RECHT
DEEL 1 - BASISBEGRIPPEN
1)Rechtssubjecten
2) Bekwaamheid
3) Rechtshandelingen
4) Aansprakelijkheid
5) Rechtsmisbruik
6) Subjectieve Rechten
7) Duurzame Ontwikkeling
DEEL 2 – PROFESSIONELE ACTOREN
DEEL 3 – BURGERLIJK PROCESRECHT
Alexine Troffaes
, DEEL 1
H1 – RECHTSSUBJECTEN
WAT IS “RECHT”
RECHTSTHEORIE
Algemene rechtsleer + Rechtsvinding = Rechtstheorie (als overkoepelende term)
→ algemene rechtsleer: wat zijn de functies en doelen van recht (ontologische vraag)
→ rechtsvinding: hoe moeten we het recht uitleggen/interpreteren (epistemologische vraag)
CENTRALE ELEMENTEN VAN HET RECHT
(de 7 definities uit het boek niet kennen, maar we kunnen er wel een gemeenschappelijke kern uit halen):
Een geheel van gedragsregelen…
- Bevel of verbod, van verschillende intensiteit
intensiteit: de gedragsregelen gelden voor een bepaalde gedefinieerde groep mensen of voor
iedereen
- Dwingende of aanvullende regels
aanvullende regels: van sommige regels in de codex kan je afwijken. Partijen kunnen onderling
andere afspraken maken die dan primeren
dwingende regels: hiervan mag je NOOIT afwijken
regels van openbare orde: zijn nog dwingender dan dwingend recht, met andere sancties
… met een institutioneel en begripsmatig kader…
- Voor de formulering, toepassing en afdwinging van de gedragsregels
→ er zijn instituties en begrippen waarmee we de regels kunnen toepassen (bv een rechtbank)
… opgelegd door de maatschappij…
- Via wetgevende organen (op verschillende niveaus)
→ gemeenten, Vlaams parlement (decreten), Federaal parlement (wetten), …
→ we verkiezen deze wetgevende organen
… met als doel: de ordening van de maatschappij
- De kwaliteit van deze maatschappelijke ordening is afhankelijk van drie parameters:
→ rechtszekerheid
→ rechtvaardigheid
→ doeltreffendheid
RECHTSZEKERHEID
Juridisch-technische vereisten om tot een rechtszekere maatschappelijke ordening te komen:
- Voorspelbaarheid (cf. het adagium Nemo censetur ignorare legem) (men zou het recht moeten
kunnen kennen ‘iedereen wordt geacht de wet te kennen’)
- Vastheid
1
, - Algemeenheid (hedendaags is hier echter weinig sprake van! veel details)
- Onderlinge consistentie
RECHTVAARDIGHEID
- Rechtvaardigheid is evolutief, maar met een harde kern van immer te respecteren waarden
→ wat wij rechtvaardig vinden binnen een maatschappij wijzigt doorheen de tijd en ruimte (op
basis van onze waarden)
DOELTREFFENDHEID
Doeltreffendheid = als een wetgevend orgaan nieuwe regels uitvaardigt, moet men nagaan of de
doelstellingen van deze wet effectief worden gerealiseerd aan de hand van die wet.
→ nagaan of je met een wet een bepaald doel dat de wetgever nastreeft effectief behaald
→ parlementair comité werd hiervoor opgericht, maar is op dit moment niet operatief
- Middelen aangepast aan de doelstellingen
- Nood aan systematische wetsevaluatie (maar gebeurd niet)
MAATSCHAPPELIJK GEZAG
Rechtsregelen worden gehandhaafd door of krachtens het maatschappelijk gezag:
• Uitvoerende macht (regering kan KB maken ter uitvoering van een wet)
• Rechterlijke macht (bij schending rechtsregels)
Initiatief tot handhaving van rechtsregels is verschillend in privaatrecht en publiekrecht (wanneer een
rechtsregel niet wordt nageleefd verschilt de procedure tussen privaat- en publiekrecht):
- → publiekrecht: overheid neemt het initiatief tot handhaving (bijvoorbeeld bij schending
strafrecht gaat het parket op eigen initiatief onderzoek voeren)
- → privaatrecht: burger zelf neemt het initiatief tot handhaving (bijvoorbeeld: bij een schending
van een koop-verkoopsovereenkomst moet de burger op eigen initiatief gaan vorderen voor de
rechtbank)
BESLUIT ‘HET RECHT’
(Continentaal) recht is dus:
een geheel van gedragsregelen en ermee samenhangende institutionele voorschriften
uitgevaardigd en gehandhaafd door of krachtens het maatschappelijk gezag,
met het oog op een rechtzekere, rechtvaardige en doeltreffende ordening van de maatschappij
2
, BASISBEGRIPPEN
• “objectief recht” en “subjectieve rechten”
Objectief recht = geheel rechtsregels dat op bepaald ogenblik in bepaalde maatschappij bestaat. (=
recht met specifieke kenmerken)
Subjectieve rechten = juridisch bekrachtigde aanspraken en bevoegdheden die een rechtssubject op
bepaalde zaken of jegens bepaalde personen kan uitoefenen om zijn doelstellingen te verwezenlijken.
→ rechten van rechtssubjecten. Een rechtssubject (natuurlijke personen EN rechtspersonen) hebben
rechten tov dingen of mensen
→ door het recht bekrachtigde aanspraken om doelstellingen te kunnen verwezenlijken
• “privaatrecht” en “publiekrecht”
Publiekrecht = regelt de organisatie en het functioneren van de overheid en bepaalt de verticale
verhouding tussen de overheid en burgers (overheid staat hiërarchisch hoger dan burgers) EN
verhoudingen tussen overheden onderling
→ de overheid staat sterker, burger moet staatsgezag ondergaan
→ sociale zekerheidsrecht, strafrecht, staatsrecht, …
Privaatrecht = regelt de private, horizontale rechtsverhoudingen tussen burgers onderling (personen die
op gelijke voet staan)
→ personenrecht, familierecht, erfrecht, verbintenissenrecht, goederenrecht, …
Vervaging klassiek onderscheid:
- Ontstaan van een meergelaagde rechtsorde
o Privaatrecht regelt de rechtsregels tussen burgers onderling. Vele vormen van
privaatrecht zijn echter ook verbonden met internationale verdragen, waardoor
publiekrecht binnenkomt in het privaatrecht. (internationale verdragen kunnen
verplichtingen opleggen bij opstellen van contracten)
o Meergelaagdheid: er zijn verschillende vormen van rechtsbronnen die regels opleggen
waardoor het onderscheid vervaagd
- Veel rechtsregels die verhoudingen tussen burgers regelen (privaatrechtelijk) krijgen een
dwingend karakter (publiekrechtelijk)
o Samenwerking publiek- en privaatrecht: de overheid (publiekrecht) grijpt vaak in en
maakt privaatrechtelijke regels dwingend. De overheid kan dus ingrijpen in privaatrecht.
- Regels van het privaatrecht raken ook de openbare orde
3