Deugd Beginsel accountant een in zichzelf geldende Welke deugden zijn morelen?
Hoof Hoe gedraag ik mij Mag dit? Wat is mijn (voorzichtigheid, morele regel belangrijk om Welke bedreiging
d als een goed plicht? rechtvaardigheid, deze rol te spelen hierbij
accountant? zelfbeheersing en realiseren? rol en wat zij
Focus Accountant Handeling moed) gepaste
Hulp Wat is de rol van de Welke morelen spelen maatregelen?
accountant? een rol?
Uitg. Handelen als een Een handeling is moreel Hoe ziet deze rol er Wat mag/moet ik doen
punt deugdzaam juist overeenstemt met idealiter uit? volgens deze
Ethische kenmerken acc:
- Zorgvuldig (acc moeten steeds opnieuw kritisch en systematisch reflecteren op hun kernverantwoordelijkheden en zich voortdurend
afvragen of ze hun werk nog goed doen);
- Uitlegbaar (acc moeten kunnen aangeven hoe hun handelen past bij de fundamentele beginselen, de regels, richtlijnen, wetten en andere
bindende voorschriften van het beroep);
- Standvastig (acc houden hun rug recht bij bedreigingen, ze zullen niet onverantwoord handelen omdat dat de weg van de minste
weerstand zou zijn.
Vreedzaam samenleven = hoe kunnen mensen hun handelen op elkaar afstemmen zodat iedereen de vrijheid heeft om de eigen belangen
(tezamen of apart) te realiseren, zonder elkaar te frustreren?
Vruchtbaar samenwerken = Hoe kunnen mensen samenwerken om hun doeleinden en plannen te realiseren?
Fundamentele beginselen (VGBA):
Professionaliteit = De acc onthoudt zich van elk handelen of nalaten waarvan hij weet of behoort te weten dat dit het accountantsbroep in
diskrediet brengt of kan brengen -> De acc die vermoedt dat de organisatie waarbij hij werkzaam is danwel waaraan hij is verbonden de wet- en
regelgeving niet naleeft, treft een redelijkerwijs te namen maatregel.
Integriteit = De acc treedt eerlijk en oprecht op -> de acc neemt een maatregel gericht op het beëindigen van het niet-integer handelen of,
indien niet mogelijk, distantieert zich van het niet-integer handelen.
Objectiviteit = De acc laat zich bij zijn afwegingen niet ongepast beïnvloeden -> De acc ontvangt niks waarvan hij weet of behoort te weten dat
dit wordt aangeboden met de bedoeling om aan te zetten tot onethisch gedrag.
Vakbekwaamheid en zorgvuldigheid = De acc houdt zijn vakbekwaamheid op het niveau dat is vereist om een professionele dienst op een
adequate wijze te kunnen verlenen -> de acc past bij de professionele dienst de relevante wet- en regelgeving toe en voert deze nauwgezet,
grondig en tijdig uit.
Vertrouwelijkheid = De acc die de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet
vermoeden, is verplicht tot geheimhouding hiervan (tenzij …)
Bedreigingen op de fundamentele beginselen:
- Vertrouwdheid (beïnvloeding);
- Intimidatie (dreigement);
- Belangenbehartiging (standpunt voor of tegen de klant);
- Eigenbelang (belangenverstrengeling);
- Zelftoetsing (eigen werkzaamheden).
ViO: Principles-based toetsingskader. Acc dient onafhankelijk te zijn in wezen en schijn. Samenloop van werkzaamheden niet toegestaan: Advies
en controle moeten gescheiden zijn bij een OOB. Bij een niet-OOB mag advies plaatsvinden mits er geen sprake is van zelftoetsing en de
adviesdiensten geen materiële invloed op de JR hebben.
Simunic: Economische theorie waarbij een acc toegevoegde waarde moet leveren: voor €1 meer die aan de controle wordt besteed, ontvangt
het management minimaal €1 aan voordeel uit de controle. De toegevoegde waarde kan bestaan uit:
- Efficiëntie van het externe verslaggevingsproces;
- Verlaging van risico’s voor het management;
- Vergroten van zekerheid.
De acc levert de hoogste toegevoegde waarde:
- Bij voldoende concurrentiedruk zal de vraag naar controle toenemen;
- Bij een te dure controle zal een organisatie zelf meer controlestappen uitvoeren.
Wallage: Volgens Limperg valt het maatschappelijk verkeer niet de definiëren en heeft het geen concrete mening. Hierdoor zijn er verschillende
verwachtingen van het werk van de accountant waardoor er een verwachtingskloof ontstaat tussen de accountant en het maatschappelijke
verkeer. Twee postulaten:
- De acc mag de terechte verwachting van het maatschappelijk verkeer niet beschamen;
- De acc mag niet meer verwachting scheppen dan hij op grond van zijn werkzaamheden kan waarmaken.
1
, Wallage concludeert dat wanneer er niet genoeg vertrouwen is in de acc, het bestaansrecht in gevaar is. Om dit te beperken komen er meer
gedetailleerde controlestandaarden en wordt toezicht op het functioneren ingesteld. Te veel voorschriften/regels kunnen echter leiden tot een
minder effectieve controle.
DeAngelo: Bij audit quality gaat het erom dat onjuistheden ontdekt en gerapporteerd worden. Hij gebruikt een AQI omdat:
- Erg duur om te achterhalen wat voor soort controlekwaliteit is geleverd;
- De JR gebruikers weten niet zeker of de acc zijn best doen voor hen.
DeAngelo stelt de AQI dat grote kantoren meer kwaliteit leveren:
- Grote kantoren zijn onafhankelijker (quasi rents);
- Grote kantoren hebben betere beheersingsmaatregelen om de kwaliteit te waarborgen (IT);
- Grote kantoren hebben meer incentives want meer te verliezen (reputatie).
Quasi rents: Elk jaar worden dezelfde kosten in rekening gebracht terwijl er veel meer kosten worden gemaakt in jaar 1&2. Zolang deze
aanloopkosten niet zijn terugverdiend zal de acc proberen de klant te vriend te houden en daardoor minder onafhankelijk zijn.
Jensen&Mecklin: In de agency theory wordt de acc (monitor) ingeschakeld door de aandeelhouders (principaal) om de informatieasymmetrie te
verlagen door een effectieve controle uit te voeren op de verantwoording door het management (agent). Agency costs = De kosten van
bescherming van de aandeelhouders, bestaande uit:
- Bonding costs: Kosten van informatie welke door het management worden gemaakt om aan te tonen dat het zijn afspraken en contracten
na komt (vb: vrijwillige JR controle);
- Monitoring costs: Kosten voor het inhuren van de acc welke door de principaal worden gemaakt om het management te controleren op
naleving van de afspraken (vb: controle JR op verzoek van AVA);
- Residual loss: Kosten van imperfectie van de controle en toezicht door de principaal. Doordat het management niet de optimale
beslissingen neemt voor de eigenaar, leidt hij verlies.
J&M maken enkele veronderstellingen:
- Organisaties zijn een formele bundeling van contracten tussen individuen;
- Individuen weten precies de baten-lasten verdeling;
- Ieder individu wil hieruit het maximale voor zichzelf halen.
De acc kan residual costs verlagen door:
- Informatieasymmetrie te verlagen;
- Vertrouwen van principalen/gebruikers in de controle versterken;
- Efficiëntere controles uitvoeren en daarmee monitoring costs verlagen.
Conclusie F1: De manager-eigenaar zal niet de maximale bedrijfswaarde nastreven v.w.b. het deel van de andere aandeelhouders. De manager
zal zijn eigen voordeel willen maximaliseren, dit zal hij doen d.m.v. niet-geldelijke vergoedingen.
Conclusie F2: Agency costs begrenzen de groei/omvang van investeringen. Agency costs hebben daarom een negatieve economische waarde.
Conclusie F4: Totale agency costs worden verminderd door het toepassen van monitoring en bonding, deze hebben dus een positieve
economische waarde: een controle verdiend zichzelf terug.
Nelson: Professional skepticism = indicated by auditor judgements and decisions that reflect a heightened assessment of the risk that an
assertion is incorrect, conditional on the information available to the auditor (klopt het wel?). Twee soorten skepticism:
- Neutrality (objectiviteit, onbevooroordeeld);
- Presumptive doubt (gerede twijfel: meer/overtuigender bewijs nodig -> teveel leidt tot een inefficiënte en te dure controle.
5 determinanten welke het professional skepticism beïnvloeden:
- Incentives;
- Traits;
- Knowledge;
- Audit experience and training;
- Evidential input.
F1 beschrijft hoe professional skepticism werkt van input tot outcome (zelflerend proces). Kern: evidential input -> skeptical judgement ->
skeptical action -> evidential outcome.
Hurrt-scale:
- Suspension of judgement;
- Questioning mind;
- Search for knowledge;
- Interpersonal understanding;
- Self-confidence (action);
- Self-determination (action).
2
Hoof Hoe gedraag ik mij Mag dit? Wat is mijn (voorzichtigheid, morele regel belangrijk om Welke bedreiging
d als een goed plicht? rechtvaardigheid, deze rol te spelen hierbij
accountant? zelfbeheersing en realiseren? rol en wat zij
Focus Accountant Handeling moed) gepaste
Hulp Wat is de rol van de Welke morelen spelen maatregelen?
accountant? een rol?
Uitg. Handelen als een Een handeling is moreel Hoe ziet deze rol er Wat mag/moet ik doen
punt deugdzaam juist overeenstemt met idealiter uit? volgens deze
Ethische kenmerken acc:
- Zorgvuldig (acc moeten steeds opnieuw kritisch en systematisch reflecteren op hun kernverantwoordelijkheden en zich voortdurend
afvragen of ze hun werk nog goed doen);
- Uitlegbaar (acc moeten kunnen aangeven hoe hun handelen past bij de fundamentele beginselen, de regels, richtlijnen, wetten en andere
bindende voorschriften van het beroep);
- Standvastig (acc houden hun rug recht bij bedreigingen, ze zullen niet onverantwoord handelen omdat dat de weg van de minste
weerstand zou zijn.
Vreedzaam samenleven = hoe kunnen mensen hun handelen op elkaar afstemmen zodat iedereen de vrijheid heeft om de eigen belangen
(tezamen of apart) te realiseren, zonder elkaar te frustreren?
Vruchtbaar samenwerken = Hoe kunnen mensen samenwerken om hun doeleinden en plannen te realiseren?
Fundamentele beginselen (VGBA):
Professionaliteit = De acc onthoudt zich van elk handelen of nalaten waarvan hij weet of behoort te weten dat dit het accountantsbroep in
diskrediet brengt of kan brengen -> De acc die vermoedt dat de organisatie waarbij hij werkzaam is danwel waaraan hij is verbonden de wet- en
regelgeving niet naleeft, treft een redelijkerwijs te namen maatregel.
Integriteit = De acc treedt eerlijk en oprecht op -> de acc neemt een maatregel gericht op het beëindigen van het niet-integer handelen of,
indien niet mogelijk, distantieert zich van het niet-integer handelen.
Objectiviteit = De acc laat zich bij zijn afwegingen niet ongepast beïnvloeden -> De acc ontvangt niks waarvan hij weet of behoort te weten dat
dit wordt aangeboden met de bedoeling om aan te zetten tot onethisch gedrag.
Vakbekwaamheid en zorgvuldigheid = De acc houdt zijn vakbekwaamheid op het niveau dat is vereist om een professionele dienst op een
adequate wijze te kunnen verlenen -> de acc past bij de professionele dienst de relevante wet- en regelgeving toe en voert deze nauwgezet,
grondig en tijdig uit.
Vertrouwelijkheid = De acc die de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet
vermoeden, is verplicht tot geheimhouding hiervan (tenzij …)
Bedreigingen op de fundamentele beginselen:
- Vertrouwdheid (beïnvloeding);
- Intimidatie (dreigement);
- Belangenbehartiging (standpunt voor of tegen de klant);
- Eigenbelang (belangenverstrengeling);
- Zelftoetsing (eigen werkzaamheden).
ViO: Principles-based toetsingskader. Acc dient onafhankelijk te zijn in wezen en schijn. Samenloop van werkzaamheden niet toegestaan: Advies
en controle moeten gescheiden zijn bij een OOB. Bij een niet-OOB mag advies plaatsvinden mits er geen sprake is van zelftoetsing en de
adviesdiensten geen materiële invloed op de JR hebben.
Simunic: Economische theorie waarbij een acc toegevoegde waarde moet leveren: voor €1 meer die aan de controle wordt besteed, ontvangt
het management minimaal €1 aan voordeel uit de controle. De toegevoegde waarde kan bestaan uit:
- Efficiëntie van het externe verslaggevingsproces;
- Verlaging van risico’s voor het management;
- Vergroten van zekerheid.
De acc levert de hoogste toegevoegde waarde:
- Bij voldoende concurrentiedruk zal de vraag naar controle toenemen;
- Bij een te dure controle zal een organisatie zelf meer controlestappen uitvoeren.
Wallage: Volgens Limperg valt het maatschappelijk verkeer niet de definiëren en heeft het geen concrete mening. Hierdoor zijn er verschillende
verwachtingen van het werk van de accountant waardoor er een verwachtingskloof ontstaat tussen de accountant en het maatschappelijke
verkeer. Twee postulaten:
- De acc mag de terechte verwachting van het maatschappelijk verkeer niet beschamen;
- De acc mag niet meer verwachting scheppen dan hij op grond van zijn werkzaamheden kan waarmaken.
1
, Wallage concludeert dat wanneer er niet genoeg vertrouwen is in de acc, het bestaansrecht in gevaar is. Om dit te beperken komen er meer
gedetailleerde controlestandaarden en wordt toezicht op het functioneren ingesteld. Te veel voorschriften/regels kunnen echter leiden tot een
minder effectieve controle.
DeAngelo: Bij audit quality gaat het erom dat onjuistheden ontdekt en gerapporteerd worden. Hij gebruikt een AQI omdat:
- Erg duur om te achterhalen wat voor soort controlekwaliteit is geleverd;
- De JR gebruikers weten niet zeker of de acc zijn best doen voor hen.
DeAngelo stelt de AQI dat grote kantoren meer kwaliteit leveren:
- Grote kantoren zijn onafhankelijker (quasi rents);
- Grote kantoren hebben betere beheersingsmaatregelen om de kwaliteit te waarborgen (IT);
- Grote kantoren hebben meer incentives want meer te verliezen (reputatie).
Quasi rents: Elk jaar worden dezelfde kosten in rekening gebracht terwijl er veel meer kosten worden gemaakt in jaar 1&2. Zolang deze
aanloopkosten niet zijn terugverdiend zal de acc proberen de klant te vriend te houden en daardoor minder onafhankelijk zijn.
Jensen&Mecklin: In de agency theory wordt de acc (monitor) ingeschakeld door de aandeelhouders (principaal) om de informatieasymmetrie te
verlagen door een effectieve controle uit te voeren op de verantwoording door het management (agent). Agency costs = De kosten van
bescherming van de aandeelhouders, bestaande uit:
- Bonding costs: Kosten van informatie welke door het management worden gemaakt om aan te tonen dat het zijn afspraken en contracten
na komt (vb: vrijwillige JR controle);
- Monitoring costs: Kosten voor het inhuren van de acc welke door de principaal worden gemaakt om het management te controleren op
naleving van de afspraken (vb: controle JR op verzoek van AVA);
- Residual loss: Kosten van imperfectie van de controle en toezicht door de principaal. Doordat het management niet de optimale
beslissingen neemt voor de eigenaar, leidt hij verlies.
J&M maken enkele veronderstellingen:
- Organisaties zijn een formele bundeling van contracten tussen individuen;
- Individuen weten precies de baten-lasten verdeling;
- Ieder individu wil hieruit het maximale voor zichzelf halen.
De acc kan residual costs verlagen door:
- Informatieasymmetrie te verlagen;
- Vertrouwen van principalen/gebruikers in de controle versterken;
- Efficiëntere controles uitvoeren en daarmee monitoring costs verlagen.
Conclusie F1: De manager-eigenaar zal niet de maximale bedrijfswaarde nastreven v.w.b. het deel van de andere aandeelhouders. De manager
zal zijn eigen voordeel willen maximaliseren, dit zal hij doen d.m.v. niet-geldelijke vergoedingen.
Conclusie F2: Agency costs begrenzen de groei/omvang van investeringen. Agency costs hebben daarom een negatieve economische waarde.
Conclusie F4: Totale agency costs worden verminderd door het toepassen van monitoring en bonding, deze hebben dus een positieve
economische waarde: een controle verdiend zichzelf terug.
Nelson: Professional skepticism = indicated by auditor judgements and decisions that reflect a heightened assessment of the risk that an
assertion is incorrect, conditional on the information available to the auditor (klopt het wel?). Twee soorten skepticism:
- Neutrality (objectiviteit, onbevooroordeeld);
- Presumptive doubt (gerede twijfel: meer/overtuigender bewijs nodig -> teveel leidt tot een inefficiënte en te dure controle.
5 determinanten welke het professional skepticism beïnvloeden:
- Incentives;
- Traits;
- Knowledge;
- Audit experience and training;
- Evidential input.
F1 beschrijft hoe professional skepticism werkt van input tot outcome (zelflerend proces). Kern: evidential input -> skeptical judgement ->
skeptical action -> evidential outcome.
Hurrt-scale:
- Suspension of judgement;
- Questioning mind;
- Search for knowledge;
- Interpersonal understanding;
- Self-confidence (action);
- Self-determination (action).
2