exploiteert in Nederland en Duitsland diverse winkels. A BV behaalt een omzet in Nederland
van EUR 2mio en in Duitsland een omzet van EUR 3mio. De kosten (exclusief huurlasten) zijn
EUR 250.000 respectievelijk EUR 400.000. De winkelpanden waarin A BV onderneemt zijn
allen in eigendom van X Ltd. A BV betaalt voor de winkelpanden gelegen in Nederland een
zakelijke huur van EUR 1mio en voor de panden in Duitsland een zakelijke huur van EUR 2mio.
De kosten die X Ltd moet maken in verband met de winkelpanden in Nederland zoals
bijvoorbeeld onderhoud bedragen EUR 500.000. Voor de panden in Duitsland bedragen de
kosten EUR 800.000. Naast de huurinkomsten zijn er geen andere opbrengsten die door X Ltd
worden behaald met de winkelpanden.
1a
Zijn X Ltd en A BV in Nederland belastingplichtig en zo ja wat is uitgaande van alleen
bovenstaande informatie de belastbare winst van iedere afzonderlijke entiteit?
X Ltd. in Engeland gevestigd, wel panden in NL.
Art. 2 Wet VPB valt niet onder, niet in NL gevestigd.
Art. 3 Wet VPB, is het NL inkomen à art. 17 VPB à lid 3 = wat is NL inkomen, sub a,
belastbare winst uit een in NL gelegen onderneming. Hier is geen sprake van een
onderneming, louter verhuur is niet ondernemen dus geen onderneming.
X heeft geen onderneming.
Dan nog art. 17a Wet VPB à fictie: sub a: een in NL gelegen onroerende zaken, dat zijn de
winkelpanden dus X Ltd. heeft een onderneming voor de Nederlandse winkelpanden door de
fictie. Het gaat alleen in NL gelegen onroerende zaken dus niet de panden die in Duitsland
liggen. Dus alleen het Nederlandse gedeelte à art. 18 Wet VPB.
A BV betaalt €1 miljoen
X Ltd heeft kosten voor €500.000
Dus belastbare winst €500.000
Hierbij benoemen buitenlands belastingplichtig waardoor over Nederlands inkomen
belastingplichtig.
A BV in Nederland gevestigd (is al voldoende, waardoor art. 4 AWR en art. 2 lid 5 Wet VPB
niet nodig), art. 2 lid 1 sub a Wet VPB.
Object à art. 7 en art. 8 Wet VPB = wereldwinst.
Alle opbrengsten en kosten aftrekken.
Dus wereldwinst van €1.350.000
Er is een vaste inrichting in Duitsland à art. 3 Wet VPB (niet per se nodig te benoemen).
Art. 15e Wet VPBàDL moet eruit
Dus €750.000 is de belaste winst van A BV.
De heer en mevrouw X denken aan het starten van een onderneming. Zij twijfelen over de
keuze om te ondernemen via een vennootschap onder firma (VOF) of via een besloten
vennootschap (BV).
, 1b
Beschrijf enkele belangrijke fiscale verschillen waarmee rekening moet worden gehouden bij
hun keuze om te ondernemen via een VOF of via een BV.
- BV VPB voor de winst die de BV maakt wordt er dan dividend uitgekeerd dan belast
voor de DB in box 2 of box 3.
- VOF niet VPB-plichtig, IB gaat over natuurlijke personen, een VOF is fiscaal transparant
dus alles wordt toegerekend aan de heer en mevrouw X. De enige belasting is box 1
over hun VOF-deel.