Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 211 pages
Summary

Samenvatting Kwantitatieve onderzoeksmethoden | UA | 2024/25

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 211 pages

Uitgebreide samenvatting van alle lessen (powerpoints en lesnotities). Met deze samenvatting behaalde ik een 18/20.

Content preview

Kwantitatieve onderzoeksmethoden
Les 1: 10/02/2025
Hoofdstuk 2 en 3: De Onderzoekscyclus


1. Wetenschapsfilosofie


• Hoe komen we bij waarheid?
• Wat is waarheid?
• Hoe doen we aan wetenschappelijk onderzoek?
• Hoe kunnen we nagaan of datgene wat we gevonden hebben, ook daadwerkelijk klopt?


Wat is wetenschap?

• Achterwaarts bewijzen zoeken
o Kijken naar wat er nu gebeurt en naar wat er vroeger gebeurt is en dat samen
nemen tot een theorie
o Veilige manier van wetenschap
o Je kan altijd nieuwe verklaringen verzinnen
o Psuedo-wetenschap
o Bv: Freud
- “Ervaringen in de kindertijd hebben een belangrijke invloed op wie we
worden als volwassenen.”
• Voorwaarts voorspellingen maken
o Voorspellen naar de toekomst
o Riskante wetenschap
o Als je voorspelling niet klopt ligt je theorie in duigen
o Wetenschap
o Bv: Einstein
- “Op 29 mei 1919 zal er een totale zonne-eclips zijn die het toelaat om te
observeren dat licht buigt onder invloed van de zwaartekracht.”


De wetenschappelijke methode

a) Traditioneel (logisch) positivisme
• “wetenschappelijk” naar de wereld kijken is observeren zonder vooroordelen
-> neutraal beschrijven
• “Inductief” redeneren, “Deductief” hypothesen afleiden
-> inductief is uit een observatie een wetmatigheid halen
• Zintuigelijke waarneming -> inductie -> universele theorie -> deductie -> nieuwe
hypothesen
• “Verifieerbaarheid”= bewijzen zoeken voor theorieën = theorie proberen bevestigen

, b) Kritiek van Popper (Kritisch Rationalisme)
• Observeren kan niet zonder vooronderstellingen
o Interesse van de wetenschapper bepaalt (mee) waar die naar kijkt
o Je vertrekt altijd van eerdere kennis + de omgeving waarin je werkt
• Waarnemingen kunnen nooit tot een universele wet leiden, inductie is een mythe
o “Heel je leven enkel witte zwanen observeren is geen bewijs dat alle zwanen wit
zijn”
• Theorie moet “bekritiseerbaar” zijn vanuit de feiten
• Theorie moet “falsifieerbaar” zijn. Niet proberen bewijzen, maar proberen ontkrachten
• Probleem -> bestaande theorie -> deductie -> nieuwe hypothesen -> toetsen ->
zintuigelijke waarneming
• Je kan een theorie niet bewijzen, je maakt een theorie enkel sterker


2. Wetenschapsmodellen en de sociale wetenschappen


3 Grondleggers

a) Naturalisme/ (post) positivisme (Emile Durkheim)
• Sociale wetenschappen naar analogie met natuurlijke wetenschappen
• “sociale feiten” vergelijkbaar “natuurlijke feiten”
o Extern aan het individu
o Wetmatig en dwingend
o Objectief
• Observeren en meten (kwantitatief) = “Wat”?
o Rechtstreeks of zoeken naar betrouwbare indicatoren

b) Verstehende / hermeneutische sociologie (Max Weber)
• Anti-naturalisme
o Mensen gedragen zich niet als gehoorzame uitvoerders van een voorspelbaar
programma
o Vereist andere onderzoeksmethoden
• Betekenis zoeken
o Beweegredenen en intenties die actoren aan hun handelen geven
• Antwoord op “waarom”-vragen; kwalitatief

c) Maatschappijkritische / emancipatoire wetenschap (Karl Marx)
• Wetenschap moet meer doen dan beschrijven
o De weg wijzen naar een meer menswaardige maatschappij
o De wetenschap moet de maatschappij veranderen
• Methode: vatten van sociale feiten in hun bredere historische en sociologische
samenhang
• Activistisch


3 stromingen in het hedendaags sociologisch onderzoek

a) Post-Positivisme

, • Oorsprong in het positivisme (Durkheim):
o Er is een objectieve waarheid buiten het individu (sociale feiten)
o Valt te kennen door zintuiglijke observatie en universele wetten
o “naïef” realisme

• Post-positivisme:
o Er is een objectieve waarheid buiten het individu (sociale feiten)
o Waarvan delen met een bepaalde waarschijnlijkheid te kennen zijn
-> absolute kennis bestaat niet (nooit 100% zeker)
o “kritisch” realisme
o Karl Popper: falsificationisme
o Hypotheses toetsen leidt niet tot absolute zekerheid, maar elke test verhoogt het
gevoel van plausibiliteit
o Dominante stroming vandaag
o “geen volledige verificatie mogelijk, alleen een proces van geleidelijk toenemende
bevestiging”

b) Interpretatief paradigma (constructivisme)
• Kritiek op post-positivisme (in de sociale wetenschappen!)
o Post- positivisme gaat ervanuit dat de kennis van respondenten
(onderzoekselementen) identiek is aan die van onderzoekers
o Te “normatief”, niet iedereen volgt dezelfde sociale regels op dezelfde manier

• Vertrekt vanuit het symbolisch interactionisme van Blumer (1969)
o Mensen reageren op zaken op basis van de betekenis die deze zaken voor hen
hebben
o Betekenis wordt gevormd in sociale interactie
o Betekenissen worden gebruikt en gewijzigd in de sociale interactie door middel
van een interpretatief proces
• Sociale, culturele of historische conventies structureren onze perceptie en kennis
• Alle kennis is “geïnterpreteerde kennis”
-> geen objectieve waarheid, enkel subjectieve waarheid die is gecreëerd door
interacties met anderen
o Wetenschappers kunnen de wereld enkel kennen via de interpretaties van
mensen en niet objectief
• “Strikt genomen bestaan er geen feiten puur en simpel. Alle feiten worden vanaf het
begin geselecteerd uit een universele context door de activiteiten van onze geest”.
• Geen “objectieve” realiteit
• Wordt vorm en betekenis gegeven door mensen
• Voortdurend in verandering / replicatie


Oefening: Wat wil een post-positivistisch en een interpretatief onderzoeker weten over de
volgende situatie (auto rijdt door het oranje)?

• Post-positivistische agent: objectieve werkelijkheid die we kunnen meten en waar we
conclusies kunnen aan vast hangen

, -> meten wat de remafstand is van de auto en zo een oordeel vellen. Kon de auto wel
remmen?
• Interpretatief paradigmatische (constructivisme) agent: subjectieve mening

c) Kritische theorie
• Bouwt voort op Marx, maar verwerpt het orthodox
economisch Marxisme (kapitalisten en proletariers)
• Mix van kwantitatief en kwalitatief onderzoek
• Bestudeert de verhouding tussen cultuur en
“kapitalisme”
o Breder: machtsverhoudingen en onderdrukking
o “kapitaal” ook als “sociaal kapitaal”
• Kritische analyse van:
(! Kritisch zijn ≠ “Kritiek hebben op iets”)
o Media
o Massamedia
o Structuren




3. De rol van theorie in kwantitatief onderzoek


Wat is een (goede) theorie?

• Een logisch geheel van concepten die op een gestructureerde manier samenhangen
• Empirisch toetsbaar - falsifieerbaar
• Algemeen zijn en het particuliere overstijgen
• (en waarmee je voorspellingen kan doen)
• Omkering van empiricisme:
o Theorie kan alleen maar voortkomen uit observaties en ervaringen


Theorie

a) Concepten

Document information

Study
Uploaded on
July 28, 2026
Number of pages
211
Written in
2024/2025
Type
Summary
$17.78

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
1
Followers
0
Items
23
Last sold
16 hours ago


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions