TUMOREN VAN DE BORST
Anamnese:
- Palpabele massa: grootte en vorm
- Trauma?
- Pijn?
- Familieanamnese: bekende mutaties (BRCA1/-2), andere vrouwen op
vroege leeftijd (< 50 jr.)
- Zwangerschappen -> hoe meer zwangerschappen (meer oestrogeen vrije
periodes), hoe lager het risico op maligniteiten.
- Borstvoeding? -> hoe langer borstvoeding (> 1jr.), hoe meer je beschermd
bent.
- Is er een relatie met de menstruatie? Hormoongevoeligheid?
- Alarmsymptomen: gewichtsverlies, koorts
- Leefstijl: alcohol, roken, overgewicht, gebrek aan lichaamsbewegen
- Afwijkingen van de tepel -> afscheiding (mogelijk infecties), intrekkingen
- Huidafwijkingen
- Dieet? -> rood vlies, supplementen
Bevolkingsonderzoek (mammografie): vrouwen tussen 50-75 jr., bij verdenking
wordt de patiënt verwezen naar de mammapoli (triple diagnostiek) -> klinisch
onderzoek (LO met inspectie, palpatie), beeldvorming met mammografie of
echografie en histologisch onderzoek d.m.v. een biopsie (architectuur,
receptoren, gradering).
Lichamelijk onderzoek:
Inspectie: asymmetrie van de mammae, huidveranderingen, tepelafwijkingen
(eczeem een teken zijn van de ziekte van Paget.
Bij palpatie beoordeel je: locatie (kwadrant), grootte, vorm, begrenzing,
consistentie, pijn?, beweeglijkheid,
*Palpeer ook de okselklieren en die boven het sleutelbeen voor eventuele
lymfekliermetastasen.
Diagnostisch onderzoek / aanvullend onderzoek
Mammografie / X-mamma
BI-RADS: hoe sterk is de verdenking op een maligniteit? op basis van
mammografie, 1/3 = geen/benigne afwijkingen (3 vaak punctie), vanaf
4 altijd punctie.
Echo mamma (geleide voor punctie)
Echo axilla (geleide voor puncties) -> lymfekliermetastasen
MRI; lobulaire groeiwijze (LCIS/DCIS), screening, dens borstweefsel (jonge
patiënten), mammogram niet goed te beoordelen.
Histopathologisch onderzoek d.m.v. naald/vacuüm biopt of punctie
(cytologie)
Immunohistochemisch onderzoek (ER/PR/HER2)
Histopathologisch onderzoek:
Benigne afwijkingen
Epitheliale afwijkingen Fibro-epitheliale afwijkingen
Niet proliferatieve Fibroadenoom
veranderingen (mastopathie) – = stromale en fibrocomponen,
geen verhoogd risico normaal epitheel, sterk