Trematoden
Trematoden = zuigwormen
- Parasitaire platwormen (vooral endoparasitair)
- Aan het vooreinde gelegen mond-6000 tal soorten (1 mm tot 12 m)
- Twee onderklassen
Orde Digenea
- Endoparasieten
- Ovaal, langgerekt lichaam
- Meestal mondzuignap (mond) en buikzuignap (acetabulum)
- Twee tot vier gastheren nodig (mollusk)
- Hermafrodiet (uitz. Schistosomaspp.)
Suborde Fasciolina
- Afgeplat lichaam met meestal orale en ventrale zuignap
Familie Echinostomatidae
Echinostoma revolutum
- Eindgastheer: eend en watervogels (dunne darm)
- 1e tussengastheer: slak
- 2e tussengastheer: slak, kikker, vis
Familie Fascioliidae
Fasciola hepatica**
- Eindgastheer: herkauwers (lever: galgangen), soms andere zoogdieren
- Tussengastheer: amfibie slak
1. Volwassen wormen leggen geoperculeerde eieren die met de gal worden
meegevoerd en via de galblaas in de dunne darm komen en via de feces in
de buitenwereld komen
2. Om te embryoneren moeten eieren vrij van feces zijn, zich in water
bevinden (fijne waterlaag is voldoende) en de temperatuur > 10°C. In de
, eieren ontwikkelt zich een miracidium die het operculum verlaat na een
prikkel die meestal een regenbui is.
3. Miracidium is erg beweeglijk, voedt zich niet, beschikt maar over weinig
reservestoffen moet binnen 12u een geschikte tussengastheer vinden. Ze
zoekt actief de geschikte TGH op, Lymneae truncuatula (amfibie slak)
waarin ze binnendringen. Dit lukt alleen in aquatisch milieu en wordt
vergemakkelijkt door de apicale papil en klieren van het miracidium.
4. Gedurende de penetratie verliest het miracidium het ciliënkleed en vormt
zich om tot sporocyste.
5. Uit iedere sporocyste ontwikkelen zich 5-8 rediae (polyembryonie) die naar
de hepatopancreas van de slak migreren.
6. De redia geven cercaria (15-20 per redia) ofwel dochterredia die op hun
beurt cercaria zullen vormen. De cercaria bezitten veel kenmerken van de
adulten (1 SVS en 2 zuignappen).
7. Cercaria verlaten actief de slak (aquatisch milieu essentieel want
zwemmend organismen). Bij droge omstandigheden of gedurende de
winterperiode (slakken in hypobiose) kunnen slakken de cercaria
weerhouden voor lange periode en ze uitscheiden wanneer ze weer in
water worden ondergedompeld
8. Vrijgekomen cercaria zwemmen rond en hechten zich snel vast (binnen
10min) aan gelijk welk voorwerp, meestal planten
9. Verlies staart cercaria en scheiden een soort mucus af die zal verharden
(encysteren). Na 2-3d is dit complex voltooid en zijn de metacercaria
infectieus
10.Opname metacercaria samen met gras door de eindgastheer
11.In duodenum gebeurt excystering en de adolesceria (jonge leverbot)
doorboort de darmwand en gaat via de peritoneaalholte naar de lever.
12.Na perforatie vh leverkapsel en migratie door het leverparenchym komt de
jonge leverbot in de galgangen terecht.
13.Na een 6 tal weken migratie in het leverparenchym worden de botten
volwassen in de galgangen.
Trematoden = zuigwormen
- Parasitaire platwormen (vooral endoparasitair)
- Aan het vooreinde gelegen mond-6000 tal soorten (1 mm tot 12 m)
- Twee onderklassen
Orde Digenea
- Endoparasieten
- Ovaal, langgerekt lichaam
- Meestal mondzuignap (mond) en buikzuignap (acetabulum)
- Twee tot vier gastheren nodig (mollusk)
- Hermafrodiet (uitz. Schistosomaspp.)
Suborde Fasciolina
- Afgeplat lichaam met meestal orale en ventrale zuignap
Familie Echinostomatidae
Echinostoma revolutum
- Eindgastheer: eend en watervogels (dunne darm)
- 1e tussengastheer: slak
- 2e tussengastheer: slak, kikker, vis
Familie Fascioliidae
Fasciola hepatica**
- Eindgastheer: herkauwers (lever: galgangen), soms andere zoogdieren
- Tussengastheer: amfibie slak
1. Volwassen wormen leggen geoperculeerde eieren die met de gal worden
meegevoerd en via de galblaas in de dunne darm komen en via de feces in
de buitenwereld komen
2. Om te embryoneren moeten eieren vrij van feces zijn, zich in water
bevinden (fijne waterlaag is voldoende) en de temperatuur > 10°C. In de
, eieren ontwikkelt zich een miracidium die het operculum verlaat na een
prikkel die meestal een regenbui is.
3. Miracidium is erg beweeglijk, voedt zich niet, beschikt maar over weinig
reservestoffen moet binnen 12u een geschikte tussengastheer vinden. Ze
zoekt actief de geschikte TGH op, Lymneae truncuatula (amfibie slak)
waarin ze binnendringen. Dit lukt alleen in aquatisch milieu en wordt
vergemakkelijkt door de apicale papil en klieren van het miracidium.
4. Gedurende de penetratie verliest het miracidium het ciliënkleed en vormt
zich om tot sporocyste.
5. Uit iedere sporocyste ontwikkelen zich 5-8 rediae (polyembryonie) die naar
de hepatopancreas van de slak migreren.
6. De redia geven cercaria (15-20 per redia) ofwel dochterredia die op hun
beurt cercaria zullen vormen. De cercaria bezitten veel kenmerken van de
adulten (1 SVS en 2 zuignappen).
7. Cercaria verlaten actief de slak (aquatisch milieu essentieel want
zwemmend organismen). Bij droge omstandigheden of gedurende de
winterperiode (slakken in hypobiose) kunnen slakken de cercaria
weerhouden voor lange periode en ze uitscheiden wanneer ze weer in
water worden ondergedompeld
8. Vrijgekomen cercaria zwemmen rond en hechten zich snel vast (binnen
10min) aan gelijk welk voorwerp, meestal planten
9. Verlies staart cercaria en scheiden een soort mucus af die zal verharden
(encysteren). Na 2-3d is dit complex voltooid en zijn de metacercaria
infectieus
10.Opname metacercaria samen met gras door de eindgastheer
11.In duodenum gebeurt excystering en de adolesceria (jonge leverbot)
doorboort de darmwand en gaat via de peritoneaalholte naar de lever.
12.Na perforatie vh leverkapsel en migratie door het leverparenchym komt de
jonge leverbot in de galgangen terecht.
13.Na een 6 tal weken migratie in het leverparenchym worden de botten
volwassen in de galgangen.