an am nese
K INESITHERAPEUTISCH H ANDELEN 1 – Mor an Gilat
Je moet altijd verder kijken dan de aandoening zelf -> repercussies (‘ripples’)
Diagram opstart therapie
1. verwijzer: de patiënt moet eerst langs een dokter voordat die naar de kine kan gaan
verwijsbrief: verplicht deze te volgen
o diagnose: medisch is niet altijd hetzelfde als kinesitherapeutisch
o type kinesitherapie
o aantal keer + aantal frequenties
o mogelijk nieuwe brief naar verwijzer sturen -> nieuw type van kine
voorstellen
2. vroege hypothese: als je de verwijsbrief krijgt, sta je al eens stil bij van wat het zou
kunnen komen
o je scant de persoon eens snel, dit is dus op basis van uiterlijk bv. is deze
persoon fit? Heeft deze persoon sportkleren aan?
o dit zijn meerdere dingen, je baseert hier je anamnese op
3. anamnese: je wilt deze vroege hypothese verduidelijken, je bevraagt wat je denkt aan
de patiënt voor meer duidelijkheid = wat de patiënt (nog) kan vertellen
o auto-anamnese: therapeut – patiënt
o retro-anamnese: therapeut – iemand uit de omgeving van de patiënt
Anamnese = wat een patiënt aan de zorgverlener kan vertellen (herinneren) met
betrekking tot de voorgeschiedenis en relevante omstandigheden van zijn ziekte
of aandoening. Een anamnese komt tot stand doordat de zorgverlener gerichte
vragen stelt aan de patiënt.
, Kinesitherapeutisch handelen 1 – basisevaluatie (M. Gilat)
hoge prioriteit belangrijk (kan eventueel later)
personalia: invloeden op het problemen (nu):
o naam, voornaam, geslacht, o lichamelijke activiteit
geboortedatum o houding, gewicht, belasting
o adres, telefoonnummer, e-mail o externe factoren
o burgerlijke staat, beroep, functie o persoonlijke factoren
o naam huisarts + verwijzende arts o algemene lichamelijk conditie
hulpvraag: relatie met vroegere / andere problemen:
o therapeut ondersteunt indien de patiënt o verwondingen, vroege operaties?
zich niet kan uitdrukken o ziekten, aandoeningen?
gezondheidsprobleem: behandeling tot nu toe en resultaten daarvan:
o aard van het probleem: o medische behandeling?
wanneer meeste pijn? vb. recente operatie
mobiliteitsbeperking? o kinesitherapie
instabiliteit? eerdere kinesitherapie geen resultaat? wat
vermindering conditie? geprobeerd?
o ernst van het probleem o behandeling bij andere zorgverleners?
o lokalisatie
historie en beloop: restricties en adviezen:
o ontstaanswijze van het probleem o restricties vanuit medisch oogpunt
plots: acuut probleem lage dosering vb. totale heupprothese: geen exorotatie toegelaten
met hoge frequentie o adviezen vanuit ander oogpunt
geleidelijk: niet-acuut hoge levensstijl
dosering met lage frequentie gedrag
wel of geen immobilisaties
contra-indicaties: individuele omstandigheden:
o cardiale klachten o wonen
o medicijngebruik o werkomstandigheden
o osteosynthesemateriaal, pacemaker o maatschappelijke status
o verminderde lokale belastbaarheid o adl (activiteiten van het dagelijkse leven)
o sociaal functioneren?
verwachtingen: lekenoordeel:
o therapeut van patiënt o wat weet de patiënt
zelf oefenen en motivatie over medische diagnose en prognose
o wat verwacht de patiënt van de therapeut over kinesitherapeutische diagnose en prognose
over voorgestelde vormen van kinesitherapie
oplossing van de patiënt:
o aanpassingen door de patiënt zelf aangewend
gedrag
hulpmiddelen