H1 wat is sociale psychologie
Het studieobject en de definiete van sociale psychologie kunnen
verwoorden en herkennen.
Sociale psychologie = een studiedomein binnen de psychologie, dat bestudeert hoe mensen
op elkaar reageren en hoe gedrag beïnvloed wordt door het gedrag van andere.
• Materiële object = gedrag.
• Formele object = de wetmatigheden achter gedrag.
Volgens Gordon Allport is sociale psychologie, de studie van het begrijpen, verklaren en
voorspellen van hoe de gedachten, gevoelens en gedrag van individuen beïnvloed wordt dor
waargenomen, ingebeeld/ impliciete gedachten, gevoelens en gedrag van andere.
De interdisciplinariteit van sociale psychologie met de algemene
psychologie en de sociologie verduidelijken en de verschillen en
gelijkenissen ertussen kunnen toelichten.
Algemene psychologie Sociale psychologie Sociologie
Bestudeerd het normale Bestudeerd het gedrag van Bestudeerd het gedrag van
gedrag van mensen, binnen individuen in sociale relaties. groepen, de samenleving als
en buiten de sociale context. geheel en de sociale
structuren.
Sociale psychologie bevindt zich in het overlappend gebied van de sociologie en de algemene
psychologie, dus het bevat elementen van beiden. Hierdoor is het interdisciplinair.
De ontwikkeling van de sociale psychologie en het belang het werk
ervan doorheen de tijd kunnen schetsen.
De sociale psychologie bestaat sinds het begin van de 20ste eeuw, mar er waren al sociale
experimenten in 1880 (van Max Ringelman).
De geschiedenis:
• Oudheid:
❖ Plato: mensen bezitten geen aangeboren neigingen tot sociaal gedrag, maar
streven hun eigen belang na in relaties met andere.
❖ Aristoteles: mensen zijn van naturen sociale wezens.
, • Einde 19e eeuw - Begin 20ste eeuw:
❖ De sociale psychologie zet zijn eerste stappen.
❖ Gustave Le Bon: hij maakt een vergelijking tussen hypnose en het gedrag van
individuen in groepen.
→ De individuen verliezen hun eigenheid en hun kenmerkend gedrag.
→ Door de collectieve geest.
❖ Gabriel Tarde: hij zengt dat imitatie belangrijk is in de samenleving.
→ De maatschappij ontstaat en bestaat daaruit.
→ Contra-imitatie = j gaat jezelf afzetten tegen modellen.
❖ In 1921 kwam het eerste sociale tijdschrift uit
→ The journal of abnormal psychology and social psychology.
→ In 1930 kwam het tijdschrift ‘the journal of social psychology’ uit.
• Voor WO2:
❖ De sociale psychologie zoekt naar zijn eigen identiteit.
❖ Floyd Allport: hij zegt dat de sociale psychologie zich moet focussen op hoe
gedrag beïnvloed wordt (= sociale beïnvloeding).
• Interbellum:
❖ De sociale waarneming en attitude worden belangrijke thema’s.
❖ Sociometrie ontstaat (= methode om interpersoonlijke relaties in kaart te
brengen).
• Na WO2:
❖ Er is een bloei in de sociale psychologie.
→ Men wilde aspecten kennen, beheersen en kunnen aanwenden in
(psychologische) oorlogsvoering.
→ Vooral in de VS.
• De tweede helft van de 20ste eeuw:
❖ Belangrijke figuren:
→ Leon Festinger: onderzoek naar grenzeloze adoratie
→ Timothy Leory
→ Desmond Morris: verband tussen het gedrag van primaten en gedrag van
mensen.
• Nu:
❖ Sociale psychologie is vooral bekend door de experimenten van ...
→ Philip Zimbardo: gevangenisexperiment.
→ John Darley & Bibb Latané: experiment over hulpverlenende gedrag.
→ Solomon Asch: onderzoek naar sociale normen.
→ Stanley Milgram: gehoorzaamheidsexperiment.
Het belang van het sociale leven toelichten aan de hand van de
concepten: sociale behoeften, huidhonger, behoeftehiërarchie van
Maslow, de zelfdeterminatietheorie van Deci en Ryan, introversie,
verlegenheid, schaamte, empathie en spiegelneuronen.
, Concepten:
• Sociale behoeften = mensen hebben nood aan sociaal contact.
❖ Huidhonger = de behoeften aan fysiek/lichamelijk contact
❖ Sociaal gemis = het missen van echt sociaal contact.
❖ Sociaal contact heeft een positief effect op het mentale en fysieke welbevinden
van mensen.
• Behoeftehiërarchie van Abraham Maslow = een rangorde in de behoeftes die we
nastreven.
❖ De behoeftes bouwen voort op elkaar.
❖ De behoeftes:
1. Fysiologische behoeften
2. Veiligheid
3. Liefde en samenhorigheid (= sociale behoeften)
4. Achting
5. Zelfactualisering.
• De zelfdeterminatietheorie van Deci & Ryan = er zijn 3 belangrijke basisbehoeften die
ervoor zorgen dat mensen intrinsiek gemotiveerd zijn.
❖ Behoeften:
→ Autonomie
→ Competentie
→ Relationele verbondenheid (= sociale behoeften)
❖ Dit zijn universele behoeften.
• Introversie = een persoonlijkheidskenmerk, de behoeften om alleen te zijn en privacy.
❖ Dit is een van de 5 persoonlijkheidsdimensies van de Big Five.
→ Extraversie is het tegenovergestelde.
• Verlegenheid = mensen ervaren gevoelens van stres, onzekerheid en angst in sociale
situaties.
❖ Dit is geen keuzen.
→ Mensen ervaren dit als een last.
❖ Dit gaat vaak samen met introversie.
• Schaamte = een tijdelijke emotie die verbonden is aan een gedraging of een kenmerk,
en samenhangt met gevoelens van schuld of angst om geëvalueerd te worden.
❖ De grens met verlegenheid is dun.
❖ Plaats vervangende schaamte = schaamte hebben over/ voor iemand anders.
• Empathie = het vermogen om je in te leven in andere.
❖ Dit is een van de voorwaarden van een samenleving.
❖ Het bestaat uit attitude (= de bereidheid) en vaardigheden (= het vermogen).
❖ De emotionele intelligentie van Daniel Goleman hangt hier mee samen
= kennis over je iegen emotie en die van andere, het vermogen om je eigen te
motiveren en gepast om te gaan met andere.
• Spiegelneuronen = cellen die sterk verbonden zijn met hersengebieden, die
verantwoordelijk zijn voor het ervaren van emoties.
❖ Liggen vooral in de prefrontale cortex.
❖ Zorgen er ook voor dat je gedrag van andere mentaal overneemt.