1. Over welke eigenschappen moet een jeugdige beschikken wil hij zich staande houden
in de veranderende maatschappij?
Steeds eerder worden kinderen geacht verantwoordelijkheid te ontwikkelen. Door deze tendens wordt
van jongeren een grote mate van creativiteit in denken en probleemoplossend vermogen verwacht. Zij
dienen flexibel te zijn, willen ze niet buiten de boot vallen binnen de huidige maatschappij.
2. Welke drie vaardigheden moet een opvoeder minimaal kunnen uitvoeren?
● liefde en affectie geven;
● Het kind verzorgen (voeding, hygiëne, gezondheid);
● Het kind beschermen en het veiligheid bieden (toezicht houden).
3. Op welke manier blijft informatie het best/langst beklijven?
Door iets uit te leggen aan ander (95%)
4. Welke twee soorten ondersteuning kan een leerkracht hanteren?
Affectieve ondersteuning
De leerkracht gaat hierbij in op de emoties van het kind. Door actief te luisteren kan de leerkracht
emoties bij zijn leerling herkennen en vanuit hier reageren. Bij affectieve ondersteuning benadert de
leerkracht zijn leerlingen positief en aanmoedigend.
Complimentjes en een positieve waardering van de leerkracht naar leerlingen toe is de laatste factor
die een rol speelt bij affectieve ondersteuning.
Gedragsregulerende ondersteuning
Bij deze vorm van ondersteuning is het voornaamste doel duidelijk te maken wat er van de leerlingen
wordt verwacht, hoe zij zich dienen te gedragen. Door gewenst gedrag steeds te herhalen, zullen
deze op den duur deel worden van de leerlingen een gewoonte zijn.
Informatieve ondersteuning
Bij wat oudere kinderen kan het voeren van een gesprek verhelderend zijn. Door uit te leggen in
welke situatie een bepaald probleem is ontstaan, verschaft de leerkracht zijn leerling inzicht in zijn
handeling gedrag.