Table of Contents
Inleiding..................................................................................................................................................3
Wat is Europees recht?.......................................................................................................................3
de ontwikkeling van het Europees integratieproces volgens 2 grote krachtlijnen.............................6
Hoodstuk 1. Hoe is de Europese unie geëvolueerd als rechtssysteem?.................................................6
1.1 De verdieping van het europees integratieproces........................................................................6
1.1.1 De eerste initiatieven tot intergouvernementele samenwerking in Europa..........................6
1.1.2 Oprichting van de Europese gemeenschappen....................................................................11
1.1.3. Van europese gemeenschappen naar europese unie.........................................................16
1.2 De verbreding van het europees integratieproces.....................................................................30
1.2.1 wat is de juridische procedure voor de toetreding van nieuwe lidstaten tot de europese
unie...............................................................................................................................................30
1.2.2 wat zijn de voorwaarden om toe te treden tot de Europese unie.......................................31
1.2.3 de evolutie van het EU-uitbreidingsproces..........................................................................33
1.3 Brexit als een bijzondere episode in het Europees integratieproces..........................................35
1.3.1 Hoe kunnen lidstaten uit de Europese unie treden?...........................................................36
1.3.2 Het verhaal van de Brexit.....................................................................................................36
1.4 De europese unie als gedifferentieerde rechtsorde...................................................................39
1.4.1 De Eurozone........................................................................................................................40
1.4.2 De schengenzone: een ruimte zonder interne grenscontroles............................................44
1.4.3 de procedure tot nauwere samenwerking...........................................................................47
1.4.4 Permanente gestructureerde samenwerking......................................................................47
1.4.5 tijdelijke overgangsmaatregelen..........................................................................................48
Hoofdstuk 2. Wat zijn de belangrijkste kenmerken van het EU-recht?................................................48
2.1 meer dan een samenwerkingsverband tussen lidstaten: directe werking en voorrang.............48
2.1.1 Hoe verhoudt het EU-recht zich tot het nationaal grondwettelijk recht?............................52
2.1.2 Hoe verhoudt het EU-recht zich tot het internationaal recht?............................................55
2.2 een rechtsorde gebaseerd op gemeenschappelijke waarden.....................................................57
2.2.1 het beginsel van wederzijds vertrouwen.............................................................................57
2.2.2 grenzen aan het beginsel van wederzijds vertrouwen: wat gebeurt er wanneer een lidstaat
de waarden van de EU niet langer respecteert?...........................................................................58
2.3 een rechtsorde gebaseerd op de bescherming van grondrechten.............................................69
2.3.1 het handvest van de grondrechten van de Europese unie...................................................69
2.3.2 De toetreding tot het europees verdrag voor de rechten van de mens..............................73
2.3.3 De algemene beginselen van EU-recht................................................................................75
2.4 een rechtsorde gebaseerd op loyale samenwerking..................................................................75
2.5 Een rechtsorde gebaseerd op gelijkheid tussen staten en burgers............................................78
Hoofdstuk 3. Wanneer kan de europese unie wetgevend optreden?..................................................87
1
, 3.1 Het principe van toegewezen bevoegdheden............................................................................88
3.1.1 de verschillende categorieën van EU-bevoegdheden..........................................................88
3.1.2 de keuze van de juiste rechtsgrond.....................................................................................91
De beginselen van subsidiariteit en evenredigheid..........................................................................95
4. Hoe komt het recht van de europese unie tot stand?......................................................................97
4. 1 de instellingen van de europese unie........................................................................................97
4.1.1 Het Europees parlement......................................................................................................98
4.1.2 De europese raad...............................................................................................................100
4.1.3 de raad...............................................................................................................................103
4.1.4 de europese COmmissie....................................................................................................105
4.1.5 Het hof van justitie van de europese unie.........................................................................108
4.1.6 De europese centrale bank................................................................................................122
4.1.7 de europese rekenkamer...................................................................................................122
4.1.8 andere organen en instanties vd Europese unie................................................................123
4.2 De wetgevingsprocedures van de europese unie.....................................................................123
4.2.1 de gewone wetgevingsprocedure......................................................................................123
4.2.2 de bijzondere wetgevingsprocedures................................................................................126
4.3 de verschillende vormen van EU-recht.....................................................................................128
4.3.1 overzicht van het primair recht..........................................................................................129
4.3.2 overzicht van het secundair recht......................................................................................129
2
,Europees recht
INLEIDING
EU = internationale organisatie (27 lidstaten)
o Vormt eigen rechtsorde met eigen rechtssysteem
o 27 lidstaten hebben deel van hun soevereiniteit en bevoegdheden overgedragen naar
supranationaal niveau (niveau vd EU)
o Ogv EU verdragen worden bevoegdheden toegekend aan de instellingen van de EU
(Europese Commissie, Europees Parlement, …)
o Veel van onze wetgeving is rechtstreeks of onrechtstreeks gebaseerd op het recht vd
EU (verordeningen zijn rechtstreeks van toepassing in onze eigen rechtsorde)
Recht van de EU vind je overal terug
o Tot 85% van ons nationaal recht heeft rechtsreeks of onrechtstreeks iets te maken
met de Europese Unie (zie artikel: https://eenvandaag.avrotros.nl/item/hoeveel-van-
onze-wetten-komen-uit-de-eu-op-heel-veel-terreinen-is-de-invloed-toegenomen/ )
o Richtlijn betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde
kunststofproducten op het milieu – dopjes zitten vast aan fles (https://eur-
lex.europa.eu/NL/legal-content/summary/single-use-plastics-fighting-the-impact-on-
the-environment.html )
o … (zie meer op PowerPoint)
Rechten gekoppeld aan EU burgerschap
o Europees burgerschap vervangt uw nationaal burgerschap NIET, MAAR door feti dat
je nationaliteit hebt van 1 vd lidstaten, zorgt ervoor dat je automatisch burger bent
van de EU
o 1 vd meest duidelijke rechten verbonden aan het Unie burgerschap = vrij reizen en
verblijven op het gehele grondgebied vd EU (zonder bijkomende voorwaarden wnr
het korter dan 3 maand is, als het langer is dan zijn er bijkomende voorwaarden
o Je kan ook niet gediscrimineerd worden ogv je nationaliteit
Vb. iemand die aan UGent studeert als Belg heeft dezelfde gelijke
behandeling als iemand die uit een andere lidstaat vd EU afkomstig is
WAT IS EUROPEES RECHT?
3
, Europa = ruimer dan de EU
o Europese Unie zijn 27 lidstaten = maar een deeltje van Europa, er is ook de Raad
van Europa (47 lidstaten)
Raad van Europa = eerder klassieke internationale intergouvernementele
organisatie (eerder internationaal recht) =˃ wij gaan het enkel over EU recht
hebben, want EU heeft specifieke kenmerken (die vooral het gevolg zijn ve
bepaalde bevoegdheidsoverdracht die de lidstaten hebben gedaan aan de EU
instellingen obv een aantal verdragen
Europese Unie vormt een eigen rechtssysteem
o EU = ‘autonome’ rechtsorde met eigen rechtsbronnen en principes
o EU is geen staat, maar een internationale organisatie met heel eigen specifieke
bevoegdheden en kenmerken en is een eigen rechtssysteem/rechtsorde, gebaseerd
op de basisverdragen die het gevolg zijn van historische evolutie:
Verdrag betreffende de EU (=VEU)
Basisbeginselen en specifieke bepalingen over buitenlands- en
veiligheidsbeleid
Verdrag betreffende de Werking van de EU (= VWEU)
Gedetailleerde bepalingen over alle domeinen waarop de EU kan
optreden: milieubescherming, gezondheid, energie, transport, …
Doel basisverdragen = bevoegdheid geven aan de EU instellingen om wetgeving op
supranationaal niveau aan te nemen en ervoor te zorgen dat de lidstaten een aantal
gemeenschappelijke bepalingen hebben op bepaalde beleidsdomeinen (ogv
basisverdragen krijgen we Europese wetgeving die de EU instellingen aannemen die
de lidstaten ten uitvoer leggen)
De verdragen zijn geconsolideerd =˃ gevolg van heel wat aanpassingen die zijn
gebeurd aan die verdragen doorheen de geschiedenis (de verdragen gaan terug op
het oorspronkelijke EEG-verdrag) =˃ de oorspronkelijke verdragen zijn gewijzigd en
aangepast (geamendeerd) =˃ alle wijzigingen aanvaarden en incorporeren =
consolideren
Track changes = het transparant en zichtbaar maken van elke aanpassing in de
verdragen tijdens onderhandelingsrondes
4