Prof. dr. Christophe Maes
INLEIDING
staatsrecht
= gemeenschappelijke elementen in bestuur van staten:
1. legitimiteit = onszelf structureren om chaos … te voorkomen → adhv regels & normativiteit
= drang naar legitimiteit & rechtvaardiging → waarom mag iemand wel/niet besturen?
→ besturingslegitimiteit verschilt van staat tot staat & periode tot periode: ≠ in ontwikkeling
2. representatie = constante & historische drang, om het collectief te vertegenwoordigen
= meest gangbaar bestuurlijk model v meeste staten MAAR niet vanzelfsprekend
democratie
= essentiële problematiek binnen het publiekrecht: hoe kunnen we onszelf besturen zodat we
vrij blijven? hoe kunnen we ervoor zorgen dat de minderheid niet wordt onderdrukt door de
meerderheid? hoe gaan we dit institutioneel waarborgen?
→ intellectuele achtergrond v/d ontwikkeling v/d liberale staat
de idee van “de staat”
= iets/iemand nodig om samenleven te waarborgen & chaos & geweld te verhinderen
⤷ macht om bevelen op te leggen, wetgeving te maken dat op iedereen v toepassing is & een
geweldsmonopolie: staat kan geweld inzetten om zijn wil af te dwingen
→ heeft theorie nodig = conceptie v/d staat
middeleeuwen
= mts was in middeleeuwen anders gestructureerd, standenmaatschappij - 3 standen:
1. clerus = zij die bidden, 2. ridders = zij die strijden, 3. derde stand = zij die werken
→ dragen elk op hun eigen manier bij aan de mts
= vertegenwoordigers van deze standen vormden samen “de natie” MAAR er waren wel ≠ qua graad v
autonomie tussen bepaalde gebieden/steden
= contractuele opvatting gebaseerd op relatie tussen leenheer & leenman/vazal: vorst stelt grond,
huizen, … ter beschikking aan vazal voor geld, machtsrelaties sturen & bijstand v/d vazal aan vorst
⤷ ontstaan van heersers/koninkrijken door heel Europa: bepaalde leenheren gaan via oorlogen, …
meer territorium verschaffen → macht wordt gecentraliseerd = “een vorst”
- Océane Kets - 1
,vroegmoderne/nieuwe geschiedenis
= notie v/d soevereiniteit v/d wetgever: van vorstelijke macht naar centrale staat
→ macht ligt niet meer exclusief bij vorst, maar ook bij vertegenwoordigers v/h volk
= tijdens 17e eeuw: verdere ontwikkeling naar “état souverain” (= soevereine staat)
⤷ staat die geen andere macht boven zich heeft
= republiek = de publieke zaken en de staat → idee v/d staat die boven de burgers staat
= natie = kreeg pas een juridische betekenis vanaf Franse Revolutie
moderne/hedendaagse geschiedenis
1. staat begrepen als democratische staat
= burgers kunnen (on)rechtstreeks de staat verkiezen
2. staat begrepen als liberale staat
= liberalisme: vrijheid van het individu/de collectief → je beschikt over # rechten waarmee de OH
zich niet mag inmengen zodat jij je als individu binnen een S kan ontplooien → noodzakelijk i/e vrije
democratie
= belangrijk om grondrechten v/d burgers te waarborgen → op ≠ manieren:
1) scheiding der machten = essentieel in liberale staat = uitvoerend, wetgevend & rechterlijk
2) notie v/d rechtsstaat: OH maakt normen/(grond)wetsbepalingen waar hij ook zelf aan
onderworpen is
3) via instellingen: - buiten-constitutioneel → staat baseert zich op dingen die niet zijn verankerd
- constitutionele instellingen waarborgen om willekeur vanuit OH te
voorkomen (vb.: machtenscheiding)
- Océane Kets - 2
,DE NOTIE SOEVEREINITEIT
soevereiniteit
= veronderstelt grondgebied waar een bevolking leeft waarom men een bepaald gezag kan uitoefenen
= er is administratie, overheidsinstellingen met gezag
= centraal idee in politieke denken, maar ook i/h publiekrecht
= zorgt voor een graduele democratisering v/d staat
1. externe soevereiniteit
= hoe een soevereine staat erkend wordt door andere staten → kan niet onderworpen worden door
andere staten = garantie voor niet-inmenging
= militair onderdrukt? → moeite om zich te manifesteren tegenover andere staten
= voornamelijk een kwestie van internationaal recht → uitoefening via verdragen
2. interne soevereiniteit
= ultieme, hoogste macht & effectief gezag hebben op een territorium om een gemeenschap te beheersen
= bedoeld om de continuïteit v/d S in zijn geheel te kunnen beschermen & de integratie te kunnen
waarborgen zodat deze niet uit elkaar valt
= vermogen om als staat zichzelf te kunnen organiseren & een bepaalde wil te hebben
→ deze staatswil gaat boven de wil van alle andere morele en fysieke personen
= staatsmonopolie w.b.h. recht → mensen die dit niet naleven kunnen worden gesanctioneerd (geweld)
= voornamelijk een kwestie nationaal recht → uitoefening via grondwet en decreet
verwachtingen
= interne soevereiniteit heeft verplichtingen en verwachtingen om legitiem te blijven
- administratief bestuur & zorgen voor handhaving v/d openbare orde
- recht spreken om de rechtsorde en de rechtszekerheid te verzekeren
- nationale defensie = intern & extern verdedigen tegen andere staten, economie onderhouden
→ moeilijk om als staat te blijven manifesteren tegenover burgers als je onder bedreiging
bent v militaire bezetting
- Océane Kets - 3
, DE DEMOCRATISERING VAN DE STAAT
democratisering & secularisering v staatsmacht
= protestantisme in west europa zorgde voor de mogelijkheid voor elite om zich af te zetten tegen
vorsten → ontstaan van religieuze oorlogen
= ontstaan van soevereiniteit door een nood aan stabiliteit → is een stabiel bestuur dat niet aangetast
kan worden (MAAR zal uiteindelijk leiden tot een mts dat ineen stort)
= secularisering: de idee van god die publieke macht uitoefent valt weg → opening voor andere denkers
opvattingen waren niet noodzakelijk op secularisering gericht (onbedoeld effect) ⤶
2.1. - Jean Bodin en de absolute soevereiniteit
Jean Bodin - les six livres de la république
= schrijft over oorlogen tussen katholieken & protestanten (= hugenoten) in Frankrijk → leidde tot een
desintegratie van de mts en aantasting v/h vorstelijk gezag
= adellijke families gaan proberen de koning aan hun kant te krijgen & gaan zich meer en meer
inmengen i/h koninklijk gezag → gaan zich ook inmengen in buitenlandse machten in de hoop hun
eigen standpunten & macht te versterken
= aanleiding om na te denken wat Bodin kon doen om ervoor te zorgen dat de mts niet desintegreert
conceptuele vernieuwing van soevereiniteit
= alle macht centraliseren bij de vorst (autoriteit komt van God) = soevereiniteit: ultieme oordeel i/h
recht & alle beslissingen die genomen moeten worden → deze macht kan niet vernietigd worden
→ idee van machtscentralisatie voor bescherming i/e situatie v oorlog & individuele onzekerheid
= macht v/d vorst afsplitsen v/d vorst zelf (niet persoonlijk maken) → publieke macht = ambt
= wet wordt een instrument van suprematie: om macht en overheersing uit te breiden
= niet alle problemen waren weg & de vorst had GEEN absolute macht → vorst is gebonden door
fundamentele wetten (de lois fondamentales) & wordt getoetst door rechtscolleges/parlementen
= Parlement de Paris ontwikkelt bepaalde rechtsbeginselen & heeft recht om opmerkingen
te maken bij koninklijke wetgeving
= franse staat zat in een continue staat van bankroet: staat ging lening vragen bij privébedrijven
in ruil voor macht → leidde tot een machtsbeperking van de vorst
- Océane Kets - 4