HOOFDSTUK 1: ALGEMENE BESCHOUWING IN DE BEHANDELING VAN
MOTORISCHE SPRAAKSTOORNIS
INLEIDING
Brede thema’s bespreken die belangrijk zijn in de behandeling van motorische spraakstoornissen:
managementbenaderingen, therapiedoelen, beïnvloedende variabelen en kennis over neurale
herstelmechanismen en motorische leerprincipes
Spraak: therapie: een voorbeeld filmpje → therapeut bedekt mond bij het voorzeggen van het woord. Er wordt
gebruik gemaakt van de DIAS (Diagnostisch Instrument voor Apraxie van de Spraak)
HET GESPROKEN WOORD
De natuurlijke en unieke vorm van menselijke communicatie in het dagelijks leven is ‘het gesproken woord’
Spreken = complex gedrag dat de betrokkenheid van een netwerk van concurrerende verwerkingsprocessen
in onze hersenen integreert:
Taalprocessen: ideeën omzetten in woorden, zinnen, verhaal
o Afasie
Cognitieve processen: executieve vaardigheden, geheugen, aandacht en
concentratie
o Cognitieve communicatiestoornissen
Sensorimotorische processen: interactie tussen de zintuigelijke verwerking van
spraakklanken en motorische verwerking van spraak
o Spraakapraxie en dysartrie
Deze verwerkingsprocessen leren samenwerken door voortdurende uitwisseling van sensorische informatie
en motorische informatie
Hoe spraakmotorisch kunnen leren?
o Intacte sensorimotorische processen => in staat om woorden en zinnen vloeiend en accuraat
uit te spreken in een opeenvolging van spraakklanken
o Opeenvolging van SK in syllaben…
… zorgvuldig gepland en geprogrammeerd in concrete spierinstructies
… worden de spraakbewegingen haarfijn uitgevoerd, gecoördineerd en eventueel
bijgestuurd
MOTORISCHE SPRAAKSTOORNISSEN
!! Hersenschade of schade aan de craniale zenuwen => sensorimotorische verwerking van de spraak aantasten
=> motorische spraakstoornis (MSS = spraakapraxie (SA) of dysartrie)
Motorische planning + motor programmering = spraakapraxie motorisch SKG
Motorische execution = dysartrie
o Slappe dysartrie
o UHMN dysartrie Tonus – HMN en LMN
o Spastische dysartrie
o Hypokinetische dysartrie
o Hyperkinetische dysartrie Controle (kinesie: basale ganglia; coördinatie: cerebellum)
o Atactische dysartrie
1
,Spraak: therapie – motorische spraakstoornis (verworven)
VOORBEELD SA
SA (CVA linker inferieure frontale hemisfeer):
o Discrepantie tussen sequentiële en alternerende reeksen,
o Initiatiemoeilijkheden (pauze vooraf, herstarts, groping, visueel en auditief zoekgedrag)
o Programma zelf (distorsies, substituties)
o Volgorde
o Indirecte kenmerken (lettergreep/clustersegmentatie, monotonie, traag spreektempo)
Let in fragment op: Unilateraal Hoger Motorisch Neuron (UHMN) dysartrie
VOORBEELD DYSARTRIE
UHMN dysartrie
o (CVA linkerhemisfeer (HMN): rechter centrale N.facialis en N.hypoglossus parese)
o Rechter (centrale) N.VII-parese thv mondhoek
o Onvolledige lipspreiding en ronding rechts
o Gereduceerde beweging van de tong rechts
o Spraak: gereduceerde luidheid / onnauwkeurige consonanten (tongklanken tijdens
diadochokinese) / vertraagd spreektempo
Slappe dysartrie
o Fragment 1: ernstig impact op spraakverstaanbaarheid
Ademhaling (kort ademspan, lange pauzes)
Sterk gereduceerde luidheid
Hypernasaliteit
Slappe articulatie: onnauwkeurige klanken
o Fragment 2: mild impact op spraakverstaanbaarheid
Onnauwkeurige tongklanken (/r/)
Hypernasaliteit (/kakaka/); nasale emissie
Spastische dysartrie
o ‘Praten tegen weerstand’
o Geknepen stem, schor
o Hypernasaliteit (geknepen)
o Sterk vertraagd spreektempo
o Pathologische reflexen
Hypokinetische dysartrie
o Versnellingen, spreekfestinaties
o ‘Undershoot’ van articulatiebewegingen (te kleine bewegingen)
o Gereduceerde luidheid, hypofonie
o Klank- of syllabeherhalingen (palilalie)
Hyperkinetische dysartrie
o Variatie in tempo, pauzes
o Onstabiele klinkerverlengingen en distorsies
o Onwillekeurige geluiden/vocalisaties
o Bewegingen niet kunnen aanhouden (chorea)
Atactische dysartrie
o Traag spreektempo
o Gescandeerde spraak (gelijke klemtoon)
o Abnormale toonhoogte, luidheid en syllabeduur (uitschieters, variabel)
o Schwa-intrusies
o Onstabiele klinkerverlenging
2
,Spraak: therapie – motorische spraakstoornis (verworven)
o Onregelmatige/dysritmische sequentiële reeksen
MANAGEMENTBENADERINGEN
Geen eenduidige benadering in behandeling voor MSS’en
Motorische spraakstoornissen verschillen in:
o Ernst
Discreet, mild, matig, ernstig, zeer ernstig
o Onderliggende pathofysiologie
Gestoorde planning/programmering
Incoördinatie
Hypo- of hyperkinesie
Spierslapte
Spasticiteit
o Spraakkarakteristieken
Ademhaling, stem, resonantie, articulatie en prosodie
o Multipele begeleidende factoren
Prognose
Etiologie
Mate van onbekwaamheid
Sociale beperkingen, omgeving, communicatienoden
Fase van neurologisch herstel: acuut/chronisch
Persoonlijkheid (bv. perfectionistisch (rem op zetten), mate van tevredenheid)
Cognitieve mogelijkheden (leervermogen!)
Emotionele beleving van de beperking
Additionele stoornissen
Cliënt met MSS: centraal in professionele samenwerking (= therapie op maat). Volgen de verdeling in
managementbenaderingen: medische benadering; prothetische benadering; gedragsinterventie
MEDISCHE BENADERINGEN
Chirurgisch of farmacologisch (toedienen van medicatie)
o Chirurgisch
Oncologische problemen (aanwezigheid van een tumor – bv. mondvloertumor,
hersentumor, …)
Aneurysma
Slagaderverkalking (dichtslibben van de slagaders)
=> oorzaak wordt direct aangepakt en de symptomen verdwijnen, verbeteren of
verslechteren
o Medicatie
Onderliggende ziekte genezen
Gunstige effecten
Mestinon => Myasthenia gravis
Dopamine medicatie => ziekte van Parkinson
Medrol => druk (door vocht rond letsel in hersenen) wegnemen bij
hersentumor
Neveneffecten
Dysartrie verslechteren
Iemand die net begonnen is met medicatie, kunnen sommige mensen
slechter spreken => rekening mee houden!
3
, Spraak: therapie – motorische spraakstoornis (verworven)
PROTHETISCHE BENADERING
Mechanische en elektrische HM
o Sommige verbeteren de spraak en verstaanbaarheid
o Andere versterken of vervangen mondelinge communicatie
o Geen letterlijke prothese, wel een HM
GEDRAGSINTERVENTIE
Spraaktherapie wordt toegepast bij grootste deel van populatie met MSS (ivm medische en
prothetische benadering)
o Doel: communicatie maximaliseren met de strategie die de meest natuurlijke en effectieve
resultaten oplevert
Therapie = spraak georiënteerd (spraak wordt direct aangepakt)
(Therapie kan ook = communicatie georiënteerd of spraak- en communicatie
georiënteerd)
Samenwerken met de arts is belangrijk! soms behandeling uitstellen tot de start van de medicatie om het
effect te zien, medicatie kan een gedragstherapeutische interventie overbodig maken
THERAPIEDOELEN EN BEÏNVLOEDENDE FACTOREN
THERAPIEDOELEN
Doel van behandeling = maximaliseren van communicatie en verbeteren van welbevinden van de
persoon met een MSS
Milde MSS
o Focus therapie = maximaliseren van vooruitgang in spraakmotorische productie tav
vloeiendheid en accuraatheid in spreken => gemeten tijdens:
Verwervingsfase (tijdens het oefenen)
Retentiefase (uitgesteld effect van oefening, na de oefening)
Generalisatiefase (transfer naar andere spreektaken- en contexten met dezelfde
motorische vaardigheden
o Spraakgeoriënteerde therapie kan ingrijpen op volgende parameters:
Ademhaling, stem, resonantie, articulatie en prosodie (tempo, ritme, intonatie,
klemtoon en luidheid)
Ernstige MSS
o Focus therapie = gebruik van efficiënte en effectieve alternatieve manieren van
communiceren
Denk eerder communicatie ipv spraak
Uiteindelijke doel = overbrengen van ideeën en gevoelens
Breder doel = andere zaken dan spraak kunnen accuratesse of efficiëntie van communicatie verbeteren
(bv. andere kanalen zoals gebaren)
Ernstgraad is niet direct gekoppeld aan beperking
Therapie is ook counseling en ondersteuning!
4