Didactisch/didactiek
Komt uit oud Grieks -> betekent: onderwijzen
Definitie:
Systematisch onderwijzen van kennis, vaardigheden en attitudes door een leerkracht en
daartoe ingerichte setting
Synoniem: onderwijskunde
Doel didactiek:
- Handvaten geven aan onderwijspraktijd
- Onderwijskundig handelen verbeteren
Didactiek = theoretisch MAAR: men gaat praktisch handelen -> kunst onderwijzen
Tijdens voorbereiden lessen = aan veel denken -> bv. Doelen, materiaal, organisatie,
interactie,…
Toch: heel wat componenten terugkeren elke les
Dus: model is vereenvoudiging v/d werkelijkheid
Model beschrijft : onderlinge relaties + belang ervan
DUS: model bereid zo goed mogelijk voor op het lesgebeuren
Anderzijds: mag GEEN hinder zijn om: flexibel vorm te geven aan onderwijspraktijk bv.
Spontaan inspelen op wat kinderen aanbrengen in de les
Casus voor start les: -----------------------------------------------
- Wat hebben de kinderen al gedaan rond het thema
kranten/media?
- Welke kranten zijn er beschikbaar en hoeveel?
- Weten de kinderen welke onderdelen er zich allemaal in een
krant bevinden?
- Wat is zijn de doel van de les over kranten? Wat moeten ze
op het einde zeker te weten gekomen zijn over dit
onderdeel?
- Is er wekelijks een actuamoment?
1
, Conclusie: je gaat ALTIJD nadenken over materialen, doelstellingen, … bij welke
activiteit dan ook, dus vragen komen altijd terug
Het model:
Opbouw van het model
a) Centraal ( waaruit je vertrekt ):
- De doelstellingen: deze wil je als leerkracht met leerlingen bereiken in een les
- De beginsituatie: wie zijn deze leerlingen & wat kunnen ze al? = in elke klas anders
Gevolg: elke les is uniek
VERDER: wisselwerking tussen doelstellingen & beginsituatie
De beginsituatie ( klasgroep met eigen kenmerken + leerlingen ) = beïnvloeden
hoeveel doelen bereiken na een lestijd
Door bereiken doelstellingen -> beginsituatie voortdurend wijzigen
b) 5 componenten: rond centrale deel: didactische principes, leermiddelen, didactische
werkvormen, evaluatie, leerinhoud & leerstof
Soort puzzelstukken die in model passen
Reden: volgorde van componenten doet er niet toe = 5 componenten even belangrijk
Centraal
2
, 1.1. Doelstellingen
Definitie:
Doelen zijn waardevolle, gewenste gedragsveranderingen bij gevolg van: leerervaring
Het is een afbakening van wat je wilt dat de leerlingen op het einde van de les kennen
en/of kunnen
Voor les: doelen bepalen -> niet enkel activiteit organiseren -> nadenken over: WAT wil je
met die activiteit bereiken?
Bv. Wanneer je leerlingen laar reageren op stellingen = doel: pro’s + contra’s op rijtje zetten
Als leerkracht aandacht hebben voor: verschillende soorten doelen ( 3 ):
1. Cognitieve -> Het verwerken van informatie, kennis,
oplossingsmogelijkheden
Bv. Hoe vraag ik de weg in het Frans, een vraagstuk oplossen
Bv. Hoe omtrek cirkel berekenen
2. Dynamisch-affectieve of sociaal-affectieve -> attitudes en
houdingen
- Vorming van interesses, waardekeuzes
- Vorming v. perceptie + gevoelens van zichzelf & hoe omgaan
ermee
- Eigen kunnen
- Relaties met anderen
Bv. Het samenwerken in groep
3. Psychomotorische -> motorische vaardigheden = uitvoeren v. handelingen bv.
Zwemmen, schrijven, …
Bv. Het maken van een koprol
Bv. Een cirkel kunnen tekenen
Illustreren met een voorbeeld.
Vb. les waarbij leerlingen een rechte, stompe en scherpe hoek leren tekenen.
- Cognitieve doel: wat is een rechte, stompe en scherpe hoek?
- Dynamisch-affectief doel: met precisie werken
- Psychomotorisch doel: het correct hanteren van een geodriehoek tijdens het
tekenen van een rechte, stompe of scherpe hoek
1.2. De beginsituatie
Definitie:
3
, Geheel van bepalende factoren die een invloed hebben op de keuze van doelstellingen en
op het lesgebeuren zelf
Zowel aspecten leerling als klasgroep zijn onderdeel
Bv. Leerling, leerkracht, school
3 Aspecten beginsituatie leerling:
a) Niveau -> kennis, vaardigheden & attitudes die individuele leerlingen + klasgroep
beheersen ( i.v.m. lesonderwerp )
b) Leerprofiel -> te maken met: leertempo, wijze waarop leerling leerinhoud opneemt,
ondersteuning, …
c) Interesse -> voorkeuren, motivatie, werken aan doelen
1.3. Didactische principes
Definitie: richtlijnen/ kenmerken voor het didactisch handelen om lessen krachtiger te
maken
Bieden leerkracht: houvast om: leerlingen op efficiënte manier tot leren te brengen
Er zijn heel wat didactische principes:
- Motivatieprincipe
- Activiteitsprincipe
- Aanschouwelijkheidsprincipe
- Geleidelijkheidsprincipe
- Differentiatieprincipe
- Herhalingsprincipe
Doel: een goede les bevat zoveel mogelijk principes
1.4. Didactische werkvormen
Definitie:
Didactische werkvormen zijn diverse manieren waarop onderwijsproces om gang wordt
gebracht & gehouden. Ze brengen bepaalde leerervaringen bij leerlingen tot stand.
Werkvorm is NOOIT een DOEL, maar een MIDDEL om het DOEL te BEREIKEN
DUS: Leerkracht gaat kiezen op welke manier leerstof overbrengen ( is altijd een manier )
Je gaat u werkvorm afstemmen op doel dat je voor ogen hebt
4
, Bv. Doel: leerlingen kunnen woorden opzoeken in het
woordenboek op alfabetische nummering
Je kan elk kind een woord geven om op te zoeken in
het woordenboek
Meebepalende factoren voor het bepalen voor de keuze van
je werkvorm:
- Grootte van de klasgroep
- Leeftijd van de kinderen
- Beschikbare tijd
- Welk soort doel
OOK: bij elke keuze rekening houden met andere componenten bv. Beginsituatie,
doelstelling,…
Verschillende soorten didactische werkvormen
a) aanbiedende werkvormen
leerkracht: presenteert leerinhoud door uiteenzetting bv. Uitleggen vertellen
kan ook: demonstratie geven = gebruiken v. waarnemingsobjecten
kenmerkend: gestuurd door leerkracht -> staat vooraan & leerlingen moeten aandachtig
volgen
b) gespreksvormen
tweerichtingsverkeerd: leerkracht & leerling brengen informatie, ideeën, ervaringen
kenmerkend: leerkracht = participant in leerproces
centraal: met elkaar praten/overleggen -> belangrijk voor teamwork
bv. Kringgesprek, discussie, reflectiegesprek
c) opdrachtsvormen
wat? Leerkracht geeft taken/opdrachten aan leerlingen -> zelfstandig werken
wat doet leerkracht?
- Brengt problemen & opdrachten aan
- Begeleidt
- Evalueert
Bv. Oefeningen maken in werkboek, tekst schrijven, huiswerk maken
d) complexe werkvormen
heel wat vaardigheden/competenties nodig van leerkracht
bv. Excursie, hoekenwerk, contractwerk
zijn richtinggevend voor leeractiviteit leerlingen -> bv. Vertellen lokt luisteren uit
5