,Deel I – Beginselen
Hoofdstuk 1 – Continuïteit en flexibiliteit als succesformule
1.1 Steeds meer managementvaardigheden
Moderne managementvaardigheden richten zich daarom niet alleen op plannen en organiseren, maar
ook op:
effectief communiceren;
medewerkers ontwikkelen en motiveren;
samenwerken en verbinden;
omgaan met verandering en onzekerheid;
probleemoplossend en kritisch denken;
besluitvorming op basis van informatie en analyse;
zelfreflectie en professioneel gedrag.
De manager heeft een dubbele verantwoordelijkheid: resultaten behalen én voorwaarden creëren
waarin mensen optimaal kunnen functioneren. Goed management combineert rationele analyse met
inzicht in menselijk gedrag.
1.2 Opbouw van het boek
Managementvaardigheden kunnen worden ontwikkeld door een combinatie van kennis, ervaring en
reflectie. De ontwikkeling van een manager verloopt vanuit drie perspectieven:
Jij: inzicht in eigen persoonlijkheid, kwaliteiten, beperkingen en professionele ontwikkeling.
Jij en de ander: begrijpen hoe relaties, communicatie en samenwerking functioneren.
Jij in de organisatie: toepassen van vaardigheden binnen complexe organisatorische
situaties.
Een effectieve manager leert zichzelf kennen, begrijpt anderen en kan handelen binnen verschillende
organisatorische omstandigheden.
1.3 Praktijk
Managementvaardigheden worden vooral ontwikkeld door toepassing in praktijksituaties. Theorie
krijgt betekenis wanneer deze wordt gekoppeld aan dagelijkse ervaringen, feedback en reflectie.
Belangrijke leerpunten:
analyseren van eigen handelen;
herkennen van gedragspatronen;
verbeteren van communicatie;
bewust omgaan met verschillende belangen;
, leren van successen en fouten.
Hoofdstuk 2 – Jij
2.1 Persoonlijkheid: aangeboren of aangeleerd?
Persoonlijkheid bestaat uit relatief stabiele eigenschappen die bepalen hoe iemand denkt, voelt en
handelt. Deze eigenschappen worden beïnvloed door zowel biologische aanleg als omgeving,
opvoeding, ervaringen en sociale omstandigheden.
Een manager moet begrijpen dat gedrag niet volledig vastligt. Mensen kunnen zich ontwikkelen door:
nieuwe ervaringen;
opleiding en training;
feedback van anderen;
bewuste zelfsturing;
reflectie op eigen gedrag.
Professioneel leiderschap begint daarom met inzicht in de eigen persoonlijkheid en de invloed
daarvan op het handelen.
2.2 Kijken naar jezelf: wat zijn je sterke en zwakke kanten?
Zelfkennis is een belangrijke basis voor effectief management. Een manager die eigen kwaliteiten en
beperkingen kent, kan bewuster handelen en beter samenwerken.
Sterke kanten kunnen bijvoorbeeld zijn:
analytisch vermogen;
verantwoordelijkheidsgevoel;
empathie;
besluitvaardigheid;
creativiteit;
communicatieve vaardigheden.
Mogelijke ontwikkelpunten:
moeite met delegeren;
onvoldoende luisteren;
perfectionisme;
conflicten vermijden;
onvoldoende grenzen stellen.