WOORDENLIJST
H1
Icosahedraal
o = virus heeft een symmetrische, bolvormige capside opgebouwd uit 20
driehoekige vlakken
Helicaal
o = capside waarbij het virale genoom in een spiraalvormige structuur is
verpakt, meestal als een staaf of filament
Vroege eiwitten
o = slimme eiwitten: replicatie van genetisch materiaal
Late eiwitten
o = domme eiwitten: nieuw capside maken als enige functie
Budding
o = om de zoveel dagen/weken komt er een partikel vrij steady state,
weinig last
Cytolyse
o = cel blaast op, alle partikels in 1x vrij
H2
RECHTSTREEKSE METHODEN
+ elektronenmicroscopie
+ antigeendetectie
VIRALE KWEEK OP CELCULTUUR
Cellijnen
o Primaire cellen < direct uit levend weefsel
Beperkt aantal delingen
Fysiologisch relevant
Maar: gaan in senescentie (stoppen met delen)
Vb: Monkey kidney cellen
Cave: niet ethisch
o Semi-continue cellen < primaire cellen die iets langer doorgroeien
20-50x delen
Normaal aantal chromosomen (diploïd)
Vb: human embryonic kidney cellen
Cave: menselijk embryo nodig
o Continue cellen < transformatie
Oneindig keer delen
Genetisch afwijkend (aneuploïd)
, Vb: HeLa van baarmoederhalskanker van vrouw die hieraan is
gestorven
Veiligheidswerkbank
o Horizontale laminaire flow = clean air werkbank
NIET VOOR VIRUSSEN
o Klasse I = geen materiaal uit de kast
Veilig voor meeste virussen
Cave: vuile lucht wordt aangezogen
o Klasse II = via verticaal luchtgordijn
Cave: turbulentie
o Klasse III = met glove box
Cave: minder nauwkeurig
Cytopathogeen effect
o = teken van virusactiviteit
o Plaque (= lysis) lacunes die door virussen zijn gemaakt
o Kerninclusies opstapeling van virus in kern
o Cytoplasma inclusies vermenigvuldiging van virus in cytoplasma
waardoor kern naar periferie
o Reuscellen/syncytia virussen vormen reuscellen doordat cellen worden
aangemoedigd andere cellen te fagocyteren
Hemadsorptie (celcultuur)
o = RBC’s hechten aan oppervlak
o Op virus geïnfecteerde cellen detectie van virale infectie
Hemagglutinatie (AG-detectie)
o = RBC’s klonteren samen
o In oplossing detectie van vrij virus
GENOOM DETECTIE
In situ hybridisatie
o = met gelabelde nucleotiden die binden aan virus en zwart aankleuren
weten WAAR virus zit
Kwalitatieve testen PCR
o = vermenigvuldigen van weinig genetisch materiaal tot het detecteerbaar
wordt
Kwantitatieve testen Taqman Assay
o Specifieke primers binden aan het DNA
o TaqMan probe toevoegen dat tussen de primers bindt
Fluorofor (=lichtgevend molecule)
Quencher (= onderdrukt fluorescentie zolang ze dichtbij elkaar
zitten)
o Tijdens PCR: Taq-polymerase splitst DNA-strengen en bouwt nieuwe
o Knipt TaqMan probe
Fluorofor komt los van quencher
Lichtsignaal
o Hoeveelheid licht wordt bij elke cyclus gemeten
Hoe eerder, hoe meer DNA
Genotypering
o = exact weten welk virus het is via sequenering
o Dun gel maken
o Elektriciteit laten doorlopen