Arthropoda
Arthropoda = geleedpotigen
- Cuticulair exoskelet
- Gelede poten met ‘gewrichten’
- Gesegmenteerd (kop, thorax, abdomen)
- Meestal gescheiden geslachten
- Open bloedvatensysteem
- Respiratie via lichaamsoppervlak, kieuwen, trachea, boeklongen
Reden van succes van de Arthropoda
1. Cuticulair exoskelet
2. Segmentatie en gesegmenteerde aanhangsels
3. Trachea
4. Sterk ontwikkelde sensorische organen
5. Vliegvermogen
6. Metamorfose
7. (Gedragspatronen: sociaal, aanpassing)
Chelicerata
- 2 tagmata met 6 paar aanhangsels (1 paar chelicera, 1 paar pedipalpen, 4 paar poten)
Subklasse Ascaridia: teken en mijten
- Cephalothorax en abdomen vormen één stuk
- 1 paar mobiele cheliceren
- 1 paar pedipalpen 4 paar poten (3 paar bij de larven)
- De monddelen zijn aanwezig op het capitulum/gnathosoma
,Orde metastigmata / Ixodida (teken)
- Stigmata thv coxa 4.
1. Mechanisch en irritatieve werking
2. Spoliatieve werking (opname van grote hoeveelheden bloed)
3. Toxische werking (tickparalysis – Sweating sickness)
4. Overdracht ziekten !!!!
Suborde Ixodina (harde teken)
- Seksueel dimorfisme
,1 gastheer teken
Boophilus
- Gastheer: rund
1. De adult legt eieren in de omgeving (meestal op de grond nadat ze zich
volgezogen heeft).
2. Uit de eieren komen larven, die een geschikte gastheer opzoeken en zich
vasthechten om bloed te zuigen.
3. De larve vervelt op de gastheer tot nymfe, die opnieuw bloed zuigt.
4. De nymfe vervelt op de gastheer tot adult, die opnieuw bloed opneemt.
5. De volwassen teek laat zich vallen, paart in de omgeving en het vrouwtje legt
opnieuw eieren → cyclus herstart.
2 gastheren teken
Rhipicephalus bursa**
Rhipicephalus evertsi**
1. Eieren worden in de omgeving gelegd.
2. Larve komt uit het ei, zoekt een klein zoogdier op en neemt een bloedmaaltijd.
3. Larve vervelt op de gastheer tot nymfe
4. Nymfe neemt opnieuw een bloedmaaltijd op hetzelfde kleine zoogdier.
5. Nymfe laat zich vallen om te vervellen tot adult.
Gastheer 2 = groot zoogdier (bv. rund, paard, mens)
6. Adult zoekt een grotere gastheer op en neemt een bloedmaaltijd.
7. Na het volzuigen laat de adult zich vallen en legt eieren in de omgeving → cyclus herstart.
3 gastheren teken
1. Eieren in de omgeving
• Het volwassen vrouwtje laat zich vallen en legt eieren op de grond.
2. Larve → eerste gastheer (klein zoogdier, vogel, reptiel)
• Larve komt uit het ei.
• Zoekt gastheer 1 op (meestal klein wild).
, • Neemt een bloedmaaltijd.
• Laat zich vallen → vervelt in de omgeving tot nymfe.
3. Nymfe → tweede gastheer (middelgroot zoogdier)
• Nymfe zoekt gastheer 2 op.
• Neemt een bloedmaaltijd.
• Laat zich opnieuw vallen → vervelt in de omgeving tot adult.
4. Adult → derde gastheer (groot zoogdier, vaak hert of mens)
• Adult zoekt gastheer 3 op.
• Neemt bloedmaaltijd.
• Volgezogen vrouwtje laat zich vallen → legt eieren → cyclus herstart.
Ixodes ricinus**
- De kleur is bruinrood tot grauwachtig blauw. Ixodes ricinus is differentieerbaar van I.
hexagonus door de aanwezigheid van een zeer lang spoor t.h.v. Coxa I die gedeeltelijk
Coxa II bedekt
- Meest voorkomende tekensoort
- Weinig gastheerspecifiek: schaap, rund, varken, kat, hond, wilde dieren zoals egel en vos
(reservoir), haas, rat en vogels.
- Halsstreek, liesstreek, snuit en oren.
- Bijzonder sterk verspreid in Europa
- Cyclus duurt 3 jaar.
- Larvaire en nymfe stadia verkiezen kleinere gastheren
- Volwassen vrouwelijke teek zal zich voor een lange periode (2 weken) voeden op zijn
gastheer.
- Potentieel overdrager van Babesia divergens, Borrelia sp., Ehlichia sp.
Ixodes hexagonus**
- 2e meest voorkomende tekensoort
- Spoor thv coxa I is korter dan die van I. ricinus.
- Sterk verspreid in Europa
- “Hedgehock tick”: voorkomend bij egel, konijnen, vos en hond, soms de mens. Bij de
egel dikwijls menginfectie met I. ricinus.
- Minder van belang als vector van ziekte, maar wel indicaties dat lyme via deze teek kan
overgedragen worden.
Arthropoda = geleedpotigen
- Cuticulair exoskelet
- Gelede poten met ‘gewrichten’
- Gesegmenteerd (kop, thorax, abdomen)
- Meestal gescheiden geslachten
- Open bloedvatensysteem
- Respiratie via lichaamsoppervlak, kieuwen, trachea, boeklongen
Reden van succes van de Arthropoda
1. Cuticulair exoskelet
2. Segmentatie en gesegmenteerde aanhangsels
3. Trachea
4. Sterk ontwikkelde sensorische organen
5. Vliegvermogen
6. Metamorfose
7. (Gedragspatronen: sociaal, aanpassing)
Chelicerata
- 2 tagmata met 6 paar aanhangsels (1 paar chelicera, 1 paar pedipalpen, 4 paar poten)
Subklasse Ascaridia: teken en mijten
- Cephalothorax en abdomen vormen één stuk
- 1 paar mobiele cheliceren
- 1 paar pedipalpen 4 paar poten (3 paar bij de larven)
- De monddelen zijn aanwezig op het capitulum/gnathosoma
,Orde metastigmata / Ixodida (teken)
- Stigmata thv coxa 4.
1. Mechanisch en irritatieve werking
2. Spoliatieve werking (opname van grote hoeveelheden bloed)
3. Toxische werking (tickparalysis – Sweating sickness)
4. Overdracht ziekten !!!!
Suborde Ixodina (harde teken)
- Seksueel dimorfisme
,1 gastheer teken
Boophilus
- Gastheer: rund
1. De adult legt eieren in de omgeving (meestal op de grond nadat ze zich
volgezogen heeft).
2. Uit de eieren komen larven, die een geschikte gastheer opzoeken en zich
vasthechten om bloed te zuigen.
3. De larve vervelt op de gastheer tot nymfe, die opnieuw bloed zuigt.
4. De nymfe vervelt op de gastheer tot adult, die opnieuw bloed opneemt.
5. De volwassen teek laat zich vallen, paart in de omgeving en het vrouwtje legt
opnieuw eieren → cyclus herstart.
2 gastheren teken
Rhipicephalus bursa**
Rhipicephalus evertsi**
1. Eieren worden in de omgeving gelegd.
2. Larve komt uit het ei, zoekt een klein zoogdier op en neemt een bloedmaaltijd.
3. Larve vervelt op de gastheer tot nymfe
4. Nymfe neemt opnieuw een bloedmaaltijd op hetzelfde kleine zoogdier.
5. Nymfe laat zich vallen om te vervellen tot adult.
Gastheer 2 = groot zoogdier (bv. rund, paard, mens)
6. Adult zoekt een grotere gastheer op en neemt een bloedmaaltijd.
7. Na het volzuigen laat de adult zich vallen en legt eieren in de omgeving → cyclus herstart.
3 gastheren teken
1. Eieren in de omgeving
• Het volwassen vrouwtje laat zich vallen en legt eieren op de grond.
2. Larve → eerste gastheer (klein zoogdier, vogel, reptiel)
• Larve komt uit het ei.
• Zoekt gastheer 1 op (meestal klein wild).
, • Neemt een bloedmaaltijd.
• Laat zich vallen → vervelt in de omgeving tot nymfe.
3. Nymfe → tweede gastheer (middelgroot zoogdier)
• Nymfe zoekt gastheer 2 op.
• Neemt een bloedmaaltijd.
• Laat zich opnieuw vallen → vervelt in de omgeving tot adult.
4. Adult → derde gastheer (groot zoogdier, vaak hert of mens)
• Adult zoekt gastheer 3 op.
• Neemt bloedmaaltijd.
• Volgezogen vrouwtje laat zich vallen → legt eieren → cyclus herstart.
Ixodes ricinus**
- De kleur is bruinrood tot grauwachtig blauw. Ixodes ricinus is differentieerbaar van I.
hexagonus door de aanwezigheid van een zeer lang spoor t.h.v. Coxa I die gedeeltelijk
Coxa II bedekt
- Meest voorkomende tekensoort
- Weinig gastheerspecifiek: schaap, rund, varken, kat, hond, wilde dieren zoals egel en vos
(reservoir), haas, rat en vogels.
- Halsstreek, liesstreek, snuit en oren.
- Bijzonder sterk verspreid in Europa
- Cyclus duurt 3 jaar.
- Larvaire en nymfe stadia verkiezen kleinere gastheren
- Volwassen vrouwelijke teek zal zich voor een lange periode (2 weken) voeden op zijn
gastheer.
- Potentieel overdrager van Babesia divergens, Borrelia sp., Ehlichia sp.
Ixodes hexagonus**
- 2e meest voorkomende tekensoort
- Spoor thv coxa I is korter dan die van I. ricinus.
- Sterk verspreid in Europa
- “Hedgehock tick”: voorkomend bij egel, konijnen, vos en hond, soms de mens. Bij de
egel dikwijls menginfectie met I. ricinus.
- Minder van belang als vector van ziekte, maar wel indicaties dat lyme via deze teek kan
overgedragen worden.