Communicatieve ontwikkeling: begrippenlijst
- Fylogenese: bestudeert hoe spraak en taal ontstaan is in evolutie mens
- Ontogenese: zoekt antwoord op hoe spraak en taal zich ontwikkelt van kind tot de volwassenheid
- Neurogenese: zoekt antwoord op hoe de hersenen samenwerken tijdens het genereren van spraak en taal
- Microgenetisch: waar komen spraak en taal vandaan?
- Menselijke communicatie: is de uitwisseling van betekenisgevingen tussen 2 of meer mensen. Zender
stuurt boodschap naar ontvanger, deze informatie is de reden van de communicatie. Soms treden er ook
storingen op
- Probleem in communicatiemodel: ruis, intacte visus, gehoorschade
- Noodzakelijke voorwaarden voor communicatie: intacte zintuigen, hersenstructuren en neurologische
connecties, intacte structuur en functie (spraak)organen
- Andere domeinen communicatiemodel: linguïstische domeinen, kennis over geheugen, concentratie en
aandacht, visueel-ruimtelijke vaardigheden, praxis, inzicht en organisatievermogen, intelligentie, emoties en
gedrag
- Model voor woordproductie: conceptualisatie – lexicon – grammaticale encodering - fonologische
encodering – motorische planning – motorische programmering – motorische executie = cascade- of
watervalmodel
o Concept triggert lexicon doel: meest geschikte woord vinden in lexicon (opgebouwd uit lexemen
en lexeem bestaat uit morfemen)
o Grammaticale encodering: woorden in juiste volgorde
o Fonologische : klankpatronen selecteren en juiste syllaben en fonemen op goede plaats in het
woord komen
o Motorische planning: articulatorische bewegingsdoelen
o programmering: structuurspecifiek waarbij plaats, wijze en timing van beweging worden klaargezet
o Uitvoering: bewegingen van het spraakapparaat
- Concept: interne schets van wat we willen overbrengen naar de luisteraar
- Lexicon: geheugenopslagplaats van woorden met betekenissen en verbanden
- Lexemen: woord dat je zoekt
- Morfeem: kleinste betekenis dragend woord
- Lemma: bevat informatie zoals grammaticale eigenschappen
- Fonologie: hoe spraakklanken in een specifieke taal worden georganiseerd
- Fonetiek: hoe spraakklanken motorisch, auditief en akoestisch gerealiseerd worden
- Model voor woordbegrip: auditorische verwerking en geheugen, fonologische decodering, grammaticale
decodering
o Overdracht van akoestisch signaal: haarcellen cochlea, auditieve analyse systeem
o Fonologische en semantische verwerking (decoderen): akoestische info uit het auditieve
analysesysteem wordt gelinkt aan lexicale representaties
o Werkgeheugen en aandacht: mate waarin info wordt verwerkt en opgeslagen wordt hiermee
gemaximaliseerd
- Fasen in spraak- en taalontwikkeling: prelinguale (geboorte tot 1 jaar) – vroeglinguale (1-2;6 jaar) –
differentiatiefase (2;6-5 jaar) – voltooiingsfase (5-10 jaar)
- Gehoor: horen is basis voor spraak- en taalontwikkeling
- Neuroplasticiteit: duidt op veranderingen in de organisatie van de hersenen van individuen als gevolg van
ontwikkeling, leren of ervaring. Neurale plasticiteit kan verschillende vormen aannemen. Het kan optreden
als onderdeel van de normale ontwikkeling, als onderdeel van leerprocessen bij normale volwassenen en na
een hersenletsel.
- Perceptie: proces dat waargenomen prikkels omzet tot zinvolle informatie
- Taaluniverseel: spraakklanken uiten die wereldwijd identiek zijn en niet gelinkt zijn aan hun moedertaal
- Fylogenese: bestudeert hoe spraak en taal ontstaan is in evolutie mens
- Ontogenese: zoekt antwoord op hoe spraak en taal zich ontwikkelt van kind tot de volwassenheid
- Neurogenese: zoekt antwoord op hoe de hersenen samenwerken tijdens het genereren van spraak en taal
- Microgenetisch: waar komen spraak en taal vandaan?
- Menselijke communicatie: is de uitwisseling van betekenisgevingen tussen 2 of meer mensen. Zender
stuurt boodschap naar ontvanger, deze informatie is de reden van de communicatie. Soms treden er ook
storingen op
- Probleem in communicatiemodel: ruis, intacte visus, gehoorschade
- Noodzakelijke voorwaarden voor communicatie: intacte zintuigen, hersenstructuren en neurologische
connecties, intacte structuur en functie (spraak)organen
- Andere domeinen communicatiemodel: linguïstische domeinen, kennis over geheugen, concentratie en
aandacht, visueel-ruimtelijke vaardigheden, praxis, inzicht en organisatievermogen, intelligentie, emoties en
gedrag
- Model voor woordproductie: conceptualisatie – lexicon – grammaticale encodering - fonologische
encodering – motorische planning – motorische programmering – motorische executie = cascade- of
watervalmodel
o Concept triggert lexicon doel: meest geschikte woord vinden in lexicon (opgebouwd uit lexemen
en lexeem bestaat uit morfemen)
o Grammaticale encodering: woorden in juiste volgorde
o Fonologische : klankpatronen selecteren en juiste syllaben en fonemen op goede plaats in het
woord komen
o Motorische planning: articulatorische bewegingsdoelen
o programmering: structuurspecifiek waarbij plaats, wijze en timing van beweging worden klaargezet
o Uitvoering: bewegingen van het spraakapparaat
- Concept: interne schets van wat we willen overbrengen naar de luisteraar
- Lexicon: geheugenopslagplaats van woorden met betekenissen en verbanden
- Lexemen: woord dat je zoekt
- Morfeem: kleinste betekenis dragend woord
- Lemma: bevat informatie zoals grammaticale eigenschappen
- Fonologie: hoe spraakklanken in een specifieke taal worden georganiseerd
- Fonetiek: hoe spraakklanken motorisch, auditief en akoestisch gerealiseerd worden
- Model voor woordbegrip: auditorische verwerking en geheugen, fonologische decodering, grammaticale
decodering
o Overdracht van akoestisch signaal: haarcellen cochlea, auditieve analyse systeem
o Fonologische en semantische verwerking (decoderen): akoestische info uit het auditieve
analysesysteem wordt gelinkt aan lexicale representaties
o Werkgeheugen en aandacht: mate waarin info wordt verwerkt en opgeslagen wordt hiermee
gemaximaliseerd
- Fasen in spraak- en taalontwikkeling: prelinguale (geboorte tot 1 jaar) – vroeglinguale (1-2;6 jaar) –
differentiatiefase (2;6-5 jaar) – voltooiingsfase (5-10 jaar)
- Gehoor: horen is basis voor spraak- en taalontwikkeling
- Neuroplasticiteit: duidt op veranderingen in de organisatie van de hersenen van individuen als gevolg van
ontwikkeling, leren of ervaring. Neurale plasticiteit kan verschillende vormen aannemen. Het kan optreden
als onderdeel van de normale ontwikkeling, als onderdeel van leerprocessen bij normale volwassenen en na
een hersenletsel.
- Perceptie: proces dat waargenomen prikkels omzet tot zinvolle informatie
- Taaluniverseel: spraakklanken uiten die wereldwijd identiek zijn en niet gelinkt zijn aan hun moedertaal