Samenvatting dierkunde
,H1 - INLEIDING
DIERKUNDE OP BASIS VAN DIERGROEP
Malacologie = studie weekdieren
Entomologie = studie insecten
Helminthologie = studie wormen
Ornitologie = studie vogels
Mammalogie = studie zoogdieren
EIGENSCHAPPEN VAN LEVEN
Moeilijk te definiëren, toch enkele gemeenschappelijke kenmerken:
1. Unieke chemische samenstelling uit macromoleculen: DNA, RNA, proteine, lipiden, koolhydraten,.
2. Organisatieniveaus: moleculen à cellen à weefsels à … (al het leven bestaat uit 1 of meerdere
cellen)
3. Voortplanting op basis van reproductie en nieuwe combinaties van erfelijke informatie
4. Genetische code bestaande uit DNA en RNA
5. Metabolisme: opname van voedingsstoffen en afbraak tot energie en bouwstoffen
6. Ontwikkeling, groei en evolutie
INDELING VAN HET LEVEN IN DOMEINEN
EUKARYOTEN
Volledige celbouw: aanwezigheid van celkern, organellen.
o protista à algen, amoeba (1-celligen)
o fungi à schimmels
o plantae
o animalia
PROKARYOTEN
Onvolledige celbouw: geen celkern, geen organellen, vaak 1-cellig, meestal een celwand, altijd DNA en
RNA.
• Eubacteria
à cyanobacterie of blauwwieren - proteobacteria zoals salmonella, yersinia, campylobacter
• archaebacteria
à metanogene bacterie, in het rumen van rund (CO2 à CH4)
,VIRUSSEN, VIROÏDEN EN ANDEREN
Virussen, viroiden en anderen zijn twijfelgevallen door aanwezigheid van zowel levende als niet-levende
kenmerken, hierdoor zijn ze nog niet in een domein geplaatst.
• Levende kenmerken:
o Reproductie
o mutaties à evolutie
• niet-levende kenmerken:
o acellulair (organisatie niveau’s)
o geen metabolisme
o bestaat uit ofwel DNA ofwel RNA (1 van 2)
virussen zijn opgebouwd uit een genoom en eiwitmantel, (dus geen kern en organellen).
Viroiden zijn stukjes infectieus RNA
, H2 – CELDELING, VOORTPLANTING EN ONTWIKKELING
CELDELING
Voortplanting en ontwikkeling start bij celdeling
MITOSE
à moedercel (diploid) vormt 2 identieke (diploide) dochtercellen met evenveel chromosomen
MEIOSE
à moedercel (diploid) vormt 4 verschillende (haploïde) dochtercellen met de helft zoveel chromosomen
VOORTPLANTING
ASEKSUELE VOORTPLANTING
• slechts 1 ouder
• geen tussenkomst van gameten
• nakomelingen zijn klonen
TYPES ASEKSUELE VOORTPLANTING
binaire of multipele deling
à voorplanting dmv mitose, organisme deelt zich in 2
à enkel bij eencelligen
knopvorming
à organisme groeit knop en snoert deze af, dit vormt nieuw organisme
gemmulatie
à groep van cellen omgeven door resistente omhulling (sponzen/porifera)
Fragmentatie
à organisme breekt in fragmenten, elk fragment groeit uit tot nieuw individu
SEKSUELE VOORTPLANTING
• 2 ouders
• Gameten versmelten tot zygote
• Herschikking van genetisch materiaal en dus geen klonen
,H1 - INLEIDING
DIERKUNDE OP BASIS VAN DIERGROEP
Malacologie = studie weekdieren
Entomologie = studie insecten
Helminthologie = studie wormen
Ornitologie = studie vogels
Mammalogie = studie zoogdieren
EIGENSCHAPPEN VAN LEVEN
Moeilijk te definiëren, toch enkele gemeenschappelijke kenmerken:
1. Unieke chemische samenstelling uit macromoleculen: DNA, RNA, proteine, lipiden, koolhydraten,.
2. Organisatieniveaus: moleculen à cellen à weefsels à … (al het leven bestaat uit 1 of meerdere
cellen)
3. Voortplanting op basis van reproductie en nieuwe combinaties van erfelijke informatie
4. Genetische code bestaande uit DNA en RNA
5. Metabolisme: opname van voedingsstoffen en afbraak tot energie en bouwstoffen
6. Ontwikkeling, groei en evolutie
INDELING VAN HET LEVEN IN DOMEINEN
EUKARYOTEN
Volledige celbouw: aanwezigheid van celkern, organellen.
o protista à algen, amoeba (1-celligen)
o fungi à schimmels
o plantae
o animalia
PROKARYOTEN
Onvolledige celbouw: geen celkern, geen organellen, vaak 1-cellig, meestal een celwand, altijd DNA en
RNA.
• Eubacteria
à cyanobacterie of blauwwieren - proteobacteria zoals salmonella, yersinia, campylobacter
• archaebacteria
à metanogene bacterie, in het rumen van rund (CO2 à CH4)
,VIRUSSEN, VIROÏDEN EN ANDEREN
Virussen, viroiden en anderen zijn twijfelgevallen door aanwezigheid van zowel levende als niet-levende
kenmerken, hierdoor zijn ze nog niet in een domein geplaatst.
• Levende kenmerken:
o Reproductie
o mutaties à evolutie
• niet-levende kenmerken:
o acellulair (organisatie niveau’s)
o geen metabolisme
o bestaat uit ofwel DNA ofwel RNA (1 van 2)
virussen zijn opgebouwd uit een genoom en eiwitmantel, (dus geen kern en organellen).
Viroiden zijn stukjes infectieus RNA
, H2 – CELDELING, VOORTPLANTING EN ONTWIKKELING
CELDELING
Voortplanting en ontwikkeling start bij celdeling
MITOSE
à moedercel (diploid) vormt 2 identieke (diploide) dochtercellen met evenveel chromosomen
MEIOSE
à moedercel (diploid) vormt 4 verschillende (haploïde) dochtercellen met de helft zoveel chromosomen
VOORTPLANTING
ASEKSUELE VOORTPLANTING
• slechts 1 ouder
• geen tussenkomst van gameten
• nakomelingen zijn klonen
TYPES ASEKSUELE VOORTPLANTING
binaire of multipele deling
à voorplanting dmv mitose, organisme deelt zich in 2
à enkel bij eencelligen
knopvorming
à organisme groeit knop en snoert deze af, dit vormt nieuw organisme
gemmulatie
à groep van cellen omgeven door resistente omhulling (sponzen/porifera)
Fragmentatie
à organisme breekt in fragmenten, elk fragment groeit uit tot nieuw individu
SEKSUELE VOORTPLANTING
• 2 ouders
• Gameten versmelten tot zygote
• Herschikking van genetisch materiaal en dus geen klonen