Hfdst 4: Verklaringen voor hoe groepen omgaan met verschillen
1. Anomietheorieën Durkheim en Merton
Durkheim (1858-1917)
Anomie =
een toestand waarbij de samenleving niet langer in staat is richting te geven aan het (alledaags) doen
en laten van haar leden.
De normen zijn niet meer gedragsregulerend, waardoor het gedrag van mensen gaat
afwijken.
Samenleving voorgesteld als lichaam
2 oorzaken anomie:
economische conjunctuur
overgang agrarische naar industriële samenleving
Wanneer normen niet meer gedragsregulerend zijn? minder interne samenhang, betrokkenheid
leden
BELANGRIJK: Wederkerigheid tussen mensen in een samenleving
Deze solidariteit zorgt mee voor evenwicht en dus voor het voortbestaan van de samenleving.
2 soorten solidariteit:
1. Mechanische solidariteit:
gelijkheid, weinig sociale differentiatie, iedereen volgt zelfde waarden en normen, collectief
bewustzijn, sociale druk tot conformisme
solidariteit is vanzelfsprekend omwille van verbondenheid tussen mensen.
2. Organische solidariteit:
Sociale differentiatie door arbeidsverdeling en specialisatie, iedereen eigen warden en
normen, individueel bewustzijn, sociale druk neemt af vanuit besef dat verschillende
functies elkaar aanvullen.
Solidariteit door besef van onderlinge afhankelijkheid en maatschappelijke instituties
zijn nodig om maatschappelijke verbondenheid in vormen van solidariteit uit te drukken.
, • Afwijkend gedrag ≠ problematisch
• Afwijkend gedrag = normaal en functioneel
• Afwijkend gedrag zorgt voor verandering
• Afwijkend gedrag als voorbereiding op sociale en morele veranderingen
Merton (1910-2003)
Vertrekpunt:
vaststelling dat afwijkend gedrag meestal gedefinieerd wordt als botsing tussen biologische impulsen
en de sociale orde
!!! MAAR!!!
In de sociale structuur zelf zijn elementen aanwezig die aan de basis liggen van afwijkend gedrag
Samenleving is opgebouwd uit cultureel bepaalde doelstellingen en geïnstitutionaliseerde middelen
Maar het is mogelijk dat deze 2 deelsystemen niet op elkaar afgestemd zijn
Kortsluiting tussen deze 2 deelsystemen ANOMIE
5 manieren om je als individu aan te passen aan toestand van anomie
Zie HB p211 – 212
Kritiek
Afwijkend gedrag en criminaliteit komen meer voor in lagere sociale klassen.
Reden? Minder geïnstitutionaliseerde middelen ter beschikking
Klopt niet sociologisch onderzoek toont aan dat afwijkend gedrag gelijk verdeeld is over de
verschillende bevolkingsgroepen.
- Kans om gepakt en gestraft te worden is groter voor lagere klasse
- Structurele ongelijkheid qua beschikbaarheid illegitieme middelen
1. Anomietheorieën Durkheim en Merton
Durkheim (1858-1917)
Anomie =
een toestand waarbij de samenleving niet langer in staat is richting te geven aan het (alledaags) doen
en laten van haar leden.
De normen zijn niet meer gedragsregulerend, waardoor het gedrag van mensen gaat
afwijken.
Samenleving voorgesteld als lichaam
2 oorzaken anomie:
economische conjunctuur
overgang agrarische naar industriële samenleving
Wanneer normen niet meer gedragsregulerend zijn? minder interne samenhang, betrokkenheid
leden
BELANGRIJK: Wederkerigheid tussen mensen in een samenleving
Deze solidariteit zorgt mee voor evenwicht en dus voor het voortbestaan van de samenleving.
2 soorten solidariteit:
1. Mechanische solidariteit:
gelijkheid, weinig sociale differentiatie, iedereen volgt zelfde waarden en normen, collectief
bewustzijn, sociale druk tot conformisme
solidariteit is vanzelfsprekend omwille van verbondenheid tussen mensen.
2. Organische solidariteit:
Sociale differentiatie door arbeidsverdeling en specialisatie, iedereen eigen warden en
normen, individueel bewustzijn, sociale druk neemt af vanuit besef dat verschillende
functies elkaar aanvullen.
Solidariteit door besef van onderlinge afhankelijkheid en maatschappelijke instituties
zijn nodig om maatschappelijke verbondenheid in vormen van solidariteit uit te drukken.
, • Afwijkend gedrag ≠ problematisch
• Afwijkend gedrag = normaal en functioneel
• Afwijkend gedrag zorgt voor verandering
• Afwijkend gedrag als voorbereiding op sociale en morele veranderingen
Merton (1910-2003)
Vertrekpunt:
vaststelling dat afwijkend gedrag meestal gedefinieerd wordt als botsing tussen biologische impulsen
en de sociale orde
!!! MAAR!!!
In de sociale structuur zelf zijn elementen aanwezig die aan de basis liggen van afwijkend gedrag
Samenleving is opgebouwd uit cultureel bepaalde doelstellingen en geïnstitutionaliseerde middelen
Maar het is mogelijk dat deze 2 deelsystemen niet op elkaar afgestemd zijn
Kortsluiting tussen deze 2 deelsystemen ANOMIE
5 manieren om je als individu aan te passen aan toestand van anomie
Zie HB p211 – 212
Kritiek
Afwijkend gedrag en criminaliteit komen meer voor in lagere sociale klassen.
Reden? Minder geïnstitutionaliseerde middelen ter beschikking
Klopt niet sociologisch onderzoek toont aan dat afwijkend gedrag gelijk verdeeld is over de
verschillende bevolkingsgroepen.
- Kans om gepakt en gestraft te worden is groter voor lagere klasse
- Structurele ongelijkheid qua beschikbaarheid illegitieme middelen