Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Economie en rechtseconomie (macro) - samenvatting

Rating
-
Sold
-
Pages
28
Uploaded on
06-07-2026
Written in
2025/2026

Met dit document geslaagd in de eerste zit! Dit document bevat de powerpoint van de prof met lesnotities. Bij de grafieken staat er telkens extra uitleg over hoe je deze moet interpreteren, wat er op te zien is enzovoort.

Institution
Course

Content preview

Inhoudsopgave

H6: PRODUCTIE, INKOMENS EN BESTEDIGEN – DE MACRO-ECONOMISCHE
BENADERING...................................................................................... 2

INLEIDING..............................................................................................2
PRODUCTIE, TOEGVOEGDE WAARDE EN FACTORVERGOEDINGEN..............................2
SOORTEN FACTORVERGOEDINGEN.................................................................3
BRUTO- VERSUS NETTO-PRODUCT.................................................................3
WAARDE VAN DE PRODUCTIE......................................................................................... 4
FUNDAMENTELE GELIJKHEID TUSSEN PRODUCT, INKOMEN & BESTEDINGEN................4
MACRO-ECONOMISCHE IDENTITEITEN VOOR EEN GESLOTEN ECONOMIE ZONDER
OVERHEID..............................................................................................5
EENVOUDIGE ECONOMISCHE KRINGLOOP.........................................................5
BRUTO BINNELANDSE PRODUCT, NETTO NATIONAAL INKOMEN, BINNENLANDSE
BESTENDIGHEDEN & BESTEDING VAN HET BINNENLANDS PRODCUT.........................6
UITBREIDINGEN: BESTEDINGEN G DUS Y = C + IEP + G BIJ GESLOTEN ECONOMIE MET OVERHEID
............................................................................................................................... 7
UITBREIDINGEN: BESTEDINGEN BIJ OPEN ECONOMIE MET OVERHEID DUS Y = C + IEP + G + X –
Z............................................................................................................................. 7
DE NATIONALE REKENINGEN VAN BELGIË.........................................................8
WAARDERINGSPROBLEMEN.........................................................................9
BBP ALS WELVAARTSINDICATOR...................................................................................... 9
MULTIDIMENSIONELE METING....................................................................................... 10
UITSCHAKELING VAN DE PRIJSINVLOED.........................................................10
BRUTO BINNENLANDS PRODCUT (BBP): NOMINAAL VS REËEL...............................................11
BRUTO BINNENLANDS PRODUCT (BBP): NOMINALE INDEX...................................................12
BRUTO BINNENLANDS PRODCUT (BBP): REËLE INDEX........................................................12
DE IMPLICIETE PRIJSINDEX VAN HET BBP.......................................................16
VERGELIJKINGEN TUSSEN LANDEN (GROTE & KLEINE ECONOMIËN)........................16
BESLUIT..............................................................................................17


H7: ONGELIJKHEID EN HERVERDELING................................................ 17

INLEIDING............................................................................................17
HOE MEER MEN ONGELIJKHEID?..................................................................18
INKOMENSKWINTIELVERHOUDING.................................................................................. 18
VOORBEELD VAN LORENZ-CURVE.................................................................................. 19
TABEL 1................................................................................................................ 19
HUMAN DEVELOPMENT INDEX (H6)............................................................................... 20
INKOMENS- EN VERMOGENSONGELIJKHEID: ENKELE OPVALLENDE TRENDS...............20
OORZAKEN VAN ONGELIJKHEID...................................................................20
BELEIDSMAATREGELEN DIE DE ONGELIJKHEID VERMINDEREN................................21
GAAT MINDER ONGELIJKHEID SAMEN MET HOGE WELVAART?...............................22
CONCLUSIES.........................................................................................22

,H8: WERKLOOSHIED, INFLATIE........................................................... 22

WERKLOOSHEID.....................................................................................23
WERKLOOSHEID EN INACTIVITEIT................................................................................... 24
INFLATIE.............................................................................................26
INFLATIE EN INFLATIEMAATSTAVEN................................................................................ 26


H6: PRODUCTIE, INKOMENS EN BESTEDIGEN – DE MACRO-
ECONOMISCHE BENADERING

INLEIDING

- Cijfermateriaal voor macro-economische analyse: “nationale rekeningen”
, “nationale boekhouding”
o Registreert de transacties tussen de economische agenten
o Cruciaal concept bruto binnenlands product (bbp)
o Boekhoudkundige gelijkheid: nationaal product (waarde van de productie)=
nationaal inkomen (gecreëerde inkomens)= bestedingen van het nationaal
product

PRODUCTIE, TOEGVOEGDE WAARDE EN FACTORVERGOEDINGEN

- Eenvoudig voorbeeld: productie van schoenen
o Verschillende productiefasen :
 Bewerken huiden (huidenhandel)
 Leder van maken (leerlooierijen)
 Verwerken tot schoenen (schoenfabriek)
 Schoenen aan consumenten verkopen
(schoenwinkel)

= finaal goed

 Bewerken huiden (huidenhandel)
 Leder van maken (leerlooierijen)
 Verwerken tot schoenen (schoenfabriek)
 Aan consumenten verkopen
(schoenwinkel)
 Waarde finaal goed



o Intermediair goederen
= goederen die nog gaan overgaan in volgende productie fase
 Goed of dienst dat verder als input gebruikt wordt
 Wordt geproduceerd maar je kan het niet kopen, het moet nog
opgaan in een ander goed
o Finaal goed
 Zal niet meer opgaan in het volgende productieproces
 Goed of dienst dat in een bepaalde periode wordt voortgebracht en
niet verder opgegaan is in een volgende fase van het
productieproces

,  Waarde finaal goed = ∑ toegevoegde waarde (som van de
toegevoegde waarde)

Voorbeeld zonder vooraden
Factorvergoedingen = vergoedingen
voor de gebruikte productie factoren
(katitaal,arbeid)
- Arbeiders moeten loon kriigt
Fase 1: €10 = factorvergoedingen =
waarde die worden gecreëerd
Fase 2: €5 = toegevoegde waarde,
totale waarde = €15
- Facto waarden = €5  want er
werd voor €5 aan waarden
gecreëerd

€40 = totale waarden – Intermediair

SOORTEN FACTORVERGOEDINGEN

- Vergoedingen voor de inputs die worden gebruikt (arbeid: loon, kapitaal: interest
= machines of gebouwen verkopen, pachtsom: vergoeding voor de grond)
- Uitsplitsing van de verschillende soorten factorvergoedingen:
o Eigenlijke factorvergoedingen F1 (loonsom, pachtsom, intrestsom)
o Winst π
= ook vergoeding voor input die geleverd is
 Voor het risico/ creatief idee dat je had om dit te produceren
- Komen uiteindelijk allemaal bij de gezinnen terecht als inkomen (Y).
- We krijgen daarom:
o W = A - M = F = F1 + π = Y
 De totale waarde van de productie = totale waarde van de
goederen – het intermediair verbruik = de som van alle
factorvergoedingen wat gelijk is aan de eigenlijke productiefactoren
+ de winst = de inkomens die bij de gezinnen terechtkomen

BRUTO- VERSUS NETTO-PRODUCT

- Slijtage van duurzame kapitaalgoederen
= Afschrijvingen of Depreciatie (D) of vervangingsinvesteringen
= oude of versleten kaitaal goederen die vervangen moeten worden
 Bv: transportbedrijf met 5 vrachtwagens, je wil er 2 nieuwe kopen en je
vervangt 3 vrachtwagens: qua uitbreiding mag je enkel die twee nieuwe
rekenen, de andere 3 zijn louter vervanging
 Met hoeveel is de economie gestegen? Enkel die 2 vrachtwagens
- Bruto nationaal product
o Depreciatie wordt meegerekend
o Bruto grootheden is dat men geen rekening houdt met de slijtage van onze
goederen en bij netto houden we hier wel rekening mee
o Men heeft geen rekening gehouden met depreciatie
 In vb dus de 5 vrachtwagens en na een paar jaar zijn 3 vd 5
versleten -> als je dan wilt uitbreiden zul je er 8 moeten aankopen
(3 omda ze versleten zijn en 5 toename vd productie)

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
July 6, 2026
Number of pages
28
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$9.50
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
marievleminckx20

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
marievleminckx20 Universiteit Antwerpen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
5 months
Number of followers
0
Documents
3
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions