Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Penologie (14/20)

Rating
-
Sold
-
Pages
84
Uploaded on
22-07-2026
Written in
2025/2026

Deze samenvatting bevat alle hoofdstukken van het vak "Penologie", samengevat door middel van de powerpoints en het bevat een samenvatting van het boek "Howardreizen". Met deze samenvatting, die mij een score van 14/20 heeft opgeleverd, ben je verzekerd van een grondige voorbereiding voor je examen. Ideaal voor studenten die effectief willen studeren en tijd willen besparen. (BELANGRIJK: op deze site zijn er een aantal dingen verschoven in het voorbeeld, maar als u het download is het normaal geen probleem. Als u problemen heeft stuurt u maar een bericht en dan zal ik het apart doorsturen via mail!!!!)

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

PENOLOGIE
Samenvatting




Joren Brauwers
Academiejaar 2025-2026

, HOOFDSTUK 1: WAAROM STRAFFEN?
1. STRAFFEN: EEN ALOUDE EN ALLEDAAGSE PRAKTIJK
PENOLOGIE?
Penologie is de studie van het straffen, het is de wetenschap die bestudeert
hoe en waarom mensen gestraft worden en wat het effect daarvan is. MAAR
straffen kan in verschillende contexten, zoals bijvoorbeeld het straffen van
kinderen na het stellen van stout gedrag (alledaagse straffen). Deze
alledaagse straffen (vn kinderen bv) vertonen zekere gelijkenissen met
straffen in de STRAFRECHTSBEDELING, maar ook grote verschillen
- Wettelijk apparaat
- Gebruik van dwang
- Bureaucratisch proces
- Gespecialiseerd personeel
- ….

DEFINITIE STRAF
Onze focus in dit vak gaat voornamelijk over de studie van straffen in het kader van het strafrechtsapparaat (opsporing,
vervolging, straftoemeting, strafuitvoering). Dus het gaat dan over straffen zoals gevangenisstraf, werkstraf, elektronisch
toezicht,… MAAR wat wordt nu bedoeld met een STRAF???
- Er zijn verschillende definities voor wat een straf is:
o “…een leed door de wet bepaald en door de rechterlijke macht opgelegd als een sanctie wegens een
gepleegd misdrijf” (Hof van Cassatie, 1924)
o “punishment is ... the legal process whereby violators of the criminal law are condemned and sanctioned
in accordance with specified legal categories and procedures” (Garland, 1990, p. 17)
o “punishment ... is punishment for crime, imposed by the judiciary in accordance with penal law, and
administered by penal institutions such as prisons and the probation service” (Hudson, 2002, p. 234)
- Conclusie: een straf is iets toedienen dat ongewenst is (een leed) door een rechtelijk apparaat als sanctie wegens
een gepleegd misdrijf door het gebruik te maken van bepaalde procedures (formeel strafrecht)

WAT ZIJN DE BELANGRIJKSTE KENMERKEN VAN EEN STRAF?
Walker (1991): zeven kenmerken van straf
1. Er wordt ‘iets’ toegebracht aan een ander persoon, waarvan verondersteld wordt dat het onaangenaam is (een
leed)
2. Het toebrengen van de straf is intentioneel en gebeurt om een bepaalde reden (als sanctie voor een gepleegd
misdrijf)
3. Degenen die de straf opleggen, hebben daartoe het recht (rechtelijk apparaat)
4. De straf wordt opgelegd omwille van een daad of een omissie, die een overtreding van een wet, een regel of een
gewoonte inhoudt
5. Degene die gestraft wordt heeft de inbreuk vrijwillig gepleegd
6. De redenen om te straffen moeten te rechtvaardigen zijn
o FOCUS van dit hoofdstuk: HOE rechtvaardigen we een straf, WAAROM doen we dat?
7. Of de bestraffing werkelijk als straf wordt beschouwd, is afhankelijk van wat de bestraffer verstaat onder
bestraffing en niet van de opvatting van de gestrafte

HOE BESTRAFFING BESTUDEREN?

Penologie is de wetenschappelijke studie van de bestraffing van normovertredend gedrag. De term is traditioneel wat
beladen en roept soms verwarring op, maar in essentie gaat het om het bestuderen van straffen. Toch bestaat dé penologie
niet: de manier waarop men naar bestraffing kijkt, hangt af van het gekozen perspectief.




1

, TWEE BELANGRIJKE STROMINGEN BINNEN PENOLOGIE?
Er zijn 2 belangrijke stromingen binnen de penologie, met andere woorden er zijn 2 verschillende manieren om naar
penologie en straffen te kijken:
- (1) Positivistische, empirische kijk op straffen (prof voorstander): Vanuit dit perspectief wordt penologie gezien
als een sociaal-wetenschappelijke studie van de oplegging en uitvoering van strafrechtelijke sancties. In de
penologie komen vragen aan de orde, zoals:
o “Wat zijn de verschillende sancties, wat houden ze in?”
o “Welke rechtstheoretische en filosofische ideeën liggen er aan de basis?”
o “Welke doelen wil men bereiken”
o “Lukt het om die doelen te realiseren; zijn ze effectief?”
- (2) Sociologische kijk op straffen: Deze kijkt naar bestraffing als een sociaal fenomeen. Straffen worden hierbij
gezien als sociale constructies die ingebed zijn in een bredere maatschappelijke context. Ze zijn niet vast of
vanzelfsprekend, maar veranderlijk en afhankelijk van tijd, cultuur en sociale verhoudingen

EFFECTIVITEIT ≠ LEGITIMITEIT VAN DE STRAF (BELANGRIJK!!!!!!!!!!)
Een cruciaal onderscheid binnen de penologie is dat tussen effectiviteit en legitimiteit van straffen.
- (1) Legitiem: Rechtvaardiging van de straf,
o Waarom mag de overheid of de samenleving iemand straffen? Dit is een normatieve vraag, het is
gegrond in morele beginselen (normatief kader).
- (2) Effectief: “werkt” de straf?
o Bereikt de straf het vooropgestelde (strafdoel)? Wat is het doel, dit moet je weten als je wilt evalueren
of de straf effectief is… Deze analyse gebeurd door penologische empirisch onderzoek.
Effectiviteit ≠ legitimiteit van de straf → een straf kan legitiem zijn en niet effectief, maar ook andersom:
- Bv: Doodstraf
o Legitiem? In Europa is de doodstraf afgeschaft dus NIET legitiem
o Effectief? Dit is afhankelijk van uw strafdoel, maar als je wilt bereiken dat die persoon nooit meer een
misdrijf pleegt is de doodstraf een effectieve straf (maar NIET legitiem in Europa)
- Bv: Mag een overheid straffen opleggen waarvan we weten dat ze niet effectief zijn?
o JA, bv gevangenis (niet effectief) kunnen ze rechtvaardigen omdat ze het doen omdat een norm is
overschreden MAAR als het doel is om recidive te voorkomen is een gevangenis NIET effectief

2. STRAFTHEORIEËN
Denkers (1976) onderscheid 3 TYPES aan doelstellingen in verband met straffen:
- (1) Instrumenteel: Bestraffing is een INSTRUMENT dat dient om normconform gedrag te realiseren bij de burgers
(“Policing society”)
o Wat zijn de INSTRUMENTELE doelstellingen van de straf? 2 grote theorieën
▪ Retributivistische of absolute theorieën (retributivisme)
▪ Utilitaristische of relatieve theorieën (utilitarisme)
▪ …
▪ Abolitionisme
▪ Herstel
▪ Hybride theorieën
- (2) Intrinsiek (belangrijkste): Intrinsieke doelstellingen focussen niet op gedragssturing, maar op bescherming van
burgers tegen mogelijk machtsmisbruik door de overheid.
o De centrale vraag is: hoever mag de overheid gaan om normconform gedrag af te dwingen? Strafrecht
heeft hier een rechtsbeschermende functie en moet grenzen stellen aan de strafmacht van de staat
(“Policing the police”)
- (3) Organisatorisch: Hierbij wordt bestraffing bekeken binnen de praktische en institutionele context van het
strafrechtelijk apparaat. Deze organisatorische context bepaalt wat mogelijk is als straf (ex: beschikbare
budgetten, personeel en capaciteit)




2

, (1) INSTRUMENTELE DOELSTELLINGEN

RETRIBUTIVISME OF ABSOLUTE THEORIEËN
Immanuel Kant (18e eeuw) ligt aan de basis van deze kijk op straffen. Volgens Kant is de straf gericht op HET
VERLEDEN, met andere woorden “VERGELDING” (wij gaan straffen omdat er in het VERLEDEN een misdrijf is
gepleegd) & dus NIET om toekomstige effecten te krijgen. (>< Utilitarisme)
- Idee: Volgens het retributivisme heeft IEDEREEN de absolute plicht om de (morele) wet te gehoorzamen
o Misdrijf: Een misdrijf is daarom een schending van universele morele principes, waardoor de
morele balans wordt verstoord.
o Straf; de straf is dan een morele plicht van de samenleving en dient om die verstoorde balans te
herstellen. (!!!!) → Metafysische vergelding…
- Het retributivisme (vergelding) kan gekoppeld worden aan de KLASSIEKE LEER, wat een reactie was tegen de
rechtsonzekerheid van het Ancien Régime… Hierdoor wilt de klassieke leer eigenlijk heel duidelijk (zwart/wit)
bestraffen, iedereen op dezelfde manier voor dezelfde feiten.
o Achterliggend mensbeeld: De mens is een VRIJ en RATIONEEL wezen, indien iemand criminaliteit pleegt…
Dan hebben ze daar dus ook ZELF VOOR GEKOZEN en dragen hierdoor de VOLLEDIGE
VERANTWOORDELIJKHEID. → “Vergelding” (terug rechtzetten, terugbetalen,…)
▪ Dus: Individu is rationeel wezen, en heeft dus wetens en willens criminaliteit gepleegd dus
VERGELDING & ALTIJD straffen op dezelfde wijze (niet ene keer wel andere keer niet, straffen
gebeurt ALTIJD en dus GEEN individualiseren. Gelijke straffen voor gelijke misdrijven)
o (!!!!) Vergelding van schuld vormt grondslag en rechtvaardiging van de straf
▪ Doel = Het terug betalen van de schuld (“Vergelding”)
▪ Gevolg = ALTIJD STRAFFEN, ongeacht de consequenties (onze morele plicht om te straffen)
• (1) Elk misdrijf vereist vergelding & de STRAF MOET LEED INHOUDEN
• (2) NIET KIJKEN NAAR DE TOEKOMST: De toekomst is NIET belangrijk, geen enkel nut naar
de toekomst toe. Er wordt NU gestraft om de “morele balans” recht te zetten”.
o Gevolg: Effectiviteit van de straf is NIET belangrijk (zie les 3)
• (3) GEEN individualisering: Gelijke straffen voor gelijke misdrijven
• (4) WEL proportionaliteit: Zwaarte straf staat in verhouding met de ernst van het misdrijf.
• (5) DE DAAD & SCHULD staat centraal, Persoon doet er NIET toe




“JUST DESERTS” (VON HIRSCH)

Just deserts is een moderne variant van het retributivisme, ontwikkeld door Von Hirsch vanaf de jaren 1970. Deze
benadering ontstond als reactie op de behandelingsideologie (optimistisch geloof in de behandelbaarheid van de
mens)…. Volgens Von Hirsch MOETEN we TERUG naar “DE DAAD” – Just Deserts (Verdiende loon gekregen)
- Rechtvaardigheid: Iemand moet de “verdiende straf” krijgen, en er moet niet gekeken worden naar de
behandelbaarheid van deze personen. Ze moeten een straf krijgen die zij verdienen.
- Proportionaliteit staat centraal: straf/leed in verhouding met
o 1) Ernst van misdrijf (hoe zwaarder het misdrijf, hoe zwaarder de straf)
o 2) Mate van verwijtbaarheid (schuld)
- Straf dient als
o Een COMMUNICATIEF INSTRUMENT: de “afkeuring” uitdrukken
o Genoegdoening aan zowel slachtoffers als de samenleving.




3

,UTILITARISME
Het Utilitarisme, ontwikkeld door Jeremy Bentham (18-19e eeuw), is de TEGENPOOL van het Retributivisme.
Het Utilitarisme zegt dat DE STRAF gericht moet zijn op de TOEKOMST (>< Retributivisme, gericht op het verleden)
- Achterliggende mensbeeld: Het utilitarisme vertrekt van een hedonistisch mensbeeld. Mensen streven van
nature naar plezier en proberen leed te vermijden. Straf moet daarom voldoende leed veroorzaken, zodat het
voordeel van het misdrijf kleiner is dan de kost. Op die manier zal de mens criminaliteit proberen te vermijden.
- Waarom straffen: De reden om te straffen ligt in het algemeen belang en het streven naar een betere
samenleving. Straf is geen morele plicht of metafysisch principe (Kant), maar wordt gerechtvaardigd door haar
nut (utiliteit).
o Dus: Het leed (de straf) wordt gerechtvaardigd door het nut (utiliteit) voor de toekomst
▪ Het opgelegde leed is enkel aanvaardbaar als het bijdraagt aan positieve effecten in de
toekomst. Daarbij staan de dader en diens gevaarlijkheid centraal, en NIET de daad (>< Kant)
• WEL INDIVIDUALISERING: Bij het Utilitarisme is er WEL sprake individualisering, dat
wilt zeggen dat de straffen worden afgestemd op de dader (>< retributivisme), want
de straf moet nut hebben voor de toekomst…
o Strafmaat wordt bepaald door PREVENTIEVE OVERWEGINGEN (uit de
samenleving halen), maar die door ernst van het misdrijf (>< Kant)
▪ Focus op toekomstig crimineel gedrag + gevaarlijkheid dader
o Proportionaliteit? Proportionaliteit hangt hier samen met de mate van
onheil of gevaarlijkheid. Zo kan een relatief klein feit toch leiden tot een
zware maatregel, wanneer de dader als zeer gevaarlijk wordt gezien.
o Wanneer gaat men dan NIET straffen???
▪ (1) Ongegrond (geen onheil of gevaarlijkheid)
▪ (2) Niet effectief (geen preventieve werking)
▪ (3) Grote nadelen (te duur)
▪ (4) Nodeloos (andere middelen voor handen)
▪ …
o Bv: examenvraag: mag een overheid niet-effectieve straffen opleggen? NEE
mag niet volgens het utilitarisme, maar WEL volgens retributivisme
- Doel (nut) = Preventie van criminaliteit, nu zijn er 2 soorten preventie:
o Algemene (of generale) preventie: Zorgen dat mensen in de bevolking (‘potentiële criminelen’) geen
criminaliteit plegen = algemene afschrikking (via strafbaarstelling) en normbevestiging
o Individuele (of speciale) preventie: dader zelf (~ recidive), Zorgen dat de dader niet opnieuw daden gaat
stellen of gedrag gaat herhalen (recidive voorkomen) = individuele afschrikking, incapacitatie
(onschadelijkmaking door uit samenleving te halen), resocialisatie (iemand beter maken zodat hij kan
terugkeren in de samenleving)




ABOLITIONISME (NIET ECHT KENNEN)
Een andere straftheorie met instrumentele doelstellingen is het ABOLITIONISME, ontwikkeld in jaren ’70 door Louk
Huisman… Dit is een radicale visie dit stelt dat er GEEN rechtvaardiging is voor de straf op de wijze dat het nu in onze
samenleving is georganiseerd via het strafrechtelijk apparaat. Deze visie pleit voor de AFSCHAFFING van het
STRAFRECHT….
- Visie op straffen: in ALLE gevallen zijn straffen onnodig… Dit gaat een stap verder dan het Utilitarisme dat
stelt dat men niet moet straffen als het ongegrond is, niet effectief is, te duur,….
o Strafrecht als een ‘sociaal probleem’ … Het strafrecht ‘steelt’ het conflict van haar rechtmatige
‘eigenaars’, hierdoor worden conflicten bij direct betrokkenen (slachtoffer, dader) weggehaald




4

, Afschaffen:
• Begrippen misdaad en criminaliteit
• Leedtoevoeging als graadmeter voor hiërarchie waarden in samenleving
• ‘Projectie’ waarbij leed en schade aan concrete mensen wordt voorgesteld als leed en schade aan ‘de samenleving’
• Tijdsdimensie straffen (dagen)
Behouden:
• Politie en rechterlijk apparaat, maar met alternatieve invulling

HERSTEL
Sinds de jaren 1980–1990 is het herstelrecht ontstaan als een nieuwe straftheorie. Deze benadering keert
zich af van het klassieke strafrecht, dat vooral focust op de dader en op de bescherming van de
samenleving. Herstelrecht benadrukt dat het slachtoffer een centrale plaats moet krijgen in het strafproces.
Volgens het herstelrecht is het belangrijk om het conflict terug te geven aan de dader en het slachtoffer.
Via bemiddeling en dialoog wordt geprobeerd om de schade die door het misdrijf is ontstaan, te herstellen.
- Kernideeën van het herstelrecht
o Criminaliteit = wordt gezien als een conflict tussen dader en slachtoffer
o Herstel = staat gelijk aan conflictoplossing
o Doel: Herstellen van de aangericht schade door het conflict terug te geven aan de dader & slachtoffer
via bemiddelingsprocedures en dialoog.
▪ Conflict ‘teruggeven’ aan dader én slachtoffer
▪ Actieve participatie alle drie partijen in conflictoplossing stimuleren (>< huidige penale systeem)
▪ Niet bestraffing of behandeling staat centraal – wél herstel van schade, zowel materieel en
immaterieel (erkenning van en interesse voor SO)
- Conclusie; Herstelrecht staat daarmee haaks op het klassieke penale systeem, waarin de staat het conflict
overneemt en straf centraal staat. In herstelrecht gaat het vooral om herstel, verantwoordelijkheid en dialoog.

HERSTEL - REINTEGRATIVE SHAMING
Reintegrative shaming is een theorie van John Braithwaite (1989) en sluit aan bij het herstelrecht. De kern is dat een confrontatie
tussen dader en slachtoffer leidt tot schaamte, wat kan bijdragen aan gedragsverandering. Via een proces van moraliseren wordt
het criminele gedrag duidelijk als fout benoemd. Dit gebeurt door afkeuring van de daad, gevolgd door een heropname van de
dader in de samenleving. Deze combinatie is essentieel.
- Braithwaite maakt een belangrijk onderscheid tussen twee vormen van beschaming:
o Reintegrative shaming:
▪ Afkeuring van het gedrag, niet van de persoon: Door te gaan straffen ga je de dader ga confronteren
met zijn daden, hierdoor krijgt hij schaamte en niet meer doen
▪ Gevolgd door vergeving en reintegratie
▪ GEVOLGEN:
• Versterkt sociale normen en
gemeenschapsgevoel
• Verkleint de kans op recidive
o Disintegrative shaming:
▪ Beschaming van de persoon zelf, leidt tot stigmatisering en uitsluiting
• GEVOLG: verhoogt het risico op recidive
De werking van reintegrative shaming veronderstelt een solidaire samenleving waarin mensen onderling afhankelijk zijn en zich
verbonden voelen. De theorie vertrekt vanuit een optimistisch geloof in een ‘good society’, waarin sociale banden criminaliteit
kunnen voorkomen en herstellen.

HYBRIDE MODELLEN
Tegenwoordig is het vaak BETER om MEERDERE doelstelling uit verschillende straftheorieën te gaan combineren, dit noemt men
wel de HYBRIDE MODELLEN of VERENIGINGSTHEORIEËN. Aangezien een bestraffingsysteem dat gebaseerd is op één doelstelling
vaak onhoudbaar en onbevredigend is, vooral bij individuele gevallen:
• Retributivisme (R): straft om te straffen, zonder rekening te houden met de individuele omstandigheden van de dader
→ kan rigide of onpersoonlijk zijn.
• Utilitarisme (U): straft puur om preventie en nut, wat kan leiden tot overmatige of disproportionele straffen bij sommige
daders → kan mateloos worden.




5

, Verenigingstheorieën of hybride theorieën: wij vertrekken vanuit ons eigen doel & nut, maar we zetten wel een bovengrens
(de straf mag niet buitensporig of disporportioneel zijn)
- (1) Retributivisme: Vergelding als rechtvaardiging
o Straf is nog steeds gebaseerd op schuld en rechtvaardigheid, maar:
▪ Het uitdelen van straf tot de maximale grens is geen absolute morele plicht meer.
▪ Utilitaire overwegingen laten toe dat er minder straf wordt gegeven als dit nuttiger is.
▪ Binnen de proportionele grenzen is er ruimte om straf in te zetten voor utilitaristische doelen
zoals preventie of resocialisatie.
- (2) Utilitarisme: Utiliteit als rechtvaardiging
o Straf dient een functioneel doel (preventie, bescherming, resocialisatie).
▪ Proportionaliteit werkt als rem:
• Straf mag nooit de bovengrens overschrijden, ook niet als het functioneel nuttig zou
zijn. Zo wordt een balans gezocht tussen rechtvaardigheid en effectiviteit.
- MAAR is er integratie van CONFLCITERENDE PRINCIPES??? In hybride bestraffingsmodellen worden vaak
verschillende strafdoelen gecombineerd. Dit kan leiden tot een spanning tussen conflicterende principes, namelijk:
o 1. Proportionaliteit en gelijkheid (retributief)
▪ Als straf in wezen een vergelding van schuld is, moet deze PROPORTIONEEL zijn aan:
• de ernst van het misdrijf, en
• de mate van schuld van de dader.
▪ Gelijkheid in straftoemeting is dan belangrijk: gelijke feiten → gelijke straffen.
▪ Dit zorgt voor rechtvaardigheid en voorspelbaarheid in het strafsysteem.
o 2. Individualisering en ongelijkheid (utilitaristisch)
▪ Vanuit een preventief/utilitaristisch oogpunt kan proportionaliteit en strikte gelijkheid de
effectiviteit van straf ONDERMIJNEN.
• Effectieve straf kan vragen om maatwerk (individualisering):
o zwaardere straf voor een gevaarlijke dader
o lichtere of aangepaste straf voor iemand die goed resocialiseerbaar is
• Door de straf af te stemmen op het individu kan de rechter dus gedifferentieerde en
geïndividualiseerde straffen opleggen.




(2) INTRINSIEKE DOELSTELLINGEN
Kernidee van de intrinsieke doelstellingen: het strafrecht heeft een rechtsbeschermende functie. Het gaat niet alleen om
het bestraffen van daders, maar om correct omgaan met mensen binnen het strafrecht en de samenleving te beschermen
tegen machtsmisbruik door de overheid.

Belangrijkste punten:
- (1) Het gaat om doelstellingen van het strafRECHT (algemeen), niet alleen van de opgelegde straf.
- (2) Centraal staat de vraag: hoe instrumentele doelstellingen (zoals preventie) op een rechtvaardige manier
realiseren? Het bepaald
- (3) Het strafrecht moet een evenwicht vinden:
o Due Process (Rechtsbescherling): Wordt iemand correct behandeld en gerespecteerd
o Crime Control: handhaving van de orde




6

, (3) ORGANISATORISCHE DOELSTELLINGEN
Organisatorische doelstellingen bepalen hoe de instrumentele (preventie, nut) en intrinsieke (rechtsbescherming, rechten)
doelstellingen in de PRAKTIJK kunnen worden bereikt. Ze hebben te maken met de institutionele en praktische context
van het strafrecht.
- Mensen – Goal displacement: Soms wijkt de uitvoering van het strafrecht af van de formele doelen (stated goals)
en wordt het doel aangepast aan de realiteit (real goals).
o Voorbeeld: voorlopige hechtenis is officieel bedoeld als bewarende maatregel, maar wordt in de praktijk
vaak gebruikt als straf.
- Materiële middelen: De beschikbaarheid van geld, personeel en gebouwen bepaalt wat mogelijk is binnen het
strafrecht.
o Voorbeeld: overbevolking in gevangenissen kan doelstellingen zoals rehabilitatie en re-integratie
ondermijnen, omdat er onvoldoende middelen zijn voor begeleiding en programma’s.
- Regels en voorschriften:
o Voorbeeld: standaardisering vs verstarring
▪ Het strafrecht gebruikt vaste regels en procedures om iedereen gelijk te behandelen. Als het
systeem te streng en onbuigzaam is, kan het niet goed omgaan met bijzondere situaties of
individuele gevallen.
- Buitenwacht: Politieke keuzes, begrotingen en publieke opinie beïnvloeden welke prioriteiten het strafrecht stelt.
o Voorbeeld: politieke druk kan leiden tot zwaardere straffen of focus op zichtbare misdrijven, soms ten
koste van re-integratie of preventie.

3. REFLECTIE: WAAROM STRAFFEN?
Straf kan op verschillende manieren worden gerechtvaardigd (als legitiem beschouwd worden), dat wilt dus zeggen dat er een
veelheid aan rechtvaardigingen is.. Binnen de klassieke straftheorieën zijn er twee dominante groepen:
• Retributivistische of absolute theorieën
o Gericht op het verleden.
o Doel is het herstellen van de rechtsorde door vergelding.
o Er wordt geen rekening gehouden met toekomstig nut.
• Utilitaristische of relatieve theorieën
o Gericht op de toekomst.
o Doel is criminaliteit voorkomen of verminderen.
MAAR rechtvaardigingen en doelstellingen kunnen soms botsen, waardoor het concept van relatieve autonomie belangrijk wordt.

RELATIEVE AUTONOMIE
Relatieve autonomie betekent dat één straf verschillende doelen kan hebben, afhankelijk van wie ermee bezig is en in welke
situatie. Met andere woorden: dezelfde straf kan op verschillende manieren “werken”, afhankelijk van het niveau of de
context. Het idee is dat het strafrecht niet één universeel doel heeft, maar dat verschillende doelen tegelijk kunnen bestaan.
Dit voorkomt dat er conflicten ontstaan tussen wat het strafrecht wil bereiken.
- Voorbeelden: er zijn verschillende niveaus van de strafrechtsbedeling, en elk van deze niveaus kunnen een andere
focus hebben op de doelen/functies van éénzelfde straf (= relatieve autonomie)
o Wetgever – bepaalt welke daden strafbaar zijn:
▪ Focus: Algemene Preventie, mensen afschrikken en waarschuwen zodat zij geen criminaliteit
plegen
o Rechter – Straftoemeting (bepalen welke straf iemand krijgt)
▪ Focus: vergelding (verleden, schuld, proportionaliteit)
o Strafuitvoering – gevangenis of maatregelen
▪ Focus: Individuele preventie (zorgen dat het individu niet terug criminaliteit gaat plegen) en re-
integratie (zorgen dat het individu terug in de samenleving terecht kan komen)
Belang van relatieve autonomie
• Binnen één straf kunnen verschillende doelen tegelijk spelen: preventie, vergelding en resocialisatie.
• Welke doelstelling primeert hangt af van het niveau van het strafproces en de context.
• Dit maakt het strafrecht flexibel en realistisch, omdat het rekening houdt met verschillende belangen.




7

, VOORBEELD BELEIDSVERKLARING VAN QUICKENBORNE (2020)

Binnen één straf of beleid
kunnen verschillende doelen
en functies actief zijn.

Kijk naar het voorbeeld




PUNISHMENT CONTINUUM
Petersilia (1990) introduceerde het idee van een continuüm van straffen: straffen en maatregelen verschillen in zwaarte of
met andere woorden HOE PUNITIEF is een straf of maatregel???
- Juridisch gezien: heeft men een rangschikking gemaakt van de relatieve zwaarte van hoofdstraffen (artikel 7 Sw)
o (1) Gevangenisstraf
o (2) Straf onder elektronisch toezicht
o (3) Werkstraf
o (4) Autonome probatiestraf
o (5) (Geldboete)
- MAAR er is GEEN OBJECTIEVE RANGORDE, beoordeling van strafzwaarte
mag in abstracto (over het algemeen een grote lijn trekken)… Je moet rekening houden met individuele
omstandigheden (individualisering, straffen moeten afgestemd zijn op de persoonlijke situatie van de dader)
o Dus wij kunnen beter spreken over een SUBJECTIEVE STRAFZWAARTE, hoe zwaar een straf door een
persoon wordt ervaren
▪ Voorbeeld: een geldboete van 100.000 euro voelt veel zwaarder voor iemand met schulden dan
voor een miljonair.
o Volgens vele zouden wij deze subjectieve strafzwaarte, hoe wordt de straf ervaren, ook moeten
meenemen in de bestraffing…
▪ Relevantie van subjectieve strafzwaarte…
• Individuele afschrikking (utilitarisme)
o Daders worden afgeschrikt, aangezien zij de SUBJECTIEVE zwaarte van de
straf (hoe zij het hebben ervaren) in de toekomst zullen meenemen in hun
kosten-batenanalyse als ze mogelijks nieuwe feiten willen plegen..
▪ = Dit noemt men “gepercipieerde afschrikking”, maar dit werkt
alleen als de straf subjectief als zwaar genoeg wordt ervaren…
• Proportionaliteit (retributivisme)
o Doel: straf moet passen bij de ernst van het misdrijf en de schuld van de
dader…De proportionaliteit kan worden bekeken vanuit:
▪ Objectief perspectief: alle daders krijgen dezelfde straf voor
hetzelfde misdrijf.
▪ Subjectief perspectief: dezelfde straf wordt anders ervaren door
verschillende daders.
o Dit roept de vraag op: is gelijke straf het belangrijkst, of gelijke ervaring van
de straf? → Gelijkheidsbeginsel, was traditioneel gebaseerd op de objectieve
strafmaat MAAR kunnen wij niet beter kijken naar de SUBJECTIEVE
ERVARING?




8

, Vroeger keek men vooral naar de mate van vrijheidsberoving om te bepalen welke straf het zwaarst is. Op die manier lijkt
de gevangenisstraf inderdaad de zwaarste straf. Maar onderzoek laat zien dat de ervaren zwaarte van een straf niet altijd
overeenkomt met de duur of aard van de vrijheidsbeperking. Dit betekent dat de subjectieve ervaring van de dader een
belangrijk element zou moeten zijn bij het bepalen van straffen in ons strafrechtsapparaat.




SUBJECTIEVE ZWAARTE VAN DETENTIE (TEKST 3 READER, RAAJMAKERS (2014)
Raajmakers (2014) deden een onderzoek bij 1764 gedetineerden mannen in
Nederland, waarbij ze peilde naar hoe zij detentie ervaarden (subjectieve strafzwaarte
van gevangenis) en welke factoren daar een belangrijke rol bij speelden.
- Bevinding: Er waren duidelijke verschillen in hoe zwaar detentie werd ervaren
o 24% (helemaal) niet zwaar
o 50% (heel) zwaar
- MAAR welke factoren maken detentie nu juist zwaarder????
o Importfactoren (meegebrachte kenmerken van gedetineerde)
▪ 1) Oudere leeftijd
▪ 2) Eerste keer in detentie
▪ 3) Een partner hebben maakt detentie zwaarder ervaren;
▪ 4) Persoonlijkheid: Neuroticisme, vriendelijkheid en consciëntieusheid hangen het sterkst
positief samen met ervaren zwaarte: wie emotioneler kwetsbaar, zorgzamer of
plichtsgetrouwer is, beleeft detentie zwaarder.
o Deprivatiefactoren (ontbering in detentie)
▪ Vooral deprivatie van veiligheid en van dagbesteding vergroten de subjectieve zwaarte van
detentie; gebrek aan activiteiten heeft het sterkste effect
- Waarom is het belangrijk? Niet iedereen ervaart dezelfde gevangenisstraf even zwaar; dezelfde strafduur kan voor
de ene dader veel zwaarder voelen dan voor de andere.
o Dat is relevant voor:
▪ Afschrikking: sommige mensen nemen detentie zwaarder mee in hun kosten-batenafweging
dan anderen. Bovendien is er enkel effect van uw straf, indien de straf ook als ZWAAR wordt
gepercipieerd.
▪ Vergelding en proportionaliteit: als straf gelijk moet zijn in “leed”, is alleen kijken naar duur en
type straf eigenlijk te grof.
▪ Gelijkheid: gelijke straf in jaren betekent niet automatisch een gelijk ervaren leed.
• Dus VRAAG: differentiatie obv subjectieve zwaarte, moeten wij ouderen korter straf
geven dan jongeren omdat zij het zwaarder ervaren?

HOE ZIT HET DAN MET VROUWEN?

Dit hoort NIET meer bij het vorige onderzoek, maar de vraag blijft
natuurlijk wel HOE DAT VROUWEN in VLAAMSE GEVANGENISSEN
DETENTIE ERVAREN????

De kernconclusie van deze figuur is dat de meeste gedetineerden hun
detentie als (erg) zwaar en duidelijk als straf ervaren, vaak zelfs
zwaarder dan ze vooraf hadden gedacht.

PUNISHMENT EXCHANGE RATE

Onderzoekers hebben gekeken naar hoe daders en professionals
straffen ervaren, met name door de Punishment Exchange Rate-methode (wisselkoers). Dit is een manier om te
meten hoeveel van een alternatieve straf gelijkstaat aan een bepaalde gevangenisstraf.




9

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 1-4
Uploaded on
July 22, 2026
Number of pages
84
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$16.44
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
jorenbrauwers Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
1213
Member since
3 year
Number of followers
175
Documents
39
Last sold
1 day ago

4.6

208 reviews

5
137
4
59
3
7
2
2
1
3

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions