Deel 1: De leer van de indeling van goederen
Hoofdstuk 1: Begrippen
- Goederenrecht
• onderdeel vermogensrecht
- Vermogensrecht
• recht tot regeling van
• patrimoniale subjectieve rechten
§ patrimoniaal = in geld waardeerbaar
- 3 soorten patrimoniale subjectieve rechten
• zakelijke rechten
• vorderingsrechten
• intellectuele rechten
à vallen niet onder goederenrecht
- Vorderingsrechten
• cfr verbintenissenrecht
• vorderingsrecht op een prestatie van een persoon (rechtssubject)
o bieden een rechtssubject een recht
o op een prestatie van een ander rechtssubject (art. 5.46, lid 2 BW)
§ prestatie:
¨ iets doen
¨ iets niet doen (iets laten)
¨ iets geven
¨ iets garanderen (als waarborg staan)
• verhoudingen/relaties tussen rechtssubjecten
- Intellectuele rechten
• geven titularis een tijdelijk en exclusief exploitatierecht
• op een originele creatie van de menselijke geest
o = laten auteur toe derden te verbieden om
o creatie te gebruiken of miskennen
• voorbeelden
o sound maken en naar buiten brengen
o computerprogramma
o kunstwerk, muziekstuk
o auteursrecht, octrooirecht, merkenrecht
- Zakelijke rechten
• geven een rechtssubject een rechtstreekse zeggenschap
o rechtssubject: NP of RP
• over een bepaalde zaak/goed
1
, • verhouding tussen mens-zaak
o = verhouding rechtssubject – rechtsobject
o variabele draagwijdte ifv de aard van zakelijk recht
o = gradaties van zeggenschap
§ sommige titularissen hebben veel macht
§ andere titularissen hebben minder macht
- Zakelijke hoofdrechten
• eigendomsrecht = meest volkomen zakelijk recht
• mede-eigendom
o variant van eigendomsrecht
o = meerdere personen hebben samen eigendomsrecht op goed
• zakelijke rechten met minder omvangrijke zeggenschap op de zaak
o = zakelijke gebruiksrechten
§ numerus claususbeginsel (art. 3.3 BW)
¨ beperkte zakelijke gebruiksrechten (4)
¨ burgers mogen er geen bijcreëeren (art. 3.3, lid 1 BW)
o 4 soorten (art. 3.3, lid 3 BW)
§ erfdienstbaarheden
§ vruchtgebruik
§ erfpacht
§ opstalrecht
- Bijkomende zakelijke rechten
• = zakelijke zekerheden
o geen hoofdrechten
o wel accessoria (bijkomstigheden)
• zijn accessorium (bijzaak) van schuldvordering
• doel?
o garanderen goede naleving van schuldvordering
• soorten? (art. 3.3, lid 4 BW)
o bijzondere voorrechten
§ bv. bij voorrang betaald in schuldzaak
o pand
o hypotheek
§ bv. bij aankoop woning een lening aangaan
¨ schuld tov bank
¨ bank heeft schuldvordering op u
§ bank laat krediet garanderen op een hypotheek
¨ niet betalen = bank kan via beslag verkopen
¨ kan zo als eerste geld terugkrijgen
o retentierecht
Hoofdstuk 2: Modernisering van het goederenrecht
- Burgerlijk wetboek 1804
• gericht op agrarische samenleving
- Nauwelijks gewijzigd tot recente hervorming
2
, - 1/09/2021: inwerkingtreding nieuw Boek 3
• wet van 4 feb. 2020 (BS 17 maart 2020)
• geen revolutionaire veranderingen
o evolutie door RP en RL geïmplementeerd in wetgeving
o veranderingen over vruchtgebruik
Hoofdstuk 3: Belang van het zakenrecht
- Goede juridische regeling van toekenning zakelijke rechten
• = welvaart
o geschiedenis
§ woelige tijden: grote vermogen bij bepaalde groepen, anderen hadden niets
§ opstanden: zorgden dat iedereen kans kreeg behoorllijk leven te leiden
§ ontstaan onderscheid goederen – mensen
¨ = basis maatschappij
¨ dit is van mij + wordt beschermd
¨ bewijzen tov derden wat van jou is
• eigendomsrecht = grondrecht
- Cruciaal: publiciteitssysteem
• = wie bezit wat
• waarom nuttig?
o snel en met zekerheid weten wie welk vermogen heeft
o nuttig voor medecontractant en OH
• goederenrecht wordt ergens beperkt
o privaat bezit combineren met maatschappelijke belangen
§ kan niet alles doen met eigen goed dat je wil, kijken naar regels
§ bv milieurecht, ruimtelijke ordening
- Onderscheid van begrippen
• Zaak
o algemeen: alles wat bestaat
o met uitzondering van mens
• Goederen (art. 3.41 BW)
o alle voorwerpen vatbaar voor toe-eigening
o inclusief vermogensrechten
§ = vorderingsrecht, intellectueel recht en zakelijk recht
§ je kan vordering verkopen (je bent titularis en eigenaar)
§ op rechten heb je ook zakelijke rechten
• Voorwerp (art. 3.38 BW)
o wat geen persoon en dier is
§ dier: te onderscheiden van personen (art. 3.38 en 3.39 BW)
¨ gevoelsvermogen (bv. komen bij je zitten)
¨ biologische noden (bv. honger hebben)
o ongeacht of het voorwerp …. is
§ natuurlijk
¨ bv. boom, appel
§ kunstmatig
¨ bv. computer
§ lichamelijk (art. 3.40 BW)
3
, ¨ zintuigelijk waarneembaar
¨ meetbaar in momentopname
¨ bv. gas (kan je ruiken), elektriciteit
§ onlichamelijk (art. 3.40 BW)
¨ niet zintuigelijk waarneembaar
¨ bv. vorderingsrecht van bank op kredietnemer
• Vruchten (art. 3.42, lid 1 BW)
o wat een goed periodiek voortbrengt
o zonder dat dit de substantie van het goed wijzigt
o ongeacht of
§ dit uit zz gebeurt
¨ bv. appels groeien aan boom
¨ bv. nieuwgeboren dieren en voortbrengselen ervan (lid 3)
§ als gevolg van de valorisatie ervan
¨ bv. huurgelden die verhuring opbrengt
¨ je moet er iets voor doen (= goed laten gebruiken door een ander)
¨ goed verandert hierdoor niet
• Opbrengsten (art. 3.42, lid 2 BW)
o wat een goed opbrengt
o waardoor waarde goed onmiddellijk of geleidelijk vermindert
§ bv. diamantenmijn
§ haalt diamanten eruit en blijft achter met een lege mijn
• Vermogen (art. 3.35, lid 1 BW)
o juridische algemeenheid
o omvat het geheel van bestaande en toekomstige
§ goederen (baten)
§ verbintenissen (lasten)
à belangrijk in erfrecht en verbintenissenrecht
à goederen van persoon maken deel uit van zijn vermogen
- Modern recht
• principe: eenheid van het vermogen (art. 3.35, lid 2 BW)
o ieder rechtssubject heeft 1 vermogen
§ = alle rechten en plichten
§ = alle goederen van nu en de toekomst
o bv. aangaan lening
§ SE (bank) kan zich richten tot heel uw vermogen (art. 3.36, lid 1 BW)
§ = je staat met volledige vermogen in voor je rechten en plichten
o vermogen = dynamisch
§ evolueert: ik koop een huis, ik verkoop het en koop een woonboot…
§ SE richt zich op vermogen op moment dat vordering wordt ingevorderd
o bv. erfrecht
§ overlijden = vermogen gaat over naar erfgenamen (A en P)
§ kan problematisch zijn
¨ erfrecht sterft en laat alleen schulden na
¨ moet schulden uit EV betalen
§ erfgenaam daarom beschermen
¨ nalatenschap verwerpen (art. 4.44 ev. BW)
¨ aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving (art. 4.49 ev. BW)
¨ zuiver aanvaarden (art. 4.41 ev. BW)
4