Inhoud
1 Atherosclerose..........................................................................................2
1.1 Lipiden................................................................................................2
1.2 Ontstaan en evolutie van de atheroomplaque....................................3
1.3 Klinische toepassingen.......................................................................4
1.4 Cardiovasculaire risicofactoren...........................................................4
2 Arteriële hypertensie................................................................................4
3 Ischemisch hartlijden................................................................................6
3.1 Angor pectoris.....................................................................................6
3.2 Acuut coronair syndroom....................................................................7
4 Shock........................................................................................................7
5 Hartdecompensatie.................................................................................11
5.1 Linkerhartfalen..................................................................................12
5.2 Rechterhartfalen...............................................................................13
5.3 Acuut hartfalen.................................................................................14
6 Overige pathologie van hart en vaten....................................................14 1
6.1 Inflammatie van het hart..................................................................14
6.2 Aneurysma aorta abdominalis (AAA)................................................14
6.3 Perifeer arterieel vaatlijden...............................................................14
6.3 1 Chronische arteriële insufficiëntie..............................................15
6.3.2 Acute arteriële insufficiëntie.......................................................15
6.4 Chronische veneuze insufficiëntie.....................................................16
7 Zuurstofsaturatie....................................................................................17
7.1 Pulsoximetrie....................................................................................17
METHODIEK 1 LETICIAHUYGHE
, PATHOLOGIE: PERFUSIE
1 Atherosclerose
Betekenis atherosclerose:
Vetten die opgehoopt zitten in de wand van de grote en middelgrote
slagaders. Het zijn deze ophopingen van vetten die de arteriële bloedingen
op diverse plekken in het lichaam belemmeren.
Bij wie komt atherosclerose voor:
Dit is bij iedereen aanwezig. Het is een biologisch verouderingsproces. Een
gezonde levensstijl kan atherosclerose afremmen.
1.1 Lipiden
Lipoproteïnen:
Vetten zoals cholesterol en triglyceriden zijn wateronoplosbaar. In het
weefsel worden deze vetten vervolgens gebruikt als energiebron,
opgeslagen als energiereserves of spelen een rol in de aanmaak van
andere stoffen.
Wat is een lipidenprofiel?
De verschillende lipoproteïnen zijn meetbaar in het bloed. De belangrijkste
lipidentesten vormen samen het lipidenprofiel. 2
Lipidenprofiel:
HDL LDL Triglyceriden Totaal
= High =Low Density serumcholest
Density Lipoprotein erol
Lipoprotein
- =goede - =slechte - Ander soort - Minder
cholester cholester vet dan betekenis
ol ol cholesterol dan HDL
- bevat - Bevat - Voornamelijk & LDL
vooral vooral getransporte - Vaak
cholester cholester erd in de wordt
ol ol andere hieruit
- voeren - Voeren deeltjes van een
hun hun HDL & LDL verhoudin
inhoud inhoud g
naar de rond in gerekend
lever het
lichaam
METHODIEK 1 LETICIAHUYGHE
, PATHOLOGIE: PERFUSIE
1.2 Ontstaan en evolutie van de
atheroomplaque
Ontstaan en evolutie van de
atheroomplaque:
Fatty streak
LDL-deeltjes infiltreren doorheen het
entotheel en komen terecht in de
wand van de slagader. Dit gebeurt voornamelijk op plaatsen waar
endotheel beschadigd is of onder grote spanning staat. LDL zet
vervolgens een ontstekingsreactie in gang waarbij macrofagen
aangetrokken worden vanuit de bloedbaan. Deze fagocyteren het
LDL en transformeren hierdoor schumcellen. Een oppervlakkige
ophoping van dergelijke schuimcellen in de wand van een arterie is
fatty streak. Deze oppervlakkige letsels zijn steeds asymptomatisch.
Regressie is nog mogelijk.
Atheroma
Indien het letsel aangroeit, vinden er
verandering plaats:
o Schuimcellen sterven af, waardoor
cholesterolrijke inhoud 3
extracellulair wordt opgestapeld in
de arteriewand. Deze opstapeling
van vetten en necrotisch celmateriaal
stimuleert het ontstekingsproces.
o Migratie en profileratie van gladde spieren. Deze gladde
spiercellen maken extra bindweefsel waardoor na verloop van
tijd een kapsel wordt gevormd.
= dit is een in het vaatlumen uitpuilend, afgekapsels letsel
rond een centrale kern van vetrijk materiaal. Een zekere mate
van verkalking is hierbij zelfs mogelijk.
Complicaties:
Stenose:
Volume effect van de atheroomplaque
vernauwt de slagader waardoor de
stoomafwaarts gelegen weefsels minder
bloedvoorziening ontvangen. Hetzij in rust of
bij inspanning. (=ischemie)
Plaqueruptuur & trombose & occlusie
Plaque wordt instabiel, atheroomkapsel scheurt en de necrotische
lipidenkern komt in contact met de bloedbaan. Door trombusvorming
en plaatjesaggregatie in het lumen wordt het bloedvat afgesloten
METHODIEK 1 LETICIAHUYGHE