1.1 Ontstaan van het accountantsberoep
Het beroep is ontstaan door de behoefte van aandeelhouders om zekerheid te verkrijgen
over de vraag of het management de gedelegeerde taken uitvoerde in overeenstemming
met de verstrekte opdracht. Controle is het achteraf toezien of iets goed is gegaan.
Accountantscontrole is de externe en onafhankelijke controle door een accountant van
de jaarrekening van een organisatie. De accountant kan een controleverklaring afgeven.
1.2 Pinco5s-a5aire
De aanleiding van het accountantsberoep in Nederland is de Pinco@s-a@aire. Lodewijk
Pinco@s was een man met veel belangen in het zakenleven en politicus in de 19e eeuw in
Rotterdam.
In de jaren zeventig ging het slecht met zijn Afrikaanse zaken en viel zijn imperium in
elkaar. Hij heeft door valsheid in geschriften bijna twaalf miljoen gulden verduisterd.
Kleine beleggers in de Afrikaansche Handelsvereniging (beursgenoteerd) raakte
sommen geld kwijt.
Er was hierbij geen sprake van kritisch toezicht, door de sfeer van waardigheid, fatsoen
en vriendschap. In 1879 werd door Theunissen gepleit voor een controleur, enige jaren
later werd het eerste accountantskantoor opgericht. Controle werd toen nog opgevat als
een vorm van nazien.
1.3 Vraag naar accountantscontrole
Mitigeren van het risico van onbeperkt vertrouwen van mensen is een belangrijke basis
voor de accountantscontrole.
1.3.1 Informatietheorie
De informatietheorie verklaart de behoefte aan accountantscontrole vanuit het risico
dat onjuiste informatie is verschaft. De theorie richt zich met namen op de relatie tussen
het management en het maatschappelijk verkeer en beschouwt een controle als een
public good. De markt zou zonder deze controle niet e@iciënt werken. Het gevolg van
een verminderd informatierisico is een lagere vergoeding voor ter beschikking gesteld
vermogen.
De oorzaak van het informatierisico komt door 4 factoren:
1. de afstand van de gebruiker tot het te beoordelen object: afhankelijkheid anderen
voor het vergaren van informatie à niet volledig of verminkt.
2. het bestaan van tegengestelde belangen: informatie is gekleurd of bevat tendenties.
3. de toenemende omvang van de te verwerken gegevens;
4. de complexiteit van de transacties.
Het beperken van het informatie risico kan dmv de informatie zelf controleren, risico
beperken door het eisen van schadevergoedingen bij het verstrekken van onjuiste
informatie of controle eisen door onafhankelijke deskundige à meest voor de hand
liggend. De inschakeling van de externe deskundige wordt economische
gerechtvaardigd als: de voordelen van het verlaagde informatierisico groter zijn dan de
kosten van de deskundige of voor zover de kosten van de controle lager zijn dan de
besparing op financieringskosten.
,1.3.2 Agency-theorie
De agency-theorie verklaart de behoefte aan controle vanuit de tegengestelde belangen
tussen management en aandeelhouders. Aandeelhouders hebben baat bij volledige
winsten: invloed waarde aandelen en dividend. Het management kan een tegengesteld
belang hebben om geld uit de onderneming te onttrekken of beslissingen nemen die niet
in het belang van de principaal zijn. De controle op de jaarrekening is een
beheersingssysteem van de principaal.
Agency costs zijn kosten die het gevolg zijn van de scheiding van eigendom en beheer en
van de delegatie van bevoegdheden en bestaan uit:
• Kosten die het management maakt om aan te tonen dat zij afspraken nakomen;
• Kosten die aandeelhouders maken om het management te controleren;
• Verlies door managementbeslissingen die niet optimaal zijn voor
aandeelhouders.
De inschakeling van de accountant is dus het resultaat van minimalisatie van de agency
costs en richt zich primair op relatie tussen management en aandeelhouders.
1.3.3 Verzekeringstheorie
In deze theorie worden de controlekosten gezien als een vergoeding voor het overdragen
van het risico van onjuiste informatie, waarbij de accountantskosten de te betalen
‘premie’ betreft. De premie staat tegenover het risico van onbetrouwbare informatie en
de gevolgen van beslissingen die op basis hiervan worden genomen. De accountant kan
hierop aangesproken worden.
Twee vormen van aansprakelijkheid van de accountant:
1. specifieke aansprakelijkheid tov opdrachtgevers, ook wel contractuele
aansprakelijkheid voortvloeiend uit overeenkomsten.
2. aansprakelijkheid tov derden, ook wel de wettelijke aansprakelijkheid.
1.3.4 Vertrouwenstheorie
Hierbij staat het maatschappelijk verkeer centraal en is bedacht door Limperg. Volgens
deze theorie is de accountant de vertrouwensman van het maatschappelijk verkeer en is
het bestaansrecht van de accountantscontrole afhankelijk van het vertrouwen dat de
controlefunctie van de accountant wekt bij het maatschappelijk verkeer. De mate van
vertrouwen bepaalt ook de omvang van de verantwoordelijkheid van de accountant en is
daarom doorslaggevend voor de aard en omvang van de uit te voeren
controlewerkzaamheden. Hierom eisen stellen aan de aard en omvang van de
werkzaamheden. Deze eisen aangeduid als ‘deugdelijke grondslag’ en deze grondslag
wordt bepaald door de deskundigheid van de accountant en de kwaliteit van de
werkzaamheden.
Vertrouwenstheorie vooral een normatieve theorie.
1.4 Verwachtingen van het maatschappelijk verkeer
De accountant moet voldoen aan de verwachtingen van de gebruikers over de kwaliteit
van de dienstverlening van accountants. Als niet wordt voldaan aan die verwachtingen is
er sprake van een verwachtingskloof: Porter. Porter onderscheid de prestatiekloof en de
redelijkheidskloof.
,De prestatiekloof bestaat uit tekortkomingen in de standaarden (verantwoordelijkheden
die van de accountant mogen worden verwacht en die de accountant heeft ogv wet- en
regelgeving) en tekortschietende prestaties. De prestatiekloof ontstaat door een verschil
in verwachtingen tussen prestatie en verwachting gebruikers.
De redelijkheidskloof heeft betrekking op wat er redelijkerwijs verwacht kan worden van
de controle en wat het maatschappelijk verkeer vindt dat de accountant moet leveren.
Onderdeel hiervan is de informatiekloof: verschil tussen de hoeveelheid en kwaliteit van
de informatie die een gebruiker comfort geeft bij het nemen van beslissingen en de
feitelijke informatie die naar buiten wordt gebracht met de
jaarrekening/controleverklaring.
GAA hoofdstuk 2
2.1 Ontstaan van de beroepsorganisatie
Doelstelling bij oprichting NIvA (organisatie accountantsberoep) was het streven naar
een wettelijke regeling van het beroep accountant als controleur van boekingen en
rekeningen en als administratief expert.
2.2 Titels en externe accountant
De Wet op het accountantsberoep biedt titelbescherming voor de titel accountant en
dus ook voor AA en RA. Je bent enkel accountant als je in het accountantsregister bent
ingeschreven en gerechtigd bent om de titel te voeren.
De externe accountant is de natuurlijke persoon die werkzaam is bij een
accountantsorganisatie en verantwoordelijk is voor de uitvoering van een wettelijke
controle. De accountantsorganisatie is een onderneming die bedrijfsmatig wettelijke
controles verricht.
2.3 Wettelijke regelingen voor het accountantsberoep
Internationale invloed op de Nederlandse regelgeving
De internationale en Europese richtlijnen hebben invloed op de nationale regelgeving.
De achtste EG-richtlijn leidde in Nederland tot de invoering van de Wet toezicht
accountantsorganisaties (Wta) à vergunning nodig voor uitvoering wettelijke controles
van AFM en de accountant bij de AFM gemeld moet zijn als externe accountant. De IFAC
is de wereldwijde organisatie voor het accountantsberoep en ontwikkelt normen op het
gebied van beroepsethiek, de accountantscontrole, het onderwijs en het bewaken van
de kwaliteit van de beroepsuitoefening.
GAA hoofdstuk 7
7.1 Soorten opdrachten
Controle-opdrachten
Controle-opdrachten vormen de basis van de assurance-opdrachten en zijn de basis
voor het verlenen van zekerheid. De wettelijke controle die voortvloeit uit 2:393 BW is
een bekende controle-opdracht. Een onderneming is controleplichtig indien twee
boekjaren voldaan wordt aan twee van de volgende criteria:
- Omzet meer dan 15 miljoen euro;
- Balanstotaal van meer dan 7,5 miljoen euro;
- Gemiddeld 50 of meer fulltime medewerkers in dienst.
, Ondernemingen geven met een jaarrekening inzicht zodat anderen een oordeel kunnen
vormen en leggen zo financiële verantwoording af. De accountant controleert en geeft
een controleverklaring af. Hiermee bevestigt de accountant dat de verantwoording
voldoet aan de eisen. Standaard 200:
a. de accountant een redelijke mate van zekerheid verkrijgt of de financiële overzichten
als geheel vrij zijn van een afwijking van materieel belang die het gevolg is van fraude of
fouten.
b. de accountant in overeenstemming met de bevindingen rapporteert over de financiële
overzichten en communiceert zoals door de standaarden wordt vereist.
Bij de controle enkel aandacht beschonken aan aangelegenheden die van materieel
belang zijn voor de jaarrekening en dat is als het weglaten of het onjuist weergeven de
economische beslissingen die gebruikers obv de jaarrekening nemen kunnen
beïnvloeden.
Overige opdrachten
Overige opdrachten geven geen zekerheid aan een derde-gebruiker en zijn niet bedoeld
om het vertrouwen in het object van onderzoek bij andere gebruikers dan de
verantwoordelijke partij te versterken. Dit zijn bijvoorbeeld:
- Opdrachten die onder de standaarden in sectie 4000 voor aan assurance
verwante opdrachten vallen (samenstellen financiële informatie)
- Opdracht tot het verzorgen van belastingaangiften
- adviesopdrachten
Transactiegerelateerde dienstverlening (rondom aankoop, verkoop en financiering van
ondernemingen) kan worden gekwalificeerd als een advies, opdracht tot het verrichten
van overeengekomen specifieke werkzaamheden of een assurance-opdracht (NV COS
55000N).
7.2 Assurance-opdrachten
Dit zijn alle opdrachten waarbij een accountant een vorm van zekerheid geeft bij een
object van onderzoek.
7.2.1 De vraag naar assurance-opdrachten
Steeds meer behoefte aan andere typen verantwoordingsinformatie dan enkel de
jaarrekening door:
- voortgaande inernationalisering;
- Groeiende mogelijkheden van ICT;
- Opmars van verslaggeving over duurzaamheid;
- Andere trends (interne beheersingssytemen en risk management)
- Groeiende maatschappelijke behoefte aan inzicht en controle.
In NVCOS 3000 zijn standaarden opgenomen voor andere assurance-opdrachten dan
controle-opdrachten van jaarrekeningen.
7.2.2 Soorten onderzoeksobjecten van assurance-opdrachten
Doel van een assurance-opdracht is het versterken van het vertrouwen in het object van
onderzoek. Het object van onderzoek kan bestaan uit: