biologische
psychologie I
, psychologie VUB (eerste bachelor) - Roos Van Hoof
algemene inleiding
I WAAROM BIOLOGISCHE PSYCHOLOGIE?
VERBONDENHEID
lichaam & psyche
lichaam waarneming/perceptie
materie/fysiek → geest, gedachten, gevoel
biologische processen dromen, ervaring, bewustzijn, zelf
-motoriek: TMS op de motorische cortex veroorzaakt beweging
↪ linkerhemisfeer van brein is belangrijk voor motoriek van rechterdeel van lichaam
↪ rechterhemisfeer van brein is belangrijk voor motoriek van linkerdeel van lichaam
-waarneming: 1/10 van de massa van een zandkorrel LSD kan visuele hallucinaties
veroorzaken → andere stoffen/substanties kunnen slaap, honger of pijnstilling opwekken
-persoonlijkheid: schade aan specifieke hersendelen kan je persoonlijkheid veranderen (vb:
ontremd gedrag of apathische reacties) → psychische effecten zijn gelinkt aan de locus
↪ ziekte van parkinson: problemen met motoriek
↪ ziekte van alzheimer: problemen met geheugen
lichaam waarneming/perceptie
materie/fysiek ← geest, gedachten, gevoel
biologische processen dromen, ervaring, bewustzijn, zelf
-fMRI scan probeert de beelden te construeren die de persoon ziet (visualiseren op basis
van de informatie over de hersenactiviteit) → visuele verbeelding zichtbaar maken
lichaam waarneming/perceptie
materie/fysiek ↔ geest, gedachten, gevoel
biologische processen dromen, ervaring, bewustzijn, zelf
binnen organisme
-specifiek voor zenuwstelsel: Hubel & Wiesel (1959)
↪ individueel neuron in visuele cortex is selectief sensitief voor een bepaalde
oriëntatie van een lijnstuk (enkel oriëntatie veranderd → kleur & vorm niet)
↪ enkel bij een (min of meer) verticaal lijnstuk gaat het neuron vuren
↪ !! maar: het neuron ziet geen oriëntatie
↪ !! maar: het neuron kan patroon enkel vertonen als onderdeel van netwerk
, psychologie VUB (eerste bachelor) - Roos Van Hoof
-verwevenheid (lichaam & gedrag zijn verbonden met elkaar & beïnvloeden elkaar) = …
↪ … alle subsystemen van lichaam (hormonaal, spijsvertering, cardiovasculair, neuraal…)
↪ … gedrag (weerspiegeld in taal: “moe zijn”, “slapen” → fysiek en/of psychisch gegeven?)
tussen organisme & omgeving (biologie)
-organisme = open systeem
↪ uitwisseling materie & energie met omgeving (vb: zintuigen: chemisch ↔ energetisch)
↪ zelfs allerlei gasten → maar kunnen wel functie hebben (vb: darmflora, toxoplasmose)
-omgeving is veranderlijk (plaats & tijd)
↪ vb: natuurlijke slaapcyclus ↔ rotatiesnelheid van de aarde rond haar as
↪ vb: slaapproblemen aan polaire regio’s
-verstrekkende, verklarende kracht van evolutietheorie
-”gedragsneurowetenschappen” vs “biologische psychologie”
concreet
-fundamentele kaders & perspectieven → cruciaal voor andere domeinen
↪ vb: ontwikkelingspsychologie, cognitieve- & klinische psychologie, AI, ethiek, recht
↪ nog belangrijker voor bepaalde specialismes (vb: klinische neuropsychologie)
↪ belang in diagnostiek & interventies
↪ multidisciplinair werk (vb: psychofarmacotherapie)
=> alles kritisch bekijken
-voorbeeld: interventie: fantoomheid = gevoel dat een lichaamsdeel er niet meer is
↪ fantoompijn = pijn in ledemaat die je niet meer hebt (vb: bij amputatie van arm)
↪ interventie: spiegel zetten zodat je precies 2 armen ziet → gevoel gaat stilaan weg
HOOFDSTUK 1: evolutie & gedragsgenetica
l EVOLUTIE
-Darwin: grondlegger van de theorie van natuurlijke selectie
↪ één van meest onderbouwde theorieën (maar: een theorie is nooit bewezen)
DEFINIËRING PERSPECTIEF
grondvoorwaarden natuurlijke selectie
1) overerving: er zijn overerfbare eigenschappen
2) variatie: er bestaat variabiliteit in deze eigenschappen
↪ vb: via mutatie (verandering/kopieerfout in DNA → eigenschap verandert/ontstaat)
3) selectie: sommige eigenschappen hangen in een bepaalde context samen met groter
reproductief succes (aantal geslachtsrijpe nakomelingen), niet enkel overlevingskansen
↪ eigenschappen komen meer voor door meer nakomelingen (niet omdat ze overleven)
, psychologie VUB (eerste bachelor) - Roos Van Hoof
→ genen die samenhangen met deze eigenschappen zullen in frequentie toenemen in de
volgende generatie (3 voorwaarden zijn voldoende om evolutie tot stand te brengen)
→ ontstaan van genetische verschillen tussen vorige & volgende generaties => evolutie
→ variatie tussen generaties kan zo groot worden dat het een andere soort wordt
→ natuurlijke selectie is één van de processen die bijdragen tot evolutie
selectie
-oorspronkelijk: minder oranje dan groene kevers
↪ vogels eten vooral groene kevers → oranje zijn beter beschermd
↪ oranje kleur = gunstige aanpassing
↪ na meerdere generaties komen er meer oranje kevers voor
=> evolutie = overleven van de best aangepaste (niet van de sterkste)
“survival of the fittest”
❌
✅
↪ niet: het overleven van de slimste, de sterkste …
↪ wel: fit (aanpassing) van een individu met de veranderlijke omgeving
↪ vermogen om te overleven in een bepaalde omgeving
↪ impact op reproductief succes (het aantal geslachtsrijpe nakomelingen)
voorbeeld: peper-&-zout vlinder (op berkenbomen)
↪ witte vlinders vielen minder op → meer witte vlinders
↪ industriële revolutie: bomen werden donker door roet → witte vielen op
↪ zwarte vlinders overleefden beter → aantal zwarte vlinders nam toe
↪ later (met schonere lucht) kwamen weer meer witte vlinders
=> adaptief: elke kleur heeft voordelen, afhankelijk van de omgeving
inclusieve fitness = directe (persoonlijk reproductief succes) + indirecte (verwantenselectie)
-dragen bij tot directe fitness of reproductief succes van een individu:
↪ overleven (mortaliteitsselectie)
↪ aantal nakomelingen (vruchtbaarheidsselectie)
↪ gelegenheid tot voortplanten (seksuele selectie)
-verwantenselectie (indirecte fitness): genen die geassocieerd zijn met het reproductief
succes van verwanten zullen ook meer voorkomen in de volgende generaties
↪ je helpt familie omdat je zo je eigen genen op een indirecte manier doorgeeft
↪ selectie gebeurt niet op niveau van individuen, maar op niveau van genen
↪ kosten/baten: mate van verwantheid > kost voor het eigen reproductief succes
↪ belangrijke psychologische implicaties: je moet verwanten herkennen, altruïsme, zorg …
↪ herkennen: bij dieren → op vlak van geur, bij mensen → op vlak van gezichten
↪ altruïsme = helpen van anderen zonder eigen voordeel (soms zelfs met eigen nadeel)
↪ vb: “ik zou met plezier het leven geven voor twee broers, twee kinderen of acht kozijnen”
→ omdat je niet enkel via je eigen kinderen, maar ook via je familie veel genen doorgeeft
↪ vb: steriele honingbij (werkers) → verzorgen koningin om eigen genen door te geven
→ werkbijen planten zich niet voort maar helpen (om genen te laten bestaan in de kolonie)