Aantekeningen – Diagnostiek en behandeling
Docenten: Jorien Luijkx ()
Elianne Zijlstra ()
Tentamen: Afsluitende opdracht die online komt op 17 dec 2021 en ingeleverd moet worden op 17
jan 2022 (en er zijn verplichte voorbereidende opdrachten)
De orthopedagogische handelingscyclus staat centraal bij de colleges
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Casus Esther in “Herkansing”
Esther (15) woont samen met haar moeder Erna en broer in een flat; haar vader is na een kort
ziekbed overleden. Ze heeft een vriend en geniet van het oppassen op kinderen. Esther vertoont
probleemgedrag, waardoor de sfeer thuis slecht is. De oorzaak hiervan is het gemis van haar vader
waarna ze moeilijk kan omgaan met autoriteit, wordt snel boos en heeft zichzelf niet onder controle.
Eigenlijk wordt Esther niet begrepen (ze is een “out of the box” meisje). Haar moeder heeft het
gevoel dat ze machteloos is en ziet alleen nog het negatieve. Ook op school gaat het niet goed; ze
weet precies wat ze moet doen om de les uitgestuurd te worden. Ze volgt speciaal onderwijs voor
slecht opvoedbare kinderen. De school doet eigenlijk niet waar het voor bedoelt is; ze laten kinderen
weggaan. Ze heeft recht op onderwijs, structuur en veiligheid.
→ Prem luistert goed naar Esther, maar ook naar de context. Hij kijkt naar wat haar problemen zijn,
naar wat ze zou willen en wat haar kracht is.
→ Als de klassieke route wordt doorlopen, komt het probleem bij haar te liggen. Terwijl juist haar
context een grote rol speelt; haar ouders die gingen scheiden, haar vader die overleed, haar
moeder die haar niet goed kon ondersteunen bij haar verdriet en haar leerkracht die haar eruit
stuurt. Hier wordt gekeken naar het externe gedrag en niet naar de functie van haar gedrag.
College 1 – Introductie
Wat is diagnostiek?
Diagnostisering begon bij de medische diagnostiek. Bij de medische diagnostiek wordt er gekeken
naar de symptomen en welk ziektebeeld en behandeling daar dan bij past. Door de jaren heen zijn er
aanpassing gedaan waardoor er verschillende diagnostische modellen ontwikkeld werden. Cliënten
kregen veel meer inbreng; de hulpvraag en hun klachten kwamen centraal te staan. Diagnostiek was
geen doel meer op zich, maar een middel om tot de meest geschikte interventies te komen (Pameijer
& Van Beukering).
Binnen de GGZ is het zo dat wil je kunnen behandelen, dan moet je een DSM-classificatie hebben.
Dan kan namelijk de behandeling gedeclareerd worden bij de zorgverzekering. Toch is dit labelen niet
altijd nodig en misschien ook niet altijd zo goed toepasbaar. Het gaat er toch juist om de oorzaken en
hoe je het probleem kunt oplossen in plaats van labelen en in hokjes plaatsen.
De positieve psychologie (kijken naar wat wel goed gaat) heeft ook invloed gehad op de focus op
handelingsgerichte diagnostiek. De last van de problemen wordt hierdoor kleiner. In de wetenschap
wordt er ook meer onderzoek gedaan naar diagnostisering dat werkt. Ook de ontwikkeling van een
professionele houding tegenover cliënten is belangrijk om te bereiken wat je wilt.
Goede diagnostisering bestaat uit:
- Overzicht > Wat gaat goed (bouwen aan eigen krachten en zelfvertrouwen) en wat kan beter?
- Inzicht > Hoe kunnen we deze situatie begrijpen?
- Uitzicht > Welke aanpak heeft de grootste kans van slagen?
- Terugblik > Was de aanpak effectief?
Diagnostiek is maatwerk; de context is heel belangrijk. Het gaat om de unieke situatie van dit kind, bij
deze ouders/verzorgers, op deze school met deze leerkracht, op dit werk met deze baas, wonend in
dit huis in deze buurt in deze maatschappij.
1
,Er zijn verschillende soorten diagnostiek:
- Screenende diagnostiek
- Beschrijvende diagnostiek
- Classificerende diagnostiek
- Verklarende diagnostiek
- Handelingsgerichte diagnostiek
- Selectie- en plaatsingsdiagnostiek
- Observerende diagnostiek
En er zijn dan ook verschillende diagnostische vraagstellingen:
- Onderkennend > Wat is er aan de hand? Is er sprake van …?
- Verklarend > Waarom is de situatie problematisch? Hoe kan het dat …?
- Veranderingsgericht > Hoe kan je beïnvloeden? Wat is er nodig om ..?
- Adviesgericht > Welke doelen streven we na? Wat hebben ze nodig?
- Evaluerend > Zijn de doelen in zicht of behaald?
Het ontstaan en de uitgangspunten van handelingsgerichte diagnostiek
Het fundament voor de handelingsgerichte diagnostiek (HGD) is de empirische cyclus (De Groot) en
de diagnostische cyclus (De Bruyn).
Empirische cyclus - De Groot Diagnostische cyclus - De Bruyn
Handelingsgerichte diagnostiek - Pameijer
Handelingsgerichte
Empirische cyclus Diagnostische cyclus
diagnostiek
(De Groot) (De Bruyn)
(Pameijer)
Inhoudelijke ordening van
Logisch-methodologisch Procesmodel/ideaalmodel
Principe diagnostische
redeneren “Een na te streven situatie”
vraagstellingen
Observatie Klachtanalyse Intakefase
In kaart brengen van In kaart brengen van In kaart brengen van
Onderdelen
achtergrondinformatie achtergrondinformatie achtergrondinformatie
Inductie Strategiefase
2
, Formuleren van Probleemanalyse en Formuleren van
hypothesen verklaringsanalyse hypothesen en deze
Deductie Formuleren van omzetten in
Omzetten van hypothesen en deze onderzoeksvragen
hypothesen in toetsbare omzetten in
veronderstellingen onderzoekshypothesen
Toetsing en evaluatie Toetsen en evalueren van Onderzoeks- en
Toetsen en evalueren van onderzoekshypothesen indiceringsfase
toetsbare en het opstellen van Toetsen en evalueren van
veronderstellingen integratief beeld onderzoeksvragen
Indicatieanalyse Opstellen van integratief
Beantwoorden van beeld en het
indicerende beantwoorden van
vraagstellingen indicerende vraagstellingen
Advies Adviesfase
De uitgangspunten van HGD zijn:
1. Werkwijze is doelgericht (toewerkend naar advies)
2. Transactioneel referentiekader
Hoe het kind zich gedraagt, heeft invloed op hoe anderen op het kind reageren, wat ook weer
van invloed is op het gedrag van het kind (bidirectionaliteit). Het is van belang om de positieve
interactieketen te stimuleren/activeren
3. Opvoedings-/begeleidingsbehoeften staan centraal
Tenzij de ontwikkeling van het kind bedreigt wordt
4. Ouders/verzorgers/leerkrachten doen ertoe evenals hun ondersteuningsbehoeften
5. Positieve aspecten zijn van belang (aanknopingspunten en krachten aanboren)
6. Orthopedagogen werken samen met ouders/verzorgers/leerkrachten
7. HGD verloopt systematisch en transparant
Anders loopt de hulpverlener namelijk het risico om oordeelsfouten te maken waardoor niet de
meest adequate interventie wordt aangeboden.
Bij het opvoedingsbeeld dat er is, speelt bereidheid versus bekwaamheid en draaglast versus
draagkracht een rol:
- Gewone opvoeding (alles in balans)
- Verzwaarde opvoeding (lasten zijn groter dan de draagkracht)
- Problematische opvoedingssituatie (lasten zijn groot en de bekwaamheid is laag)
- Pedagogische verwaarlozing (lijkt alsof de bereidheid er niet is)
Video – “Autisme en diagnose”
Wat zien we terug?
Samenspraak met ouders, observatie, doelgericht, classificatie (niet handelingsgericht):
Intake → onderzoeksfase → integratie → advies
3
Docenten: Jorien Luijkx ()
Elianne Zijlstra ()
Tentamen: Afsluitende opdracht die online komt op 17 dec 2021 en ingeleverd moet worden op 17
jan 2022 (en er zijn verplichte voorbereidende opdrachten)
De orthopedagogische handelingscyclus staat centraal bij de colleges
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Casus Esther in “Herkansing”
Esther (15) woont samen met haar moeder Erna en broer in een flat; haar vader is na een kort
ziekbed overleden. Ze heeft een vriend en geniet van het oppassen op kinderen. Esther vertoont
probleemgedrag, waardoor de sfeer thuis slecht is. De oorzaak hiervan is het gemis van haar vader
waarna ze moeilijk kan omgaan met autoriteit, wordt snel boos en heeft zichzelf niet onder controle.
Eigenlijk wordt Esther niet begrepen (ze is een “out of the box” meisje). Haar moeder heeft het
gevoel dat ze machteloos is en ziet alleen nog het negatieve. Ook op school gaat het niet goed; ze
weet precies wat ze moet doen om de les uitgestuurd te worden. Ze volgt speciaal onderwijs voor
slecht opvoedbare kinderen. De school doet eigenlijk niet waar het voor bedoelt is; ze laten kinderen
weggaan. Ze heeft recht op onderwijs, structuur en veiligheid.
→ Prem luistert goed naar Esther, maar ook naar de context. Hij kijkt naar wat haar problemen zijn,
naar wat ze zou willen en wat haar kracht is.
→ Als de klassieke route wordt doorlopen, komt het probleem bij haar te liggen. Terwijl juist haar
context een grote rol speelt; haar ouders die gingen scheiden, haar vader die overleed, haar
moeder die haar niet goed kon ondersteunen bij haar verdriet en haar leerkracht die haar eruit
stuurt. Hier wordt gekeken naar het externe gedrag en niet naar de functie van haar gedrag.
College 1 – Introductie
Wat is diagnostiek?
Diagnostisering begon bij de medische diagnostiek. Bij de medische diagnostiek wordt er gekeken
naar de symptomen en welk ziektebeeld en behandeling daar dan bij past. Door de jaren heen zijn er
aanpassing gedaan waardoor er verschillende diagnostische modellen ontwikkeld werden. Cliënten
kregen veel meer inbreng; de hulpvraag en hun klachten kwamen centraal te staan. Diagnostiek was
geen doel meer op zich, maar een middel om tot de meest geschikte interventies te komen (Pameijer
& Van Beukering).
Binnen de GGZ is het zo dat wil je kunnen behandelen, dan moet je een DSM-classificatie hebben.
Dan kan namelijk de behandeling gedeclareerd worden bij de zorgverzekering. Toch is dit labelen niet
altijd nodig en misschien ook niet altijd zo goed toepasbaar. Het gaat er toch juist om de oorzaken en
hoe je het probleem kunt oplossen in plaats van labelen en in hokjes plaatsen.
De positieve psychologie (kijken naar wat wel goed gaat) heeft ook invloed gehad op de focus op
handelingsgerichte diagnostiek. De last van de problemen wordt hierdoor kleiner. In de wetenschap
wordt er ook meer onderzoek gedaan naar diagnostisering dat werkt. Ook de ontwikkeling van een
professionele houding tegenover cliënten is belangrijk om te bereiken wat je wilt.
Goede diagnostisering bestaat uit:
- Overzicht > Wat gaat goed (bouwen aan eigen krachten en zelfvertrouwen) en wat kan beter?
- Inzicht > Hoe kunnen we deze situatie begrijpen?
- Uitzicht > Welke aanpak heeft de grootste kans van slagen?
- Terugblik > Was de aanpak effectief?
Diagnostiek is maatwerk; de context is heel belangrijk. Het gaat om de unieke situatie van dit kind, bij
deze ouders/verzorgers, op deze school met deze leerkracht, op dit werk met deze baas, wonend in
dit huis in deze buurt in deze maatschappij.
1
,Er zijn verschillende soorten diagnostiek:
- Screenende diagnostiek
- Beschrijvende diagnostiek
- Classificerende diagnostiek
- Verklarende diagnostiek
- Handelingsgerichte diagnostiek
- Selectie- en plaatsingsdiagnostiek
- Observerende diagnostiek
En er zijn dan ook verschillende diagnostische vraagstellingen:
- Onderkennend > Wat is er aan de hand? Is er sprake van …?
- Verklarend > Waarom is de situatie problematisch? Hoe kan het dat …?
- Veranderingsgericht > Hoe kan je beïnvloeden? Wat is er nodig om ..?
- Adviesgericht > Welke doelen streven we na? Wat hebben ze nodig?
- Evaluerend > Zijn de doelen in zicht of behaald?
Het ontstaan en de uitgangspunten van handelingsgerichte diagnostiek
Het fundament voor de handelingsgerichte diagnostiek (HGD) is de empirische cyclus (De Groot) en
de diagnostische cyclus (De Bruyn).
Empirische cyclus - De Groot Diagnostische cyclus - De Bruyn
Handelingsgerichte diagnostiek - Pameijer
Handelingsgerichte
Empirische cyclus Diagnostische cyclus
diagnostiek
(De Groot) (De Bruyn)
(Pameijer)
Inhoudelijke ordening van
Logisch-methodologisch Procesmodel/ideaalmodel
Principe diagnostische
redeneren “Een na te streven situatie”
vraagstellingen
Observatie Klachtanalyse Intakefase
In kaart brengen van In kaart brengen van In kaart brengen van
Onderdelen
achtergrondinformatie achtergrondinformatie achtergrondinformatie
Inductie Strategiefase
2
, Formuleren van Probleemanalyse en Formuleren van
hypothesen verklaringsanalyse hypothesen en deze
Deductie Formuleren van omzetten in
Omzetten van hypothesen en deze onderzoeksvragen
hypothesen in toetsbare omzetten in
veronderstellingen onderzoekshypothesen
Toetsing en evaluatie Toetsen en evalueren van Onderzoeks- en
Toetsen en evalueren van onderzoekshypothesen indiceringsfase
toetsbare en het opstellen van Toetsen en evalueren van
veronderstellingen integratief beeld onderzoeksvragen
Indicatieanalyse Opstellen van integratief
Beantwoorden van beeld en het
indicerende beantwoorden van
vraagstellingen indicerende vraagstellingen
Advies Adviesfase
De uitgangspunten van HGD zijn:
1. Werkwijze is doelgericht (toewerkend naar advies)
2. Transactioneel referentiekader
Hoe het kind zich gedraagt, heeft invloed op hoe anderen op het kind reageren, wat ook weer
van invloed is op het gedrag van het kind (bidirectionaliteit). Het is van belang om de positieve
interactieketen te stimuleren/activeren
3. Opvoedings-/begeleidingsbehoeften staan centraal
Tenzij de ontwikkeling van het kind bedreigt wordt
4. Ouders/verzorgers/leerkrachten doen ertoe evenals hun ondersteuningsbehoeften
5. Positieve aspecten zijn van belang (aanknopingspunten en krachten aanboren)
6. Orthopedagogen werken samen met ouders/verzorgers/leerkrachten
7. HGD verloopt systematisch en transparant
Anders loopt de hulpverlener namelijk het risico om oordeelsfouten te maken waardoor niet de
meest adequate interventie wordt aangeboden.
Bij het opvoedingsbeeld dat er is, speelt bereidheid versus bekwaamheid en draaglast versus
draagkracht een rol:
- Gewone opvoeding (alles in balans)
- Verzwaarde opvoeding (lasten zijn groter dan de draagkracht)
- Problematische opvoedingssituatie (lasten zijn groot en de bekwaamheid is laag)
- Pedagogische verwaarlozing (lijkt alsof de bereidheid er niet is)
Video – “Autisme en diagnose”
Wat zien we terug?
Samenspraak met ouders, observatie, doelgericht, classificatie (niet handelingsgericht):
Intake → onderzoeksfase → integratie → advies
3