Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 26 pages
Summary

Samenvatting Geschiedenis van het economisch denken | Universiteit Antwerpen | 2025/26 16/20 behaald !

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 26 pages

Dit zijn lesnotes voor het vak Geschiedenis van het economisch denken aan de Universiteit Antwerpen (Toegepaste Economische Wetenschappen). De aantekeningen behandelen les 1 tot 4 en dekken belangrijke onderwerpen zoals de Griekse filosofen (Plato, Aristoteles), de Scholastieken, Mercantilisme, kritici zoals Petty en Cantillon, en de Fysiocraten met Quesnay's Tableau Economique. Een waardevolle studiebron voor het volgen van het college en het voorbereiding op examens, met heldere uitleggen van complexe economische theorieën en hun historische context.

Content preview

Geschiedenis van het economisch denken :

LES 1 : Inleiding – Griekse Oudheid – Scholastieken
Plato :
Economische inzichten : Plato ontwikkelt zijn economische ideeën vooral in de
Politeia (bekend als Republiek of de Staat) en de Nomoi (wetten).

De In de ‘Republiek’ geeft Plato een beschrijving van de ideale, rechtvaardige
Staat staat.
(Politei Deze staat is streng hiërarchisch opgebouwd en vertoont totalitaire kenmerken. De
a) samenleving bestaat uit drie klassen :
- Filosofen-koningen (heersers)
- Bewakers of soldaten
- Producten (boeren, ambachtslui, handelaars).
Deze indeling is gebaseerd op natuurlijke aanleg en menselijke behoeften. Volgens
Plato is een samenleving rechtvaardig wanneer iedereen de taak uitvoert waarvoor
hij van nature het meest geschikt is.

Visie op rijkdom :
Plato ziet rijkdom als een gevaar of bedreiging voor rechtvaardigheid. Rijkdom leidt
volgens hem tot : corruptie, machtsmisbruik en ongelijkheid, maar ook tot luiheid en
jaloezie.

Om deze gevaren te vermijden mogen heersers en bewakers (de twee hoogste
klassen) geen privébezit bezitten. Ook familiebanden worden afgeschaft zodat
persoonlijke belangen geen invloed hebben op het bestuur.

Dit systeem wordt vaak omgeschreven als aristocratisch communisme.
= het gemeenschappelijke bezit omvat niet alleen materiële goederen, maar ook
vrouwen, kinderen en slaven. Kinderen worden door de staat opgevoed en kennen
hun ouders niet.
Wetten In zijn latere werk Nomoi ontwikkelt Plato een meer realistische visie. Hij beschrijft
(Nomoi niet langer een ideale staat, maar een fictieve kolonie (Magnesia).
)
Verschillen met de Politeia :
Plato verlaat zijn meest radicale voorstellen : 1) privé-bezit wordt toegestaan 2)
gezinnen blijven bestaan 3) familiebanden worden niet langer afgeschaft.

Toch blijft de economie sterk gereguleerd : 1) privé-bezit is beperkt 2)
kapitaalaccumulatie wordt beperkt 3) interest blijft verboden 4) geld dient enkel als
ruilmiddel, … .
Daarnaast pleit Plato voor een bevolkinsgcontrole of beperking. De ideale omvang
van de samenleving bedraagt 5040 gezinnen, omdat dit volgens hem bestuurlijk en
economisch het meeste stabiel is.


Evolutie in Plato’s denken : De belangrijkste evolutie is dat Plato in de Wetten
afstand neemt van het radicale aristocratische communisme uit de Politeia. Hij
blijft wantrouwig tegenover rijkdom en economische vrijheid, maar kiest voor een
realistischer model waarin privébezit en gezinnen worden toegelaten onder
strikte controle van de staat.




1

, Aristoteles :
Economische inzichten : de Ethica Nicomachea (Ethiek) en de Politica (Politiek)

Ethiek De ‘Ethiek’ bevat meer dan alleen maar beschouwingen over ethiek : het is een
verzameling van beschouwingen in verband met het menselijk handelen, waarbij
ook historische, culturele, psychologisch, sociologische en economische aspecten
ruim aan bod komen.

Doel van de mens :
Het hoogste doel van de mens is niet rijkdom, maar geluk (eudaimonia) en
deugdzaam leven.
Rijkdom is dus slechts een middel, geen doel opzich. De ethische kern van zijn visie
is dat mensen vooral streven naar welzijn (kwaliteit) en niet naar rijkdom
(kwantiteit).

Oikonomia :
Aristoteles maakt een belangrijk onderscheid in menselijke activiteiten en gebruikt
daarvoor het begrip Oikonomia (= huishoudkunde).
Oikonomia heeft als doel : het beheren van het huishouden, het voorzien in
levensnoodzakelijke behoeften en het verwerven van middelen om te overleven.
Belangrijk is dat Oikonomia natuurlijk is, omdat ze gericht is op noodzakelijke
behoeften en niet op winstmaximalisatie.

Rechtvaardigehid:
Voor Aristoteles is rechtvaardigheid in economische zin vooral verbonden met ruil.
Een ruil is rechtvaardig wanneer ze gebeurt volgens het principe van ‘evenredige
tegenprestatie’ (= beide partijen ontvangen een gelijke waarde in de ruil).
Omdat goederen op zich moeilijk vergelijkbaar zijn, is er een maatstaf nodig.

Geld als maatstaf:
Die maatstaf wordt gevonden in geld. Aristoteles ziet geld niet als iets negatiefs,
maar als een nuttige menselijke uitvinden : geld vergemakkelijkt ruil, geld houdt de
samenleving functioneel samen en geld maakt vergelijking tussen verschillende
goederen mogelijk?
Toch blijft geld slechts een hulpmiddel : het heeft geen eigen productieve kracht en
is enkel een ruilmiddel.
Wetten In de ‘Politiek’ zoeken Aristoteles en Plato beiden naar de ideale staatsinrichting.
(Nomoi Verschil : Plato is deductief (ideerealiteit) en Aristoteles is inductief
) (observatietheorie).

Gemeenschappelijk aan Aristoteles en Plato :
Ze delen één belangrijk uitgangspunt : individueel gedrag mag niet leiden tot de
ondergang van de samenleving. Beiden zoeken dus naar een stabiele en
rechtvaardige orde.

Verschil met Plato : privébezit
- Plato : verwerpt privébezit (voor heersers en bewakers)
- Aristoteles : aanvaardt privébezit, maar binnen grenzen. Hij erkent dat te
grote ongelijkheid gevaarlijk is en kan leiden tot sociale onrust & revoluties.



2

, Oikonomia vs Chrèmastistikè :
Oikonomia = huishoudkunde en omvat 3 activiteiten: 1) het gebruik van persoonlijk
bezit (kinderen, vrouwen, slaven) 2) gebruik van onpersoonlijk bezit (goederen) 3)
verwerven van goederen die nodig zijn voor levensonderhoud. Dit draait om
gebruikswaarde.

Chrèmastistikè verwijst naar bezitsverwerving. Dit draait om ruilwaarde.
De relatie tussen de twee : Chrèmastistikeè is ondergeschikt aan Oikonomia.
Oikonomia verwijst naar het natuurlijke beheer van het huishouden en het voorzien
in basisbehoeften.
Chrèmastistikè slaat op geldverwerving en kent een onderscheid tussen :
- Natuurlijke/goede = beperkte bezitsverwerving voor noodzakelijke behoeften
en het nuttig (onderdeel van oikonomia)
- Onnatuurlijk/slechte = onbeperkte rijkdomsaccumulatie als doel op zich (niet
aanvaardbaar, geen onderdeel van oikonomia).

Aristotles benadrukt dat men : 1) maat moet houden 2) deugdzaam moet leven 3)
rijkdom nooit belangrijke mag worden dan het goede leven.
Interest vragen op geld wordt afgekeurd en gezien als het meest tegennatuurlijke
dat je kan doen omdat geld enkel een ruilmiddel is en geen productieve kracht
heeft.
Ruil is onproductieve, waardoor geld geen ‘geld mag voortbrengen’.

Dit onderscheid tussen Oikonomia en Chrèmestistikè wordt later bekend als
ruilwaarde-gebruikswaarde als we kijken naar Adam Smith en Karl Marx.


De Scholastieken :
De scholastieken waren universiteitsgeleerden die probeerden geloof (religie) en
rede (logica) te combineren. Ze bouwden sterk voort op Aristoteles en zagen
economie niet als een aparte wetenschap, maar als onderdeel van ethiek en
recht.
De economische problemen waaraan de Scholastieken veel aandacht besteden
zijn die van de waarde van de goederen (rechtvaardige prijs), van het
interestverbod, en van het wezen van het geld.

De rechtvaardige De scholastieken vertrokken van het idee van een rechtvaardige ruil,
prijs waarbij beide partijen een gelijke waarde ontvangen of een ‘evenredige
tegenprestatie’ leveren (proportionaliteitsprincipe). Hieruit groeit het idee
van de rechtvaardige prijs, die meestal wordt gelijkgesteld aan de normale
marktprijs, met eventuele overheidsingrijpen wanneer de markt faalt.
Het interest Scholastieken blijven trouw aan de katholieke leer en verdedigen het
verbod interestverbod (= het vragen van rente/interest op geld wordt gezien als
onrechtvaardig).
Ze proberen dit verbod te legitimeren, hoewel er in de Bijbel weinig basis
voor is. Daarom grijpen ze terug naar de denkers zoals Plato en Aristoteles,
die eveneens kritisch stonden tegenover interest.

Volgens de scholastieken mag geld geen interest opleveren, omdat geld
enkel een ruilmiddel is en dus niet productief. Daarom wordt interest gezien
als “het verkopen van iets dat niet bestaat” (het gebruik van geld).

Thomas van Aquino :

3

Document information

Study
Uploaded on
July 24, 2026
Number of pages
26
Written in
2025/2026
Type
Summary
$12.84

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
5
Followers
0
Items
11
Last sold
2 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions