• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 165 pages
Summary

Samenvatting Inleiding Criminologische Psychologie | KU Leuven | 2024/25| Geslaagd in eerste zit met 17/20

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 165 pages

Deze collegeaantekeningen behandelen Deel I en II van het vak 'Inleiding in de criminologische psychologie' aan de KU Leuven. De samenvatting bevat de slides, lesnotities en de reader. De reader is uitgebreid opgenomen en samengevat.

Content preview

DEEL I: EEN INLEIDING IN DE CRIMINOLOGISCHE
PSYCHOLOGIE

1. EEN SCHETS IN DE CRIMINOLOGISCHE PSYCHOLOGIE

INLEIDING: WAT IS CRIMINOLOGISCHE PSYCHOLOGIE

 meerdere subdisciplines
1. fysiologische = biologische psychologie
- bestudeert het fysiologische substraat van (menselijk) gedrag
2. ontwikkelingspsychologie
- beschrijft gedragsveranderingen ifv levensfasen vd (menselijke) ontwikkeling
(vroege kindertijd, kindertijd adolescentie, volwassenheid en ouderdom)
- processen die deze gedragingen beïnvloeden
3. sociale psychologie
- interacties tss mensen, groepsprocessen, onderlinge beïnvloeding, attitudes, sociaal
gedrag
- relatie tss individu-groep-samenleving
4. cognitieve psychologie
- basisprocessen die een rol spelen in belangrijks psychologische functies
- waarneming, geheugen, denken, redeneren, probleemoplossing en taal
5. differentiële= persoonlijkheidspsychologie
- studie vd individuele verschillen, met inbegrip van geestes- en gedragsstoornissen
 toegepaste disciplines
1) klinische psychologie
- psychologische factoren die geestelijke en lichamelijke gezondheid beïnvloeden
- aanpak van distress en problemen
- diagnostiek, interventie en evaluatie id sector vd geestelijke gezondheid
2) schoolpsychologie
- leerprocessen op school
- diagnostiek en aanpak van leerproblemen
3) organisatiepsychologie
- toepassing van psychologische inzichten op de werklvloer met inbegrip van selectie van
WN’s en motivatie
4) psychologie toegepast op het rechtsdomein

3 DEELDOMEINEN BINNEN ‘ PSYCHOLOGIE EN RECHT’

1. criminologische psychologie
2. gerechtelijke (of rechts-) psychologie
3. forensische psychologie




1

, 1. CRIMINOLOGISCHE PSYCHOLOGIE: DELINQUENT GEDRAG (FOCUS: DADER)
 verklaringen op geaggregeerd niveau (groepsniveau)
 delinquente groepen vergelijken met niet-delinquente groepen
- doel: psychologische verschillen achterhalen id veronderstelling dat hierin verklaringen
gevonden kunnen wd vr delinquent gedrag
- conclusie: verschil in spanningsbehoefte (= vorm van differentiële psychologie)
 ook psychodynamische concepten /leertheoretische principes gebruikt
 onderzoek nr processen en verschillen van toepassing op
- alle delinquenten
- specifieke subgroepen van delinquenten (bv. geweldplegers, seksuele, drugsgebruikers)
een deel hiervan: de band tss delinquentie en geestesstoornissen bv.
persoonlijkheidsstoornissen (= deel vd crim psychopathologie)

2. RECHTSPSYCHOLOGIE: CRIMI + ANDERE BURGERRECHTELIJKE PROBLEMEN
 Brede focus op alle actoren (functies) in het rechtsgebeuren
 Getuigen, omstanders, SO’s, kinderen, politieambten, OM, gevangenispersoneel
 Beperkte focus op daders bv. ondervragingstechnieken
 Burgerrechtelijke gevolgen bv. gevolgen echtscheiding op kind niet beperkt tot strafrecht,
focus op juridische procedures in brede zin
 Andere benamingen= legal psychology, psycholegal studies, psychology and law

3. FORENSISCHE PSYCHOLOGIE: VOORAL SO’S + INDIVIDUELE CASUSSEN
 toepassing van kennis in individuele gevallen
 meest enge, beperkende definitie (beperkt tot strafrecht)
 Criminele + gerechtelijke + andere psychologische subdisciplines
 Individuele casussen voor de rechtbank: de expertise
 Aanstelling van experts om advies (expertise) uit te brengen
 Specifiek subdomein: daderprofilering
- Samenwerking psychologen, gedragswetenschappers en politie
- Obv kenmerken van delict uitspraken doen over individuele daders
- Doel: opsporing (niet verklaring of voorspelling)
- Vanuit analyse vd context vh delict info over persoonlijkheidskenmerken, gedrag en
sociografische kenmerken
- Gebruik: gevallen zonder onmiddellijke en specifieke verdachte
- 2 bekendste types:
1. CSA-methode van de FBI (Crime Scene Analysis) ervaring en intuïtie
2. Investigatieve psychologie van Canter wetenschappelijk statistisch onderzoek

KORT OVERZICHT VAN DE BELANGRIJKSTE BENADERINGEN BINNEN DE CRIMINOLOGIE EN
DE BIJDRAGE VAN DE PSYCHOLOGIE TOT DEZE BENADERINGEN

 de ‘klassieke benadering’
- Dader= rationele actor met vrije wil, op eigen voordeel gericht
- Kosten-batenanalyse
- Reactie: Repressief (straffend)
- Bijdrage: Afschrikkings-, rationele keuze, routine activiteitentheorieën
- Kritiek: mens is niet volledig vrij en verantwoordelijk wordt ook gestuurd door interne en
externe factoren




2

,  resultaat: ‘nieuwe richting’ of ‘neopositivistische criminologie’
- dader= ‘zieke’ of ‘afwijkende’
- verklaringen in biologische, psychologische en sociologische invalshoeken
- bijdrage: psychodynamische, differentieel-psychologische persoonlijkheids, leer, cognitieve
en sociaal-psychologische theorieën
- kritiek: bedreiging mensenrechten, vanuit sociologisch georiënteerde hoek (labeling),
maatschappelijke machtsverhoudingen (labeling en kritische criminologie)
- bijdrage: beperkt, ,sociale psychologie van etikettering en gevolgen van labeling




niveau 1:

 globaal beeld, weinig aandacht vr individuele kenmerken
 crimi= maatschappelijk fenomeen
 conflicttheorie: crimi ifv machtsstrijd tss maatschappelijke groepen om schaarse materiële
bronnen en institutionele ma ht criminalisering van gedragingen ih belang v dominante
klassen
 spanningstheorie: spanning tss voorgeprogrammeerde doelen en middelen om deze doelen te
bereiken
 sociologische controletheorie: maatschappelijke factoren die met crimi samenhangen (sociale
controle instanties, werkloosheids- en consumptieniveaus)
 feministische theorieën: genderratioprobleem, vrouwelijke SO’s, veralgemeningsprobleem,
kritiek op dominantie positie vd man id samenleving
 geen psychologische invalshoek

niveau 2:

 specifieker beeld, crimi varieert binnen samenlevingen
 sociale desorganisatietheorieën
- crimi= gevolg van immigratieprocessen en wisselnde bevolkingsgroepen binnen steden
 omgevingstheorieën
- crimi staat in verband met kenmerken vd omgeving (woonplaats, werk en ontspanning)

 differentiële gelegenheid
- spanningstheorie verbonden met gelegenheid
- focus op omgeving en gelegenheid
 geen psychologische invalshoek

3

, niveau 3:

 socialisatie- en groepsprocessen
 kleinere eenheden dan ‘de samenleving’ of ‘de wijk’ spelen een rol
 subcultuurtheorieën
- alternatieve W&N overnemen
 differentiële associatie
- crimi wordt aangemeerd door in contact te komen met groepen waarbinnen delinquente
waarden en technieken primeren
 dichter bij psychologische leertheorieën

niveau 4:

 focus op delict zelf, los van achterliggende motieven en persoonlijke kenmerken
 routine activiteit: beschikbaarheid vd buit
 kenmerken vd omgeving en maate waarin deze crimi kan uitlokken (bv. bouwstijl)
 crimi afhankelijk v aanwezigheid: potentiële dader, Potentieel SO, sociale controle
 rationele actor; beslissingsprocessen van daders
 gelegenheid
 ontlening aan psychologie, maar psychologische beslissingsprocessen nog secundair

niveau 5:

 sterkste lens, individuele kenmerken
 biologische invloeden + psychologische kenmerken en processen (bv. impulsiviteit en gebrek
aan zelfcontrole)

1.1 ONTWIKKELING VAN DE CRIMINOLOGISCHE PSYCHOLOGIE

 crim psych ontwikkelde zich parallel ad algemene psychologie
 aanvankelijk sterk beïnvloed door psychoanalyse van Freud
- balans tss ego, superego en opvoedingsomgeving speelt cruciale rol in morele en
cognitieve ontwikkeling
- problemen bij tekort aan warmte (zwak superego) of te permissieve opvoeding (te sterk
ego)
- morele opvoeding in afwezigheid van warmte en affectie leidt tot gehoorzaamheid aan
regels, maar geen positieve houding tov anderen
 samen met groei van psychologische testinstrumenten, werden studies uitgevoerd om
persoonlijkheidskenmerken van delinquenten en niet-delinquenten te vergelijken
 vanaf 1e helft 20e eeuw: onderzoek gericht op differentiële factoren: band tss
persoonlijkheidskenmerken en crimi
- bv. Antisociale persoonlijkheid, extraversie, concentratie en impulsiviteit, neurotische
labiliteit en psychoticisme
 verdere beïnvloeding door ‘leerpsychologie’, bv. klassieke en operante conditionering
- omgeving en de info die deze genereert voor individuen ligt ad basis van gedragingen
- klassieke conditionering operante conditionering sociale en sociaal-cognitieve
leertheorieën
- klassieke: externe stimulus lokt gedrag uit, passief leren
- operante: actief ingrijpen op omgeving met als doel een bep effect te bereiken
(bekrachtigen straffen en belonen)
crim gedrag wordt aangeleerd via bekrachtigingen (beloning of bestraffing) die ermee
gepaard gaan
- sociale leertheorieën: crimi wordt aangeleerd door sociale interacties en bekrachtiging
- sociaal-cognitieve: cognitieve variabelen en processen, bv. denken, herinneren,
informatieverwerking,.. als verklaring vr menselijk gedrag
 recenter: cognitieve psychologie: cognities

4

Table of contents

  1. 01 1. een schets in de criminologische psychologie 1
    1. inleiding: wat is criminologische psychologie 1
    2. 3 deeldomeinen binnen ‘ psychologie en recht’ 1
    3. Kort overzicht van de belangrijkste benaderingen binnen de criminologie en de bijdrage van de psychologie tot deze benaderingen 2
    4. 1.1 ontwikkeling van de criminologische psychologie 4
    5. 1.2 Verschillende vormen van binnen de criminologie toegepaste psychologie 7
    6. 1.3 wat is criminologische psychologie 8
    7. 1.4 criminaliteit, afwijkende gedrag en de strafbaarstelling ervan als referentiekader voor de criminologische psychologie 8
    8. 1.5 verklaringsmodellen voor criminaliteit 8
  2. 02 1. het complexe samenspel tussen biologische, psychologische en sociale factoren als verklaring voor crimineel gedrag 9
  3. 03 2. biologische factoren 9
    1. 2.1 negentiende-eeuwse determinisme 9
    2. 2.2 constitutionele theorieën 11
    3. 2.3 leeftijd 11
    4. 2.4 geslacht 12
    5. 2.5 Genen en erfelijkheid 12
    6. 2.6 biochemische verklaringen 14
    7. 2.7 neurologische verklaringen (neurofysiologie- en psychologie) 14
    8. 2.8 het biosociale perspectief 16
    9. 2.9 syndromen 16
    10. 2.10 temperament en arousal 17
    11. 2.11 biochemische processen en neurotransmitters 18
    12. 2.12 Hormonen 19
    13. 2.13 varia 19
    14. 2.14 conclusies en implicaties 20
  4. 04 3. psychologische factoren 20
    1. 3.1 de aandacht voor psychologische factoren: uitgangspunt 20
    2. 3.2 een dwarsdoorsnede van de psychologische factoren 20
    3. 3.3 het in kaart brengen van psychologische factoren: psychologische tests 29
    4. 3.4 conclusies 30
  5. 05 4. sociale factoren 31
    1. 4.1 de aandacht voor sociale factoren: uitgangspunt 31
    2. 4.2 een dwarsdoorsnede van de sociale factoren 33
  6. 06 1. Wat is recidive? 40
    1. Recidive als containerbegrip 40
    2. Recidivisten en veelplegers 41
    3. Prevalentie 42
    4. Prevalentie: specifieke misdrijven en recidive (internationale studies) 42
    5. Prevalentie in naburige landen (niet vanbuiten kennen) 43
    6. Selectieve onschadelijkmaking van veelplegers 43
  7. 07 2. Van nothing works naar what works? 43
    1. Nothing works (investering in behandelprojecten heeft geen zin, enkel vrijheidsbeperkingen werken) 43
    2. What works? 43
  8. 08 3. Wat is desistance? 44
    1. Het stopzetten van de criminele carrière 44
    2. Prevalentie 45
    3. Waarom aandacht voor desistance? 45
  9. 09 4. Welke factoren dragen bij aan recidive dan wel desistance? 46
    1. 4.1 Criminogene factoren 46
    2. 4.2 Protectieve factoren 48
  10. 10 5. Theoretische modellen met het oog op de rehabilitatie van daders 52
    1. 5.1 Het Risk Need Responsivity model (RNR) 52
    2. 5.2 Het Good Lives Model (GLM) 54
  11. 11 6. RNR vs. GLM: van differentiatie naar integratie 58
    1. Differentiatie 58
    2. Integratie: de modellen vullen elkaar aan 58
  12. 12 7. Op recidive en desistance gerichte interventies: what works? 58
    1. Uitgangspunten 58
    2. Een toepassing: vrijheidsberovende sancties 58
    3. Een toepassing: verkeersrecidive aanpakken 59
    4. Een toepassing: behandeling van SGG (seksueel grensoverschrijdend gedrag): Ruben (niet vanbuiten, slechts de toepassing begrijpen obv de theorie) 59
    5. Lacroix (zie oplossing Toledo) 61
  13. 13 1. Brandstichting 62
    1. 1.1 concept en fenomeen 62
    2. 1.2 Theoretische verklaringsmodellen: enkelvoudig 64
    3. 1.3 Theoretische verklaringsmodellen: meervoudig 64
    4. 1.4 Theoretische verklaringsmodellen: recenter 65
    5. 1.5 Karakteristieken (specifiek) van volwassen brandstichters 68
    6. 1.6 Motieven: divers 69
    7. 1.7 Risicofactoren voor recidive 69
    8. 1.8 Risicotaxatie en behandeling 69
  14. 14 2. schoolgeweld (school violence) 70
  15. 15 3. Schoolshootings 70
    1. 3.1 concept en fenomeen 70
    2. 3.2 karakteristieken van schoolshootings 71
    3. 3.3 typologieën van school shootings 72
    4. 3.4 Pad tot schoolshootings: strain als verklaringsmodel 74
    5. 3.5 een toepassing: Sandy hook elementary 74
    6. 3.6 preventie 75
    7. 3.7 deigingsanalyse bij schoolshooting 75
  16. 16 4. Partnergeweld 77
    1. 4.1 inleiding 77
    2. 4.2 geweldsvormen 77
    3. 4.3 impact 78
    4. 4.4 prevalentie 78
    5. 4.5 verklaringsmodellen 79
    6. 4.6 Recente benadering 82
    7. 4.7 risicofactoren voor daderschap 82
    8. 4.8 recidive & desistance 83
  17. 17 5. Siblinggeweld (gastcollege) 85
    1. 5.1 Inleiding 85
    2. 5.2 rivaliteit, conflicten en geweld … waar ligt de grens? 86
    3. 5.3 naar een afbakening van siblinggeweld 88
    4. 5.4 aanpak van siblinggeweld 89
    5. 5.5 kleine stapjes maken het verschil 90
    6. 5.6 de siblingrelatie proactief bevragen 90
    7. 5.7 siblinggeweld registreren 90
    8. 5.8 siblinggeweld aanmelden bij een gespecialiseerde dienst 91
    9. 5.9 het gezin als systeem benaderen 91
  18. 18 1. Dreigingsanalyse 94
    1. 1.1 begrip: wat is dreigingsanalyse? 94
    2. 1.2 doel 94
    3. 1.3 actoren 95
    4. 1.4 achtergrond 95
    5. 1.5 uitgangspunten 95
    6. 1.6 hoe? 96
  19. 19 2.Risicobeoordeling in het vooronderzoek 99
    1. 2.1 het belang van een snel en accuraat oordeel over de vrijheid van de verdachte in het strafrechtelijk vooronderzoek 99
    2. 2.2 Risico’s verbonden aan de huidige besluitvormingspraktijken 100
    3. 2.3 Naar een meer gestructureerde besluitvorming in het strafrechtelijk vooronderzoek 101
    4. 2.4 Besluit 103
  20. 20 3. Risicotaxatie 103
    1. Risico 103
    2. Risicotaxatie 104
    3. 3.1 methodes van risicotaxatie 104
    4. 3.2 het risicotaxatieproces 108
    5. 3.3 kritische kanttekeningen bij risicotaxatie 110
  21. 21 1. wat is daderprofilering 111
    1. concept 111
    2. oorsprong 111
    3. doel en gebruik 112
    4. Uitgangspunten: eisen 112
    5. hoe? 113
  22. 22 2. Verschillende benaderingen en methoden 113
    1. 2.1 de door de FBI ontwikkelde methode 113
    2. 2.2 investigative psychology 115
    3. 2.3 geografische profilering 116
    4. 2.4 crime linkage 120
  23. 23 3. evaluatie: in welke mate werkt het? 120
    1. Meerwaarde & beperkingen 120
    2. In welke mate werkt daderprofilering 121
  24. 24 Inleiding 122
  25. 25 1. De centrale rol van verdachten en hun verklaringen 122
  26. 26 2. Verschillende verhoorstijlen en hun impact 122
    1. 2.1 Beschuldigende verhoorstijl 122
    2. 2.2 Informatieverzamelende verhoorstijl 123
    3. 2.3 waar naartoe? Méndez Principles 124
  27. 27 3. De kwetsbaarheid van verdachten 125
    1. 3.1 Een complex en veelzijdig probleem 125
    2. 3.2 Risicofactoren 125
    3. 3.3 Mogelijke onwenselijke gevolgen van kwetsbaarheid 132
  28. 28 1. Inleiding: universele problemen met leugendetectie 135
  29. 29 2. Concepten 136
    1. 2.1 Leugens, waarheden en waarachtigheden 136
    2. 2.2 Verschillende leugendetectietechnieken 136
  30. 30 3. Fysiologische technieken: de polygraaf 138
    1. Algemene principes 138
    2. De polygraaf: 2 soorten vraagtechnieken (belangrijk) 138
    3. de polygraaf: accuraatheid 139
    4. De polygraaf: controverse & kritiek 140
    5. Toekomst 141
  31. 31 4. Verbale leugendetectietechnieken 141
    1. Verbale methoden: uitgangspunt 141
    2. Verschillende methoden: soorten 142
    3. Verschillende methoden: accuraatheid (onderscheid leugens v.s waarachtige verklaring) 145
    4. uitdagingen in verbale leugendetectie 145
  32. 32 5. Non-verbale leugendetectietechnieken 146
    1. De mythe van Pinokkio’s neus 146
    2. waarom is non-verbale leugendetectie zo populair? 146
    3. theoretische benaderingen 146
    4. verklaring voor zwak verband tussen liegen en non-verbaal gedrag 147
  33. 33 1. Het concept: veinzen en overdrijven 148
  34. 34 2. Motieven voor malingering 148
  35. 35 3. Het simuleren van een stoornis 148
  36. 36 4. het detecteren van malingering 149
    1. observatie 149
    2. atypische informatie 149
    3. collaterale informatie 149
    4. speciale tests 149
  37. 37 5. geheugenverlies voor delicten 149
    1. 1) Organische amnesie (neurobiologische amnesie) 149
    2. 2) Dissociatieve amnesie (stoornis) 150
    3. 3) Gestimuleerde amnesie 151
  38. 38 1. Wat is gerechtelijke dwaling? 151
  39. 39 2. De prevalentie van gerechtelijke dwalingen, wereldwijd 152
  40. 40 3. De afwezigheid van erkende onterechte veroordelingen in België 153
  41. 41 4. Oorzaken van gerechtelijke dwalingen 154
    1. Foutieve ooggetuigenherkenningen 155
    2. Fouten bij de toepassing van forensische wetenschap (junk science) 156
    3. Wangedrag door overheidsactoren 157
    4. Oneerlijke informanten (vooral georganiseerde crimi) 158
    5. Inadequate juridische bijstand 158
    6. Valse bekentenissen 158
  42. 42 5. Het voorkomen en herstellen van gerechtelijke dwalingen 159
    1. Preventie 159
    2. Rechtzitting 159

Document information

Study
Uploaded on
July 16, 2026
Number of pages
165
Written in
2024/2025
Type
Summary
$14.99

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
1
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions