Syllabus Engels Handelswetenschappen
Semester 2
1. gemeenschap, gelijkheid: community
2. genadeloos: ruthless
3. geïsoleerd: isolated
4. lussen: loops
5. eerlijk/openhartig: candid
6. voorzien van: provide
7. leeftijdgenoten, gelijken, collega's: peers
8. zich ontwikkelen: evolve
9. het heft in handen nemen: to call the shots
10. indekking: hedging
11. interesses: interests
12. grenzen verleggen: to push boundaries
13. een stap achteruit nemen: to step back
14. advies: advice
15. eenrichtingsweg: a one-way street
16. verzorgend, opvoedend: nurturing
17. steunen: to support
18. spontaan, zonder nadenken: on the fly
19. wantrouwen: mistrust
20. coöperatieve sfeer: cooperative atmosphere
21. wederzijds voordelig: mutually beneficial
22. interesses van werknemers supporteren: to take their best
interests at heart
23. te lief dat het schade veroorzaakt: killed by kindness
24. verhaal bedoeld als waarschuwing: cautionary tale
25. goed genoeg zijn om iets te doen: cut the mustard
26. moeilijke beslissingen maken: make hard calls
27. uitstralen: to exude
28. versterkt: amplified
29. ten koste van: at the expense of
30. verplaatsing naar het buitenland: ottshoring
31. faillissement, bankroet: bankruptcy
32. botsen, in botsing komen: to clash
1/
6
, Syllabus Engels Handelswetenschappen
Semester 2
33. een beursgenoteerd bedrijf: a listed company
34. prijzen kelderden: prices plunged
35. maatschappelijke ladder: corporate ladder
36. begeleiden, mentorschap: mentoring
37. iemand die begeleid wordt: mentee
38. acties afstemmen op waarden: align actions with values
39. worstelingen: struggles
40. uitstelgedrag: procrastination
41. heruitvinden: reinvent
42. heroveren: recapture
43. herontdekken: rediscover
44. nieuw leven inblazen: reinvigorate
45. vernietigend: damning
46. ontwijken een probleem op te lossen: a sidestep issue
47. erkenning: acknowledging
48. flexibel: agile
49. klimmen: scaling
50. een plan volgen: to stick to a plan
51. verantwoordelijkheid nemen: hold oneself accountable
52. prioriteiten stellen: set priorities
53. schakelen, veranderen: to shift gears
54. een bedrijf leiden: to run a business
55. uitvoeren: implement
56. bereiken: accomplish, achieve
57. aanpakken: address, tackle
58. aannemen: adopt, use, implement
59. benaderen: approach, method
60. een knelpunt: bottleneck, stumbling block
61. opdracht: command, directive
62. doorgaan: continue, proceed
63. verbeteren: enhance, improve
64. kost: expense, cost
2/
6
Semester 2
1. gemeenschap, gelijkheid: community
2. genadeloos: ruthless
3. geïsoleerd: isolated
4. lussen: loops
5. eerlijk/openhartig: candid
6. voorzien van: provide
7. leeftijdgenoten, gelijken, collega's: peers
8. zich ontwikkelen: evolve
9. het heft in handen nemen: to call the shots
10. indekking: hedging
11. interesses: interests
12. grenzen verleggen: to push boundaries
13. een stap achteruit nemen: to step back
14. advies: advice
15. eenrichtingsweg: a one-way street
16. verzorgend, opvoedend: nurturing
17. steunen: to support
18. spontaan, zonder nadenken: on the fly
19. wantrouwen: mistrust
20. coöperatieve sfeer: cooperative atmosphere
21. wederzijds voordelig: mutually beneficial
22. interesses van werknemers supporteren: to take their best
interests at heart
23. te lief dat het schade veroorzaakt: killed by kindness
24. verhaal bedoeld als waarschuwing: cautionary tale
25. goed genoeg zijn om iets te doen: cut the mustard
26. moeilijke beslissingen maken: make hard calls
27. uitstralen: to exude
28. versterkt: amplified
29. ten koste van: at the expense of
30. verplaatsing naar het buitenland: ottshoring
31. faillissement, bankroet: bankruptcy
32. botsen, in botsing komen: to clash
1/
6
, Syllabus Engels Handelswetenschappen
Semester 2
33. een beursgenoteerd bedrijf: a listed company
34. prijzen kelderden: prices plunged
35. maatschappelijke ladder: corporate ladder
36. begeleiden, mentorschap: mentoring
37. iemand die begeleid wordt: mentee
38. acties afstemmen op waarden: align actions with values
39. worstelingen: struggles
40. uitstelgedrag: procrastination
41. heruitvinden: reinvent
42. heroveren: recapture
43. herontdekken: rediscover
44. nieuw leven inblazen: reinvigorate
45. vernietigend: damning
46. ontwijken een probleem op te lossen: a sidestep issue
47. erkenning: acknowledging
48. flexibel: agile
49. klimmen: scaling
50. een plan volgen: to stick to a plan
51. verantwoordelijkheid nemen: hold oneself accountable
52. prioriteiten stellen: set priorities
53. schakelen, veranderen: to shift gears
54. een bedrijf leiden: to run a business
55. uitvoeren: implement
56. bereiken: accomplish, achieve
57. aanpakken: address, tackle
58. aannemen: adopt, use, implement
59. benaderen: approach, method
60. een knelpunt: bottleneck, stumbling block
61. opdracht: command, directive
62. doorgaan: continue, proceed
63. verbeteren: enhance, improve
64. kost: expense, cost
2/
6