het hele leven door.
5. Myelinisatie (isolatie van zenuwen)
Zenuwvezels krijgen een myelineschede.
Myeline is een soort isolatielaag rond axonen.
Functie:
Signalen gaan veel sneller door de zenuw
Communicatie in de hersenen wordt efficiënter
Myelinisatie begint voor de geboorte en gaat door tot ongeveer 30–40 jaar.
2
, Ontwikkeling van de hersenschors (cerebrale cortex)
De Cerebrale cortex is de buitenste laag van de hersenen.
Deze ontwikkelt zich door:
1. Celdeling (meer neuronen)
2. Migratie (neuronen bewegen naar hun juiste plaats)
3. Synapsvorming
4. Selectie van nuttige verbindingen
Na de geboorte:
Neuronen maken meer uitlopers
Aantal glia-cellen stijgt
Verbindingen worden versterkt of verwijderd
Verschillende functies in de cortex
Niet alle delen van de cortex doen hetzelfde. Er zijn bijvoorbeeld:
Sensorische gebieden: verwerken informatie van zintuigen
Motorische gebieden: sturen bewegingen
Associatiegebieden: complex denken, emoties, plannen
Veel van deze functies zitten in de Frontale kwab.
Rol van genen en omgeving
De hersenen ontwikkelen door een combinatie van:
Genetische programma's
Genen bepalen basisstructuur van de hersenen.
Omgeving
Ervaring en stimulatie beïnvloeden:
Structuur van hersengebieden
Emotionele ontwikkeling
Gedrag
Bijvoorbeeld:
Kinderen met weinig stimulatie of slechte verzorging kunnen later emotionele en
cognitieve problemen krijgen.
Hoe het zenuwstelsel ontstaat (kort overzicht)
3