Statistiek 2
Info
Inleiding Multivariate Analyse
• Multivariate analyse?
o Analyse van sociaal-wetenschappelijke probleemstellingen met 3 of meer
variabelen
o Verzamelnaam voor een hele familie analysetechnieken
• Voorbeelden
o Hoe politiek vertrouwen beïnvloed door onderwijsniveau en tevredenheid
overheidsfunctioneren?
o Hoe wordt leesvaardigheid van kinderen beïnvloed door klastype, leerling en
leerkrachtkenmerken?
o Hoe worden attitudes van mannen met een migratieachtergrond beïnvloed door
herkomst, migratieleeftijd en vestigingsplaats?
o Hoeveel verschillende attitudes van respondenten (en welke) worden gemeten
door een batterij items?
Eindcompetenties Statistiek II
• Kan je een gepaste multivariate analysetechniek kiezen in functie van een specifieke
sociaal-wetenschappelijke probleemstelling;
• Ken je het model en de assumpties van volgende multivariate analysetechnieken:
bivariate en meervoudige regressie-analyse, regressie met dummyvariabelen en
variantie-analyse, logistische regressie en multinomial logit modellen, principale
componenten analyse en principale factoranalyse.
• Kan je de resultaten van deze analyses gedetailleerd en correct interpreteren, waarbij je
onderscheid kan maken tussen i) parameters die de aard van de samenhang
beschrijven, ii) parameters die informatie geven over de sterkte van de samenhang en iii)
parameters die informatie geven over de veralgemeenbaarheid van de resultaten naar de
populatie.
• Kan je modelspecificaties onderling vergelijken aan de hand van een geschikte
modelvergelijkingsprocedure en de verschillen tussen modelspecificaties inhoudelijk
interpreteren.
• Kan je de behandelde multivariate analysetechnieken toepassen op concrete datasets
aan de hand van SPSS (FSW) of STATA (SEW/TEW- EB) en mogelijke problemen
diagnosticeren en oplossen.
Theorie examen (2/3 eindscore)
• Multiple Choice (21 vragen) met verhoogde cesuur (c=60%)
• 15 basiskennis + 6 uitdiepingsvragen [*]
• 3 types vragen:
o theorievragen (7 vragen)
, o interpretatievragen (7 vragen)
o toepassingsvragen (7 vragen)
• Gesloten boek, maar formuleblad wordt ter beschikking gesteld
Praktijkexamen (1/3 eindscore)
• Op computer: SPSS/Stata + antwoorden invullen in AlephQ
• Gesloten boek, maar formuleblad wordt ter beschikking gesteld
,Hoofdstuk 1: van probleem naar analyse
Multivariate analysetechnieken
• Verzamelnaam voor groep van statistische technieken gericht op analyse van
samenhang tussen drie of meer variabelen onderling.
• Sterk heterogeen qua opzet en finaliteit:
o analyse van probleemkenmerk of probleemrelatie
Bv: politiek vertrouwen (probleemkenmerk): waarom hebben mensen een groot
vertrouwen en andere niet en wat zijn de factoren die daar een invloed in hebben?
Bv: relatie kenmerken klas en leerresultaten (probleemrelatie)
o dependente versus niet-dependente technieken
-> dependent: afhankelijke variabele of kenmerk dat we willen verklaren
Bv: politiek vertrouwen
-> niet- dependent: geen duidelijke afhankelijke variabele
Bv: grote vragenlijst afgenomen en dan de antwoorden combineren in een schaal:
probleem van datareductie en niet een afhankelijke variabele
o meetniveau van afhankelijke variabele
o meetniveau onafhankelijke variabelen
o aantal dimensies
o orthogonaliteit van dimensies
-> twee variabelen of factoren volledig onafhankelijk zijn van elkaar.
>< obliek: factoren of variabelen wel met elkaar mogen correleren
Keuze van Multivariate Analysetechniek
• Varieert in functie van achterliggende onderzoeksvraag:
o analyse van probleemkenmerk (bv. politiek vertrouwen, zittenblijven, …):
vraag naar factoren die kenmerk verklaren;
-> dependente probleemstelling (afhankelijke variabele)
-> afhankelijk van meetniveau van afhankelijke variabele komen we bij verschillende
varianten van regressieanalyse terecht
o analyse van probleemrelatie (bv. verschil objectieve bestaansonzekerheid naar
gewest): kan verschil verklaard worden door regionale variatie in socio-
economische positie van gezinshoofd;
-> samenhang gewest en armoede
-> analyseren aan de hand van een variant van regressieanalyse
o veelheid van items/uitspraken bevraagd in survey: welke achterliggende
opinies/attitudes worden gemeten (synthese/datareductie)?
-> reduceren naar 1 schaalwaarde
• Maar ook: meetniveau afhankelijke variabele, aantal afhankelijke variabelen, meetniveau
afhankelijke variabelen, het (niet-)lineaire karakter van de effecten, additieve (bij elkaar
optellen) karakter van effecten, orthogonaliteit van onderscheiden dimensies …
leiden tot verschillende modelspecificaties/analysetechnieken
1. Notatie
, 1.1 types variabelen
• kwantitatieve variabele (interval- of ratiomeetniveau) (Bv: leeftijd of inkomen);
-> kenmerk met duidelijke meeteenheid (bv: leeftijd in jaren of inkomen in euro)
• manifest opgemeten (bv. leeftijd of inkomen van respondenten);
-> je kan vragen aan iemand hoe oud ben je en dan zal die persoon dat antwoord geven
-> ik stel een vraag en de respondent geeft mij het antwoord en zo weet ik de waarde van
die persoon voor die variabele
• kan zowel rol van te verklaren (afhankelijke) variabele (bv:
politiek vertrouwen) als verklarende (onafhankelijke) variabele opnemen (bv: inkomen).
Bv: hoger inkomen is meer vertrouwen in de politiek
• dichotome kwalitatieve of categorische variabele met twee categorieën (nominaal of
ordinaal meetniveau) (Bv: al dan niet werkloos of student, man of vrouw);
• manifest opgemeten (bv. geslacht van respondenten, werkloosheid);
-> vaststellen door observatie of de vraag te stellen aan de persoon
• kan zowel de rol van verklarende (onafhankelijke) variabele of te verklaren (afhankelijke)
variabele (bv: zittenblijven) opnemen.
-> afhankelijk van plaats in diagram: rechterkant is afhankelijke variabele; onafhankelijk
aan de linkerkant
• polytome kwalitatieve of categorische variabele (nominaal of ordinaal) met 3 of meer
categorieën;
Bv: woonplaats of gewest want we hebben Vlaanderen, Brussel en Wallonië (3
categorieën)
• manifest opgemeten (bv. gewest/woonplaats respondent, arbeidsregime, partijvoorkeur,
…);
-> vaststellen door vragen aan respondent of observatie
• kan zowel rol van te verklaren (afhankelijke) variabele (kenmerks wat we willen verklaren)
als verklarende (onafhankelijke) (waarmee we een andere variabele gaan verklaren)
variabele opnemen.
Info
Inleiding Multivariate Analyse
• Multivariate analyse?
o Analyse van sociaal-wetenschappelijke probleemstellingen met 3 of meer
variabelen
o Verzamelnaam voor een hele familie analysetechnieken
• Voorbeelden
o Hoe politiek vertrouwen beïnvloed door onderwijsniveau en tevredenheid
overheidsfunctioneren?
o Hoe wordt leesvaardigheid van kinderen beïnvloed door klastype, leerling en
leerkrachtkenmerken?
o Hoe worden attitudes van mannen met een migratieachtergrond beïnvloed door
herkomst, migratieleeftijd en vestigingsplaats?
o Hoeveel verschillende attitudes van respondenten (en welke) worden gemeten
door een batterij items?
Eindcompetenties Statistiek II
• Kan je een gepaste multivariate analysetechniek kiezen in functie van een specifieke
sociaal-wetenschappelijke probleemstelling;
• Ken je het model en de assumpties van volgende multivariate analysetechnieken:
bivariate en meervoudige regressie-analyse, regressie met dummyvariabelen en
variantie-analyse, logistische regressie en multinomial logit modellen, principale
componenten analyse en principale factoranalyse.
• Kan je de resultaten van deze analyses gedetailleerd en correct interpreteren, waarbij je
onderscheid kan maken tussen i) parameters die de aard van de samenhang
beschrijven, ii) parameters die informatie geven over de sterkte van de samenhang en iii)
parameters die informatie geven over de veralgemeenbaarheid van de resultaten naar de
populatie.
• Kan je modelspecificaties onderling vergelijken aan de hand van een geschikte
modelvergelijkingsprocedure en de verschillen tussen modelspecificaties inhoudelijk
interpreteren.
• Kan je de behandelde multivariate analysetechnieken toepassen op concrete datasets
aan de hand van SPSS (FSW) of STATA (SEW/TEW- EB) en mogelijke problemen
diagnosticeren en oplossen.
Theorie examen (2/3 eindscore)
• Multiple Choice (21 vragen) met verhoogde cesuur (c=60%)
• 15 basiskennis + 6 uitdiepingsvragen [*]
• 3 types vragen:
o theorievragen (7 vragen)
, o interpretatievragen (7 vragen)
o toepassingsvragen (7 vragen)
• Gesloten boek, maar formuleblad wordt ter beschikking gesteld
Praktijkexamen (1/3 eindscore)
• Op computer: SPSS/Stata + antwoorden invullen in AlephQ
• Gesloten boek, maar formuleblad wordt ter beschikking gesteld
,Hoofdstuk 1: van probleem naar analyse
Multivariate analysetechnieken
• Verzamelnaam voor groep van statistische technieken gericht op analyse van
samenhang tussen drie of meer variabelen onderling.
• Sterk heterogeen qua opzet en finaliteit:
o analyse van probleemkenmerk of probleemrelatie
Bv: politiek vertrouwen (probleemkenmerk): waarom hebben mensen een groot
vertrouwen en andere niet en wat zijn de factoren die daar een invloed in hebben?
Bv: relatie kenmerken klas en leerresultaten (probleemrelatie)
o dependente versus niet-dependente technieken
-> dependent: afhankelijke variabele of kenmerk dat we willen verklaren
Bv: politiek vertrouwen
-> niet- dependent: geen duidelijke afhankelijke variabele
Bv: grote vragenlijst afgenomen en dan de antwoorden combineren in een schaal:
probleem van datareductie en niet een afhankelijke variabele
o meetniveau van afhankelijke variabele
o meetniveau onafhankelijke variabelen
o aantal dimensies
o orthogonaliteit van dimensies
-> twee variabelen of factoren volledig onafhankelijk zijn van elkaar.
>< obliek: factoren of variabelen wel met elkaar mogen correleren
Keuze van Multivariate Analysetechniek
• Varieert in functie van achterliggende onderzoeksvraag:
o analyse van probleemkenmerk (bv. politiek vertrouwen, zittenblijven, …):
vraag naar factoren die kenmerk verklaren;
-> dependente probleemstelling (afhankelijke variabele)
-> afhankelijk van meetniveau van afhankelijke variabele komen we bij verschillende
varianten van regressieanalyse terecht
o analyse van probleemrelatie (bv. verschil objectieve bestaansonzekerheid naar
gewest): kan verschil verklaard worden door regionale variatie in socio-
economische positie van gezinshoofd;
-> samenhang gewest en armoede
-> analyseren aan de hand van een variant van regressieanalyse
o veelheid van items/uitspraken bevraagd in survey: welke achterliggende
opinies/attitudes worden gemeten (synthese/datareductie)?
-> reduceren naar 1 schaalwaarde
• Maar ook: meetniveau afhankelijke variabele, aantal afhankelijke variabelen, meetniveau
afhankelijke variabelen, het (niet-)lineaire karakter van de effecten, additieve (bij elkaar
optellen) karakter van effecten, orthogonaliteit van onderscheiden dimensies …
leiden tot verschillende modelspecificaties/analysetechnieken
1. Notatie
, 1.1 types variabelen
• kwantitatieve variabele (interval- of ratiomeetniveau) (Bv: leeftijd of inkomen);
-> kenmerk met duidelijke meeteenheid (bv: leeftijd in jaren of inkomen in euro)
• manifest opgemeten (bv. leeftijd of inkomen van respondenten);
-> je kan vragen aan iemand hoe oud ben je en dan zal die persoon dat antwoord geven
-> ik stel een vraag en de respondent geeft mij het antwoord en zo weet ik de waarde van
die persoon voor die variabele
• kan zowel rol van te verklaren (afhankelijke) variabele (bv:
politiek vertrouwen) als verklarende (onafhankelijke) variabele opnemen (bv: inkomen).
Bv: hoger inkomen is meer vertrouwen in de politiek
• dichotome kwalitatieve of categorische variabele met twee categorieën (nominaal of
ordinaal meetniveau) (Bv: al dan niet werkloos of student, man of vrouw);
• manifest opgemeten (bv. geslacht van respondenten, werkloosheid);
-> vaststellen door observatie of de vraag te stellen aan de persoon
• kan zowel de rol van verklarende (onafhankelijke) variabele of te verklaren (afhankelijke)
variabele (bv: zittenblijven) opnemen.
-> afhankelijk van plaats in diagram: rechterkant is afhankelijke variabele; onafhankelijk
aan de linkerkant
• polytome kwalitatieve of categorische variabele (nominaal of ordinaal) met 3 of meer
categorieën;
Bv: woonplaats of gewest want we hebben Vlaanderen, Brussel en Wallonië (3
categorieën)
• manifest opgemeten (bv. gewest/woonplaats respondent, arbeidsregime, partijvoorkeur,
…);
-> vaststellen door vragen aan respondent of observatie
• kan zowel rol van te verklaren (afhankelijke) variabele (kenmerks wat we willen verklaren)
als verklarende (onafhankelijke) (waarmee we een andere variabele gaan verklaren)
variabele opnemen.