Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 6 out of 78 pages
Summary

Samenvatting Gedragsneurowetenschappen

Document preview thumbnail
Preview 6 out of 78 pages

Dit is een volledige samenvatting van het vak gedragsneurowetenschappen. Het is volledig gebaseerd op het boek en notities uit de les. Het is een duidelijke en beknopte samenvatting met alle belangrijkste info uit het boek en bevat ook verduidelijkende tekeningen. Door deze samenvatting te maken en te leren behaalde ik in eerste zit een 14/20! Zeker haalbaar dus! Veel succes.

Content preview

Gedragsneurowetenschappen
H1: Perifeer en centraal zenuwstelsel
1) CELLEN WEEFSELS EN ORGANEN
Andreas Vesalius:
 1 v/d grootste anatomen
 Maakte precieze beschrijvingen en tekeningen v/h menselijk lichaam
via dissectie
 Hersenen als belangrijkste orgaan

Anatomie = biologische studie v/d bouw van organismen ( structuur)
 Orgaanstelsels: bestaan uit organen die functioneel samenwerken
 Organen = onderdelen met een specifieke functie, opgebouwd uit ≠
weefseltypes
 Weefstel = verzameling gespecialiseerde cellen die een
gemeenschappelijke functie vervullen (cellen, intercellulaire
substantie en weefselvocht)

Histologie = studie v/d fijne opbouw van weefsels (structuur)
Fysiologie = studie v/d levensprocessen in levende wezens gebaseerd op
chemische samenwerkingen (functie)

 Neuroanatomie, -histologie en – fysiologie = studie v/d structuur en
functies v/h zenuwstelsel

2) DELEN VAN HET ZENUWSTELSEL

Centraal zenuwstelsel Perifeer zenuwstelsel
= hersenen en ruggenmerg met continue = alle zenuwcellen of uitlopers buiten de
stroom van info (extern en intern) hersenen of het ruggenmerg
 Via afferente zenuwen uit PZS =  Somatisch ZS = sensorische en
aanvoerende motorische prikkels van en naar CZS
 Verbinden zintuigcellen in ≠ organen (afferent & efferent)
en weefsels met CZS  Autonoom ZS = neurale connecties
naar klieren en gladde spieren van
inwendige organen (geen controle)
 Sympatisch ZS
 Parasympatisch ZS
 Enterisch ZS = netwerk v cellen rond
ingewanden (ook autonoom)

 Craniale zenuwen = zenuwen die
ontspringen in de hersenen (motorisch of
sensorisch of gemengd

, Spinale zenuwen = craniale zenuwen in verbinding met het ruggenmerg



Assens in CZS:

- Verticaal (BV: ruggenmerg)
- Horizontaal (BV: voorste deel v/d hersenen)
- Schuin (BV: achterste deel v/d hersenen)
- Rostraal = in de richting v/d neus
- Causaal = in de richting v/d voeten
- Ventraal = posities aan de voorzijde v/h
lichaam
- Dorsaal = posities aan de achterzijde v/h
lichaam
- Lateraal = posities aan de zijkant v/h lichaam


Snijvlakken i/d hersenen:

Cornaal vlak = verticaal van oor naar oor

Horizontaal vlak = loodrecht op coronaal

Sagittaal vlak = verticaal van voor naar
achteren (linker en rechterhelft v/h ZS)




Centrale zenuwstelsel:

 Cortex = buitenste schorslaag v/d hersenen
 Witte stof = hersenweefsel met zenuwverbindingen
 Grijze stof = cellichamen v/d zenuwcellen
 In de buitenste laag
 In de diepte v/d hersenen



 Telencephalon = grootste deel v/d
hersenen vooraan dat verder uitgroeit
na de geboorte
 Diencephalon
 Mesencephalon = 1e stukje v/d
hersenstam
 Pons
 Medulla oblongata

,  Cerebellum = kleine hersenen die aangehecht zitten op de
hersenstam
 Ruggenmerg = overgang v/d hersenstam omringd door vliezen en
wervels

3) TELNCEPHALON
= grote hersenen bestaande uit 2 hemisferen en zijn bilateraal symmetrisch
(gelijk)
 Verbonden via corpus callosum (commissurale vezel)
 Gescheiden door longitudinale fissuur/ sulcus (= groef)

 Cerebrale cortex = hersenschors
 Grijze stof
 Geplooid opp (corticale oppervlak) met groeven en
windingen
 Bevat bloedvaten en cellichamen van cerebrale
zenuwcellen

 Witte stof
 Binnenkant
 Georganiseerd in zenuwbanen
 Uitlopers van neuronen (vezels) die info van en naar de cortex
transporteren:
- Associatievezels = verbinden delen v/d cortex binnen hetzelfde
hemisfeer
- Commissurale vezels = verbinden de 2 hemisferen (*corpus
callosum)
- Projectievezels = verbinding tussen hersenstam (ruggenmerg) en
cortex

 Kwabben/ lobben:
1. Frontale kwab: spraak, emoties, redeneren en fijne motoriek
 Meest vooraan (prefrontale cortex)
 Gescheiden met de rest door fissuur van Rolando (sulcus
centralis)

2. Pariëtale kwab: temperatuur, aanraking en pijn + controle van
beweging
 Achter frontale kwab
 Gescheiden door sulcus centralis

3. occipetale kwab: interpretatie
 Meest posterieure deel v/d cortex

, 4. Temporele kwab: gehoor en geheugen
 inferieur / onder frontale en pariëtale jwab
 gescheiden door fisuur van sylvius

 Hebben eigen taken, maar kunnen ook samenwerken

4) CEREBRALE CORTEX
= buitenste laag v/d grijze stof die intens doorbloed en bestaat uit gelaagd
hersenweefsel: neocortex
Neocortex = 6 lagen betrokken bij hogere/ complexere functies (BV:
infoverwerking, redeneren…)
I. Moleculaire laag (lamina molecularis)
II. Buitenste korrellaag (lamina granularis externa)
III. Buitenste piramidelaag (lamina pyramidalis
externa)
IV. Binnenste korrellaag (lamina granularis interna)
V. Binnenste piramidelaag (lamina pyramidalis
interna)
VI. Spoelvormige laag (lamina fusiformis)

 Zij niet scherp afgelijnd en bevatten ≠ verhoudingen
van neuronen en steuncellen
 Piramidecel = typisch cerebrale neuron die hun lange efferente uitlopers
projecteren naar het ruggenmerg of andere corticale gebieden
 Korrelcellen = maken lokale contacten
 Kan verschillend zijn i/d ≠ delen v/d hersenen
 Ook verticale structuren van corticale kolommen die functionele
eenheden bouwen die door alle schorslagen lopen

5) HERSENVLIEZEN
CZS wordt omhuld door bindweefselbranen en benige structuren

3 hersenvliezen omgeven de hersenen en zetten zich verder rond het
ruggenmerg (ruggenmergvliezen):

1. Dura mater = buitenste hersenvlies: vergroeid met de binnenzijde
v/d schedel
1.1 Subdurale ruimte = ruimte tss 1 en 2 gevuld met vocht

2. arachnoidea = middelste/ spinnenwebvlies: rijk aan bloedvaten
2.1 subarachnoidale ruimte = holtes met hersenvocht en vezels

3. pia mater = zachte hersenvlies: tegen de hersenmassa

,6) HERSENVENTRIKELS EN CEREBROSPINAAL VOCHT
Hersenventrikels = ruimtes tss de hersenvliezen en centrale kanaal van
het ruggenmerg gevuld met heldere vloeistof
 Ontstaan tijdens de groei v/d hersenen
 Staan in verbinding met elkaar
 Laterale ventrikels: ventrikels in de hemisferen v/d grote hersenen
 3e ventrikel: waar de laterale ventrikels samenkomen (thv de
tussenhersenen)
 4 ventrikel: verbonden met 3e i/d hersenstam via aquaduct van Sylvius
e

doorheen het mesencephalon

Cerebrospinaal vocht= vocht in de hersenventrikels aangemaakt door
plexus choroideus
 Bloedvatrijke structuur a/d rand v/d ventrikels waar pia mater en
hersenweefsel raken
 Voornamelijk door plexus v/d laterale ventrikels en in geringe mate
door 3e en 4e
 Plexus cellen filteren hersenvocht uit het bloed en scheiden het uit in
de ventrikels

Continue productie en heropname zorgt voor circulatie: geproduceerde
CSV uit de ventrikels  subarachnoidale ruimte en ruggenmerg 
absorptie door bloedvaten

!als vocht niet kan wegstromen ontstaat druk op hersenen en schedel 
vergroot hoofd!

Functies:
- Houdt hersendruk op peil
- Schokdemper
- Transport van voedingsbestanddelen en
afvalstoffen

Hersenweefsel moet goed doorbloed worden voor aanvoer van O2 en
voedingsstoffen en afvoer van afvalstoffen
 Enkel grote hersenslagaders zorgen voor cerebrale bloedvoorziening
(via vertakkingen)

Beroerte of herseninfarct: verstopte bloedvaten waardoor er zuurstoftekort
is en hersenweefsel afsterft  gevolg hangt af v/d plaats i/d hersenen
(grote bloedvaten = dodelijk)
 Andere hersendelen kunnen compenseren

, Halsslagaders + wervelslagaders: toevoer van zuurstofrijk bloed naar de
hersenen
Arteria basilaris = 2 wervelslagaders centraal onderaan i/d hersenen
 Voorziet binnenoor en delen v/d hersenen van bloed

Cirkel van Willis = aansluiting van halsslagaders en wervelslagaders,
vaatkring van slagaders




Functies:
- Voorzien telenchephalon en diencephalon van bloed
- Beschermt tegen ischemie
- Zorgt dat er een verbinding blijft tss andere delen als een slagader
blokeert

Ook grijze structuren en kernen in de diepte v/d telencephalon :
 Basale ganglia
 Rond de thalamus
 Maken deel uit v/h extrapiramidale systeem = motorisch systeem
dat samenwerkt met de substantia nigra (hersenstam), nucleus
subthalamus, cerebellum en motorische & frontale cerebrale cortex
 Stratium versterkt, verminderd of past beweginscommando’s aan
 Speelt ook een rol in cognitieve en emotionele functies

 Limbische systeem = ring van corticaal en subcorticaal
weefsel tss de neocortex en diencephalon
 Hippocampus = inprenting van nieuwe info en vorming van
herinneringen
 Amygdale = sociaal gedrag en emoties

7) DIENCEPHALON

Connected book
 image
Rudi D\\\'Hooge Neuro
Publisher: Unknown ISBN: 9789463370820 Edition: 1

Document information

Study
Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
July 15, 2026
Number of pages
78
Written in
2025/2026
Type
Summary
$10.60

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
12
Followers
1
Items
9
Last sold
1 week ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions