Praktijkleren 3
Stage portfolio
Verpleegkunde Voltijd
Diakonessenhuis Utrecht
Student: Fenna de Bie
Klas: GVE-3R2-DIA-A-19
Studentnummer: 1675812
,Inhoudsopgave
Voorpagina p. 1
Inhoudsopgave p. 2
1. Klinisch redeneren p. 3
1.1 Probleemoriëntatie/klinisch beeld p. 3
1.1.1 Casusbeschrijving aan de hand van de SBAR p. 3
1.1.2 Medische diagnoses p. 8
1.2 Probleemanalyse p. 9
1.2.1 Disfunctionele orgaansystemen p. 9
1.2.2 Psychische stoornissen p. 12
1.2.3 (Psycho)sociale, functionele en spirituele problematiek p. 12
1.3 Aanvullend onderzoek en diagnose p. 13
1.4 Klinisch beleid p. 15
1.5 Klinisch verloop p. 17
1.5.1 Klinische verloop urosepsis p. 17
1.5.2 Interventies & zelfmanagement p. 19
1.5.3 Inventarisatie van benodigde zorg p. 19
1.6 Evaluatie p. 20
2. Onderzoekend vermogen p. 21
2.1 Samenvatting p. 21
2.2 Inleiding p. 22
2.2.1 Interventie afbakenen en onderbouwen p. 22
2.2.2 Doelstelling en vraagstelling p. 23
2.2.3 Definities van essentiële variabelen uit onderzoeksvraag p. 23
2.3 Methode p. 24
2.3.1 Zoekplan p. 24
2.3.2 Verantwoording van gekozen artikelen p. 25
2.4 Resultaten p. 27
2.4.1 Veneuze trombo-embolie bij niet-chirurgische patiënten p. 28
2.4.2 Mogelijkheden ter preventie van veneuze trombo-embolie p. 28
2.4.3 Voordeel van medicamenteuze tromboseprofylaxe met LMWH’s p. 28
2.4.4 Nadelen van medicamenteuze tromboseprofylaxe met LMWH’s p. 28
2.4.5 Padua Prediction Score p. 30
2.4.6 Richtlijnen tromboseprofylaxe bij opgenomen
niet-chirurgische patiënten p. 31
2.4.7 Houden ziekenhuizen zich aan de richtlijnen? p. 32
2.5 Discussie p. 35
2.5.1 Sterke en zwakke aspecten van dit onderzoek p. 35
2.5.2 Implicaties voor de praktijk p. 35
2.6 Conclusie p. 36
2.7 Advies p. 38
3. Bronnenlijst p. 39
4. Bijlages p. 43
2
, 1. Klinisch redeneren
1.1 Probleemoriëntatie/klinisch beeld
1.1.1 Casusbeschrijving aan de hand van de SBAR
De patiënt en haar klinische beeld zullen aan de hand van de SBAR worden
beschreven.
S - Situation
Patiënt, vrouw, 80 jaar voelt zich sinds enkele dagen in toenemende mate zwak,
koortsig en rillering. Op de ochtend van opname is mevrouw door haar benen
gezakt, waardoor de echtgenoot heeft besloten mevrouw naar de spoedeisende
hulp(SEH) te brengen. De echtgenoot gaf aan dat hij mevrouw ook verward vond.
Mevrouw woont zelfstandig samen met haar echtgenoot en ontvangt normaal
gesproken geen hulp. Mevrouw gebruikt een rollator tijdens het lopen, maar is hier
niet geheel afhankelijk van.
B – Background
Voorgeschiedenis
Patiënt, vrouw, 80 jaar met in de voorgeschiedenis hypertensie, vasculaire dementie,
polymyalgia rheumatica, mild systolische/diastolische dysfunctie, grote vaten
vasculitis en cellulitis, is op de SEH gekomen met een tachypneu, tachycardie en
hyperthermie. De voorgeschiedenis is weergegeven in tabel 1.
Medicatie
Tabel 2 toont het medicatieoverzicht. Op de SEH heeft mevrouw paracetamol
intraveneus(iv), ceftraxon iv en fusosemide iv gekregen. De antihypertensiva is tot
nader order gestaakt.
Niet-reanimeren
De patiënt heeft een niet-reanimeren beleid. Dit betekend dat er ondanks eventuele
hoge SIT-scores, geen Spoed Interventie Team zal worden opgeroepen.
Tabel 1.
Voorgeschiedenis
Relevante medische voorgeschiedenis
Cellulitis linkerbeen met blaren 2020, februari
Grote vaten vasculitis (waarvoor prednison) 2019, november
Mild systolische/diastolische dysfunctie 2018
Polymyalgia rheumatica 2006
Vasculaire dementie Onbekende diagnosedatum
Hypertensie Onbekende diagnosedatum
3
Stage portfolio
Verpleegkunde Voltijd
Diakonessenhuis Utrecht
Student: Fenna de Bie
Klas: GVE-3R2-DIA-A-19
Studentnummer: 1675812
,Inhoudsopgave
Voorpagina p. 1
Inhoudsopgave p. 2
1. Klinisch redeneren p. 3
1.1 Probleemoriëntatie/klinisch beeld p. 3
1.1.1 Casusbeschrijving aan de hand van de SBAR p. 3
1.1.2 Medische diagnoses p. 8
1.2 Probleemanalyse p. 9
1.2.1 Disfunctionele orgaansystemen p. 9
1.2.2 Psychische stoornissen p. 12
1.2.3 (Psycho)sociale, functionele en spirituele problematiek p. 12
1.3 Aanvullend onderzoek en diagnose p. 13
1.4 Klinisch beleid p. 15
1.5 Klinisch verloop p. 17
1.5.1 Klinische verloop urosepsis p. 17
1.5.2 Interventies & zelfmanagement p. 19
1.5.3 Inventarisatie van benodigde zorg p. 19
1.6 Evaluatie p. 20
2. Onderzoekend vermogen p. 21
2.1 Samenvatting p. 21
2.2 Inleiding p. 22
2.2.1 Interventie afbakenen en onderbouwen p. 22
2.2.2 Doelstelling en vraagstelling p. 23
2.2.3 Definities van essentiële variabelen uit onderzoeksvraag p. 23
2.3 Methode p. 24
2.3.1 Zoekplan p. 24
2.3.2 Verantwoording van gekozen artikelen p. 25
2.4 Resultaten p. 27
2.4.1 Veneuze trombo-embolie bij niet-chirurgische patiënten p. 28
2.4.2 Mogelijkheden ter preventie van veneuze trombo-embolie p. 28
2.4.3 Voordeel van medicamenteuze tromboseprofylaxe met LMWH’s p. 28
2.4.4 Nadelen van medicamenteuze tromboseprofylaxe met LMWH’s p. 28
2.4.5 Padua Prediction Score p. 30
2.4.6 Richtlijnen tromboseprofylaxe bij opgenomen
niet-chirurgische patiënten p. 31
2.4.7 Houden ziekenhuizen zich aan de richtlijnen? p. 32
2.5 Discussie p. 35
2.5.1 Sterke en zwakke aspecten van dit onderzoek p. 35
2.5.2 Implicaties voor de praktijk p. 35
2.6 Conclusie p. 36
2.7 Advies p. 38
3. Bronnenlijst p. 39
4. Bijlages p. 43
2
, 1. Klinisch redeneren
1.1 Probleemoriëntatie/klinisch beeld
1.1.1 Casusbeschrijving aan de hand van de SBAR
De patiënt en haar klinische beeld zullen aan de hand van de SBAR worden
beschreven.
S - Situation
Patiënt, vrouw, 80 jaar voelt zich sinds enkele dagen in toenemende mate zwak,
koortsig en rillering. Op de ochtend van opname is mevrouw door haar benen
gezakt, waardoor de echtgenoot heeft besloten mevrouw naar de spoedeisende
hulp(SEH) te brengen. De echtgenoot gaf aan dat hij mevrouw ook verward vond.
Mevrouw woont zelfstandig samen met haar echtgenoot en ontvangt normaal
gesproken geen hulp. Mevrouw gebruikt een rollator tijdens het lopen, maar is hier
niet geheel afhankelijk van.
B – Background
Voorgeschiedenis
Patiënt, vrouw, 80 jaar met in de voorgeschiedenis hypertensie, vasculaire dementie,
polymyalgia rheumatica, mild systolische/diastolische dysfunctie, grote vaten
vasculitis en cellulitis, is op de SEH gekomen met een tachypneu, tachycardie en
hyperthermie. De voorgeschiedenis is weergegeven in tabel 1.
Medicatie
Tabel 2 toont het medicatieoverzicht. Op de SEH heeft mevrouw paracetamol
intraveneus(iv), ceftraxon iv en fusosemide iv gekregen. De antihypertensiva is tot
nader order gestaakt.
Niet-reanimeren
De patiënt heeft een niet-reanimeren beleid. Dit betekend dat er ondanks eventuele
hoge SIT-scores, geen Spoed Interventie Team zal worden opgeroepen.
Tabel 1.
Voorgeschiedenis
Relevante medische voorgeschiedenis
Cellulitis linkerbeen met blaren 2020, februari
Grote vaten vasculitis (waarvoor prednison) 2019, november
Mild systolische/diastolische dysfunctie 2018
Polymyalgia rheumatica 2006
Vasculaire dementie Onbekende diagnosedatum
Hypertensie Onbekende diagnosedatum
3