SOCIALEZEKERHEIDS
RECHT
,Inhoudsopgave
1
, Inleiding
Wat is sociale zekerheid?
Wat is sociale zekerheid?
- Terminologie vaag en uiteenlopend
o Sociaal recht
o Sociale zekerheid
o Sociale verzekering
o Sociale risico’s
= risico’s die in je levensloop kunnen voorkomen en die kunnen leiden
tot een zwakkere positie
o Sociaal statuut
o Sociale bescherming
o Sociale bijstand
o Ook: sociale voorzieningen (huisvesting), arbeidsmarkt en tewerkstelling,
welzijnsrecht → ontwikkeling verzorgingsstaat/sociale welvaartsstaat
- Definitie sociale zekerheid: aantal ankerpunten
o Zowel nationaal als internationaal
ILO Verdrag nr. 102 betreffende de minimumnormen der sociale
zekerheid (negen sociale risico’s) (1952)
Europese Verordeningen 883/2004/EG en 987/2009/EG
Algemene Beginselenwet Sociale Zekerheid (art. 3) (1981) en Wet
Kruispuntbank Sociale Zekerheid (art. 2, 1°) (1990)
Grondwet (art. 23) (1994) (infra)
Wet Handvest Sociaal Verzekerde (art. 2, 1°) (1995)
Ruimer: ook overheidspersoneel, zelfstandigen, sociale
bijdrage
o Sociaal statuut van zelfstandigen: veel recenter dan
sociale bescherming van werknemers MAAR ook
belangrijke evolutie in de bescherming van
zelfstandigen
- Art. 23 Gw.
o Recht op sociale zekerheid, bescherming van de gezondheid en sociale,
geneeskundige en juridische bijstand + standstill-beginsel (= Mega Mindy van
het recht!)
2
, Standstill-beginsel = verbod wetgever om bestaand
beschermingsniveau inzake sociale zekerheid aanzienlijk te
verminderen zonder redenen van algemeen belang
Toetsing Grondwettelijk Hof (vernietigingsberoep, prejudiciële
vraag), maar ook RvS (reglementaire akten) en zelfs gewone
hoven en rechtbanken (art. 159 Gw.)
Voorbeeld: (nieuwe) verplichting om 10 jaar in België werkelijk
verbleven te hebben (waarvan ten minste 5 ononderbroken)
voor inkomensgarantie voor ouderen (GwH 23 januari 2019,
nr. 6/2019
Hoe organiseer je dat?
- Loonaanvullende vergoedingen (je krijgt iets extra)
o Gezondheidszorg
Beroepsactiviteit of afgeleide rechten
Vrijwel de ganse bevolking
o Gezinsbijslagen
Recht van het kind
- Loonvervangende uitkeringen (het vervangt je loon)
o Arbeidsongeschiktheid
Ziekte en ongeval privéleven
Arbeidsongeval en beroepsziekte (professioneel risico)
o Werkloosheid
o Ouderdom en overlijden
→ Op basis van beroepsactiviteit (obv gederfde loon)
- 3 grote beroepsgroepen
o Werknemers → 2e plaats
o Zelfstandigen → 3e plaats
o Ambtenaren (≠ overheidspersoneel) → best beschermd
→ grote verschillen in financiering en prestaties
- Sociale bijstand
o = vangnet
o Onderzoek bestaansmiddelen
Mate van bescherming hangt af van de mate waarin je zelf over
bestaansmiddelen beschikt
Vb je kan niet werken maar je hebt wel aantal panden
waarmee je huurinkomsten hebt, dan zal je geen leefloon
krijgen
o Versus individuele rechten in de klassieke sociale zekerheid
3
, Bevoegdheidsverdeling
- Sociale zekerheid nog steeds grotendeels een federale bevoegdheid
o Art. 6, § 1, VI, 5de lid, 12° BWHI: de federale overheid is bevoegd voor het
arbeidsrecht en de sociale zekerheid
o Niettemin behoren bepaalde bevoegdheden de gemeenschappen en
gewesten toe
Voorbeelden: gezinsbijslag, bepaalde (specifieke)
doelgroepverminderingen, controle actieve en passieve
beschikbaarheid werklozen, facetten van de gezondheidszorg (bv.
preventieve gezondheidszorg, thuiszorg, ouderenzorg), Vlaamse
sociale bescherming (zorgverzekering)
Historiek Belgische sociale zekerheid
- Sociale zekerheid: omvat ook sociale bijstand
o Inititatieven ontstaan vanuit 2 richtingen
Armenzorg door kerken
Burgerlijke godshuizen en burelen van weldadigheid, initiatief steden
en gemeenten
o Commissies voor Openbare Onderstand (wet 10 maart 1925)
Hebben uiteindelijk definitieve vorm gekreven in wet van 1925 en
uiteindelijk naam OCMW gekregen
o Tot op vandaag: alles mbt leefloon etc: taak door lokale besturen: OCMW’s
(OCMW-Wet 8 juli 1976)
- Sociale verzekering
o Gildenbussen
- Ontstaan vanuit onderlinge bijstandskassen
o Initiatief arbeiders (soms steun private weldoener)
Stukje loon afstaan aan de bijstandskas die dan zou kunnen bijstaan
als de WN tijdje niet meer kan werken
o Na verloop van tijd: overheid: ‘gesubsidieerde vrijheid’
Steun en subsidiëring in ruil voor meer controle
Steun aan die initiatieven maar eisen daarvoor stuk controle op
Oprichting Algemene Lijfrentekas (1848)
o Ontwikkeling socialistische coöperatieven (Vooruit)
o Belangrijk: oprichting Belgische Werkliedenpartij 1885
- Ambtenarenpensioenen
o Wet 21 juli 1844 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen
= oudste geldende wet van sociale zekerheid tot op vandaag geldend
o Ambtenarepensioenen = oudste vorm van sociale bescherming die er bestaat
4
, o Rustpensioen als beloning voor aan de staat bewezen diensten: idee van
‘uitgesteld loon’
o Dekking invaliditeit
o Pensioenleeftijd 65 jaar
- Groot kantelpunt: bloedige stakingen 1886
o Daarna: eerste arbeidswetgeving (o.a. beperking vrouwen- en kinderarbeid)
o + Sociale maatregelen (steunfonds arbeidsongevallen, verdere ondersteuning
en subsidiëring mutualiteitsverenigingen)
o Eerste socialistische verkozenen in parlement (1894): E. Anseele
o Belangrijke stappen in ontwikkeling sociale zekerheid
Arbeidsongevallenwet (1903)
Tussenkomst invaliditeitsverzekering via mutualiteiten (1912)
Ondersteuning werkloosheidskassen (staatssubsidies 1907)
o WO I zorgt voor een zekere vertraging in verdere ontwikkeling Belgische
sociale zekerheid
- Interbellum
o Verplichte verzekering beroepsziekten (wet 24 juli 1927)
o Mijnwerkerspensioen wordt echte pensioenverzekering
o Ook verplichte pensioenverzekering arbeiders en bedienden (1924-1925)
o Verplichte gezinsbijslagen (1930)
Aanpassing lonen aan de gezinslasten
Gefinancierd door WG
Ook voor zelfstandigen (wet 10 juni 1937)
o Ondersteuning werkloosheidskassen door overheid
Grote moeilijkheden tijdens interbellum
Nog geen verplichte verzekering
- WOII: heel belangirjk voor sociale zekerheid
o Werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties hebben onderhandeld
over Sociaal Pact
Aantal engagementen/verklaringen waarin ze streven naar sociale
bescherming en goeie organisaties van arbeidsrelaties
o Voorstellen in raam ‘sociaal pact’
Verplichte sociale verzekeringen voor alle werknemers (ook hogere
lonen)
Ziekte- en invaliditeitsverzekering
Via mutualiteiten
Uitkeringen ‘redelijk’ niveau (60 % eerste jaar, daarna 50 %)
Moederschapsuitkering
Werkloosheid
5
, Losmaken van armenzorg
Oprichting voorlopig steunfonds
Hoogte uitkeringen (minimaal 50 %)
Aanzienlijke verhoging kinderbijslag
“Nationaal Verdeelingsfonds” voor inning bijdragen
Pensioenen 50 % gemiddeld loon (kapitalisatie en repartitie)
Paritair beheer (vertegenwoordigers representatieve werkgevers- en
werknemersorganisaties) in de beheersinstellingen
o Zo goed als alle voorstellen uit sociaal pact overgenomen in Besluitwet
betreffende de Maatschappelijke Zekerheid der arbeiders (28 december
1944)
Concretisering sociaal pact
Achiel Van Acker (minister Arbeid en Sociale Voorzorg)
Belangrijke figuur in die omzetting van het sociaal pact in de
wetgeving
Enkel loonarbeiders
(Verplichte) rust- en overlevingspensioen, ziekte- en
invaliditeitsuitkering, werkloosheid, gezinsbijslag en jaarlijkse vakantie
Rijksdienst voor Maatschappelijke Zekerheid voor Werknemers
Bijdrage op het loon (WG 15,5% en WN 8%)
Bestaande structuren behouden (mutualiteiten, werkloosheidskassen
in schoot vakbonden), maar oprichting onafhankelijk
overheidsdiensten per sector (parastatalen)
- 2 modellen
o Kanselier Otto von Bismarck (1815-1898): belangrijk figuur voor sociale
zekerheid
“Beter een tevreden arbeider dan een rooie arbeider”
Stabiliseren van de maatschappij
Zag gevaar van politieke instabiliteit en impact dat het had op
arbeidsrelaties: zag dat als we ervoor zorgen dat in goede
omstandigheden gewerkt kan worden, zorgt dat ervoor dat de
druk van de ketel gehaald wordt en vermijden we de
gevreesde grote socialistische revolutie
Invoering verplichte sociale verzekeringen arbeiders (1882-1886)
Wet op de (verplichte) ziekteverzekering,
arbeidsongevallenverzekering en pensioenverzekering
Compromis om iedereen aan boord te krijgen:
Werkgevers: werkgeversbijdrage – vermijden socialistische
revolutie – kregen plaats in beheersorganen die moesten
6
, toezien op de besteding van de middelel voor sociale
uitkeringen
Vakbonden: medebeheer – controle en macht
Mutualistische kassen: felle tegenkanting – belangrijke rol
toegewezen en garantie voortbestaan
Arbeiders: procentuele bijdragen = financiële last draaglijk –
betere waarborg sociale bescherming
Model von Bismarck sociale verzekering had belangrijke invloed op
ontwikkeling Belgische sociale zekerheid
o Beveridge Model
Gaat terug op 1935: ‘New Deal’ president Roosevelt (VS) – reactie
economische malaise jaren dertig 20ste eeuw
Stimulans economie maar ook sociale bescherming (Social
Security Act)
Breed toepassingsgebied, staatsbeheer
Verplichte verzekering ouderdom, overlijden, invaliditeit,
aangevuld met werkloosheid niveau afzonderlijke staten
Beveridge-Report (Social Insurance and Allied Services) (1942) (UK) –
nauw verwant met New Deal
Minimumuitkeringen voor iedereen
Ook zonder verband met verdiende loon (forfaitair)
Staatsbeheer
William Beveridge (1879-1963) – econoom en politicus
Vooral navolging in UK, Ierland, NL en Scandinavische landen
o Kenmerken van het Bismarck- versus Beveridgemodel
Bismarck Beveridge
Toepassingsgebied Alleen de werknemers Gehele bevolking
Grondslag van de Loongekoppelde Uitkeringen tot beloop
uitkering uitkeringen van het sociovitaal
minimum
Doelstelling Behoud levensstandaard Bestaanszekerheid
Financieringswijze Werknemers- en Belastingen
werkgeversbijdrage
- Jaren vijftig
o Gestage ontwikkeling van sociale ontwikkeling
o Arbeidsongevallen: 100 % gederfd loon
o Verbetering kinderbijslagregeling
o Werkloosheid: oprichting Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en
Werkloosheid
7
, o Verbetering pensioenen: overgang kapitalisatie naar repartitie (arbeiders-
bedienden)
Kapitalisatie = je zet geld opzij en op moment dat je op pensioen gaat,
krijg je dat geld + de rente daarop → systeem was niet houdbaar,
vandaar overgaan naar repartitiesysteem
Repartitiesysteem: pensioenen worden betaald uit de bijdrage
van degene die op dat moment aan het werk zijn
o Ontwikkeling sociale verzekeringen voor zelfstandigen (verplichte aansluiting
vrije pensioenkas)
- Jaren zestig 20e eeuw
o Herschrijven bestaande wetgeving
o Werkloosheid codificatie 1963
o Beroepsziekten (nieuwe wet + FBZ) 1963
o Ziekte- en invaliditeit: wet Leburton 1963
Tot 1963 gold in gezondheidszorg het principe van de vrije tarifering:
artsen konden vrij hun tarief bepalen → leidde tot oplopende kosten
binnen sector van gezondheidszorg
Men heeft binnen ziekteverzekering een opsplitsing gemaakt met elk
eigen financieel beheer
Uitkeringen igv arbeidsongeschiktheid
Tegemoetkomingen in het raam van de gezondheidszorg
o In sector gezondheidszorg wilde men controle over prijs
van medische zorg → heeft geleid tot artsenstakingen
Oprichting RIZIV
Uitbreiding gezondheidszorg tot bijna hele bevolking
Regeling tarieven en honoraria voor terugbetaling kosten
Geneeskundige zorgen (tot dan: vrije tarifering)
o Artsenstaking 1 tot 18 april 1964
o Uiteindelijk is men eruit geraakt: Sint-Jans-akkoord
Nomenclatuur voor geneeskundige
verstrekkingen en medicatie
o 1965-1974: evolutie naar voorlopig eindpunt ontwikkeling sociale zekerheid
o Arbeidsongevallenwet 1971
o Werkloosheid: van forfaitaire bedragen naar individuele uitkeringen
o Pensioenen vereenvoudigen: van 4 stelsels (arbeiders, bedienden,
mijnwerkers en zeelieden) naar één regeling (werknemers)
o RSZ-Wet van 27 juni 1969 (soepeler toepassingsgebied)
Werken we nog altijd mee
8
, o Uitbouw sociaal statuut zelfstandigen: arbeidsongeschiktheid voor
zelfstandigen (1971)
o Kinderbijslag: schoolgeld en gewaarborgde kinderbijslag
o Komst arbeidsrechtbanken (1970) voor discussies rond toekenning van sociale
zekerheidsprestatie
o Wet op bestaansminimum van 7 augustus 1974 = leefloon
- Economische crisis jaren zeventig
o Programma- en herstelwetten
o Brugpensioen (SWT) (1976)
o Tewerkstellingsmaatregelen
Jongerenstage, BTK,…
o Anticrisiswetten 1978 (o.a. sanering ziekteverzekering)
o Wet 8 augustus 1980
Minimumpensioen
Solidariteitsbijdrage pensioenen → ziekteverzekering (sector
gezondheidszorg)
- Crisis trekt zich door in jaren tachtig
o Inkomsten sociale zekerheid verhogen
Opheffing loongrens berekening SZ-bijdragen WNS (1982)
Loonmatigingsbijdrage (1986)
o Uitgaven sociale zekerheid verminderen
Wijzigingen werkloosheidsreglementering (strenger) (1980)
Fonds voor het financieel evenwicht van de sociale zekerheid (1981)
Wet Mainil: harmonisering pensioenen (1984)
- Jaren negentig
o Programmawetten
o Codificatie werkloosheidsreglementering (1991)
o ZIV-Wet 1994 (hervorming ziekteverzekering)
o Globaal plan (nieuw ‘sociaal pact’): werkloosheid en financiering sociale
zekerheid (Jean-Luc Dehaene)
o Globaal Financieel Beheer (1995)
o Saneringen en strenge begrotingsdiscipline
o Europese Economische en Monetaire Unie
- Vanaf 2000
o Nood aan grote hervormingen, maar die bleven lange tijd uit
o Sociale bijstand nadruk op activering
o Regionalisering sociale zekerheid
Kinderbijslag, Vlaamse sociale bescherming
o Pensioenen (financiering)
9
RECHT
,Inhoudsopgave
1
, Inleiding
Wat is sociale zekerheid?
Wat is sociale zekerheid?
- Terminologie vaag en uiteenlopend
o Sociaal recht
o Sociale zekerheid
o Sociale verzekering
o Sociale risico’s
= risico’s die in je levensloop kunnen voorkomen en die kunnen leiden
tot een zwakkere positie
o Sociaal statuut
o Sociale bescherming
o Sociale bijstand
o Ook: sociale voorzieningen (huisvesting), arbeidsmarkt en tewerkstelling,
welzijnsrecht → ontwikkeling verzorgingsstaat/sociale welvaartsstaat
- Definitie sociale zekerheid: aantal ankerpunten
o Zowel nationaal als internationaal
ILO Verdrag nr. 102 betreffende de minimumnormen der sociale
zekerheid (negen sociale risico’s) (1952)
Europese Verordeningen 883/2004/EG en 987/2009/EG
Algemene Beginselenwet Sociale Zekerheid (art. 3) (1981) en Wet
Kruispuntbank Sociale Zekerheid (art. 2, 1°) (1990)
Grondwet (art. 23) (1994) (infra)
Wet Handvest Sociaal Verzekerde (art. 2, 1°) (1995)
Ruimer: ook overheidspersoneel, zelfstandigen, sociale
bijdrage
o Sociaal statuut van zelfstandigen: veel recenter dan
sociale bescherming van werknemers MAAR ook
belangrijke evolutie in de bescherming van
zelfstandigen
- Art. 23 Gw.
o Recht op sociale zekerheid, bescherming van de gezondheid en sociale,
geneeskundige en juridische bijstand + standstill-beginsel (= Mega Mindy van
het recht!)
2
, Standstill-beginsel = verbod wetgever om bestaand
beschermingsniveau inzake sociale zekerheid aanzienlijk te
verminderen zonder redenen van algemeen belang
Toetsing Grondwettelijk Hof (vernietigingsberoep, prejudiciële
vraag), maar ook RvS (reglementaire akten) en zelfs gewone
hoven en rechtbanken (art. 159 Gw.)
Voorbeeld: (nieuwe) verplichting om 10 jaar in België werkelijk
verbleven te hebben (waarvan ten minste 5 ononderbroken)
voor inkomensgarantie voor ouderen (GwH 23 januari 2019,
nr. 6/2019
Hoe organiseer je dat?
- Loonaanvullende vergoedingen (je krijgt iets extra)
o Gezondheidszorg
Beroepsactiviteit of afgeleide rechten
Vrijwel de ganse bevolking
o Gezinsbijslagen
Recht van het kind
- Loonvervangende uitkeringen (het vervangt je loon)
o Arbeidsongeschiktheid
Ziekte en ongeval privéleven
Arbeidsongeval en beroepsziekte (professioneel risico)
o Werkloosheid
o Ouderdom en overlijden
→ Op basis van beroepsactiviteit (obv gederfde loon)
- 3 grote beroepsgroepen
o Werknemers → 2e plaats
o Zelfstandigen → 3e plaats
o Ambtenaren (≠ overheidspersoneel) → best beschermd
→ grote verschillen in financiering en prestaties
- Sociale bijstand
o = vangnet
o Onderzoek bestaansmiddelen
Mate van bescherming hangt af van de mate waarin je zelf over
bestaansmiddelen beschikt
Vb je kan niet werken maar je hebt wel aantal panden
waarmee je huurinkomsten hebt, dan zal je geen leefloon
krijgen
o Versus individuele rechten in de klassieke sociale zekerheid
3
, Bevoegdheidsverdeling
- Sociale zekerheid nog steeds grotendeels een federale bevoegdheid
o Art. 6, § 1, VI, 5de lid, 12° BWHI: de federale overheid is bevoegd voor het
arbeidsrecht en de sociale zekerheid
o Niettemin behoren bepaalde bevoegdheden de gemeenschappen en
gewesten toe
Voorbeelden: gezinsbijslag, bepaalde (specifieke)
doelgroepverminderingen, controle actieve en passieve
beschikbaarheid werklozen, facetten van de gezondheidszorg (bv.
preventieve gezondheidszorg, thuiszorg, ouderenzorg), Vlaamse
sociale bescherming (zorgverzekering)
Historiek Belgische sociale zekerheid
- Sociale zekerheid: omvat ook sociale bijstand
o Inititatieven ontstaan vanuit 2 richtingen
Armenzorg door kerken
Burgerlijke godshuizen en burelen van weldadigheid, initiatief steden
en gemeenten
o Commissies voor Openbare Onderstand (wet 10 maart 1925)
Hebben uiteindelijk definitieve vorm gekreven in wet van 1925 en
uiteindelijk naam OCMW gekregen
o Tot op vandaag: alles mbt leefloon etc: taak door lokale besturen: OCMW’s
(OCMW-Wet 8 juli 1976)
- Sociale verzekering
o Gildenbussen
- Ontstaan vanuit onderlinge bijstandskassen
o Initiatief arbeiders (soms steun private weldoener)
Stukje loon afstaan aan de bijstandskas die dan zou kunnen bijstaan
als de WN tijdje niet meer kan werken
o Na verloop van tijd: overheid: ‘gesubsidieerde vrijheid’
Steun en subsidiëring in ruil voor meer controle
Steun aan die initiatieven maar eisen daarvoor stuk controle op
Oprichting Algemene Lijfrentekas (1848)
o Ontwikkeling socialistische coöperatieven (Vooruit)
o Belangrijk: oprichting Belgische Werkliedenpartij 1885
- Ambtenarenpensioenen
o Wet 21 juli 1844 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen
= oudste geldende wet van sociale zekerheid tot op vandaag geldend
o Ambtenarepensioenen = oudste vorm van sociale bescherming die er bestaat
4
, o Rustpensioen als beloning voor aan de staat bewezen diensten: idee van
‘uitgesteld loon’
o Dekking invaliditeit
o Pensioenleeftijd 65 jaar
- Groot kantelpunt: bloedige stakingen 1886
o Daarna: eerste arbeidswetgeving (o.a. beperking vrouwen- en kinderarbeid)
o + Sociale maatregelen (steunfonds arbeidsongevallen, verdere ondersteuning
en subsidiëring mutualiteitsverenigingen)
o Eerste socialistische verkozenen in parlement (1894): E. Anseele
o Belangrijke stappen in ontwikkeling sociale zekerheid
Arbeidsongevallenwet (1903)
Tussenkomst invaliditeitsverzekering via mutualiteiten (1912)
Ondersteuning werkloosheidskassen (staatssubsidies 1907)
o WO I zorgt voor een zekere vertraging in verdere ontwikkeling Belgische
sociale zekerheid
- Interbellum
o Verplichte verzekering beroepsziekten (wet 24 juli 1927)
o Mijnwerkerspensioen wordt echte pensioenverzekering
o Ook verplichte pensioenverzekering arbeiders en bedienden (1924-1925)
o Verplichte gezinsbijslagen (1930)
Aanpassing lonen aan de gezinslasten
Gefinancierd door WG
Ook voor zelfstandigen (wet 10 juni 1937)
o Ondersteuning werkloosheidskassen door overheid
Grote moeilijkheden tijdens interbellum
Nog geen verplichte verzekering
- WOII: heel belangirjk voor sociale zekerheid
o Werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties hebben onderhandeld
over Sociaal Pact
Aantal engagementen/verklaringen waarin ze streven naar sociale
bescherming en goeie organisaties van arbeidsrelaties
o Voorstellen in raam ‘sociaal pact’
Verplichte sociale verzekeringen voor alle werknemers (ook hogere
lonen)
Ziekte- en invaliditeitsverzekering
Via mutualiteiten
Uitkeringen ‘redelijk’ niveau (60 % eerste jaar, daarna 50 %)
Moederschapsuitkering
Werkloosheid
5
, Losmaken van armenzorg
Oprichting voorlopig steunfonds
Hoogte uitkeringen (minimaal 50 %)
Aanzienlijke verhoging kinderbijslag
“Nationaal Verdeelingsfonds” voor inning bijdragen
Pensioenen 50 % gemiddeld loon (kapitalisatie en repartitie)
Paritair beheer (vertegenwoordigers representatieve werkgevers- en
werknemersorganisaties) in de beheersinstellingen
o Zo goed als alle voorstellen uit sociaal pact overgenomen in Besluitwet
betreffende de Maatschappelijke Zekerheid der arbeiders (28 december
1944)
Concretisering sociaal pact
Achiel Van Acker (minister Arbeid en Sociale Voorzorg)
Belangrijke figuur in die omzetting van het sociaal pact in de
wetgeving
Enkel loonarbeiders
(Verplichte) rust- en overlevingspensioen, ziekte- en
invaliditeitsuitkering, werkloosheid, gezinsbijslag en jaarlijkse vakantie
Rijksdienst voor Maatschappelijke Zekerheid voor Werknemers
Bijdrage op het loon (WG 15,5% en WN 8%)
Bestaande structuren behouden (mutualiteiten, werkloosheidskassen
in schoot vakbonden), maar oprichting onafhankelijk
overheidsdiensten per sector (parastatalen)
- 2 modellen
o Kanselier Otto von Bismarck (1815-1898): belangrijk figuur voor sociale
zekerheid
“Beter een tevreden arbeider dan een rooie arbeider”
Stabiliseren van de maatschappij
Zag gevaar van politieke instabiliteit en impact dat het had op
arbeidsrelaties: zag dat als we ervoor zorgen dat in goede
omstandigheden gewerkt kan worden, zorgt dat ervoor dat de
druk van de ketel gehaald wordt en vermijden we de
gevreesde grote socialistische revolutie
Invoering verplichte sociale verzekeringen arbeiders (1882-1886)
Wet op de (verplichte) ziekteverzekering,
arbeidsongevallenverzekering en pensioenverzekering
Compromis om iedereen aan boord te krijgen:
Werkgevers: werkgeversbijdrage – vermijden socialistische
revolutie – kregen plaats in beheersorganen die moesten
6
, toezien op de besteding van de middelel voor sociale
uitkeringen
Vakbonden: medebeheer – controle en macht
Mutualistische kassen: felle tegenkanting – belangrijke rol
toegewezen en garantie voortbestaan
Arbeiders: procentuele bijdragen = financiële last draaglijk –
betere waarborg sociale bescherming
Model von Bismarck sociale verzekering had belangrijke invloed op
ontwikkeling Belgische sociale zekerheid
o Beveridge Model
Gaat terug op 1935: ‘New Deal’ president Roosevelt (VS) – reactie
economische malaise jaren dertig 20ste eeuw
Stimulans economie maar ook sociale bescherming (Social
Security Act)
Breed toepassingsgebied, staatsbeheer
Verplichte verzekering ouderdom, overlijden, invaliditeit,
aangevuld met werkloosheid niveau afzonderlijke staten
Beveridge-Report (Social Insurance and Allied Services) (1942) (UK) –
nauw verwant met New Deal
Minimumuitkeringen voor iedereen
Ook zonder verband met verdiende loon (forfaitair)
Staatsbeheer
William Beveridge (1879-1963) – econoom en politicus
Vooral navolging in UK, Ierland, NL en Scandinavische landen
o Kenmerken van het Bismarck- versus Beveridgemodel
Bismarck Beveridge
Toepassingsgebied Alleen de werknemers Gehele bevolking
Grondslag van de Loongekoppelde Uitkeringen tot beloop
uitkering uitkeringen van het sociovitaal
minimum
Doelstelling Behoud levensstandaard Bestaanszekerheid
Financieringswijze Werknemers- en Belastingen
werkgeversbijdrage
- Jaren vijftig
o Gestage ontwikkeling van sociale ontwikkeling
o Arbeidsongevallen: 100 % gederfd loon
o Verbetering kinderbijslagregeling
o Werkloosheid: oprichting Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en
Werkloosheid
7
, o Verbetering pensioenen: overgang kapitalisatie naar repartitie (arbeiders-
bedienden)
Kapitalisatie = je zet geld opzij en op moment dat je op pensioen gaat,
krijg je dat geld + de rente daarop → systeem was niet houdbaar,
vandaar overgaan naar repartitiesysteem
Repartitiesysteem: pensioenen worden betaald uit de bijdrage
van degene die op dat moment aan het werk zijn
o Ontwikkeling sociale verzekeringen voor zelfstandigen (verplichte aansluiting
vrije pensioenkas)
- Jaren zestig 20e eeuw
o Herschrijven bestaande wetgeving
o Werkloosheid codificatie 1963
o Beroepsziekten (nieuwe wet + FBZ) 1963
o Ziekte- en invaliditeit: wet Leburton 1963
Tot 1963 gold in gezondheidszorg het principe van de vrije tarifering:
artsen konden vrij hun tarief bepalen → leidde tot oplopende kosten
binnen sector van gezondheidszorg
Men heeft binnen ziekteverzekering een opsplitsing gemaakt met elk
eigen financieel beheer
Uitkeringen igv arbeidsongeschiktheid
Tegemoetkomingen in het raam van de gezondheidszorg
o In sector gezondheidszorg wilde men controle over prijs
van medische zorg → heeft geleid tot artsenstakingen
Oprichting RIZIV
Uitbreiding gezondheidszorg tot bijna hele bevolking
Regeling tarieven en honoraria voor terugbetaling kosten
Geneeskundige zorgen (tot dan: vrije tarifering)
o Artsenstaking 1 tot 18 april 1964
o Uiteindelijk is men eruit geraakt: Sint-Jans-akkoord
Nomenclatuur voor geneeskundige
verstrekkingen en medicatie
o 1965-1974: evolutie naar voorlopig eindpunt ontwikkeling sociale zekerheid
o Arbeidsongevallenwet 1971
o Werkloosheid: van forfaitaire bedragen naar individuele uitkeringen
o Pensioenen vereenvoudigen: van 4 stelsels (arbeiders, bedienden,
mijnwerkers en zeelieden) naar één regeling (werknemers)
o RSZ-Wet van 27 juni 1969 (soepeler toepassingsgebied)
Werken we nog altijd mee
8
, o Uitbouw sociaal statuut zelfstandigen: arbeidsongeschiktheid voor
zelfstandigen (1971)
o Kinderbijslag: schoolgeld en gewaarborgde kinderbijslag
o Komst arbeidsrechtbanken (1970) voor discussies rond toekenning van sociale
zekerheidsprestatie
o Wet op bestaansminimum van 7 augustus 1974 = leefloon
- Economische crisis jaren zeventig
o Programma- en herstelwetten
o Brugpensioen (SWT) (1976)
o Tewerkstellingsmaatregelen
Jongerenstage, BTK,…
o Anticrisiswetten 1978 (o.a. sanering ziekteverzekering)
o Wet 8 augustus 1980
Minimumpensioen
Solidariteitsbijdrage pensioenen → ziekteverzekering (sector
gezondheidszorg)
- Crisis trekt zich door in jaren tachtig
o Inkomsten sociale zekerheid verhogen
Opheffing loongrens berekening SZ-bijdragen WNS (1982)
Loonmatigingsbijdrage (1986)
o Uitgaven sociale zekerheid verminderen
Wijzigingen werkloosheidsreglementering (strenger) (1980)
Fonds voor het financieel evenwicht van de sociale zekerheid (1981)
Wet Mainil: harmonisering pensioenen (1984)
- Jaren negentig
o Programmawetten
o Codificatie werkloosheidsreglementering (1991)
o ZIV-Wet 1994 (hervorming ziekteverzekering)
o Globaal plan (nieuw ‘sociaal pact’): werkloosheid en financiering sociale
zekerheid (Jean-Luc Dehaene)
o Globaal Financieel Beheer (1995)
o Saneringen en strenge begrotingsdiscipline
o Europese Economische en Monetaire Unie
- Vanaf 2000
o Nood aan grote hervormingen, maar die bleven lange tijd uit
o Sociale bijstand nadruk op activering
o Regionalisering sociale zekerheid
Kinderbijslag, Vlaamse sociale bescherming
o Pensioenen (financiering)
9