Hoofdstuk 1 – bouwstenen van een discipline en een praktijk
1.1 inleiding: communicatie is meer dan communiceren
communicatie is gebonden aan:
o gevoelens
o rituelen
o emoties
o sociaal handelen
1.2 het teken als basis voor betekenisvol communiceren
1.2.1 semiotiek
subdisciplines
1) fonologie
2) syntaxis
3) semantiek
4) pragmatiek
Intensie Extensie
o de criteria die toepasbaar zijn o verwijst naar de verzameling
op de term (romantische van alle objecten (iets
film) concreet)
Vb. appel
Intensie: rond, rood, sappig,..
Extensie: een jonagold
1.2.2 teken, tekensysteem en tekenindeling
1) basisconcepten/ teken
De Saussure
Betekenaar/ signifant (Sa) Betekende/ signifier (Se)
o Materiële tekenvorm o Def. Van het woord
(beschriving)
Bv. Bv.
o Stoel o 4 poten
o Chaise o Een zitvlak
o Tekening/ foto
Een referent:
o Persoonlijk geïntreperteerd
1
,Denotatie/ primair Connotatie/ secundair
Letterlijke betekenis van een teken Bijbetekenis van een woord
o Evaluatieve lading
+/-/ neutrale lading
o Referentiële lading
Een tweede betekenis of
verwijzing
2) Tekensystemen
= maken betekenis mogelijk (teken = drager van betekenis)
Peirce : teken = dynamisch en tijdelijk gegeven
Representamen/
tekenvorm
Interpretant = Object = waar
betekenis die teken naar verwijst
aan teken wordt
gegeven (+/-)
Vb.
Saussure : betekenis van een teken komt tot stand door andere
tekens
o Betekenaar en betekende
o Onderlinge relaties tussen tekens (uit appel volgt banaan)
Zo onderscheidt het ene teken zich van het andere (want andere
betekenis)
o Categoriseren
o Rol van tekengebruiker
soorten relatietekens:
2
, 1) Paradigma: teken behoort tot zelfde selectie, verticale relatie
(alfabet)
2) Syntagma: combinatie van woorden, horizontale relatie (zin opbouw)
3) Tekenindelingen
Peirce: 3 types soorten tekens (3ledige tekendefinitie)
Icoon Index Symbool
Teken verwijst naar Verwijst naar Abstracte zaken
object natuurlijk verband
(foto’s, landkaart) o Leer je door
kennis
Peeters:
Natuurlijk: geen tussenkomst v/d
mens
Kunstmatig: door de mens
geconstrueerd
Arbitrair: willekeurig gekozen (bv.
Boom = frans arbre, engels tree
geen verband)
Gemotiveerd: woordkeuze is onderbouwd
Icoon: gebaseerd op gelijkenis
Symbool: het gaat om associatie
Memes:
o Iconen: visuele verwijzing
o Symbool: verwijst naar iets diepers
1.3 elementen van het communicatieproces
de elementen/ bouwstenen (5) vormen samen het
communicatieproces
3
, 1.3.1 communicator
= zendt bewust/ onbewust (bv. Zweten/ blozen) een boodschap met
informatie uit
Copresence: belangrijk voor ontvanger om te oordelen over
geloofwaardigheid v/d informatie
1.3.2 boodschap
essentie: bepaald idee overbrengen naar ontvanger
Bewustzijnsinhoud Externaliseren
Idee, waarden, vooroordelen, Tekens, dragers van betekenis
ervaring,.. zichtbaar maken naar ontvanger
(praten, schrijven, uitbeelden)
Er is sprake van communicatie wanneer:
o de mogelijlheid bestaat dat ooit iemand de boodschap kan
ontvangen (dagboek)
o de boodschap een onbedoelde (afluisteren/ spieken) of bedoelde
ontvanger bereikt
3 aspecten van boodschappen
1) referentiële of inhoudelijke aspect
o verwijzing aan de hand van tekens
2 soorten
1. representationeel: het immateriële of abstracte (bv. Waarheid)
2. referentieel: het materiële (stoel)
2) expressieve of vormelijk aspect
o de verpakking van de boodschap heeft ook betekenis
bv. Goed gedaan! Of goe gedaan ze (sarcastisch)
3) relationele en appellerende aspect
relationeel
o hoe ziet de communicator de relatie tussen hem & de ontvanger
(u/jij)
appelleren
o wat verwacht de zender van je (een aansporing tot iets te doen)
1.3.3 encoderen en decoderen
coderen = encoderen + decoderen
deze code moet hetzelfde opgevat worden om een +
communicatieproces te bekomen
4