Deel 1: Wat is psychologie?
• Psychologie = proberen te begrijpen waarom mensen doen wat ze doen (gedrag,
gedachten en gevoel)
- Systematisch observeren à wetenschappelijke theorieën à toetsen
• Wetenschappelijk onderzoek moet methodisch, gecontroleerd, verifieerbaar en
representatief zijn
• Bio-psycho-sociaal model
- Bio: genetische of lichamelijke factoren
- Psycho: denken of voelen
- Sociaal: familiale toestand, cultuur of geloof
1: Oorsprong van de psychologie
• Ebbinhaus = één van de pioniers van de psychologie als een wetenschap
- “Van het oudste onderwerp zullen we de nieuwste wetenschap maken”
• In de oudheid à filosofen
- Vanuit kennis van ‘de denker’
- Religie speelt een belangrijke rol
• Einde 19e eeuw à wetenschappelijke manier
- Wilhelm Wundt (1879): opent eerste laboratorium voor experimentele
psychologie
o Pionier van de psychologie
o Wetenschappelijk methode om interne mentale processen te
bestuderen
o Vertrekken vanuit wat observeerbaar is en introspectie (=onderzoeken
van eigen bewustzijn van binnenuit)
o Uitspraken moeten getoetst worden aan de feiten
- Titchener: structuralisme
o Alle complexe processen worden gezien als een som van elementaire
componenten
o Bewustzijn = sensaties + beelden + gevoelens
- William James: pionier van de psychologie in de VS
o Vooral een kritische denker, minder experimenteel
1
,2: Ontwikkeling van de psychologie
2.1: Gestaltpsychologie
• Principe: Mensen nemen de wereld waar in gehelen. We nemen eerst het geheel
waar en dan pas de onderdelen.
• Tegen de visie van het structuralisme
• Theorie vooral gestaafd met visuele voorbeelden
- Bv. de Fick illusie (lijnen lijken niet even lang, daarna neem je waar dat dit wel
zo is)
• Geen grote bijdrage aan de hedendaagse psychologie, wel belangrijke invloeden
voor de algemene wetmatigheden van perceptie
- Verklaringen voor visuele illusies
- Vervormingen in het functioneren van het geheugen
2.2: Behaviorisme
• Principe: Men moet enkel kijken naar het observeerbare, dus het externe gedrag.
• John Watson: enkel het observeerbare en meetbare als studi-onderwerp voor
psychologisch onderzoek
• Theorieën gebaseerd op directe observaties die repliceerbaar zijn
• Alle concepten operationaliseren (= concepten moeten zeer precies gedefinieerd
worden)
• Introductie onafhankelijke en afhankelijke variabelen
- Onafhankelijk: variabelen die door de proefleider gemanipuleerd kunnen
worden
- Afhankelijk: variabelen waarop men een e`ect wil nagaan
2.3: Psycho-analyse
• Principe: Men moet kijken naar het onbewuste.
• Sigmund Freud = de grondlegger van de psycho-analyse
- Conflicten of moeilijkheden uit de jeugd à uit het bewustzijn verdrongen à
latere problemen
• Topografisch model van de psyche (door Freud)
= 3 niveaus van bewustzijn
1) Het bewuste niveau
= alle gedachten, waarnemingen, ervaringen, gevoelens, verlangens en
herinneringen die we kennen en onder woorden kunnen brengen
2) Het voorbewuste niveau
= alle gedachten, waarnemingen, … die tijdelijk
vergeten zijn, maar makkelijk terug bewust
gemaakt kunnen worden
3) Het onbewuste niveau
= alle gedachten, waarnemingen, … waarvan we
ons nooit bewust zijn geweest of die we hebben verdrongen
à Onaanvaardbare of onaangenamen ervaringen
2
, • Structureel model van de psyche
= 3 delen van de mens
1) Het Es
= De plaatst waar de behoeften, driften en verlangens zich situeren
à Aanwezig vanaf de geboorte
à Werkt volgens het lustprincipe
à Probleem: omgeving bepaald wanneer de baby bevredigd wordt
2) Het Ich
= De plaats van de gecontroleerde gedachten en handelingen
à Baby leert zich aan te passen aan de omstandigheden en leert behoeften uit
te stellen
3) Het Ueber-Ich
= Bestaat uit eisen en verwachtingen vanuit de sociale omgeving van het kind
à Zelfkritiek en zelfobservatie
à In toom houden van het Es
- Tussen het Es en het Ueber-Ich bestaan constante spanningen
à Afweermechanisme = verdringing of ontkenning
• Doel psychotherapie: onbewuste conflicten en trauma’s opnieuw bewust maken
• Voordeel = er wordt duidelijk gemaakt dat er rekening gehouden moet worden met
de individualiteit van de mens en eerdere ervaringen
Nadeel = niet verifieerbaar
2.4: Hedendaagse psychologie
• Principe: De wetenschappelijke methode staat centraal, met grote belangstelling
voor systematische observatie en repliceerbaarheid
• Gedrag = een reactie op een stimulus
• Cognities en informatieverwerking:
- Mens = een actieve informatieverwerker
- Formule: s à O à S à O à R
s = inkomende, fysieke prikkel
O = het organisme
S = de betekenisvolle prikkel
R = de betekenisvolle reactie
- Cognitieve informatie verwerkende functies: de perceptie, het geheugen, het
denken, voorstellen, …
- Het verleden, het heden en de toekomst spelen een rol in hoe de prikkel wordt
waargenomen
- Interindividuele verschillen = verschillen tussen mensen (iedereen heeft
andere ervaringen waarop die zich baseert)
- Intra-individuele verschillen = verschillen in een persoon zelf (hoe ouder je
wordt, hoe meer ervaringen er mee spelen)
- Gedrag => verklaard door hoe de situatie wordt ingeschat door de persoon
- Uiteindelijke keuze => beïnvloed door persoonlijke verwachtingen, verlangens,
eerdere ervaringen, …
- Mensen willen het positieve bereiken en het negatieve vermijden
3
, • Bio-psycho-sociaal model:
- Formule: G = f(P x O)
G = het gedrag
f = in functie
P = de persoon
x = de interactie
O = de omgeving
à Het gedrag dat iemand stelt is een functie van de interactie tussen de
persoon en diens omgeving.
- 3 niveaus van invloed op het menselijke gedrag
1) Biologische factoren: genetische, aangeboren invloeden
+ lichamelijke factoren: de ontwikkeling, maturiteit, hormonen, …
2) Psychologische factoren: emoties, verlangens, verwachtingen, …
3) Sociale factoren: cultuur, tijdsgeest, geloof, tradities, …
3: Domeinen binnen de psychologie
3.1: Algemene psychologie (=functieleer)
• De algemene psychologie => bestudeerd de basisfuncties van de psyche
• Basisfuncties = de perceptie, het geheugen, de motivatie, …
• Via wetenschappelijke experimenten, een beter wetenschappelijk inzicht
bekomen
à Positieve of negatieve factoren die de basisfuncties beïnvloeden worden
bestudeerd en gemanipuleerd
à Wetenschappelijke hypotheses worden getoetst
3.2: Ontwikkelingspsychologie
• De ontwikkelingspsychologie => bestudeerd hoe de mens zich geleidelijk aan
ontwikkelt van bij de bevruchting tot de dood
à Het proces en mogelijke invloeden hierop bestuderen
à M.b.v. observatietechnieken, experimenten, vragenlijsten, …
• Studie van lichamelijke, motorische, cognitieve, sociale, … ontwikkeling
• Creëren theoretisch kader voor hoe de normale ontwikkeling verwacht wordt
3.3: Sociale psychologie
• De sociale psychologie = bestudeert de impact van sociale invloeden op het
denken, voelen en doen van mensen
à M.b.v. observatie van mensen of experimenten waarbij men factoren gaat
manipuleren
• Experiment van Asch: Nagaan in welke mate mensen hun mening zouden
aanpassen aan de mening van de meerderheid = conformisme
4