Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Volledige samenvatting hematologie - Problemen van longen, bloedvormende organen en nieren (Prof. Dr. Offner)

Rating
-
Sold
1
Pages
30
Uploaded on
17-07-2026
Written in
2025/2026

Deze samenvatting bevat ALLES uit de cursus (op ufora) + slides + lessen. De notities uit de lessen staan in het cursief. De belangrijkste woorden staan in het vetgedrukt, alsook hints naar examenvragen staan erin. Ik heb zelf een 19/20 gehaald. Stuur me gerust voor eventuele vragen of een lagere prijs.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Ppt 1 – Lesintro – hematopoiese

Stamcel, progenitor, bloedcel
- Normale bloedaanmaak in beenmerg
o Stamcel: commitment + selfrenewal (dus repopula6e na herhaalde Tx) dus pluripotent =
alle bloed-cellijnen kunnen er uit ontstaan
§ Dit stadium is gekenmerkt door de aanwezigheid van een membraan Ag,
CD34, met beperkte expressie van andere an6genen
o Ze vormt commited progenitors/voorlopercellen die prolifereren
en differen6eren maar die niet langer in staat zijn tot
selfrenewal (Je kan ze transplanteren en ze genereren
6jdelijk bloedcellen maar je kan ze niet meer door
transplanteren)
§ Deze cellijnen zijn myeloiede reeks (de rode of
erythroïede, de granulocytaire, de monocytaire, de
megakaryo-cytaire-trombocytaire,) en daarnaast de
lymfocytaire lijn (splitst in een T-NK cellijn waarvan
de T-cellen in de thymus ontwikkelen en een B-cellijn met immuunglobuline-producDe en immuunglobulinen op de
membraan. Een deel van deze B-cellijn rijpt door tot plasmacellen.)
o Bloedcellen zijn de gespecialiseerde eindproducten van deze differen6a6e.
- Mul?potente en commited progenitor cells, colony forming units
o De granulocytaire lijn bestaat uit 3 cellijnen : de neutrofiele, eosinofiele en basofiele
lijn, genoemd naar de kleurkenmerken van de korrels in het cytoplasma. De evolu6e
van stamcel naar rijpe cel gebeurt via een aantal tussenstadia ontstaan uit
celdelingen met differen?a?e en uitrijping. Celdelingen gaan door tot de cel haar
‘specialisa6e’ begint, vb. rode cellen die hemoglobine vormen. Uit één rode
voorlopercel ontstaan aldus 32 RBC. De ≠ differen6a6e- en uitrijpingsstadia hebben
eigen kenmerken en kunnen morfologisch, immuun fenotypisch en moleculair
worden onderscheiden. Alleen de rijpe cellen komen in normale omstandigheden in
het bloed. De voorafgaande rijpingsstadia kunnen bestudeerd worden in het
beenmerg. Ze vormen er als het ware compar6menten waardoor heen een
ontwikkelende bloedcel evolueert.
o In het vroegste stadium zijn de voorlopercellen onderling niet te onderscheiden : ze hebben een open chroma6ne en nauwelijks
cytoplasma. Ze worden eerder onderscheiden op hun poten6eel om in vitro onder s6mula6e met groeifactoren kolonies (colony-
forming units) aan te maken van RBC, granulocyten, eosinofielen, megakaryocyten. Zo spreekt men van CFU-E, CFU-GM, CFU-G of
CFU-Meg.
o De evolu6e van stamcel naar rijpe bloedcel verloopt telkens met toenemende grooEe en differen?a?e van het cytoplasma (zo
ziet men bij RBC meer hemoglobineproduc6e optreden, bij WBC ontstaan er fagocytaire lysosomen, die als granules te zien zijn),
terwijl tegelijk condensa?e optreedt van het kernchroma?ne (waarvan gezien de specialisa6e van de cel steeds minder
overgeschreven wordt). Dit laatste is bij RBC zo extreem dat de kern pykno6sch wordt en vervolgens wordt uitgestoten. Deze
toenemende differen6a6e van het cytoplasma en involu6e van de kern is wel lichtmicroscopisch zichtbaar en vormt de basis van
het ui\ellen van voorlopercellen in het beenmerg, het myelogram.
- Beenmergpunc?e en biopsie
o Een beenmergaspiraat wordt verricht na lokale verdoving thv. het sternum of de crista iliaca. Een beenmerg- of botbiopt kan enkel
thv. de crista iliaca. Dit gee] vooral meer informa6e bij een dry tap in het sternum, over de graad van fibrose en wanneer de
architectuur van het merg belangrijk is vb. bij indolente lymfomen. Beide gebeuren onder lokale verdoving maar het aspireren zelf
veroorzaakt een kortdurend vacuüm in het bot dat wisselend als onaangenaam tot pijnlijk wordt ervaren. Bij het botbiopt komt dan
nog het ongemak van het botgeleidingsgevoel van de manipula6e (als bij een tandextrac6e).
o Bij de sternumpunc6e wordt na verdoving geprikt in het manubrium sterni. Bij de cristapunc6e is dit in de SIPS.
o Bij een klassieke punc6e met botbiopt wordt vloeibaar merg geaspireerd voor uitstrijkjes (cytologisch onderzoek), flow cytometrie,
cytogene6ca en eventueel moleculaire diagnos6ek. Een botbiopt is een echte biopsie onder lokale verdoving maar met een
nabloedingsrisico. An6stolling en an6plaatjesaggrega6emedica6e dienen dus 6jdelijk te worden onderbroken.
o Op de uitstrijkjes wordt na kleuring een procentuele telling uitgevoerd van de verschillende rode en wi\e voorlopers. Dit noemt men
het myelogram en dat wordt vervolgens geprotocolleerd. -> gee] informa6e over het al dan niet verstoord zijn van de uitrijping in
het beenmerg. De myeloïed/erythroïede verhouding geeH een gevoel voor dominanDe van de ene over de andere lijn. Ofschoon er
meer RBC in het bloed aanwezig zijn dan WBC, zijn er procentueel in normale omstandigheden meer WBC voorlopers in het beenmerg
omdat deze een veel kortere levensduur hebben.
o Het myelogram en de cellulaire eigenschappen bepalen we op de vloeibare frac6e van het aspiraat. Willen we kijken naar de
architectuur van het merg (is er fibrose ? is er infiltra6e door maligniteit ? ) dan is een biopt noodzakelijk.
Rode cellijn
- Re6culocyten
o De jongste erytrocyten (met een netwerk d.i. re6culum van RNA-resten)
Ze blijven ±24u als dusdanig herkenbaar.
o Re6culaire structuur op supravitaal kleuring
o 0.5-2% van de erythrocyten
o Rela6veer het aantal steeds tot het totaal aantal RBC :
1 % bij 2 milj RBC is te laag !
§ Bij 4 milj RBC/µl → 1% = 40.000 reDculocyten/µl
§ Bij 1,5 milj RBC/µl → 1% = 15.000 reDculocyten/µl
§ Norm: 40.000–80.000/µl (= 10–20 ‰ bij normale RBC-aantallen).

, o ReDculocyten geven informaDe over of het beenmerg in staat is om nieuwe RBC aan te maken.
§ Hoog aantal → BM maakt veel nieuwe cellen (bv. na bloedverlies, hemolyse)
§ Laag aantal → BM maakt te weinig cellen aan (bv. bij anemie door <Fe, vit B12 of BMproblemen).
- Erythrocyt
o Typische biconcave vorm. Roze homogene kleur. Levensduur 120 d. Per dag ±1% van het totale aantal RBC vervangen.
o Normale aantallen:
§ Man: 4.2-5.4 milj/µl
§ Vrouw: 3.7-4.9 milj/µl
o De erytroïde percursoren delen tot een bepaalde Hb concentra6e is bereikt. Bij defecten in de Hb synthese (Hb-opathie, Fe tekort)
delen ze dus verder door en dit resulteert in kleinere RBC en microcytose. Bij DNA synthese stoornissen (foliumzuur, B12 tekort,)
bereiken ze de Hb concentra6e in een vroeger delingsstadium en dit leidt tot macrocytose.
o De RBC beva\en een bepaalde hoeveelheid Hb en nemen een bepaald % volume per 100 ml bloed in : hematocriet (Hct).
o Verlaagde waarde : anemie; verhoogde waarde : polyglobulie of polycythemie..
- Randnormaal: Howell Jolly bodies = resterende kernfragmenten. RBC met HJ-bodies w normaal weggefilterd door de milt.
- Anemie = gedaalde red cell mass (ml/kg lichaamsgewicht)
o Prak6sch : < Hb of Hct, vaak met < aantal RBC
o 1. MCV = mean corpuscular volume = Hct/RBC
§ Normaal 80-104 fl/femtoliter: 10-15,
§ > macrocytose
§ < microcytose
o 2. MCH = mean corpuscular hemoglobin = Hb/RBC
§ Normaal 27-35 pg
o 3. MCHC= mean corpuscular hemoglobin concentra6on= MCH/MCV=100 x Hb/Hct
§ Normaal 32-37 g/100 ml
§ < hypochromie: onderkleurd
§ >hyperchromie: overkleurd
WiEe bloedcellijn
- Leukocyten of wi\e bloedcellen (w.blc.) is een verzamelnaam voor diverse celtypes :
o De myeloïede granulocyten en monocyten;
de granulocyten zijn onderscheiden in neutro-, baso- en eosinofielen;
o De lymfoïede in B- en T- en NK-lymfocyten.
- Cytoplasma: > gevuld met korrels. Kern: boonvormig > staafvormig > segmentvormig.
- Perifeer bloed:
o Staven/eosinofiel: recent bijgemaakt <-> segmenten/neutrofielen: al langer.
o Meer staven: linksverschuiving: > WBC aangemaakt.
- Levensduur granulocytaire reeks: enkele uren.
- Alleen segmentkernige en sporadisch een staaxernige komen in het bloed waar ze slechts
enkele uren (7 à 10) blijven : er is een con6nue aanvoer uit het merg : van >100 miljard cellen per 24 uur.
- Verlaagde waarde: leukopenie, veelal veroorzaakt door tekort aan het type dat het grootste aantal WBC uitmaakt : granulopenie :
neutropenie; soms ook door een lymfopenie : het totale aantal WBC moet steeds samen met de procentuele differen6a6e (de ‘formule’)
geïnterpreteerd worden.
- Verhoogde waarden; leukocytose, neutrofilie, lymfocytose, monocytose.
- Normaal: Totaal 4000-10000 WBC/microliter
- Randnormaal:
o 1. Subnormaal totaal aantal > nuchter staal ?
o 2. Verhoogd totaal aantal > s6jgen van de segmenten
§ Post-prandiaal. Na inspanning. Na splenectomie.
o 3. Een procentueel klein aantal myelocyten of metamyelocyten
mag voorkomen in het perifeer bloed na behandeling met
cor6coieden (<2 %) en na zware infecDes. Normaal enkel voorkomend in beenmerg.
o Myeloblasten mogen niet in het perifeer bloed ziaen > hematologische aandoening
- Wat is een abnormale WBC formule?
o 1. Kijk niet enkel naar percentages maar ook naar de reele betekenis
§ vb 1 : WBC 2400/µl 15% segm, 70 % lymfo, 12 % mono, 2 % eo -> neutropenie, geen lymfocytose
§ vb 2 : WBC 15000/µl 15 % segm, 70 % lymfo, 12 % mono, 2 % eo -> geen neutropenie, lymfocytose
o 2. Ook niet-WBC kunnen vals meegeteld worden: Plaatjesaggregaten, Gekernde rode bloedcelvoorlopers bij tvl abraak van RBC
Megakaryocytaire lijn
- Trombocyten/bloedplaatjes:
o = kernloze vormelementen, bleek basofiel cytoplasma, kleine azurofiel korrels. Ontstaan door fragmentering van het cytoplasma
van rijpe megakaryocyten in het merg. (dus gn clln, = flodders cytoplasma afgeschoten dr megakaryocyt.)
o Verlaagd aantal trombocytopenie; verhoogd aantal : trombocytose.
o Normaal: 160.000-350.000/µl
o De bloedstelping verloopt quasi normaal van zodra er > 50.000/µl zijn, tenzij deze func6oneel afwijkend zijn
o Cave pseudothrombopenie
§ Sommige mensen hebben Abs in hun plasma die, in aanwezigheid van EDTA (anDstollingsmiddel, paarse buis), binden aan
trombocyten.=> in vitro aggregaDe van bloedplaatjes → de telmachine van het lab herkent de clusters niet als afzonderlijke
trombocyten → fouDef lage telling. -> drm citraatbuis gebruiken, hier kan Ca2+ toegevoegd worden als oplossing, bij EDTA
zou er teveel toegevoegd moeten worden, wat niet gedaan wordt.
o Randnormale thrombocytose: Inflammatoire respons. Splenectomie. Fe-gebrek
o Klachten bij echte thrombopenie: kleine purpura/bloedingen overal.

, - Megakaryoblasten en megakaryocyten
o Megakaryocyt kan 5000 thrombocyten maken. Karyokinese zonder cytokinese: celdelingen in een heel grote cel.
o => Hierdoor ontstaan polyploïde megakaryocyten: 1 giganDsche cel met een zeer grote kern of soms met meerdere lobben, die
veel kopieën van het DNA bevat.Dit is funcDoneel, want een megakaryocyt moet duizenden bloedplaatjes (trombocyten) kunnen
afsnoeren. De polyploïdie zorgt voor genoeg geneDsch materiaal en eiwitsynthese-capaciteit om al die plaatjes te produceren.

Regula?e van hematopoiese – homeostase tussen prolifera6e en apoptose
- Het aantal cellen dat zich in een uitrijpingsstadium bevindt wordt bepaald door de
balans tussen de instroom uit een minder rijp stadium ( ini6eel door
celdeling/prolifera6e, later door differen6a6e) en de uitstroom naar een meer
gedifferen6eerd compar6ment, naar het perifeer bloed, of naar geprogrammeerde
celdood of apoptose (vb. voor rijpe lymfocyten).
- Bovendien zijn de vroege snel delende voorlopers minder vertegenwoordigd dan
de meer uitgerijpte precursoren, men spreekt daarom van een pyramidale
uitrijping. Ontstaat hierin een differen6a6estop dan leidt dit snel tot sterke
overgroei van jonge precursoren (vb acute leukemie)
- Aangezien het hier dagelijks om enorme hoeveelheden cellen gaat (1011 RBC of WBC /
24 uur) leiden verstoringen van deze doorstroming snel tot
compar?mentsverschuivingen en deze liggen heel vaak aan de basis van bloedziekten.
- Tekorten ontstaan dan door < instroom, (vb door toxische onderdrukking van het merg)
en/of > a|raak (vb lymfopenie bij HIV door apoptose van lymfocyten). Als het tekort aan
cellen, de cytopenie, de 3 cellijnen tre] = pancytopenie (vb. bij hypersplenisme).
- Overgroei ontstaat door > instroom en/of < uitstroom : zo ontstaat acute leukemie door
een rijpingsstop op het hele vroege niveau van de myeloblast die dan secundair door
snelle prolifera6e het merg overwoekert, of ontstaan een aantal indolente lymfomen
door accumula6e van B cellen waarin een muta6e is opgetreden in de apoptose
regulerende genen.
- De compar6mentsovergang door differen6a6e wordt geregeld door epigene?sche
factoren, de beenmerg micro-omgeving en groeifactoren die in mindere of meerdere
mate geproduceerd worden reagerend op verlaagde of verhoogde behoe]en; bij een
verhoogde groeis6mula6e kan de mergproduc6e en afgi]e van een cellijn aldus tot 8 à 10 keer hoger zijn dan normaal. Verstoring is vaak
het gevolg van schade thv het genoom van de stam-of voorlopercellen of van epigene6sche deregula6e.
Dus ontstaan van bloedziekten ?
- Tekorten in 1 of meerdere cellijnen (dus < bloedcellen of voorlopers): < aanmaak, verlies, > a|raak
o Anemie, leucopenie, thrombopenie, pancytopenie (<in 3 cellijnen mr gng aanmaak), aplasie (ook tekort vn voorlopers in merg)
- Teveel in 1 of meerdere cellijnen (dus > bloedcellen of voorlopers): > aanmaak, <a|raak of afvoer via migra6e
o Polycythemie (tvl RBC), leukocytose vaak dr chronische leukemie), essenDële thrombocytose, lymfocytose, leukemie, Myelofibrose
= teveel aan fibroblasten in het merg, samengestlde beelden vn meerdere lineages = gecombineerde myeloprolifera6es (MPN),
- Door compar?mentvershuivingen in de differen?a?e
o Wanneer myeloïde jonge voorlopers niet uitrijpen = myelodysplasie.
Wanneer myeloïde jonge voorlopers overmatig prolifereren zonder te differentiëren leidt dit tot acute leukemie.
o Als differentiërende lymfocyten overmatig prolifereren leidt dit tot agressieve lymfomen. Wanneer ze onvoldoende in apoptose
gaan leidt dit tot indolente lymfomen.
o Een overgroei van plasmacellen in het merg wordt een myeloom genoemd.



Normale hematopoiese Abnormaal: acute leukemie

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
July 17, 2026
Number of pages
30
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$16.46
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
gnskugent Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
24
Member since
3 year
Number of followers
1
Documents
16
Last sold
2 days ago
Gnsk.Ugent

5.0

2 reviews

5
2
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions