INLEIDING
Afstudeerrichtingen kinesitherapie
• musculoskeletaal
• inwendige aandoeningen
• pediatrie
• geriatrie
• neurologische aandoeningen (parkinson)
• psychomotorische
• urogynaecologisch stelsel
Stelsels
- Cardiovasculair = hart + bloedvaten, bloed en lymfvaten
Bloeddrukproblemen = interactie orgaan en bloedvaten, hersenen enz
- Respiratoire: long + spierwerk longen en controle ademhaling + biomechanica
- spijsverteringsstelsel -> voeding -> levensstijl , eiwitinname
- excretiestelsel = blaas + nier
➔ nier is betrokken in bloeddrukcontrole
➔ nier regelt aantal rode bloedcellen in circulatie: EPO (erytropoëtine) is een
hormoon dat door de nieren wordt geproduceerd en speelt een cruciale rol in de
aanmaak van rode bloedcellen.
- endocrien stelsel !! - Een adenoom van de hypofyse is een goedaardig gezwel dat de
hormoonproductie van de hypofyse verstoort. Omdat de hypofyse het centrale
regelcentrum is van het endocriene stelsel, kan zo’n adenoom ervoor zorgen dat de
volledige hormonale huishouding ontregeld raakt.
- hormoonstelsel
- gynaecologisch stelsel
HET HART
BLOEDSOMLOOP
Cardiovasculaire stelsel
- Doel: zuurstof en nutriënten naar de weefsels brengen en afvalstoffen zoals CO2 van
weefsel naar de long brengt
Hart = pomp
4 compartimenten gescheiden door kleppen
- 2 atria
- 2 vetrikels
1
, ALGEMENE MENSELIJK FYSIOLOGIE - PATRICK CALDERS
Bloed,
• bloedvaten brengen bloed weg = arteriële gedeelte
• Bloedvaten brengen bloed terug naar hart = venen
Longcirculatie (Pulmonair) = bovenste cirkel
Systemische circulatie = onderste cirkel
Systemische circulatie (groot)
- Vertrekt vanuit linker ventrikel: bloed wordt
weg geïnjecteerd naar aorta (= schone boog,
gespierd)
Hiertussen = kleppen
- Vervolgens grote arterie, kleine arterie en
uiteindelijk systemische capillairen (=
capillairen thv weefsels)
- Er moet een veneus weglopend gedeelte zijn
grote en kleine (voor wegvoeren)
- Het veneus bloed komt via de venen in het
rechter atrium terecht, en gaat daarna naar
het rechter ventrikel
➔ Het rechter atrium ontvangt dit
veneuze bloed.
➔ Het rechter ventrikel pompt het
bloed naar de longslagader (arteria
Artriolen!!: pulmonalis).
Dit zijn de kleine vertakkingen van de Belangrijk: dit is de enige slagader in het
arteriën die bloed naar de capillairen lichaam die zuurstofarm bloed vervoert.
brengen
Autostrades = vena cava - Bloed moet nu naar de longen want;
Wanneer bloed door de systemische
capillairen gaat, geeft het zuurstof af aan de
weefsels en neemt het CO₂ op dat door
cellen wordt geproduceerd tijdens
Arterieel deel = zuurstofrijk (komt net uit metabolisme.
longen), hoge drukg → Het bloed dat terugkeert naar het rechter
Veneus deel = zuurstof arm (heeft O2 atrium is dus zuurstofarm en CO₂-rijk.
afgegeven en CO2 opgenomen), lage ➔ DUS zuurstof terug inpompen en
druk CO2 klaren → LONG →
Longcirculatie
2
,ALGEMENE MENSELIJK FYSIOLOGIE - PATRICK CALDERS
Pulmonaire circulatie (klein)
traject van het bloed vanuit het rechter ventrikel
naar de longen en terug naar het linker atrium.
- Het rechter ventrikel pompt zuurstofarm
bloed weg uit het hart.
Dit gebeurt via één grote stam:
Truncus pulmonalis (= truncus communis
(gemeenschappelijke weg))
- Splitsing in twee longslagaders
De truncus pulmonalis splitst in:
➔ A. pulmonalis dextra (naar de
rechterlong)
➔ A. pulmonalis sinistra (naar de
linkerlong)
Dit zijn slagaders, maar ze vervoeren zuurstofarm
bloed
- Gasuitwisseling in de longcapillairen
CO₂ diffundeert uit het bloed
O₂ diffundeert in het bloed
bloed opnieuw zuurstofrijk.
- Terugkeer naar het hart via 4 longvenen
Elke long levert twee longvenen:
2 uit de rechterlong
2 uit de linkerlong
Samen dus vier venae pulmonalis.
→ Dit zijn de enige venen in het lichaam
die zuurstofrijk bloed vervoeren.
- Alle vier longvenen monden uit in het linker
atrium.
Daarmee eindigt de kleine bloedsomloop.
• Arterieel deel (zuurstofarm!)
Rechter ventrikel → truncus pulmonalis → aa.
pulmonales → longcapillairen
• Veneus deel (zuurstofrijk!)
Longcapillairen → 4 venae pulmonales →
linker atrium
3
, ALGEMENE MENSELIJK FYSIOLOGIE - PATRICK CALDERS
Grote circulatie (systemisch):
Linker ventrikel → aorta → weefsels → vena cava → rechter atrium
Kleine circulatie (pulmonaal):
Rechter ventrikel → truncus pulmonalis → aa. pulmonales → longen → 4 venae pulmonales →
linker atrium
HET HART
- Endocard: endotheel (soort epitheel) = binnenste
- Myocard (myocardcellen en pacemakercellen)
Functie myocardcellen: pompen = samentrekken en relaxeren, hiervoor is een
actiepotentiaal nodig
Functie pacemakercellen: genereren automatisch een actiepotentiaal = basis
hartfrequentie
- Epicard: bindweefsellaag = hartzakje
ACTIEPOTENTIAAL
- Depolarisatie: natrium 2 poorten
- Repolarisatie: K
- Plateau: Ca en K stroom evenwicht → blijven hangen = functioneel, hierdoor contractie +
relaxatie volledig binnen actiepotentiaal → geen summatie
4