= een proces dat loopt sinds het ontstaan van het heelal, de ‘big bang’ en zal blijven doorlopen in
de toekomst
Door de evolutie wordt informatie overgedragen vanuit het verre verleden over het heden naar de
verre toekomst, over de levensvormen en generaties heen.
1. Evolutie vanaf het begin
1.1 Organische moleculen: bouwstenen van het leven
- Oeratmosfeer: geen zuurstofgas aanwezig
- Oeroceanen aanwezig
- Energie geleverd door ..
UV-straling
Elektrische ontladingen bij onweer
Geothermische warmte bij vulkaanuitbarstingen
Radioactieve straling
➔ Uit anorganische stoffen ontstaan organische bouwstenen
EXPERIMENT 1951: Miller & Urey
- bootsten oeraarde na in laboratorium
- konden vorming organische moleculen aantonen
- mengsel in gesloten ruimte
- ontstaan van aminozuren en nucleïnezuren ( noodzakelijk voor eiwitten en chromosomen! )
CONCLUSIE: Uit anorganische stoffen ontstaan organische bouwstenen
, - aanwijzingen in..
Spontane organisatie van bepaalde proteïnen en lipiden
Eenvoudige structuur van virussen
➔ BIOGENESE = ontstaan van leven uit levenloze materie (experiment toonde dit aan)
2. Argumenten voor evolutie
Biologen beschouwen het bestaan van biologische evolutie als een feit
MAAR onzekerheid over exacte mechanisme van evolutie: verschillende theorieën over het
mechanisme van evolutie
2.1 Aanwijzingen uit de PALEONTOLOGIE
Paleontologie = wetenschap die fossielen bestudeert
- Fossielen = resten en sporen van planten en dieren die geconserveerd zijn in gesteente.
- Organisme sterft en na bepaalde tijd blijft niets over ➔ aaseters en micro-organisme breken
het dode organisme af = proces van fossilisatie (eerder zeldzaam)
▪ Voor fossilisatie zuurstofloze, koude omgeving nodig
▪ Harde structuren bewaren beter dan zachte structuren
- obv soort aardlaag → bepaling periode organisme afkomstig
1. Bewijs 1: Geologische tijdschaal
- toenemende differentiatie & hogere graad specialisatie
- In oude aardlagen vindt men enkel fossielen van eenvoudige levensvormen
2. Bewijs 2: Fossiele overgangsvormen
= fossielen van organisme dat primitieve kenmerken bezit in vergelijk met de meer afgeleide
levensvormen
- Coelacanth = overgangsvorm tussen vissen en amfibieën: heeft botten in zijn
pootachtige vinnen maar nog niet verbonden met centrale wervelkom
→ Lang dacht men dat die uitgestorven was MAAR een levend exemplaar teruggevonden
= ‘ levend fossiel ’