Opgave 1 – maak de volgende reactievergelijkingen kloppend – ABC
Tip! Een reactievergelijking heeft altijd deeltjes- én ladingbalans
a) __NO3- + __H2O + __Bi à __NO2- + __OH- + __ Bi3+
b) __FeS2 + __H2O + __O2 à __FeSO4.7H2O + __ H2SO4
c) __HgI42- + __OH- + __ NH4+ à __Hg2ONH2I + __H2O + __I-
d) __CH3COO- + __H2O à __ H2 + __ HCO3- + __H+
e) __C6H12O6 + __H2O + __Fe3+ à __ CO2 + __H+ + __Fe2+
f) __AlCl3 + __ (NH4)2CO3 + __ H2O à __ Al13O28H24Cl7 + __NH4Cl + __CO2
Opgave 2- rekenen aan stoffen
a) Bereken de massa van 100 watermoleculen
b) bereken het aantal ijzer atomen in 5,0 gram ijzer
c) Bereken de massa van 3,0 mol ijzer(II)oxide
d) Hoeveel mol is 50,0 gram SO2?
e) Hoeveel moleculen zitten er in 50,0 gram NH 3?
f) Hoeveel zuurstofatomen zitten er in 10,0 gram H 2O?
g) Hoeveel waterstofatomen zitten er in 5,0 gram NH 3?
h) Bereken [Cl-] van de oplossing die ontstaat als er 75,0 g NaCl in 1,5 L
water wordt opgelost
i) Bereken [F-] van de oplossing die ontstaat als er 10,0 mg CaF 2 wordt
opgelost in 250,0 mL water.
j) Hoeveel gram FeO moet er 100,0 mL water worden opgelost om een
oplossing met [Fe2+] = 0,5 M te maken?
k) Bereken het massapercentage C in C6H12O6
l) Bereken het volume (in m3) van 3,5 mol waterstofgas bij p0 en T=298 K
m) Bereken hoeveel koolstofdioxide moleculen zitten in 500 mL CO 2 gas bij p0
en T=298K
n) Hoeveel mol water zit er in 500,0 mL water?
o) Wat is volume (in L) van 3,0 mol ethanol?
Opgave 3 – reken aan reacties 1
Gegeven is de volgende reactievergelijking:
N2 + 3H2 à 2 NH3
a) Hoeveel gram waterstof reageer er met 10,0 gram stikstof?
b) En hoeveel gram ammoniak ontstaat er dan?
In een reactorvat wordt 50,0 gram stikstof gemengd met 10,0 gram waterstof.
c) Welke stof is er in overmaat en hoe groot is deze overmaat?
d) Hoeveel gram ammoniak ontstaat er