verpleegkundigen
Dit hoofdstuk gaat over hoe verpleegkundigen mensen helpen
gezond gedrag te ontwikkelen, welke factoren gedrag beïnvloeden en
hoe je een interventie planmatig opbouwt.
5.1 Intentionele vs. faciliterende voorlichting
🟩 Intentionele voorlichting
Gericht op gedragsverandering.
Je wil dat de zorgontvanger een bepaald gezond gedrag gaat
vertonen.
Voorbeelden:
Rookstopbegeleiding
Personen motiveren tot vaccinatie
🟦 Faciliterende voorlichting
Gericht op voorbereiding/ondersteuning van gezondheidsgedrag.
Je helpt iemand een keuze te maken, maar stuurt niet.
Voorbeelden:
Informatie geven over voor- en nadelen van screening
Educatie bij chronische ziekte
➡️
Beide horen bij verpleegkundige gezondheidsbevordering.
5.2 Planmatige bevordering van gezond gedrag
Een goede gezondheidsinterventie is:
✔️ Planmatig
✔️ Op maat van doelgroep
✔️ Wetenschappelijk onderbouwd
✔️ Gericht op determinanten van gedrag
Daarom leer je modellen zoals het Gedragswiel, TTM en Intervention
Mapping.
5.3 Determinanten van gedrag
Gedrag wordt bepaald door drie grote clusters van factoren.
, 5.3.1 Het Gedragswiel © (Gezond Leven)
Dit model toont wat je moet beïnvloeden om gedrag te veranderen.
Het gedragswiel bestaat uit 3 niveaus:
🟦 1. Structurele determinanten (maatschappelijke context)
Dit zijn brede maatschappelijke factoren die gedrag beïnvloeden.
Voorbeelden:
Wetgeving (rookverbod)
Regels (geen alcohol < 18 jaar)
Prijs (accijnzen alcohol/tabak)
Beschikbaarheid (suikervrije opties, fietspaden…)
Sociale normen
➡️
Dit beïnvloed je via beleid, settingen en omgeving.
🟧 2. Sociale determinanten
Relaties, cultuur en sociale omgeving beïnvloeden gedrag.
Voorbeelden:
Steun van familie
Normen in vriendengroep
Opleiding en SES
Culturele waarden
➡️
Interventies richten zich op ouders, peers, groepsnormen…
🟩 3. Individuele determinanten
Binnen de persoon zelf:
✔️
Kennis
Weten wat gezond is.
→ Maar weten leidt niet automatisch tot doen.
✔️
Attitude