1. DE TOON WORDT GEZET: MUZIEK IN DE OUDHEID
TERUG NAAR HET OUDE GRIEKENLAND
- Zeer invloedrijke theorieën en ideeën
- De term muziek is ontleend aan de term mousiké
→ Mousiké = kunst van de muzen
→ Muziek = betekent voor ons de vormgeving in tonen
- Er bestaan 9 muzen, de dochters van Zeus en Mnemosyne
→ Mnemosyne = het geheugen, dit verwijst naar de geschiedschrijving
→ Mousiké = het vertellen van de geschiedenis
→ Het idee van de muzen als muzikanten is een foutief Europees modern idee
DEFINITIE VAN MUZIEK ALS IDEE
Het Grieks denken over muziek
- Er zijn 4 types van filosofieën die in het Griekse denken een rol speelden
→ Kosmologie: muziek als weerspiegeling van de kosmos
→ Muziek en ethiek: morele vorming van ons karakter
→ Muziek als techniek: muziektheoretische teksten
→ Muziek als genot: ter amusement zonder filosofische nadruk
Kosmologie
- Grondlegger = Pythagoras
- Hij ontdekte dat er muzikale intervallen bestaan en dat je er formules op kunt toepassen
- Hij heeft de verhoudingen tussen toonhoogten verklaard vlg de verhoudingen tussen de vier
getallen van de tetraktys
- Tetraktys = 4 getallen waarmee je de volledige wereld kunst verklaren
- Pythagoras merkt op dat je de intervallen in ratio’s van 3/2, 4/3, 9/8 kan uitdrukken
- Harmonie der sferen = overal in de kosmos muziek klinken
→ In het universum zijn er tonen die we niet horen, maar wel kunnen nabootsen
→ Onze muziek zal harmonisch klinken als het samenklinkt met het universum
- Plato schrijft over de Harmonie der sferen in ‘De Staat’ en 'Timeos'
→ De Staat: krijgsman Er krijgt de gunst om te kijken naar het leven na de dood
→ Timeos: hij mag de mathematische indeling van de ziel van het universum zien
- Cicero specificeert waarom we de harmonie der sferen niet kunnen horen
→ Gehoor is het minst ontwikkeld zintuig, de klank is veel te luid voor ons gehoor
1
,Muziek en ethiek
* Plato en de ethos in de muziek
- Ethos = het zedelijk karakter
- Ethosleer = Plato verbindt muziek met de ethos
→ Hij argumenteert dat muziek een invloed heeft op ons
→ Hij ontleent dit aan Damon van Athene die zegt dat muziek een
nationaal karakter uitdrukt bv. Frygische mensen drukken zich Frygisch uit
- Plato versterkt dit standpunt door de harmonie in de getalsverhoudingen van het heelal
aan te duiden: de harmonie bestaat ook in ons, in onze omlopen van de ziel
- Harmonia = Muziektechnische kwestie van de indeling van het octaaf
- Muzikale verhoudingen is gelijk aan de intervallen van het heelal en de omlopen van onze
ziel
- Harmonie drukt de innerlijke gevoelens uit
- Plato drukt bovenstaande onderwerpen in ‘De Staat’
→ Muziek kan ons helpen om deugdzaam te werken als we emotioneel niet functioneren
→ Een goede muzikale opvoeding is essentieel
→ Relatie tussen sport en muziek is belangrijk, omdat beiden voor de ziel zijn ingesteld
→ Je moet ziel en lichaam in evenwicht
* Aristoteles en de ethos in de muziek
- Aristoteles zal verdergaan op de theorieën van Plato
- Mimesis: nabootsing
→ Kunstenaars bootsen de werkelijkheid, maar ook innerlijke emoties na
→ Relatie tussen muziek en de uitdrukking van emotie zit in de mimesis
- Muziek is nuttig in opvoeding en kan verzachtend werken voor jongeren
- Muziek moet je maken voor innerlijke volmaking en niet voor geldgewin
- Via muziek plaats je je eigen emoties in een ander persoon die ze ervaart
Muziek als techniek
- Aristocenax van Tarente schrijft een muziektheorie als autonoom discipline
- Hij definieert drie genera
→ Enharmonie
→ Chromatiek
→ Diatoniek (!!) = octaafladder do-re-mi-fa-sol-la-si-do
2
,Muziek als genot
- Epicuristisch
→ Filosofie van het genot
→ Muziek is een leuk tijdverdrijf
→ Men houdt geen rekening met de Plato’s muziektheorieën
→ Deze filosofie overleeft de overgang naar het christendom niet
- Sceptisch
→ Sextus Empiricus verzet zich tegen de musici
→ Op welke grondslagen is kennis gebaseerd
→ Ze ontkrachten de muziektheorieën
→ Muziek is vlg hen een activiteit is zonder ethische kracht
→ Ook klank en ritme bestaan volgens hen niet
MUZIEK IN DE VROEG CHRISTELIJKE CULTUS
- Onze voornaamste bron is de patristiek, een verzamelingen van geschriften
- van de kerkvaders, anders is er weinig over bekend
→ Ze theoretiseren het christelijk geloof en brengen het in contact met Plato’s filosofie
→ Ze durfden zich uit te spreken tegen het gebruik van instrumenten
- Christelijke riten beginnen op te komen nl. de psalmodie, eucharistie en vigilie
→ Psalmodie: het reciteren van psalmen als een spirituele meditatie-oefening om dichter bij
God te komen
- Muziek kreeg een plek in het quadrivium van de artes liberales
→ Trivium = grammatica, retorica, dialectica…de kunst van het woord
→ Quadrivium = aritmetica, musica, geometria, astronomia…wetenschappen
→ Musica behoort tot de mathematische disciplines en bestudeerd de relaties tussen tonen
- Boëthius theoretiseert dit systeem en maakt een onderscheid tussen 3 soorten muziek
→ Musica mundana = de harmonie der sferen
→ Musica humana = de muziek in ons, omlopen van de ziel
→ Musica instrumentalis = muziek op instrumenten + zingen
- Boëthius maakt een onderscheid tussen muziek als praktijk en muziek als idee
- Cassiodorus zal de erfenis van het denken van de oudheid vertalen in christelijke termen
→ Hij wijst op de relatie tussen muziek en de schepping van God
3
, KLINKEND GETAL EN GODS ORDE
MUZIEK IN DE MIDDELEEUWEN
Illustratie Geertgen tot Sint-Jans ‘Verheerlijking van Maria’
- Voorstelling van Maria in sole, omstraald door de zon
- Madonna met het Christuskind omringd door een krans van licht
- Daarrond cirkels met muziekspelende engelen
- De harmonie der sferen = muziek gemaakt door de engelen rond Gods troon
- God is de oorzaak van consonantie en claritas (de harmonie en het licht)
GEZANGEN VOOR DE GEWIJDE RUIMTE
- Eenstemmig gezang = iedereen zingt hetzelfde
- Muziek met een religieuze functie gemaakt voor een sacrale ruimte bedoeld als Gods huis
- Het gezang heeft de functie om de sacrale omgeving te ervaren als een bijzondere omgeving
- Religieus zingen = spreken in een ander register tot de Godheid
- Het Gregoriaans is een continue traditie die vandaag nog bestaat
→ Hedendaags gezang in de Romaanse kerk is 8e eeuws gregoriaans
→ Het gregoriaans is een gezang dat per eeuw beoefend wordt, het is een levende traditie
- De term Gregoriaans is genoemd naar paus Gregorius de Grote
→ Een betere wetenschappelijke term zou ‘Cantus Planus’ geweest zijn (=vlakke zang)
→ Andere talen zullen wel deze term gebruiken Plainchant (Fr en Eng)
- Cantus Mensurabilis = muziek die in tijdmaten geordend is met ritme ( 🚫Cantus Planus)
→ Belangrijk voor meerstemmig gezang → eenstemmig gezang
- Deze tradities behoren niet tot het Gregoriaans:
→ Oud-Romeins, Gallicaans, Mozarabisch, Byzantijns
Historische context
- Karolingische Renaissance = ze willen de cultus christianiseren, de
ritus standaardiseren en het rijk verenigen
- Hadrianum = een boek vol teksten die gezongen moeten worden
- De Paus wordt gevraagd ter hulp van de eenheid van de cultus
- Naast de nieuw opgerichte zangscholen, ontstaat ook de orale traditie van leraar op leerling
die niet muzikaal vastgelegd in geschriften
- Op die manier ontstaat er mengvorm tussen de Romeinse en Frankische traditie (synthese)
→ Dit is de basis voor het gregoriaans gezang
4