Hoofdstuk 1 – Sociaal werk als sociaal beroep.................................................1
1.1 Inleiding..................................................................................................................... 1
1.2 Sociaal werk als sociaal beroep.................................................................................1
1.3 De sociaal werker als beroepskracht.........................................................................1
1.4 De sociaal werker handelt op een bijzonder manier..................................................1
Hoofdstuk 2 – Fundamenten van sociaal werk..................................................3
2.1 Inleiding..................................................................................................................... 3
2.2 De globale definitie van sociaal werk........................................................................3
2.2.1 De doelen van sociaal werk.................................................................................4
2.2.2 De waarden van sociaal werk..............................................................................6
2.3 Sociaal werk en duurzaamheid..................................................................................8
2.4 Toepassing op de funcamenten van sociaal werk.....................................................9
Hoofdstuk 3 – Beroepsrollen.........................................................................11
3.1 Inleiding................................................................................................................... 11
3.2 Beroepsrol communicator.......................................................................................12
3.3 Beroepsrol medevormgever aan sociaal beleid.......................................................15
3.4 Beroepsrol sociale innovator...................................................................................18
3.5 Beroepsrol organisatieontwikkelaar........................................................................20
3.6 Beroepsrol tolk........................................................................................................ 23
3.7 Beroepsrol frontliniewerker.....................................................................................25
3.8 Beroepsrol netwerkbouwer......................................................................................27
3.9 Spanning en complementariteit tussen beroepsrollen.............................................30
Hoofdstuk 4 – De beroepsrollen toegepast op SAAMO Gent............................31
4.1 Inleiding................................................................................................................... 31
4.2 Schema................................................................................................................... 31
4.3 Besluit..................................................................................................................... 32
,HOOFDSTUK 1 – SOCIAAL WERK ALS SOCIAAL BEROEP
1.1 INLEIDING
kern SW:
- ligt in interactie tussen individu/samenleving SW’er als bruggenbouwer
- zoeken balans tussen behartigen van individuele belangen / maatschappelijke
verwachtingen
1.2 SOCIAAL WERK ALS SOCIAAL BEROEP
positie tussen individu / samenleving:
- bruggerbouwer tussen individu / samenleving
- 2 banderingen:
o afstemmen van individuele doelen / ambities op maatschappelijk gedeelde
verwachtingen
o vorm geven aan samenleving als democratisch forum
- spanningsveld tussen mandaat SW’er van belanghebbenden / maatschappelijk
mandaat / verwachtingen vanuit overheid / samenleving
relationeel denken en handelen:
- gaat om sociale verhoudingen / interacties
- leidt tot structurele visie: sociale ongelijkheid/onrechtvaardigheid/uitsluiting wordt
gezien als reproductie van mensonwaardige sociale verhoudingen
- voorkomt dat individuen …
o gereduceerd worden tot aspecten van hun identiteit
o vanuit negatieve verschillen benaderd worden
sociale rechtvaardigheid:
- volgende opdrachten:
o aanvechten negatieve discriminatie
o erkenning diversiteit
o gelijke verdeling beschikbare middelen
o aanvechten onrechtvaardig beleid / praktijken
o werken in solidariteit
- SW raakt bestaande orde van samenleving + stelt die in vraag
1.3 DE SOCIAAL WERKER ALS BEROEPSKRACHT
beroepskracht:
- vormgeven aan sociale praktijken vanuit SW-perspectief
- kijken naar + vormgeven aan tussenkomsten / interventies van SW’ers
- leidt tot eigen perspectief op kennis, begrijpen van en ingrijpen in samenleving
- SW heeft eigen theorievorming / onderzoeksperspectief
1.4 DE SOCIAAL WERKER HANDELT OP EEN BIJZONDER MANIER
kernconcept: sociaal-agogisch handelen:
- = handelen gericht op alle facetten van interactie tussen individu /omgeving
1
, - focus: zelfrealisatie + menswaardige maatschappelijke/culturele verhoudingen
realiseren
tweeledige doel (Dumoulin & de Jong, 2009):
- sociale doel: realisatie van menswaardig bestaan
o feitelijk/materieel
o beleving/immaterieel
o niveaus: individu, groep, samenleving
- agogische doel: sociale verandering / ontwikkeling
o veranderkundig: professional initieert, begeleidt, faciliteert
o voorwaarden: ontwikkelingsgericht werken + op basis van wederkerigheid
o rol: professional is niet de ‘piloot’, maar bepaalt richting in dialoog met
cliënt
invulling van menswaardigheid:
- basis: fundamentele principes / waarden (sociale rechtvaardigheid,
mensenrechten, collectieve verantwoordelijkheid, respect voor
diversiteiten)
- kenmerk: is dynamisch (onderhevig aan tijd / context + nooit definitief bepaald)
- kaders:
o UVRM: onvervreemdbare rechten voor ieder mens
o sociale grondrechten (2de generatie): vertaling naar vb. recht op onderwijs,
huisvesting, medische verzorging, …
- kritische blik: wettelijke / maatschappelijke kaders kunnen menswaardig bestaan
soms belemmeren (vb. tekort aan recht op wonen) SW’er moet daarom
kritische positie innemen
werkveld / context:
- sectoren: zeer breed (vb. zorg, welzijn, cultuur, onderwijs, justitie, wonen, werk,
inkomen, …)
- reikwijdte: over diverse levensdomeinen / perspectieven heen
samenvatting van de SW:
- niet louter diagnostisch: focus op dynamiek van veranderen, samen met
belanghebbenden
- normatief / politiek: handelen is gebaseerd op waarden / realisatie van sociale
rechtvaardigheid
- ethische afweging: professional moet bepalen wat op dat moment optimaal
bereikbaar menswaardige is
- positionering: SW’er bevindt zich in krachtenveld + moet altijd zicht houden op:
o maatschappelijk mandaat
o organisatorisch mandaat
o positie tussen belanghebbende, context, samenleving
2
, HOOFDSTUK 2 – FUNDAMENTEN VAN SOCIAAL WERK
2.1 INLEIDING
kern:
- SW verbetert welzijn + pakt sociale problemen aan op snijvlak tussen individu /
samenleving
- basiswaarden: sociale rechtvaardigheid, collectieve verantwoordelijkheid,
mensenrechten en respect voor diversiteit
- doelstellingen: bijdragen aan sociale verandering, cohesie, empowerment
en bevrijding
- functie: fundamenten vormen basis voor elke beroepsrol van SW’er
2.2 DE GLOBALE DEFINITIE VAN SOCIAAL WERK
globale definitie SW (IFSW & IASSW, 2014):
- "Sociaal werk is een praktijkgebaseerd beroep en een academische discipline die
sociale verandering en ontwikkeling, sociale cohesie, empowerment en bevrijding
van mensen bevordert. Principes van sociale rechtvaardigheid, mensenrechten,
collectieve verantwoordelijkheid en respect voor diversiteit staan centraal in
sociaal werk. Onderbouwd door sociaalwerktheorieën, sociale wetenschappen,
menswetenschappen en inheemse en lokale vormen van kennis, engageert sociaal
werk mensen en structuren om levensuitdagingen en problemen aan te pakken en
welzijn te bevorderen.”
uitsplitsing van de definitie:
- aard: praktijkgericht beroep én academische discipline
- doelen: verandering, ontwikkeling, cohesie, empowerment en bevrijding
- waarden: rechtvaardigheid, mensenrechten, collectieve
verantwoordelijkheid en diversiteit
- kennisbasis: theorieën uit sociaal werk, sociale-, menswetenschappen en
antropologie
- einddoel: mensen/structuren betrekken om levensuitdagingen te agenderen +
welzijn te verhogen.
2 kanttekeningen bij definitie:
- definitie komt tot stand in specifieke context:
o is aan verandering onderhevig
1e versie: focus op individuen helpen om zich beter aan te passen
aan samenleving
2e versie: aandacht bij sociale verandering
3e versie: mensenrechten en sociale rechtvaardigheid
4e versie: collectieve verantwoordelijkheid / respect voor diversiteit
+ nadruk op structurele
o principes in definitie = essentially contested concepts:
concepten waar geen overeenstemming over bestaat vanwege
politieke karakter
stellen de vraag welke richting we willen uitgaan met onze
samenleving
SW is dynamisch + evolueert met tijd en context
- wordt gesproken over ‘globale’ definitie:
o niet meer ‘internationaal’
3