Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Goederen- en zekerhedenrecht | 2025/26

Rating
-
Sold
1
Pages
52
Uploaded on
15-07-2026
Written in
2025/2026

Ik heb hiermee een 15/20 gehaald in eerste zit. Elk hoofdstuk heeft een aparte kleur, dit hielp mij bij het aanduiden in mijn wetboek.

Institution
Course

Content preview

Goederen- en zekerhedenrecht
1 Algemene principes van goederenrecht
HB p1-25 en 199-212

patrimoniale rechten extra-patrimoniale rechten




intellectuele
zakelijke rechten vorderingsrechten eigendomsrechten familiale rechten persoonlijkheidsrechten




eigenlijke zakelijke rechten




accessoire zakelijke
rechten




1.1 Wat is goederenrecht
• Onderscheid tussen zakelijke rechten en vorderingsrechten:
o Zakelijk recht: verhouding tss persoon en een voorwerp
o Vorderingsrecht: rechten tss personen die iets van elkaar eisen

• Patrimoniale rechten: de zakelijke rechten, vorderingsrechten en intellectuele rechten.
Deze hebben pecuniaire waarde.
• Extra-patrimoniale rechten: de persoonlijkheidsrechten en de familiale rechten.
Deze hebben geen pecuniaire waarde.

• De term “goederenrecht” is eigenlijk correcter dan “zakenrecht”:
goed (= verzamelterm voor alle tastbare en niet tastbare goederen) ⬄ zaak (= lichamelijk/tastbaar)

• Verbintenissen verbonden aan de hoedanigheid van de eigenaar van het goed (overdraagbaar)
 verbintenissen verbonden aan de persoon van de SA (in regel niet overdraagbaar)

• Louter formele benadering: zakelijke rechten worden erkend door de wetgever

• Twee groepen:
o Eigenlijke zakelijke rechten / zakelijke hoofdrechten (eigendom, mede-eigendom, vruchtgebruik,
erfpacht, opstal, recht van gebruik, recht van bewoning, rechten van de aangelanden van waterlopen en
erfdienstbaarheden)
o Accessoire zakelijke rechten / zakelijke zekerheidsrechten (hypotheek en pand)




1

,1.2 Algemene kenmerken van zakelijke rechten
• Het volgrecht
persoon maakt niet meer uit, eigenaar blijft rechten hebben. Het is niet omdat je het voorwerp verkoop of
overdraagt, dat je je zakelijk recht verliest (ook sommige vorderingsrechten bv. huur art 1743 Oud BW)

• Het recht van voorrang
o Doorbreking van de regel van de pondspondsgewijze verdeling onder SEs: sommige SEs krijgen voorrang
en de andere SEs blijven achter met minder of niets
o Zakelijk recht voorrang op vorderingsrecht: zorgt ervoor dat je stijgt id piramide en dus kans hebt om
alles of een stuk vd vordering te krijgen
o Zakelijke rechten onderling: anterioriteitsregel (= het oudste recht heeft)

• Het specialiteitsbeginsel
o Individualisatie is steeds vereist art 3.8,§ 1 BW (= het moet in natura aanwezig zijn)
o Als je een zakelijk recht vestigt op een voorwerp, geldt die voor heel het voorwerp
o Dwingend recht

• Zakelijke subrogatie art 3.10 BW
bepaald goed dat beschermd was door zakelijk recht wordt vervangen door een ander goed met dezelfde waarde
o Alleen de eigenaar (titularis) van het zakelijk recht kan hier beroep op doen
o Oorspronkelijk object van het zakelijk recht gaat (juridisch of materieel) verloren
o Oorspronkelijke object van het zakelijk recht wordt vervangen door een ander object dat de waarde
ervan vertegenwoordigt
o Zowel het oorspronkelijke object als het in de plaats tredende object moeten steeds individualiseerbaar
zijn geweest
o Subsidiaire rechtsfiguur
bv. bij vruchtgebruik wordt je auto gestolen dus men krijgt volledige bedrag terugbetaalt en blijft in het vermogen

• Het anterioriteitsbeginsel
In geval dat er meerdere zakelijke rechten op eenzelfde goed rusten, dan heeft het ouder zakelijk recht voorrang
op het jonger zakelijk recht art 3.4 BW

• Het eenheidsbeginsel
Een zakelijk recht heeft betrekking op een goed als geheel en niet op 1 of meerdere bestanddelen art 3.8,§2 BW

• De accessoriumregel
o Bijgoed volgt hoofdgoed art 3.9 BW
o Een “bijgoed” wordt omschreven als een goed dat duurzaam verbonden of bevestigd is met het
hoofdgoed, of in dienste staat van de uitbating of bewaring van het hoofdgoed.
o Het zakelijk recht dat slaat op het hoofdgoed heeft van rechtswege ook betrekking op het bijgoed (tenzij
anders wordt bepaald).
bv. je koopt app.: gordijnen verlichting keukentoestellen… zitten bij in prijs, hoort bij woning (tenzij anders bep)

• Numerus clausus-beginsel
Er zijn maar een beperkt en wettelijk vastgelegd aantal zakelijke rechten, je kan er zelf geen nieuwe uitvinden. De
partijen moeten bij het vestigen van een zakelijk recht dus steeds de wezenlijke bestanddelen ervan respecteren
art 3.1. en 3.3 BW

2

,1.3 Onderverdeling van goederen
Algemeen
• Alle goederen zijn hetzij roerend, hetzij onroerend art 3.46 BW
• Belang van het onderscheid ligt hem in
o de publiciteit
▪ onroerend: altijd publiceren
▪ roerend: niet publiceren (uitz registergoederen = grote roerende goederen met een grote
waarde moeten wel gepubliceerd worden bv schepen, treinen, vliegtuigen)
o de verkrijgende verjaring
▪ onroerend: 10-20jaar
▪ roerend: in regel 30jaar
o “verschillende” fiscale behandeling: beslag op roerend goed w sneller toegestaan dan op onroerend


De onroerende goederen
1. Onroerende goederen door zijn aard art 3.47 BW
• De grond en de samenstellende volumes
o De grond: zowel erop als eronder, in de hoogte en in de diepte kelder, balkon…
o Delfstoffen bv. ertsen, fossielen, brandstoffen, aardolie, goud, aardgas,…
▪ Voor ontginning: onroerend uit hun aard.
▪ Vanaf ontginning: roerend uit hun aard.
▪ Uitz vervroegde roerendmaking (= De wet kan soms bepalen dat delfstoffen al roerend zijn
voor ze opgegraven worden)
▪ Uitz water is altijd roerend uit haar aard!
▪ Opgelet: een schat is ook roerend uit haar aard
o Volume: dit is is een driedimensionaal stuk ruimte van de grond (onder, op en boven de grond)
▪ Dit is wettelijk vastgelegd om duidelijker te maken welke stukken ruimte bij wie horen.
▪ Dit is een techniek voor het afbakenen van onroerende eigendom die door landmeters en de
administratie zal moeten worden overgenomen

2. Onroerende goederen door incorporatie art 3.47 BW
• Incorporatie is een noodzakelijke maar voldoende voorwaarde.
Er zijn twee mogelijke onroerende goederen door incorporatie:
a. Werken en gebouwen
o Ruime opvatting: alle voorwerpen die zowel duurzaam als gewoonlijk met de grond zijn verbonden
o Cass. vanaf 15/09/1988: verschuiving ve objectief naar een subjectief criterium (bv. tankstation:
onroerend><roerend want kan je op 2dagen tijd demonteren) → kijken naar intentie vd eigenaar
o Onderdelen: deze vormen één geheel met gebouw en zijn bijgevolg altijd onroerend (= inherente
bestanddelen art 3.47, derde lid BW)
▪ Bv. deuren, trappen, rolluiken en leidingen
o Uitrustingsapparatuur: deze maken het gebouw geschikt voor een normale bestemming en zijn
enkel onroerend bij incorporatie (kijk of het is ingewerkt/bevestigt is aan de woning: onroerend bij
incorporatie, anders roerend) mag dus niet losstaan!!!!
▪ Bv. badkuip, verwarmingsradiator en keukenapparatuur (microgolf enkel als het vast staat)
b. Beplantingen
o De incorporatie bepaalt hun statuut.
o Dit geldt ook voor de vruchten die aan deze beplantingen hangen.
o Let op voor de uitz van vervroegde roerendmaking

3

, 3. Onroerende goederen door bestemming art 3.47 BW
• Dit zijn roerende goederen die toch als onroerend worden beschouwd, omdat ze economisch gezien één
geheel vormen met een onroerend goed
• Accessoria (bijzaak volgt hoofdzaak): als een roerend goed dient als accessoir (bijzaak) van een onroerend
goed, dan wordt het onroerend door bestemming art 3.47, vierde lid BW
• Dergelijke goederen zijn onderworpen aan tal van cumulatieve voorwaarden:
o Subjectieve voorwaarde: uitsluitend de wilsbeslissing van de (volle) eigenaar
het moet de beslissing zijn van de volle eigenaar, dus iemand die 100% eigenaar is van het onroerend
goed, én 100% eigenaar is van het roerend goed
▪ Bv. Beslissing vd huurder, vruchtgebruiker, naakte eigenaar of mede-eigenaar is onvoldoende
▪ Bv. Beslissing van alle mede-eigenaars is wel voldoende
o Objectieve voorwaarden:
▪ Het moet gaan om een lichamelijke/tastbare zaak
• Bv. Schuldvorderingen en een handelszaak zijn onlichamelijk, en kunnen nooit
onroerend door bestemming zijn
▪ De zaken moeten duurzaam zijn voor de exploitatie van een onroerend goed
het moet nuttig en blijvend gebruikt worden bij het gebruik van het onroerend goed
• Grondstoffen of andere verbruikbare goederen zijn niet duurzaam (uitgezonderd
zaden, stro en mest)
▪ Het moet bestemd zijn voor een onroerend goed dat voor industrie is ingericht
• Het hoeft niet één welbepaald onroerend goed te zijn
• ‘Inrichting voor de industrie’ betekent: het onroerend goed heeft bijna geen andere
logische functie, maar als een andere functie geen waardevermindering veroorzaakt,
is dat wel oké (nuttig zijn volstaat)
▪ Bestemming van het goed is
• Bestemd voor de dienst en exploitatie van het erf (moet niet in economische zin zijn)
Voorwerp moet ten dienste staan van het erf, louter persoonlijk gebruik is
onvoldoende. Noodzakelijk is niet vereist, nuttig is voldoende.
o Bv. landbouwmachines die dienen om het land te bewerken
• De eigenaar verbindt het voorwerp blijvend met het erf. Hier moet de wil van de
eigenaar objectief waarneembaar zijn. Het voorwerp hoeft zelfs niet nuttig te zijn.
Inbouw of bevestiging is een aanwijzing, maar geen vereiste.
o Bv. een fontein die permanent in de tuin wordt geplaatst
• Gevolgen van onroerend door bestemming:
o De overdracht vh onroerend goed uit zijn aard leidt automatisch tot overdracht vh roerend goed
door bestemming
o De rechten ve beperkt zakelijke gerechtigde strekken zich ook uit over onroerende goederen door
bestemming (zij zijn accessoir aan de hoofdzaak)
o Onroerend beslag treft ook de onroerende goederen door bestemming.
o Kan er een afzonderlijk roerend beslag worden gelegd?
▪ Een afzonderlijk onroerend beslag zeker niet.
▪ Een afzonderlijk roerend beslag is voor discussie vatbaar.
• Proceseconomisch is dat voordeliger ⬄ een afzonderlijk beslag op een bijzaak bij
een gedwongen mede-eigendom is niet toegestaan.
• Einde van onroerend door bestemming:
o Einde van het nut voor de exploitatie van het erf.
o Einde van de wilsintentie van de volle eigenaar.
4

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
July 15, 2026
Number of pages
52
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$8.97
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
jolienwils

Get to know the seller

Seller avatar
jolienwils
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
7
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
17
Last sold
22 hours ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions