Het gesproken woord: hoe komen we er op
• Taalprocessen: ideeën omzetten in woorden, zinnen, verhaal.
• Cognitieve processen: executieve vaardigheden, geheugen, aandacht en concentratie
• Sensorimotorische processen: de zintuiglijke verwerking van spraakklanken, de
motorische uitvoering van spraak.
• Spreken is complex en bevat processen boven gezien: Deze moet uitgesproken
worden door articulatieorganen (het onderste gedeelte van Levelt) indien hier ergens fout →
dysartrie of apraxie
We hebben het vooral over het onderste gedeelte van het model van
Levelt:
- Motorische planning, programmering, executie en FB
Hersenschade OF schade aan craniale zenuwen → sensori-motorische verwerking
aangetast → MSS ontstaat!
Therapie: hoe werken we als logopediste?
Als logopedisten werken we op functieniveau en evolueren naar activiteiten en
participatieniveau:
Doel: Optimaliseren van dagelijkse communicatie en verbeteren van psychosociaal
welbevinden
• de gestoorde sensorimotorische processen ten gevolge van neurologische schade
maximaal beïnvloeden? (functieniveau)
• de spraakverstaanbaarheid maximaliseren? (activiteiten)
• de mondelinge communicatie maximaliseren? (activiteiten)
1
, • de participatie maximaliseren? (participatie)
• het psychosociaal functioneren positief beïnvloeden? (participatie, omgevings- &
persoonsgebonden f.)
→ ICF belangrijk!
Therapie MSS’en:
Persoonsgericht werken! Elke persoon is anders…
Hindernissen:
• Therapie-effectstudies zijn bijzonder schaars
• Geen effectmetingen t.a.v. activiteiten, participatie en psychosociaal welbevinden
• Zeer veel beïnvloedende therapievariabelen
Meer inspanning in het beschrijven van spraakstoornissen, minder onderzoek naar
behandelen - Nu wel verschuiving in tendensen: vroeger enkel kijken naar functie, nu ook
meer onderzoek naar metingen.
Motorische spraakstoornissen verschillen in:
● Ernst (discreet, mild, matig, ernstig, zeer ernstig)
● Onderliggende pathofysiologie (planning/programmering, incoördinatie, hypo- of
hyperkinesie, slapte, spasticiteit)
● Spraakkarakteristieken (ademhaling, stem, resonantie, articulatie, prosodie)
● Multiple begeleidende factoren (prognose, etiologie, fase van neurologisch herstel,
persoonlijkheid, cognitieve mogelijkheden (leervermogen!), omgeving, (sociale, professionele)
noden, emotionele beleving van de beperking, additionele stoornissen…)
• Andere ernst, pathofysiologie, persoonlijkheid ook binnen type anderen → andere aanpak!
• Cliënt met een MSS staat centraal in een interprofessionele samenwerking
MSS’en: drie benaderingen
1. De medische benadering (farmacologisch, chirurgisch)
→ Heeft invloed, medicatie kan gedrag veranderen - samenwerking met arts is belangrijk!
2. De prothetische benadering (mechanische en elektronische hulpmiddelen)
3. De gedragsinterventie (spraakgeorienteerd, communicatiegeorienteerd, spraak- en
communicatiegeorienteerd)
→ Allemaal hetzelfde doel: verbeteren van communicatie
2
,Therapiedoel
Denk eerder aan communicatie i.p.v. spraak:
1) Uiteindelijke doel= overbrengen van ideeën en gevoelens
2) Breder doel= andere zaken dan spraak kunnen accuratesse/efficiëntie
communicatie verbeteren (bv: gebaren)
3) Ernstgraad is NIET direct gekoppeld aan beperking!
→ Therapie is ook counseling & ondersteuning!
• Keuze om/hoe te starten met therapie + doeltreffendheid afh. van verschillende factoren
ICF, nood en motivatie om de MSS te verbeteren?
TV-omroeper → ookal nauwelijkse beperking
spraakverstaanbaarheid toch intensievere behandeling wegens job
als TV-omroeper
• Ernst & aard v/d stoornis correleert niet altijd met de impact op
participatieniveau
3
, Neurorevalidatie
Neurorevalidatie is een complex medisch proces met doel:
- Letsel aan het zenuwstelsel te helpen herstellen
- aanpassen
- of compenseren
En evt. functionele veranderingen door dit letsel te beperken en/ of te compenseren
Gedragsplasticiteit & neuroplasticiteit?
Gedragsplasticiteit: het zichtbaar gedrag → zien we stoornis zelf of aanpassing aan de
stoornis → Herstelling, aanpassing, compensatie?
Neuroplasticiteit: de veranderingen in het brein → herstelling? aanpassing of
compensatie?
→ Werkt in twee richtingen: neuroplasticiteit kan gedrag beïnvloeden, andersom kan
nieuw gedrag neuroplasticiteit veranderen
1) Acute fase: veel stimuleren, functies
herstellen
- Opletten! Functie zelf herstellen, niet
ander deel van het brein taak overnemen
(reorganisatie, compensatie)
2) In subacute fase: herstelmechanismen
van het brein treden in werking
3) Chronische fase: plasticiteit kunnen we
blijven faciliteren, herstelmechanismen gestopt
• Kennis over herstelmechanismen van het brein: therapie doelgericht inzetten en aansluiten
op de natuurlijke herstelmechanisen v/h brein.
• Maladaptieve plasticiteit voorkomen!
Maladaptieve plasticiteit
Hersenen passen zich op een ongunstige manier aan.
Interhemisferische reorganisatie kan functieherstel vertragen!
→Niet-aangedane hersenhelft neemt functies over.
4